5. De beloofde Messias

Jezus-Messias-5.pdf

Een uiteenzetting van Jezus leven bedoeld voor jong tot oud, om de diepere betekenis van de Messias duidelijk te maken.

In het vorige gedeelte; deel 4, hebben we uitgebreid gesproken over ‘het vergeven’ van onze naaste, vooral wat Jezus ons hieromtrent onderwees en hoe Jezus handelde.

HerzSt (Psalm 118:22) 22 De steen die de bouwers verworpen hadden, is tot een hoeksteen geworden.

Jezus discipelen moeten altijd bereid zijn om te vergeven en zijn niet van deze wereld, maar wat betekent dat? In Johannes hfdstk. 17 spreekt Jezus een heftig gebed uit tegenover zijn hemelse Vader betreffende zijn discipelen:

HerzSt (Johannes 17:14-17) 14 Ik heb hun Uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben. 15 Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. 16 Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. 17 Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.

In Jezus dagen hadden de geestelijke leiders liefde voor geld, de Sadduceeën kwamen uit de Joodse aristocratie, de grootgrondbezitters en rijke kooplieden, de andere geestelijke leiders, de Farizeeën, waren geldzuchtig (Lukas16:14).
Materialisme of liefde voor geld was ook in die dagen dus heel gebruikelijk onder de leiders.

HerzSt (Jesaja 9:15) 15 Want de leiders van dit volk zijn misleiders: wie door hen worden geleid, worden in verwarring gebracht.

Thema: Het thema van dit schrijven zal gaan over Jezus onderwijs betreffende nederigheid, goedheid, barmhartigheid en rechtvaardigheid.

Eerst een korte beschrijving van het communisme en socialisme

Door de geschiedenis heen hebben velen het grote onrecht gezien van uitbuiting van mensen.
De Duitser Karl Marx zag het oercommunisme als de manier van leven uit de tijd, dat de mensen leefden van de jacht.
Het idee van een klasseloze maatschappij ontstond echter in het oude Griekenland. Lycurgus creëerde in circa 800 v. Chr. een klasseloze maatschappij in Sparta waarin alle vrije mannen gelijk waren, gelijke rijkdom had en waarin bezittingen en vrouwen en kinderen gedeeld werden.
Plato pleitte voor een samenlevingsvorm die raakvlakken vertoonde met het latere communisme.
Uit dit schrijven zal echter blijken dat het christendom weinig of niets gemeenschappelijk heeft met het communisme of Marxistisch socialisme.

Communisme is ooit bedoeld als een klasseloze maatschappijvorm met een economisch systeem gebaseerd op het gemeenschappelijke eigendom van de productiemiddelen.
Socialisme is een maatschappijvorm gebaseerd op gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en solidariteit.
Vaak wordt gezegd dat het socialisme ontsproten is als tegenhanger van het kapitalisme.
Het communisme heeft veel socialistische raakvlakken, maar uiteindelijk is het communisme een politiek systeem en het socialisme een economisch systeem.

Socialisme, een afgezwakte vorm van het communisme, is de herverdeling van weelde van de sterken naar de zwakken, waarbij de middenklasse, het verbindende bestanddeel van de economie, wordt geëlimineerd. Het christendom is strijdig met de beginselen van het Marxistische socialisme.

Karl Marx, de grondlegger van het communisme, was een atheïst.
Een bekende uitspraak van hem was: ‘Religie is opium voor het volk.’
Marx vond dat de mens religie zelf in het leven had geroepen als middel om zijn leven te verdringen nu het zo ondraaglijk was geworden.
Met het communisme kwamen ook de communistische vrijheidsstrijders.
Maar de vrijheidsstrijders van het communisme passeerden de lijn van vermoorden en martelen van tegenstanders, omdat ook zij in basis atheïsten waren en geen boodschap hadden aan Jezus gebod:

HerzSt (Mattheüs 26:51-52) 51 En zie, een van hen die bij Jezus waren, stak zijn hand uit, trok zijn zwaard, trof de dienaar van de hogepriester en sloeg hem het oor af. 52 Toen zei Jezus tegen hem: Doe uw zwaard terug op zijn plaats, want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen.

De ware vrijheid waar christenen naar streven is een geestelijke vrijheid:

HerzSt (Johannes 8:31-32) 31 Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, 32 en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.

Dat het communisme zijn gitzwarte kanten had bleek uit de vele doden.
Stéphane Courtois, een Franse historicus en universiteitsprofessor, maakt een schatting in zijn boek ‘Le Livre noir du communisme (1997); Het zwartboek van het communisme’  van het totale aantal doden dat in de 20e eeuw is gevallen door het communisme op  +/- 94 miljoen, waaronder:

  • +/- 65 miljoen in de Volksrepubliek China
  • +/- 20 miljoen in de voormalige Sovjet-Unie
  • +/- 2 miljoen in Cambodja
  • +/- 2 miljoen in Noord-Korea
  • enz.

In de eerste helft van de 20ste eeuw ontstond ‘De Frankfurter Schule’ , een Duitse sociologische en filosofische stroming die zich bezighield met de maatschappijkritische, neomarxistische, kritische theorie. Het betreft wetenschappen zoals sociologie, psychologie en filosofie.
Sociologie is de studie van de sociale relaties tussen mensen.
Toen Hitler aan de macht kwam moesten zij uit Duitsland vluchten en kwamen uiteindelijk terecht in de VS, en ondersteunden de studierichting sociologie bij de Columbia University in New York.
Van daaruit verspreidde hun werkgebied zich over een groot aantal universiteiten van de VS.
De kritische theorie kan gezien worden als een voortzetting van het marxisme, door overal kritiek op te hebben bij vermeende onderdrukking, discriminatie of uitbuiting, terecht of niet terecht.

Volgens het werk van Wilhelm Reich (van de Frankfurter Schule) stammen psychologische problemen hoofdzakelijk af van sexuele onderdrukking en kan seksuele bevrijding veel mensen genezen.
Vanaf 1960 ontstond de seksuele revolutie als antwoord om op te staan tegens de westerse beschaving en zich te bevrijden van de seksuele onderdrukking.
‘Make love not war’ komt rechtstreeks van de Frankfurter Schule.
In de sporen van de Frankfurter Schule kwam de Flower-Power periode, de massale seksorgieën, de communes en de hippies. De fundamenten van de christelijke leefwijze werden hiermee genegeerd:

HerzSt (Mattheüs 19:5-6) 5 …… Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, 6 zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden.

Jezus deed hiermee een aanhaling uit Genesis 2:24 betreffende de eerste mensen Adam en Eva.
Het christendom is – in tegenstelling tot het communisme en socialisme – gebaseerd op rechtvaardigheid en barmhartigheid.
Rechtvaardigheid om eerlijk te zijn, niemand tekort te doen en eerlijke bedragen te hanteren:

HerzSt (Mattheüs 6:33-34) 33 Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. 34 Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.

Barmhartigheid om je hart te laten spreken wanneer iemand hulp nodig heeft:

HerzSt (Mattheüs 6:21) 21 want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

HerzSt (Mattheüs 12:35) 35 De goede mens brengt goede dingen voort uit de goede schat van het hart, en de slechte mens brengt slechte dingen voort uit de slechte schat.

Nederigheid bezitten

Jezus moedigt ons aan, ons niet te laten leiden door de wat de wereld essentieel vindt , over ‘belangrijk willen zijn’:

HerzSt (Lukas 22:24-27) 24 Er ontstond ook onenigheid onder hen over wie van hen geacht werd de belangrijkste te zijn. 25 En Hij zei tegen hen: De koningen van de volken heersen over hen, en wie macht over hen hebben, worden weldoeners genoemd. 26 Bij u echter moet dat zo niet zijn, maar de belangrijkste onder u moet als de jongste worden en wie leiding geeft als iemand die dient. 27 Want wie is belangrijker: hij die aanligt of hij die bedient? Is het niet hij die aanligt? Ik echter ben in uw midden als Iemand Die dient.

HerzSt (Markus 9:33-36) 33 …….Waarover had u het met elkaar onderweg? 34 Maar zij zwegen, want zij hadden onderweg een woordenwisseling met elkaar gehad over wie de belangrijkste was. 35 En Hij ging zitten, riep de twaalf en zei tegen hen: Als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste van allen zijn en een dienaar van allen. 36 En Hij nam een kind, zette dat in hun midden en omarmde het, en Hij zei tegen hen: 37 Wie een van zulke kinderen ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, die ontvangt niet Mij, maar Hem Die Mij gezonden heeft.

In Mattheüs 17:1-2 wordt beschreven dat Petrus, Jakobus en diens broer Johannes de transfiguratie van Jezus mochten aanschouwen. Het is misschien wel om deze reden dat Jacobus en zijn broer Johannes zich belangrijker voelden dan de anderen en om een bijzondere positie vroegen:

HerzSt (Markus 10:35-41) 35 En Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen naar Hem toe en zeiden: Meester, wij zouden willen dat U voor ons doet wat wij ook maar vragen. 36 En Hij zei tegen hen: Wat wilt u dat Ik voor u doe? 37 En zij zeiden tegen Hem: Geef ons dat wij mogen zitten, de één aan Uw rechter- en de ander aan Uw linkerhand, in Uw heerlijkheid. 38 Maar Jezus zei tegen hen: U weet niet wat u vraagt. Kunt u de drinkbeker drinken die Ik drink, en met de doop gedoopt worden waarmee Ik gedoopt word? 39 En zij zeiden tegen Hem: Dat kunnen wij. Maar Jezus zei tegen hen: De drinkbeker die Ik drink, zult u wel drinken, en met de doop waarmee Ik gedoopt word, zult u gedoopt worden, 40 maar het zitten aan Mijn rechter- en aan Mijn linkerhand is niet aan Mij om te geven; maar het zal gegeven worden aan hen voor wie het bestemd is. 41 En toen de tien anderen dit hoorden, begonnen zij het Jakobus en Johannes zeer kwalijk te nemen.

Jezus corrigeert opnieuw zowel Jacobus en Johannes als de anderen over het ‘belangrijk willen zijn’:

HerzSt (Markus 10:42-43) 42 Maar Jezus riep hen bij Zich en zei tegen hen: U weet dat zij die geacht worden leiders te zijn van de volken, heerschappij over hen voeren, en dat hun groten macht over hen uitoefenen. 43 Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn.

Ook Petrus schrijft over ‘het belangrijk willen zijn’ ten aanzien van de christelijke gemeente:

HerzSt (1 Petrus 5:5) 5 Evenzo, jongeren, wees aan de ouderen onderdanig; en wees allen elkaar onderdanig. Wees met nederigheid bekleed, want God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.

Jezus vertelt een gelijkenis over een Farizeeër – die van zichzelf meende rechtvaardig te zijn – en een berouwvolle belastinginner/tollenaar:

HerzSt (Lukas 18:10-14) 10 Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden. De één was een Farizeeër en de ander een tollenaar. 11 De Farizeeër stond daar en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers of ook als deze tollenaar. 12 Ik vast tweemaal per week. Ik geef tienden van alles wat ik bezit. 13 En de tollenaar bleef op een afstand staan en wilde ook zelfs zijn ogen niet naar de hemel opheffen, maar sloeg op zijn borst en zei: O God, wees mij, de zondaar, genadig. 14 Ik zeg u: Deze man ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling tot die andere. Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.

Gedurende een maaltijd bij een Farizeeër vertelt Jezus een gelijkenis over nederigheid:

HerzSt (Lukas 14:7-11) 7 En Hij sprak een gelijkenis tot de genodigden, toen Hij merkte hoe zij de ereplaatsen voor zichzelf uitkozen. Hij zei tegen hen: 8 Wanneer u door iemand op een bruiloft uitgenodigd bent, ga dan niet aanliggen op de ereplaats, opdat niet misschien iemand die voornamer is dan u, door hem uitgenodigd is, 9 en hij die u en hem uitgenodigd heeft, tegen u zal komen zeggen: Geef hem die plaats. U zou dan tot uw schande de laatste plaats beginnen in te nemen. 10 Maar wanneer u uitgenodigd bent, ga er heen en ga op de laatste plaats aanliggen, opdat, als hij komt die u uitgenodigd heeft, hij tegen u zal zeggen: Vriend, kom hoger op. Dan zal dat u tot eer zijn in de ogen van allen die met u aanliggen. 11 Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.

Jezus geeft nog een laatste maal onderwijs over nederigheid:

HerzSt (Johannes 13:2-5,12-15) 2 Toen dan de maaltijd plaatsvond en de duivel Judas Iskariot, de zoon van Simon, al in het hart gegeven had Hem te verraden, 3 stond Jezus, Die wist dat de Vader Hem alle dingen in handen gegeven had en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heen ging, 4 op van de maaltijd, legde Zijn kleren af, nam een linnen doek en deed die om Zijn middel. 5 Daarna goot Hij water in de waskom en begon de voeten van de discipelen te wassen en af te drogen met de linnen doek die Hij om Zijn middel had……….12 Toen Hij dan hun voeten gewassen had en Zijn kleren weer had aangedaan, ging Hij weer aanliggen en zei tegen hen: Ziet u in wat Ik aan u gedaan heb? 13 U noemt Mij Meester en Heere, en u zegt het terecht, want Ik ben het. 14 Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, moet ook u elkaars voeten wassen. 15 Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan.

Goed zijn en goed doen:

God is goed en geeft aan wie hem in gebed vragen:

HerzSt (Markus 10:17-22) 17 En toen Hij naar buiten ging om op weg te gaan, snelde er iemand naar Hem toe, viel voor Hem op de knieën en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? 18 En Jezus zei tegen hem: Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed behalve Eén, namelijk God. 19 U kent de geboden: U zult geen overspel plegen; u zult niet doden; u zult niet stelen; u zult geen vals getuigenis afleggen; u zult niemand benadelen; eer uw vader en uw moeder. 20 Maar hij antwoordde Hem: Meester, al deze dingen heb ik in acht genomen van mijn jeugd af. 21 En Jezus keek hem aan en had hem lief, en Hij zei tegen hem: Eén ding ontbreekt u: ga heen, verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan, neem het kruis op en volg Mij. 22 Maar hij werd treurig over dat woord en ging bedroefd weg, want hij had veel bezittingen.

HerzSt (Lukas 11:9-13) 9 En Ik zeg u: Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. 10 Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en wie klopt, voor hem zal er opengedaan worden. 11 Welke vader onder u zal aan zijn zoon, als hij hem om brood vraagt, een steen geven, of ook als hij om een vis vraagt, hem in plaats van een vis een slang geven, 12 of ook als hij om een ei vraagt, hem een schorpioen geven? 13 Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?

Jezus als voorbeeld van goeddoen:

HerzSt (Handelingen 10:37-38) 37 U weet wat er gebeurd is in heel Judea, wat begon in Galilea na de doop die Johannes gepredikt heeft: 38 hoe God Jezus van Nazareth gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht en hoe Hij het land doorgegaan is, terwijl Hij goeddeed en allen die door de duivel overweldigd waren, genas, want God was met Hem.

Jezus discipelen worden gevraagd ook goed te doen:

HerzSt (Lukas 12:32-34) 32 Wees niet bevreesd, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven. 33 Verkoop uw bezittingen en geef de opbrengst weg als liefdegave. Maak voor uzelf beurzen die niet verslijten, een schat die niet opraakt, in de hemelen, waar de dief niet bij komt en die door de mot niet aangetast wordt. 34 Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

HerzSt (Mattheüs 5:43-48) 43 U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. 44 Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; 45 zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Want als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor loon hebt u dan? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? 47 En als u alleen uw broeders groet, wat doet u meer dan anderen? Doen ook de tollenaars niet zo? 48 Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.

Jezus discipelen zijn het zout van de aarde en het licht van de wereld:

HerzSt (Mattheüs 5:13-16) 13 U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. 14 U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. 15 En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. 16 Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.

De goede keuze van Maria:

HerzSt (Lukas 10:38-42) 38 Het gebeurde, toen zij onderweg waren, dat Hij in een dorp kwam. En een vrouw van wie de naam Martha was, ontving Hem in haar huis. 39 En zij had een zuster die Maria heette, die ook aan de voeten van Jezus zat en naar Zijn woord luisterde. 40 Maar Martha was druk bezig met bedienen. Nadat zij erbij was komen staan, zei zij: Heere, trekt U het Zich niet aan dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg toch tegen haar dat zij mij helpt. 41 Jezus antwoordde en zei tegen haar: Martha, Martha, u bent bezorgd en maakt u druk over veel dingen. 42 Slechts één ding is nodig. Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden afgenomen.

Wie goed doet zal zijn beloning ontvangen:

HerzSt (Mattheüs 10:40-42) 40 Wie u ontvangt, ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft. 41 Wie een profeet ontvangt omdat hij een profeet is, zal het loon van een profeet ontvangen; en wie een rechtvaardige ontvangt omdat hij een rechtvaardige is, zal het loon van een rechtvaardige ontvangen. 42 En wie een van deze kleinen slechts een beker koud water te drinken geeft omdat hij een discipel is, voorwaar, Ik zeg u: hij zal zijn loon beslist niet verliezen.

HerzSt (Johannes 5:28-30) 28 Verwonder u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, 29 en zij zullen eruitgaan: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, maar zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ter verdoemenis. 30 Ik kan van Mijzelf niets doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft.

De goede en de slechte mens:

HerzSt (Mattheüs 12:33-37) 33 Stel dat de boom goed is, dan is ook zijn vrucht goed; of dat de boom slecht is, dan is ook zijn vrucht slecht. Want aan de vrucht wordt de boom gekend. 34 Adderengebroed! Hoe kunt u goede dingen spreken, terwijl u slecht bent? Want uit de overvloed van het hart spreekt de mond. 35 De goede mens brengt goede dingen voort uit de goede schat van het hart, en de slechte mens brengt slechte dingen voort uit de slechte schat. 36 Maar Ik zeg u dat de mensen van elk nutteloos woord dat zij zullen spreken, rekenschap moeten geven op de dag van het oordeel. 37 Want op grond van uw woorden zult u rechtvaardig verklaard worden, en op grond van uw woorden zult u veroordeeld worden.

De gelijkenissen van de onvruchtbare christenen:

HerzSt (Lukas 13:6-9) 6 En Hij sprak deze gelijkenis: Iemand had een vijgenboom, die in zijn wijngaard geplant was. En hij kwam om daaraan vrucht te zoeken, maar vond die niet. 7 Toen zei hij tegen de wijngaardenier: Zie, ik kom nu al drie jaar vrucht zoeken aan deze vijgenboom en vind die niet. Hak hem om. Waarom beslaat hij de aarde nutteloos? 8 En hij antwoordde en zei tegen hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar staan, totdat ik om hem heen gegraven en hem bemest heb. 9 Wellicht dat hij dan vrucht draagt. Maar zo niet, dan moet u hem alsnog omhakken.

HerzSt (Johannes 15:1-8) 1 Ik ben de ware Wijnstok en Mijn Vader is de Wijngaardenier. 2 Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt. 3 U bent al rein vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb. 4 Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. 5 Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. 6 Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand. 7 Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen. 8 Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt en Mijn discipelen bent.

Dan zegt Jezus iets opmerkelijks en heeft het niet over ‘goed doen’, maar heeft het over ‘haten’:

HerzSt (Lukas 14:26) 26 Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn eigen vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.

Maar we weten ook dat Jezus het gebod gaf om goed te zijn voor onze naaste en deze lief te hebben:

HerzSt (Mattheüs 19:19) 19 eer uw vader en moeder; en: u zult uw naaste liefhebben als uzelf.

Voor het woord ‘haten’ in de bovenstaande Schriftplaats, geciteerd uit Lukas 14:26, bedoelde Jezus het belang van ‘minder liefde hebben’ of ‘minder over hebben voor’.
In Lukas 14:26 ingevuld geeft dat:

(Lukas 14:26) Als iemand tot Mij komt en ‘niet minder houdt van’ of ‘minder over heeft voor’ zijn eigen vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.

Jezus legt uit wat wij moeten doen om goede christenen te zijn:

HerzSt (Lukas 3:10-14) 10 En de menigte vroeg hem: Wat moeten wij dan doen? 11 Hij antwoordde en zei tegen hen: Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met hem die er geen heeft, en wie voedsel heeft, moet ook zo doen. 12 Er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden en zij zeiden tegen hem: Meester, wat moeten wij doen? 13 Hij zei tegen hen: Eis niet meer dan wat u voorgeschreven is. 14 Ook de soldaten vroegen aan hem: En wij, wat moeten wij doen? Hij zei tegen hen: Val niemand lastig, pers niemand af en wees tevreden met uw soldij.

Doe goed aan degenen die niet terug kunnen geven:

HerzSt (Lukas 14:12-14) 12 En Hij zei ook tegen hem die Hem uitgenodigd had: Wanneer u een middag- of avondmaaltijd houdt, roep dan niet uw vrienden, ook niet uw broers, en niet uw familieleden of rijke buren, opdat ook zij u niet op hun beurt terugvragen en het u vergolden wordt. 13 Wanneer u echter een feestmaaltijd gereedmaakt, nodig dan armen, verminkten, kreupelen en blinden. 14 En u zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u te vergelden. Want het zal u vergolden worden in de opstanding van de rechtvaardigen.

Barmhartigheid

Jezus benadrukte bij verschillende gelegenheden om altijd ons hart (ons geestelijke christelijke hart) te laten spreken, barmhartig te zijn.

De bijzondere Bergrede:

HerzSt (Mattheüs 5:1-12) 1 Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij was gaan zitten, kwamen Zijn discipelen bij Hem. 2 En Hij opende Zijn mond en onderwees hen. Hij zei: 3 Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen. 4 Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden. 5 Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven. 6 Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. 7 Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden. 8 Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien. 9 Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden. 10 Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen. 11 Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. 12 Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn.

Geef geen gaven van barmhartigheid om gezien te worden door de mensen:

HerzSt (Mattheüs 6:1-4) 1 Wees op uw hoede dat u uw liefdegave niet geeft in tegenwoordigheid van de mensen om door hen gezien te worden; anders hebt u geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is. 2 Wanneer u dan een liefdegave geeft, laat het niet voor u uitbazuinen, zoals de huichelaars in de synagogen en op de straten doen, opdat zij door de mensen geëerd zouden worden. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al. 3 Maar als u een liefdegave geeft, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet, 4 zodat uw liefdegave in het verborgene zal zijn; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

Volgens Jezus vindt God barmhartigheid voor zondaars belangrijker dan gebrachte offers:

HerzSt (Mattheüs 9:10-13) 10 En het gebeurde, toen Hij in het huis van Mattheüs aanlag, zie, veel tollenaars en zondaars kwamen en lagen met Jezus en Zijn discipelen aan. 11 En toen de Farizeeën dat zagen, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaars en zondaars? 12 Maar Jezus, Die dat hoorde, zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. 13 Maar ga heen en leer wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.

Wees barmhartig zoals ook onze hemelse Vader barmhartig is:

HerzSt (Lukas 6:35-36) 35 Maar heb uw vijanden lief en doe goed, en leen zonder te hopen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn en zult u kinderen van de Allerhoogste zijn, want Hij is goedertieren over de ondankbaren en slechten. 36 Wees dan barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is.

De onbarmhartige rijke man en de bedelaar Lazarus:

HerzSt (Lukas 16:19-25) 19 Nu was er een zeker rijk mens, die gekleed ging in purper en zeer fijn linnen en die elke dag vrolijk en overdadig leefde. 20 En er was een zekere bedelaar, van wie de naam Lazarus was, die voor zijn poort neergelegd was, en die onder de zweren zat. 21 En hij verlangde ernaar verzadigd te worden met de kruimeltjes die van de tafel van de rijke man vielen; maar ook de honden kwamen en likten zijn zweren. 22 Het gebeurde nu dat de bedelaar stierf en door de engelen in de schoot van Abraham gedragen werd. 23 En ook de rijke man stierf en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen opsloeg, waar hij in pijn verkeerde, zag hij Abraham van ver en Lazarus in zijn schoot. 24 En hij riep en zei: Vader Abraham, ontferm u over mij en stuur Lazarus naar mij toe en laat hem de top van zijn vinger in het water dopen en mijn tong verkoelen, want ik lijd vreselijk pijn in deze vlam. 25 Abraham echter zei: Kind, herinner u dat u het goede deel ontvangen hebt in uw leven en Lazarus evenzo het kwade. En nu wordt hij vertroost en u lijdt pijn.

De barmhartige Samaritaan:

Na de dood van koning Salomo werd de Joodse natie gesplitst en ontstonden er twee koninkrijken, het zuidelijke 2 stammen rijk Juda en het noordelijke 10 stammen rijk Israël. De tempel stond in het zuidelijke koninkrijk Juda in Jeruzalem en ook de Levitische priesters dienden daar.
Samaria, de stad, was de hoofdstad van het noordelijke koninkrijk Israël. Het was ook de naam voor het gebied of het land eromheen.
Na de Assyrische belegering van de stad Samaria werden er velen gedeporteerd uit het land Samaria, en weer later werden er nieuwe bewoners uit andere landen naar de steden van Samaria gezonden.
Deze nieuwe bewoners brachten hun eigen religie en hun eigen goden mee:

HerzSt (2 Koningen 17:24) 24 De koning van Assyrië bracht mensen uit Babel, uit Chuta, uit Avva, uit Hamath en Sefarvaïm, en liet hen in de steden van Samaria wonen, in plaats van de Israëlieten. Zij namen Samaria in bezit en woonden in zijn steden.

De Samaritanen hadden betrekkingen met de nieuwe bewoners. Vervolgens werden zij door  de Joden uit het koninkrijk Juda niet geaccepteerd omdat zij de ‘gemengde’ Samaritanen niet als echte Joden beschouwden en zij ook naar hun mening niet het zuivere Joodse geloof navolgden.
Van oudsher bestonden de Samaritaanse religieuze geschriften slechts uit de vijf boeken van Mozes, en dan nog uitsluitend in hun eigen herziene tekst, bekend als de Samaritaanse Pentateuch.
Ook Jezus beschouwde de Samaritanen als geen zuivere Joden:

HerzSt (Mattheüs 10:5-6) 5 Deze twaalf zond Jezus uit en Hij gebood hun: U zult u niet op weg begeven naar de heidenen en u zult geen enkele stad van de Samaritanen binnengaan, 6 maar ga liever naar de verloren schapen van het huis van Israël.

De kortste route van Jeruzalem (Judea) naar de provincie Galilea liep dwars door Samaria.
Toen Jezus te drinken vroeg aan een Samaritaanse vrouw uit Sichar reageerde deze dan ook verbaasd:

HerzSt (Johannes 4:9) 9 De Samaritaanse vrouw dan zei tegen Hem: Hoe vraagt U, Die een Jood bent, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want Joden hebben geen omgang met Samaritanen.

Hoewel de Joden de Samaritanen minachten, deed Jezus dat niet. Jezus begon persoonlijk onderwijs te geven aan de Samaritaanse vrouw over het levende water dat alle dorst lest. (Johannes 4:1-30)
De minachtende houding van de Joden ten aanzien van de Samaritanen bood Jezus de gelegenheid om hierover onderwijs te geven over onvoorwaardelijk goeddoen oftewel barmhartigheid:

HerzSt (Lukas 10:29-37) 29 Maar hij (een wetgeleerde) wilde zichzelf rechtvaardigen en zei tegen Jezus: Wie is mijn naaste? 30 Jezus antwoordde en zei: Een man ging van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers, die hem de kleren uittrokken, hem daarbij slagen toedienden en hem bij hun vertrek halfdood lieten liggen. 31 Toevallig kwam er een priester langs diezelfde weg, en toen hij hem zag, ging hij aan de overkant voorbij. 32 Evenzo ging ook een Leviet, toen hij op die plek kwam en hem zag, aan de overkant voorbij. 33 Maar een Samaritaan die op reis was, kwam in zijn buurt, en toen hij hem zag, was hij met innerlijke ontferming bewogen. 34 En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden en goot er olie en wijn op. Hij tilde hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. 35 En toen hij de volgende dag wegging, haalde hij twee penningen tevoorschijn, en hij gaf ze aan de waard en zei tegen hem: Zorg voor hem, en wat u verder aan kosten maakt, zal ik u geven als ik terugkom. 36 Wie van deze drie denkt u dat de naaste geweest is van hem die in handen van de rovers gevallen was? 37 En hij zei: Degene die hem barmhartigheid bewezen heeft. Jezus zei tegen hem: Ga heen en doet u evenzo.

We kunnen zondigen door nalatigheid van barmhartigheid, wanneer we niet hebben gedaan, wat redelijkerwijs van ons verwacht kon worden:

HerzSt (Mattheüs 25:31-41) 31 Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. 32 En vóór Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. 33 En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand. 34 Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld. 35 Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald. 36 Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen. 37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven? 38 Wanneer hebben wij U als een vreemdeling gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? 39 Wanneer hebben wij U ziek gezien of in de gevangenis en zijn bij U gekomen? 40 En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan. 41 Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is.

In de eerste christelijke gemeenten was het vanzelfsprekend om barmhartig te zijn voor weduwen, wezen en armen:

HerzSt (Handelingen 6:1) 1 In die dagen, toen het aantal discipelen steeds toenam, ontstond er gemor van de Griekssprekenden tegen de Hebreeën, omdat hun weduwen bij het dagelijkse dienstbetoon over het hoofd gezien werden.

HerzSt (Romeinen 15:26) 26 want de gemeenten van Macedonië en Achaje hebben het goedgevonden enige handreiking te doen aan de armen onder de heiligen in Jeruzalem.

HerzSt (1 Timotheüs 5:16) 16 Als een gelovige man of gelovige vrouw weduwen in de familie heeft, laten zij die bijstaan en laat de gemeente daarmee niet belast worden, opdat die hulp kan geven aan hen die werkelijk weduwen zijn.

Het getuigt van barmhartigheid om ons over armen te ontfermen:

HerzSt (Spreuken 19:17) 17 Wie zich ontfermt over de arme, leent uit aan de HEERE. Hij zal hem zijn weldaad vergelden.

Rechtvaardigheid – leven volgens de Goddelijke maatstaf

God is rechtvaardig:

HerzSt (Johannes 17:25) 25 Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend, maar Ik heb U gekend, en dezen hebben erkend dat U Mij gezonden hebt.

Rechtvaardigheid blijkt ook uit wat iemand zegt:

HerzSt (Mattheüs 12:36-37) 36 Maar Ik zeg u dat de mensen van elk nutteloos woord dat zij zullen spreken, rekenschap moeten geven op de dag van het oordeel. 37 Want op grond van uw woorden zult u rechtvaardig verklaard worden, en op grond van uw woorden zult u veroordeeld worden.

We moeten in ieder geval rechtvaardiger zijn dan de geestelijke leiders in Jezus dagen:

HerzSt (Mattheüs 23:27-28) 27 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u bent als de witgepleisterde graven, die vanbuiten wel mooi lijken, maar vanbinnen zijn ze vol doodsbeenderen en allerlei onreinheid. 28 Zo lijkt u ook wel vanbuiten rechtvaardig voor de mensen, maar vanbinnen bent u vol huichelarij en wetteloosheid.

HerzSt (Mattheüs 5:20) 20 Want Ik zeg u: Als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan.

Wie in kleine dingen rechtvaardig is, is ook in grote zaken rechtvaardig:

HerzSt (Lukas 16:10-12) 10 Wie trouw is in het minste, is ook in het grote trouw. En wie onrechtvaardig is in het minste, is ook in het grote onrechtvaardig. 11 Als u dan wat betreft de onrechtvaardige mammon niet trouw bent geweest, wie zal u het ware toevertrouwen? 12 En als u wat betreft het goed van een ander niet trouw bent geweest, wie zal u het uwe geven?

Jezus brengt verdeeldheid tussen rechtvaardigen en onrechtvaardigen zelfs binnen een gezin:

HerzSt (Lukas 12:49-53) 49 Ik ben gekomen om vuur te werpen op de aarde en wat wil Ik nog meer, nu het al ontstoken is! 50 Maar Ik moet met een doop gedoopt worden, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is. 51 Denkt u dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde? Nee, zeg Ik u, maar eerder verdeeldheid. 52 Want van nu aan zullen er vijf in één huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie. 53 Zij zullen tegen elkaar verdeeld zijn: vader tegen zoon, en zoon tegen vader, moeder tegen dochter, en dochter tegen moeder, schoonmoeder tegen haar schoondochter, en schoondochter tegen haar schoonmoeder.

Tot slot

Van christenen wordt verlangd dat ze rechtvaardig en barmhartig zijn en goede werken doen:

HerzSt (Mattheüs 5:16) 16 Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.

Maar wat zegt de Schrift dan hoe we omgaan met deze wereld waar we geen deel van zijn:

HerzSt (1 Petrus 2:11) 11 Geliefden, ik roep u op als bijwoners en vreemdelingen u te onthouden van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen de ziel.

God is een God van orde:

HerzSt (Romeinen 13:1-2) 1 Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, 2 zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen.

Jezus zei het eens zo:

HerzSt (Mattheüs 22:20-21) 20 En Hij zei tegen hen: Van wie is deze afbeelding en het opschrift? 21 Zij zeiden tegen Hem: Van de keizer. Toen zei Hij tegen hen: Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.

Jezus nam nooit een politieke stelling in, zoals Hij wel had kunnen doen tegen de Romeinse overheersing.
Christenen vormen in deze wereld (ook in politieke meningen) geen ongelijk span met ongelovigen:

HerzSt (2 Korinthiërs 6:14,17) 14 Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid, en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis?….. 17 Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen,…

Tot zover dit gedeelte over nederigheid, goedheid, barmhartigheid en rechtvaardigheid. In het volgende gedeelte – Jezus de beloofde Messias deel 6 – gaan we verder met Jezus belangrijke onderwijs over het beloofde Koninkrijk.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

4. De beloofde Messias

Jezus-Messias-4.pdf

Een uiteenzetting van Jezus leven bedoeld voor jong tot oud, om de diepere betekenis van de Messias duidelijk te maken.

In het vorige gedeelte; deel 3, hebben we uitgebreid gesproken over de geestelijke leiders in Jezus dagen en hoe Jezus hen corrigeerde:

HerzSt (Lukas 11:52-54) 52 Wee u, wetgeleerden, want u hebt de sleutel van de kennis weggenomen. Zelf bent u niet binnengegaan en u hebt hen die binnengingen, tegengehouden. 53 Toen Hij deze dingen tegen hen zei, begonnen de schriftgeleerden en Farizeeën hevig tegen Hem tekeer te gaan en dwongen zij Hem Zich over veel dingen uit te spreken: 54 zij spanden strikken voor Hem om iets uit Zijn mond op te vangen, opdat zij Hem zouden kunnen beschuldigen

Jezus sprak in Zijn onderwijs dikwijls over hoe belangrijk ‘vergeven’ is en benadrukte dat het diepgaande gevolgen heeft wanneer we niet vergeven:

HerzSt (Mattheüs 6:14-15) 14 Want als u de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader u ook vergeven. 15 Maar als u de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven.

Het vergeven van onze naaste zal het thema zijn van dit schrijven, vooral hoe Jezus hier mee omging, hoe Jezus handelde en wat Zijn onderwijs was, alsmede het onderwijs in de Schrift.

Thema: Het ‘vergeven’ van onze naaste

Gekwetst worden

We worden als christenen allemaal zo nu en dan gekwetst,
Soms worden we genegeerd, soms verloochend of met fijne maniertjes gekwetst.
Weer anderen haten ons, of drijven de spot met ons.
Spotten is een minachtende communicatie.
Maar sommigen christenen wordt helaas grove onrechtvaardigheid aangedaan.

Wat is vergeven

Het vergeven waar Jezus over spreekt is het schenken van vergiffenis aan een zondaar, geen toorn meer jegens hem koesteren wegens zijn overtreding en geen aanspraak op vergelding meer hebben.

Gandhi zei ooit: Vergeven kun je niet als je zwak bent.
Vergevingsgezindheid is een kenmerk van de sterkeren.
Het oorspronkelijke Griekse woord ‘aphesis’ betekent letterlijk loslaten, complete vergeving.
Dit kan je bereiken door tot God te bidden om je de kracht te geven om hetgeen gebeurd is los te laten, hoe de ander er ook nog tegenover staat.
Vergeven is iets anders dan verzoenen. Het beste is dat de persoon die jou heeft gekwetst het spijt en dat hij of zij het wil rechtzetten. Dan kan er ook verzoening plaats vinden.
Maar soms gebeurt dat niet en kun je toch vergeven, zodat het je niet meer emotioneel raakt.
Je kan bidden voor degene die je gekwetst heeft.
Het is vervolgens ook geen probleem meer de persoon in kwestie te ontmoeten of zelfs lief te hebben.
Vergeven betekent daarom niet dat je goedkeurt wat de ander je heeft aangedaan, dat je er excuses voor bedenkt. Vergeven is gewoon je woede loslaten en dat je niet meer zint op wraak.

Hoe begint vergeven

Vergeven begint met zelfbewustzijn, beseffen dat je zelf ook fouten maakt:

HerzSt (Mattheüs 6:12) 12 En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven

Het vergeven van anderen is een keuze maken, van het willen vergeven.
Het is een natuurlijke reactie dat je toornig en verdrietig bent als je iets ergs is overkomen. Maar door er over te praten (vooral in gebed) verwerk je die gevoelens en worden ze met de tijd minder, net als bij rouwverwerking. Met vergeven laat je weer vrede in je leven toe:

HerzSt (Epheziers 4: 25-27) 25 Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid, ieder tegen zijn naaste; wij zijn immers leden van elkaar. 26 Word boos, maar zondig niet; laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, 27 en geef de duivel geen plaats.

HerzSt (1 Thessalonicenzen 5:9) 9 Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus Christus,

HerzSt (1 Timotheüs 2:8) 8 Ik wil dan dat de mannen op alle plaatsen bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en meningsverschil.

HerzSt (Jakobus 1:19-20) 19 Zo dan, mijn geliefde broeders, ieder mens moet haastig zijn om te horen, maar traag om te spreken en traag tot toorn. 20 De toorn van een man brengt immers geen gerechtigheid voor God teweeg.

Het is goed om te beseffen dat God de mens als persoon zal scheiden van zijn daden . Hij heeft de zondaar lief, maar zijn zondige levensstijl haat Hij. God stuurde zijn Zoon naar de aarde, vanwege de liefde die Hij voor de mensen had.

Wanneer wij anderen vergeven worden wij ook zelf vergeven

HerzSt (Marcus 11:25-26) 25 En wanneer u staat te bidden, vergeef als u tegen iemand iets hebt, opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, u uw overtredingen vergeeft. 26 Maar als u niet vergeeft, zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook uw misdaden niet vergeven.

HerzSt (1 Johannes 3:14) 14 Wij weten dat wij zijn overgegaan uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben; wie zijn broeder niet liefheeft, blijft in de dood.

HerzSt (Lukas 6:37) 37 Oordeel niet en u zult niet geoordeeld worden; veroordeel niet en u zult niet veroordeeld worden; laat los en u zult losgelaten worden.

HerzSt (2 Petrus 1:9) 9 Immers, bij wie deze dingen niet aanwezig zijn, die is blind en kortzichtig, omdat hij de reiniging van zijn vroegere zonden vergeten is.

HerzSt (Johannes 20:23) 23 Als u iemands zonden vergeeft, worden ze hem vergeven; als u ze hem toerekent, blijven ze hem toegerekend.

Vergeving in het Oude Testament

Hoe was vergeving van zonden voor de Joden geregeld in het Oude Testament?

HerzSt (Leviticus 19:17-18) 17 U mag in uw hart uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen zonde op hem laadt. 18 U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE.

Door deze dieroffers was het mogelijk dat  onder de wet barmhartigheid kon worden betoond door onze hemelse Vader, zie hiervoor Leviticus hoofdstuk 4:

HerzSt (Hebreeën 9:22) 22 En bijna alles wordt volgens de wet door bloed gereinigd, en zonder het vergieten van bloed vindt er geen vergeving plaats.

Uit deze wet (van Mozes) blijkt dat, hoewel de wet streng was jegens de opzettelijke, onberouwvolle zondaar, er van de andere zijde genoeg ruimte werd gelaten om de betrokken persoon die onopzettelijk gezondigd had weer te rehabiliteren.
Voor de opzettelijke zondaar was geen plek binnen het Joodse volk van God:

HerzSt (Numeri 15:29-31 29 Voor de ingezetene onder de Israëlieten, en voor de vreemdeling die in hun midden verblijft: één wet geldt voor u, voor hem die zonder opzet zonde doet. 30 Maar de persoon die iets met opgeheven hand doet, van de ingezetenen of van de vreemdelingen, die lastert de HEERE: die persoon moet uit het midden van zijn volk uitgeroeid worden, 31 want hij heeft het woord van de HEERE veracht en Zijn gebod verbroken. Die persoon moet beslist uitgeroeid worden, zijn ongerechtigheid is op hem.

Wel was er sinds de uittocht uit Egypte een jaarlijkse herdenking aan hun Goddelijke redding, het Pascha.
Het Pascha-lam moest aan de volgende eigenschappen voldoen:

HerzSt (Exodus 12:5-6) 5 U moet een lam zonder enig gebrek hebben, een mannetje van een jaar oud. U moet het van de schapen of van de geiten nemen. 6 U moet het in bewaring houden tot de veertiende dag van deze maand, en heel de verzamelde gemeenschap van Israël zal het slachten tegen het vallen van de avond.

Het Pascha-lam was jaarlijks nodig tot de de dood van het Lam Gods. (zie Johannes 1:29)
Jezus, de zondeloze Zoon van God, stief voor ons en werd het vlekkeloze Lam voor onze zonden. Jezus kocht onze vergeving toen Hij voor ons stierf, zijn dood betekent voor ons redding:

HerzSt (Mattheüs 26:28) 28 want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.

HerzSt (Hebreeën 10:16-18) 16 Want na eerst gezegd te hebben: Dit is het verbond, dat Ik met hen na die dagen zal sluiten, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun hart geven en Ik zal die in hun verstand schrijven, 17 en aan hun zonden en hun wetteloze daden zal Ik beslist niet meer denken. 18 Waar er nu vergeving voor is, is er geen offer voor de zonde meer nodig.

Niet snel beledigd of gekwetst worden

Jezus gaf ons een voorbeeld met de bedoeling, dat we ons niet snel laten beledigen:

HerzSt (Lukas 6: 29-35) 29 Bied hem die u op de ene wang slaat, ook de andere. Verhinder hem die het bovenkleed van u afpakt, niet ook uw onderkleed te nemen. 30 Maar geef aan ieder die iets van u vraagt, en eis niet terug van hem die neemt wat van u is. 31 En zoals u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo. 32 En als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. 33 En als u goeddoet aan hen die u goeddoen, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars doen hetzelfde. 34 En als u leent aan hen van wie u hoopt terug te ontvangen, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars lenen aan zondaars, om hetzelfde terug te ontvangen. 35 Maar heb uw vijanden lief en doe goed, en leen zonder te hopen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn en zult u kinderen van de Allerhoogste zijn, want Hij is goedertieren over de ondankbaren en slechten.

De andere wang toekeren heeft hier betrekking op de verbale belediging, niet op fysiek geweld.

Onze naaste en onze vijand liefhebben

Het klinkt in eerste instantie tegenstrijdig om onze vijanden lief te hebben, toch is dat wat Jezus ons leerde:

HerzSt (Lukas 6: 27-28) 27 Maar Ik zeg tegen u die dit hoort: Heb uw vijanden lief; doe goed aan hen die u haten. 28 Zegen hen die u vervloeken, en bid voor hen die u belasteren.

Merk op dat Jezus spreekt over goeddoen die u haten en slechtheid met goedheid beantwoorden.
Iemand liefhebben kan na onrechtvaardigheid soms moeilijk zijn, maar dat is wel wat Jezus ons leerde:

HerzSt (Mattheüs 22:35-40) 35 En een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem te verzoeken: 36 Meester, wat is het grote gebod in de wet? 37 Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dit is het eerste en het grote gebod. 39 En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. 40 Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.

Paulus zei het eens zo:

HerzSt (Romeinen 12:20) 20 Als dan uw vijand honger heeft, geef hem te eten, als hij dorst heeft, geef hem te drinken, want door dat te doen, zult u vurige kolen op zijn hoofd hopen.

Die vurige kolen moeten we opvatten als het geweten dat gaat spreken omdat de dader spijt krijgt van zijn gedrag, als hij ziet dat de ander het goede met hem voorheeft.

Het hart

Het ‘fysieke’ hart is het orgaan in het lichaam, dat zorgt voor het rondpompen van het bloed. Het ‘geestelijke’ hart staat volgens de Schrift voor de persoonlijke eigenschappen, de persoonlijkheid.

HerzSt (Mattheüs 9:4) 4 En Jezus, die hun gedachten zag, zei: Waarom overweegt u verkeerde dingen in uw hart?

HerzSt (Mattheüs 15:18-19) 18 Maar de dingen die uit de mond komen, komen voort uit het hart, en die verontreinigen de mens. 19 Want uit het hart komen voort kwaadaardige overwegingen, alle moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, lasteringen.

Christenen moeten goede dingen in hun hart opbergen:

NBV (Lukas 6:45) 45 Een goed mens brengt uit de goede schatkamer van zijn hart het goede voort, maar een slecht mens brengt uit zijn slechte schatkamer het kwade voort; want waar het hart vol van is daar loopt de mond van over.

HerzSt (Efeziërs 4:17-18) 17 Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Heere, dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken,18 verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart.

NBV (1 Timotheüs 1:5) 5 Het doel van je opdracht is de liefde die voortkomt uit een rein hart, een zuiver geweten en een oprecht geloof.

Geen haat ontwikkelen maar liefde ontwikkelen

Wees eerlijk. Bedenk dat niemand volmaakt is, ook u niet:

HerzSt (Jakobus 3:2) 2 Want wij struikelen allen in veel opzichten. Als iemand in woorden niet struikelt, is hij een volmaakt man, die bij machte is om ook het hele lichaam in toom te houden.

HerzSt (Efeze 4:32) 32 maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.

HerzSt (Kolossenzen 3:13) 13 Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.

Wederzijdse vergeving tussen Christenen

Wanneer christenen zondigen tegen elkaar, kan het gevolgen hebben binnen de christelijke gemeente:

HerzSt (Mattheüs 18:21-22) 21 Toen kwam Petrus naar Hem toe en zei: Heere, hoeveel keer zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? 22 Jezus zei tegen hem: Ik zeg u: niet tot zevenmaal, maar tot zeventig maal zevenmaal.

HerzSt (Mattheüs 5:21-24) 21 U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult niet doden; en: Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden. 22 Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank. En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka! zal schuldig bevonden worden door de Raad; maar al wie zegt: Dwaas! die zal schuldig bevonden worden tot het helse vuur. 23 Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, 24 laat uw gave daar bij het altaar achter en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave.

HerzSt (Mattheüs 7:1-5) 1 Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt; 2 want met het oordeel waarmee u oordeelt, zult u zelf geoordeeld worden; en met welke maat u meet, zal er bij u ook gemeten worden. 3 Waarom ziet u wel de splinter in het oog van uw broeder, maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op? 4 Of, hoe zult u tegen uw broeder zeggen: Laat toe dat ik de splinter uit uw oog haal; en zie, er is een balk in uw eigen oog? 5 Huichelaar, haal eerst de balk uit uw oog en dan zult u goed kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder te halen.

HerzSt (1 Petrus 4:8) 8 Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.

HerzSt (2 Korinthe 2:7) 7 Zodat u hem daarentegen liever moet vergeven en bemoedigen, opdat zo iemand niet misschien door al te grote droefheid wordt verteerd.

Jezus zei niet dat we alles in de doofpot moeten stoppen. Wanneer onze broeder of zuster in zonde leeft, is het niet goed om het met de mantel der liefde te bedekken. Dan moeten we de bewuste persoon zachtmoedig terechtwijzen. Zachtmoedigheid tonen is niet vergoeilijken:

HerzSt (Galaten 6:1) 1 Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige overtreding komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt.

HerzSt (Mattheüs 18:15-17) 15 Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. 16 Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. 17 Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn.

Vergeven worden door God

Ook voor jezelf kun je vergeving nodig hebben.
Door je eigen fouten te erkennen als je zelf een zondaar bent, en wanneer je jouw fouten belijdt tegenover God, zal Hij ook jou vergeven op basis van het offer van Jezus:

HerzSt (Hebreeën 12:5) 5 En u bent de vermaning vergeten waarmee u als kinderen wordt aangesproken: Mijn zoon, acht de bestraffing van de Heere niet gering en bezwijk niet, als u door Hem terechtgewezen wordt.

Wanneer God ons heeft vergeven, dan worden onze fouten niet meer herdacht:

HerzSt (Hebreeën 8: 12) 12 Want Ik zal wat hun ongerechtigheden betreft genadig zijn en aan hun zonden en hun wetteloos gedrag beslist niet meer denken.

Alhoewel wij als Christenen een andere Christen ten allen tijde moeten vergeven, zal God een Christen niet vergeven als deze geen berouw toont:

HerzSt (Mattheus 18: 23-27) 23 Daarom kan het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met een zeker koning die afrekening wilde houden met zijn dienaren. 24 Toen hij begon af te rekenen, werd er iemand bij hem gebracht die hem tienduizend talenten schuldig was. 25 En toen hij niet kon betalen, gaf zijn heer opdracht dat men hem zou verkopen, én zijn vrouw en kinderen en alles wat hij had, en dat de schuld betaald moest worden. 26 De dienaar dan knielde voor hem neer en zei: Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen. 27 En de heer van deze dienaar was innerlijk met ontferming bewogen, liet hem gaan en schold hem de schuld kwijt.

De koning uit bovenstaand verhaal vergaf een dienaar die een grote schuld bij hem had.
Deze dienaar toonde helaas geen berouw:

HerzSt (Mattheus 18: 28-35) 28 Maar deze dienaar ging naar buiten en trof een van zijn mededienaren aan, die hem honderd penningen schuldig was. Hij pakte hem beet, greep hem bij de keel en zei: Betaal mij wat u schuldig bent. 29 Zijn mededienaar dan liet zich voor hem neervallen en smeekte hem: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen. 30 Hij wilde echter niet, maar ging heen en wierp hem in de gevangenis, totdat hij de schuld betaald zou hebben. 31 Toen zijn mededienaren zagen wat er gebeurd was, werden zij erg bedroefd; zij gingen naar hun heer en vertelden hem alles wat er gebeurd was. 32 Toen riep zijn heer hem bij zich en zei tegen hem: Slechte dienaar, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, omdat u mij dat smeekte. 33 Had ook u geen medelijden moeten hebben met uw mededienaar, zoals ik ook medelijden met u had? 34 En zijn heer, boos als hij was, gaf hem aan de pijnigers over, totdat hij alles wat hij hem schuldig was, betaald zou hebben. 35 Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als niet ieder van u van harte de misdaden van zijn broeder vergeeft.

De koning uit het voorbeeld van Jezus zei tegen deze dienaar: “Slechte dienaar!” (vers 32)
De niet-vergevende dienaar werd vervolgens overgeleverd aan de ‘pijnigers’.(vers 34)
Deze pijnigers, die de schuld komen innen, betekenen niet veel goeds voor deze dienaar.
Daarom moeten wij volgens Jezus ons uiterste best doen om onze naasten te vergeven.

Zondigen tegen de Heilige Geest kan niet worden vergeven:

HerzSt (Mattheüs 12:31-32) 31 Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden. 32 En wie een woord spreekt tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, het zal hem niet vergeven worden, niet in deze eeuw, en ook niet in de komende.

De berouwvolle vrouw en de Farizeeër

Bij een bepaalde gelegenheid wordt Jezus uitgenodigd door een nieuwsgierige Farizeeër om een hapje te komen eten:

HerzSt (Lukas 7:36-39) 36 En een van de Farizeeën vroeg of Hij bij hem kwam eten; en toen Hij het huis van de Farizeeër binnengegaan was, lag Hij aan. 37 En zie, een vrouw in de stad die een zondares was, kwam te weten dat Hij in het huis van de Farizeeër aanlag, en zij bracht een albasten fles met zalf mee. 38 En staande achter Zijn voeten, begon zij huilend Zijn voeten nat te maken met tranen, en zij droogde ze af met het haar van haar hoofd, en zij kuste Zijn voeten en zalfde ze met de zalf. 39 Toen de Farizeeër die Hem uitgenodigd had, dat zag, zei hij bij zichzelf: Deze Man zou, als Hij een profeet was, wel weten wie en wat voor vrouw het is die Hem aanraakt, want zij is een zondares.

De Farizeeër meende dat Jezus geen profeet kon zijn, omdat Jezus de zondige vrouw niet berispte.
Jezus had dat door en kwam vervolgens met een opmerkelijke vraag:

HerzSt (Lukas 7:40-50) 40 Maar Jezus antwoordde en zei tegen hem: Simon, Ik heb u iets te zeggen. Hij zei: Meester, zeg het. 41 Jezus zei: Een zekere schuldeiser had twee schuldenaars; de één was vijfhonderd penningen schuldig en de ander vijftig. 42 Toen zij niets hadden om te betalen, schold hij het hun beiden kwijt. Zeg dan: Wie van hen zal hem meer liefhebben? 43 Simon antwoordde en zei: Ik denk dat hij het is aan wie hij het meeste kwijtgescholden heeft. Hij zei tegen hem: U hebt juist geoordeeld. 44 En Hij keerde Zich om naar de vrouw en zei tegen Simon: Ziet u deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen: water voor Mijn voeten hebt u niet gegeven, maar zij heeft Mijn voeten met tranen natgemaakt en met het haar van haar hoofd afgedroogd; 45 u hebt Mij geen kus gegeven, maar vanaf het moment dat zij binnengekomen is, heeft zij niet opgehouden Mijn voeten te kussen; 46 met olie hebt u Mijn hoofd niet gezalfd, maar zij heeft Mijn voeten met zalf gezalfd. 47 Daarom zeg Ik u: Haar zonden, die veel waren, zijn haar vergeven, want zij heeft veel liefgehad; maar aan wie weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief. 48 En Hij zei tegen haar: Uw zonden zijn u vergeven. 49 En zij die mee aanlagen, begonnen bij zichzelf te zeggen: Wie is Deze Die ook zonden vergeeft? 50 Maar Hij zei tegen de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede!

Jezus liet met dit voorbeeld de Farizeeër over zijn eigen gedrag nadenken, om veranderingen aan te brengen in zijn eigen gedrag.

Gehaat worden om het Christelijk geloof

HerzSt ( Mattheüs 10:22) 22 En u zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.

HerzSt (Lukas 6:27) 27 Maar Ik zeg tegen u die dit hoort: Heb uw vijanden lief; doe goed aan hen die u haten.

HerzSt (Mattheüs 10:16-22, 28) 16 Zie, Ik zend u als schapen te midden van de wolven; wees dus bedachtzaam als de slangen en oprecht als de duiven. 17 Maar wees op uw hoede voor de mensen, want zij zullen u overleveren aan raadsvergaderingen, en in hun synagogen zullen zij u geselen. 18 En u zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden omwille van Mij, tot een getuigenis voor hen en de heidenen. 19 Maar wanneer zij u overleveren, moet u niet bezorgd zijn hoe of wat u spreken moet, want het zal u op dat moment gegeven worden wat u spreken moet. 20 Want u bent het niet die spreekt, maar de Geest van uw Vader, Die in u spreekt. 21 De ene broer zal de andere broer overleveren om gedood te worden, en de vader het kind, en de kinderen zullen tegen de ouders opstaan en hen doden. 22 En u zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden………….28 En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.

HerzSt (Lukas 6:22) 22 Zalig bent u, wanneer de mensen u haten, en wanneer zij u uitstoten en u smaden en uw naam als slecht verwerpen omwille van de Zoon des mensen.

HerzSt (Johannes 15:20-25) 20 Herinner u het woord dat Ik u gezegd heb: Een dienaar is niet meer dan zijn heer. Als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook u vervolgen; als zij Mijn woord in acht genomen hebben, zullen zij ook het uwe in acht nemen. 21 Maar al deze dingen zullen zij u aandoen omwille van Mijn Naam, omdat zij Hem niet kennen Die Mij gezonden heeft. 22 Als Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, hadden zij geen zonde, maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde. 23 Wie Mij haat, haat ook Mijn Vader. 24 Als Ik onder hen niet de werken gedaan had die niemand anders gedaan heeft, hadden zij geen zonde, maar nu hebben zij ze gezien en Mij en Mijn Vader gehaat. 25 Maar het woord moet vervuld worden dat in hun wet geschreven is: Zij hebben mij zonder reden gehaat.

HerzSt (Johannes 17:14) 14 Ik heb hun Uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben.

HerzSt (1 Petrus 2: 21-23) 21 Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen; 22 Hij, Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is; 23 Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt;

Vergeving van niet-Christenen

Paulus had de kopersmid Alexander vergeven en liet vervolgens de vergelding over aan de Heer:

HerzSt (2 Timotheüs 4:14-17) 14 Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad aangedaan. Moge de Heere hem vergelden naar zijn werken. 15 Wees ook zelf voor hem op uw hoede, want hij is krachtig tegen onze woorden ingegaan. 16 Bij mijn eerste verdediging was er niemand die mij bijstond, maar zij hebben mij allen verlaten. Moge het hun niet toegerekend worden. 17 Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht gegeven, opdat door mij de prediking volbracht zou worden en alle heidenen die zouden horen. En ik ben uit de muil van de leeuw verlost.

Als we slechtheid met goedheid beantwoorden, dan is het niet ondenkbaar dat sommigen tot geloof komen in de Zoon van God, wat noodzakelijk is voor redding:

HerzSt (2Thess.1:8-9) 8 wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. 9 Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht,

HerzSt (Openbaring 20:15) 15 En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.

Christenen gaan confrontaties uit de weg

Jezus zocht de confrontaties niet op en ging de confrontaties eerder uit de weg:

HerzSt (Johannes 7:2-11) 2 En het feest van de Joden, het Loofhuttenfeest, was aanstaande. 3 Zijn broers dan zeiden tegen Hem: Vertrek vanhier en ga weg naar Judea, zodat ook Uw discipelen de werken die U doet kunnen zien. 4 Want niemand doet iets in het verborgene, en streeft er tegelijk zelf naar dat men openlijk over hem spreekt. Als U deze dingen doet, maak Uzelf dan openbaar aan de wereld. 5 Want ook Zijn broers geloofden niet in Hem. 6 Jezus dan zei tegen hen: Mijn tijd is nog niet aangebroken, maar uw tijd is er altijd. 7 De wereld kan u niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van haar getuig dat haar werken slecht zijn. 8 Gaat u naar dit feest; Ik ga nog niet naar dit feest, want Mijn tijd is nog niet vervuld. 9 En nadat Hij dit tegen hen gezegd had, bleef Hij in Galilea. 10 Maar toen Zijn broers naar het feest gegaan waren, toen ging Hij ook Zelf naar het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen. 11 De Joden dan zochten Hem op het feest en zeiden: Waar is Hij?

Wees voorbereid op onrecht

Als Jezus bemerkte dat de aanbidding van Zijn Vader groot onrecht werd aangedaan, greep Jezus steeds in.
Zoals in onderstaand gedeelte bij de onrechtvaardige handel in de tempel te Jeruzalem:

HerzSt (Johannes 2:13-17) 13 En het Pascha van de Joden was nabij en Jezus ging naar Jeruzalem. 14 En Hij trof in de tempel mensen aan die runderen, schapen en duiven verkochten, en de geldwisselaars die daar zaten. 15 En nadat Hij een gesel van touwen gemaakt had, dreef Hij ze allen de tempel uit, ook de schapen en de runderen. En het geld van de wisselaars wierp Hij op de grond en de tafels keerde Hij om. 16 En Hij zei tegen hen die de duiven verkochten: Neem deze dingen vanhier weg, maak niet het huis van Mijn Vader tot een huis van koophandel. 17 En Zijn discipelen herinnerden zich dat er geschreven is: De ijver voor Uw huis heeft mij verslonden.

Jezus schaamde zich nooit voor Zijn onderwijs en Zijn handelingen, zoals wanneer hij mensen genas op de Sabbath of wanneer Hij de Farizeeën en Sadduceeën aanduidde als addergebroed.
Dat is ook een voorbeeld voor ons, om ons niet voor de Christus en onze hemelse Vader te schamen, maar in het openbaar ons geloof te verdedigen.
We hoeven als Christenen ook niet lijdzaam toe te kijken en te accepteren als ons groot onrecht staat te wachten:

HerzSt (Mattheüs 24:43) 43 Maar weet dit, dat als de heer des huizes geweten had in welke nachtwake de dief komen zou, hij waakzaam geweest zou zijn, en niet in zijn huis zou hebben laten inbreken.

HerzSt (Mattheüs 10:23) 23 Wanneer ze u in de ene stad vervolgen, vlucht dan naar de andere,….

HerzSt (Lucas 21:34-36) 34 Wees op uw hoede dat uw hart niet op enig moment bezwaard wordt door roes en dronkenschap en door zorgen over de alledaagse dingen, en dat die dag u niet onverwachts overkomt. 35 Want als een strik zal hij komen over allen die op het hele aardoppervlak wonen. 36 Waak dan te allen tijde en bid dat u waardig geacht zult worden om al die dingen die gebeuren zullen, te ontvluchten, en om te kunnen bestaan voor de Zoon des mensen.

De Geneesheer en Beschermer

Als Christenen kunnen we voor geestelijke genezing en ondersteuning altijd terecht bij Jezus en bij onze hemelse Vader:

HerzSt (Mattheüs 11:28-30) 28 Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. 29 Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; 30 want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht

HerzSt (Mattheüs 7:7-8) 7 Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. 8 Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt zal opengedaan worden.

HerzSt (Lukas 18:1-8) 1 En Hij sprak ook een gelijkenis tot hen met het oog daarop dat men altijd moet bidden en niet de moed verliezen. 2 Hij zei: Er was in een zekere stad een rechter die God niet vreesde en geen mens ontzag. 3 En er was een weduwe in dezelfde stad en zij kwam voortdurend naar hem toe en zei: Doe mij recht tegenover mijn tegenpartij. 4 En hij wilde een tijd lang niet. Daarna echter zei hij bij zichzelf: Hoewel ik God niet vrees en geen mens ontzie, 5 toch zal ik, omdat deze weduwe mij lastigvalt, haar recht doen, opdat zij uiteindelijk niet komt en mij in het gezicht slaat. 6 En de Heere zei: Hoor, wat de onrechtvaardige rechter zegt. 7 Zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, ook wanneer Hij lang wacht om hen te hulp te komen? 8 Ik zeg u dat Hij hun met spoed recht zal doen. …..

HerzSt (Lukas 4:16-18) 16 En Hij kwam in Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging naar Zijn gewoonte op de dag van de sabbat naar de synagoge, en Hij stond op om te lezen. 17 En aan Hem werd het boek van de profeet Jesaja gegeven, en toen Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats waar geschreven stond: 18 De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen wie gebroken van hart zijn,……. (zie hiervoor ook Jesaja 61:1-2)

HerzSt (Lukas 12:4-7) 4 En Ik zeg u, Mijn vrienden: Wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. 5 Maar Ik zal u laten zien voor Wie u bevreesd moet zijn: Wees bevreesd voor Hem Die, nadat Hij gedood heeft, ook macht heeft in de hel te werpen. Ja, Ik zeg u, wees bevreesd voor Hem! 6 Worden niet vijf musjes voor twee penninkjes verkocht? En niet een van die is bij God vergeten. 7 Ja, ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dan niet bevreesd: u gaat veel musjes te boven.

We kunnen wanneer ons onrecht wordt aangedaan altijd bij God terecht. God, de Almachtige, de volmaakt onpartijdige en rechtvaardige Rechter, die het allerbeste voor heeft met ons.
Naarmate we vertrouwen hebben in God als onze rechtvaardige Rechter, zijn we in staat om net als Jezus alle haat gevoelens los te laten en volkomen aan God over te geven. Het is bevrijdend en een zekerheid te weten, dat door God volmaakt rechtvaardig zal handelen.
Jezus en onze hemelse Vader zullen ons altijd beschermen:

HerzSt (Johannes 16:33) 33 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.

HerzSt (1 Korinthe 10:13) 13 Meer dan een menselijke verzoeking is u niet overkomen. En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan.

Wanneer we het onrecht aan God overlaten kunnen we ook de overtuiging hebben dat het onze verantwoording niet meer is:

HerzSt (Romeinen 12: 17-19) 17 Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. 18 Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in vrede met alle mensen. 19 Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere.

Zoals in het voorbeeld, dat Jezus gaf ten aanzien van zijn terechtstellers:

HerzSt (Lukas 23:34) 34 En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.

Of zoals in het geval van Paulus die bij de steniging van Stefanus aanwezig was:

HerzSt (Handelingen 7:59-60) 59 En zij stenigden Stefanus, terwijl deze Jezus aanriep en zei: Heere Jezus, ontvang mijn geest. 60 En terwijl hij op de knieën viel, riep hij met luide stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En toen hij dat gezegd had, ontsliep hij.

Paulus schreef later, dat hem ontferming was bewezen omdat hij het in zijn onwetendheid, uit ongeloof had gedaan:

HerzSt (1 Timotheüs 1:13) 13 mij, die vroeger een godslasteraar was, een vervolger en een verdrukker. Maar mij is barmhartigheid bewezen, omdat ik het in onwetendheid gedaan heb, in ongeloof.

Vredestichters

Christenen worden aangemoedigd vredestichters te zijn:

HerzSt (Mattheüs 5:9) 9 Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.

HerzSt (2 Korinthe 13:11) 11 Ten slotte, broeders, verblijd u, laat u terechtbrengen, laat u aansporen, wees eensgezind, leef in vrede. En de God van de liefde en de vrede zal met u zijn.

HerzSt (Filippenzen 4:7) 7 en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.

HerzSt (Johannes 13:34-35) 34 Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. 35 Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt.

HerzSt (Romeinen 16:20) 20 En de God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u. Amen.

Tot slot

Onze hemelse Vader en Jezus zullen hun Christelijke dienaren door de hele verdrukking heen ondersteunen en hen kracht geven.
De kracht van het gebed zal groot zijn en zal ons de kracht geven om onze vijanden lief te hebben:

HerzSt (Mattheüs 12:20) 20 Het geknakte riet zal Hij niet breken en de walmende vlaspit zal Hij niet doven, totdat Hij het oordeel uitvoert tot overwinning.

HerzSt (Johannes 3:18) 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

HerzSt (Openbaring 22:12) 12 En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn.

Tot zover dit gedeelte over vergeven. In het volgende gedeelte – Jezus de beloofde Messias deel 5 – gaan we verder met Jezus belangrijke onderwijs over onderwerpen als nederigheid, goedheid en barmhartigheid.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

3. De beloofde Messias

Jezus-Messias-3.pdf

Een uiteenzetting van Jezus leven bedoeld voor jong tot oud, om de diepere betekenis van de Messias duidelijk te maken.

In het vorige gedeelte; deel 2, hebben we uitgebreid de wereldheerser Satan besproken, degene die beslist niet onderschat mag worden:

HerzSt (2 Korinthe 4:4) 4 Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen.

Jezus ging geen enkele vijand uit de weg. Hij gaf prachtig en bijzonder onderwijs.
Hij was benaderbaar voor de armen en de zondaars en Hij liet ons zien, hoe we het beste kunnen leven in harmonie met Zijn woordenen moeten omgaan en hoe we onze naasten moeten behandelen.
De evangelist Johannes schreef over Jezus:

HerzSt (Johannes 1:9) 9 9 Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en ieder mens verlicht.

Het Christendom is daarom gebaseerd op een persoonlijke relatie met Jezus Christus:

HerzSt (Kolossenzen 1:16) 16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen.

Het uitkiezen van de 12 apostelen
Na een hele nacht in gebed tot God (Lukas 6:12) koos Jezus de 12 apostelen uit zijn discipelen:

HerzSt (Markus 3: 14-19) 14 En Hij stelde er twaalf aan om bij Hem te zijn, en om hen uit te zenden om te prediken, 15 en macht te hebben om de ziekten te genezen en de demonen uit te drijven. 16 En Simon gaf Hij de naam Petrus, 17 en verder Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, de broer van Jakobus – aan hen gaf Hij de naam Boanerges, wat ‘zonen van de donder’ betekent – 18 en Andreas en Filippus en Bartholomeüs en Mattheüs en Thomas en Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Thaddeüs en Simon Kananites, 19 en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.

Het gezin waar Jezus is opgegroeid
Jozef had geen gemeenschap met Maria totdat Jezus geboren was:

HerzSt (Mattheüs 1:25) 25 en hij had geen gemeenschap met haar totdat zij haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en hij gaf Hem de Naam Jezus.

Jezus had minstens zes broers en zussen, onder wie de (half)broers Jakobus, Joses, Simon en Judas en minimaal twee (half)zussen:

HerzSt (Mattheüs 13:55-56) 55 Is Dit niet de Zoon van de timmerman? En heet Zijn moeder niet Maria, en Zijn broers Jakobus en Joses, en Simon en Judas? 56 En Zijn zusters, zijn zij niet allen onder ons? ….

Het eerste teken wat Jezus deed op verzoek van zijn moeder op de bruiloft te Kana, Galilea, en was het veranderen van water in wijn:

HerzSt (Johannes 2:3-10) 3 En toen er een tekort aan wijn ontstond, zei de moeder van Jezus tegen Hem: Zij hebben geen wijn meer. 4 Jezus zei tegen haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn uur is nog niet gekomen. 5 Zijn moeder zei tegen de dienaars: Wat Hij ook tegen u zal zeggen, doe het. 6 En daar waren zes stenen watervaten neergezet, volgens het reinigingsgebruik van de Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten.(=inhoudsmaat) 7 Jezus zei tegen hen: Vul de watervaten met water. En zij vulden ze tot aan de rand. 8 En Hij zei tegen hen: Schep er nu iets uit en breng het naar de ceremoniemeester; en zij brachten het. 9 Toen nu de ceremoniemeester het water geproefd had, dat wijn geworden was – hij wist niet waar de wijn vandaan kwam, maar de dienaars die het water geschept hadden, wisten het – riep de ceremoniemeester de bruidegom. 10 En hij zei tegen hem: Iedereen zet eerst de goede wijn voor, en wanneer men er goed van gedronken heeft, daarna de mindere; u hebt de goede wijn tot nu bewaard.

Jezus directe familie kon niet begrijpen wat er aan de hand was en dachten dat Jezus zijn verstand had verloren:

HerzSt (Markus 3:20-21) 20 En zij kwamen thuis; en er kwam opnieuw een menigte bijeen, zodat zij zelfs geen brood konden eten. 21 En toen Zijn verwanten dat hoorden, gingen zij eropuit om Hem tegen te houden, want zij zeiden: Hij is buiten Zichzelf.

Blijkbaar gingen Jezus moeder en broers vervolgens naar Jezus toe, maar ze konden niet bij Hem komen vanwege de menigte (zie Lukas 8:19):

HerzSt (Markus 3:31-35) 31 Nu kwamen dan Zijn broers en Zijn moeder; en terwijl zij buiten stonden, stuurden zij iemand naar Hem toe om Hem te roepen. 32 En de menigte zat om Hem heen; en ze zeiden tegen Hem: Zie, Uw moeder en Uw broers daarbuiten zoeken U. 33 En Hij antwoordde hun en zei: Wie is Mijn moeder, of wie zijn Mijn broers? 34 En terwijl Hij rondom Zich keek naar hen die om Hem heen zaten, zei Hij: Zie, Mijn moeder en Mijn broeders; 35 want wie de wil van God doet, die is Mijn broeder en Mijn zuster en Mijn moeder.

Jezus (half)broers stelden later nog steeds geen geloof in Jezus:

HerzSt (Johannes 7:2-5) 2 En het feest van de Joden, het Loofhuttenfeest, was aanstaande. 3 Zijn broers dan zeiden tegen Hem: Vertrek vanhier en ga weg naar Judea, zodat ook Uw discipelen de werken die U doet kunnen zien. 4 Want niemand doet iets in het verborgene, en streeft er tegelijk zelf naar dat men openlijk over hem spreekt. Als U deze dingen doet, maak Uzelf dan openbaar aan de wereld. 5 Want ook Zijn broers geloofden niet in Hem.

De liefde voor Jezus (en Zijn hemelse Vader) moet een onvoorwaardelijke liefde zijn.
Omdat Jezus steeds de wil van de Vader deed, gaf Hij om die reden een bijzondere tegenstelling aan:

HerzSt (Lukas 14:26) 26 Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn eigen vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.

HerzSt (Lukas 18:28-30) 28 En Petrus zei: Zie, wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd. 29 Hij nu zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u dat er niemand is die huis of ouders of broers of vrouw of kinderen verlaten heeft om het Koninkrijk van God, 30 die niet het veelvoudige zal terugontvangen in deze tijd, en in de wereld die komt, het eeuwige leven.

Vlak voordat Jezus stierf wilde Hij Zijn moeder eren, zodat zij in een vertrouwde christelijke bescherming achterbleef:

HerzSt (Markus 7:10) 10 Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder;…..
HerzSt (Johannes 19:26-27) 26 Toen nu Jezus Zijn moeder zag en de discipel die Hij liefhad, bij haar zag staan, zei Hij tegen Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. 27 Daarna zei Hij tegen de discipel: Zie, uw moeder. En vanaf dat moment nam de discipel haar in zijn huis.

Om Jezus onderwijs tegenover de Joodse geestelijke leiders te kunnen begrijpen, is het verhelderend eerst in het kort de geschiedenis van de Joden te behandelen tot het moment dat Jezus zijn werken deed.

Na de terugkeer uit de Baylonische ballingschap kon de tempel worden herbouwd en onder de Perzische heerschappij konden de Joden hun geloof uitoefenen.
In 331 v.Chr. veroverde Alexander de Grote uit Macedonië het Midden-Oosten en werden ook de Griekse taal en cultuur ingevoerd. De Griekse cultuur wordt beschreven als het hellenisme met zijn filosofie, naaktsporten en meergodendom. Na de dood van Alexander in 323 v.Chr verdeelden 4 van zijn generaals het omvangrijke rijk.

Seleucus kreeg het bestuur over Syrië, Mesopotamië, Perzië en Klein-Azië.
Ptolemaeüs kreeg het bestuur over Egypte, Judea en Samaria.

Daniël hfdstk 11 (tot vers 21) geeft een inkijk in de Ptolemeïsche en Seleucidische conflicten, van respectievelijk het noorden (Syrië) en het zuiden (Egypte), die streden om landen zoals Judea en Samaria.

In 198 v.Chr. viel Judea echter in handen van het Seleucidische Rijk. De Seleuciden zetten het toen gevoerde hellenisme voort. Orthodoxe Joden hadden veel bezwaren tegen beoefening van de hellenistische cultuur, die immers talloze goden kende.

De Makkabeeën waren Joodse opstandelingen in de 2e eeuw v. Chr.
De vader van Judas de Makkabeeër, Mattatias, wordt beschouwd als de stamvader van de Makkabeeën. Hij was een priester uit de Levitische priesterfamilie Jojarib. (Nehemia 12:1-6)
Mattatias had vijf zonen: Johannes, Simon, Judas, Eleazar en Jonatan.
Mattatias gaf in het jaar 167 v. Chr. het startsein voor de opstand tegen de Seleucidische Syriërs. Aanleiding was het bevel van de Seleucidische koning Antiochus IV Epifanes om een heidens altaar op te richten in de Joodse tempel te Jeruzalem, gewijd aan de heidense god Zeus.

Judas de Makkabeeër – Judas met de slaghamer – leidde een klein leger van Joden die tegen de Seleuciden streden en kon de Seleuciden in 165 vChr. uit Jeruzalem verdrijven.
De Mozaïsche eredienst in de Tempel van Jeruzalem werd door hem hersteld.
Vervolgens werd de tempel van Jeruzalem door Judas de Makkabeeër gereinigd van alle heidense elementen en opnieuw ingewijd.
In Johannes 10: 22 lezen we over dit inwijdingsfeest, het feest van Chanoeka:

HerzSt (Johannes 10:22) 22 En het was het feest van de inwijding van de tempel in Jeruzalem, en het was winter.

Dit inwijdingsfeest wordt nu nog steeds jaarlijks gevierd tijdens het Joodse Chanoeka-feest.
Na de dood van Antiochus IV Epifanes normaliseerde de betrekkingen met de Seleuciden en in 152 vChr. erkenden de Seleuciden Judas broer Jonathan als hogepriester.
Zijn broer Simon volgde Jonathan op.

In Judea zelf was het aanzien van de Makkabeeën dusdanig, dat Simon in 140 v. Chr door een volksbesluit van het Joodse volk benoemd werd tot hogepriester, veldheer en vorst van de Joden en bereikte hiermee de zelfstandige Joodse staat van Judea.
Simon en zijn opvolgers vormden de dynastie der Makkabeeën, ook wel Hasmoneeën genoemd.
De Hasmoneeën werden vernoemd naar Hasmon, de overgrootvader van Mattatias.
En zo ontstond dus het Hasmonese Koningshuis.
De Makkabeeën gingen hiermee zelf de koningstitel voeren.
Voor wetsgetrouwe Joden was dit zeer omstreden; de echte koning moest komen uit de stam Juda (uit het huis van David), terwijl de hogepriester moest afstammen van Aäron uit de stam Levi.
Het Hasmonese Koningshuis voldeed niet aan beide bepalingen uit de Schrift, ook niet voor het ambt als hogepriester. Het hogepriesterschap was van vader op zoon en was een benoeming voor het leven. (1 Kronieken 6:1-15)
In de periode van 520 – 175 v.Chr. was de hogepriester een afstammeling van Zadok.
Vele Joden bleven daarom loyaal aan de afstammelingen van Zadok en verwierpen andere hogepriesters uit Levitische priesterfamilies omdat dit zo in de Schrift stond geschreven:

HerzSt (1 Koningen 2:35) 35 En de koning stelde Benaja, de zoon van Jojada, in zijn plaats aan over het leger, en de priester Zadok stelde de koning aan in de plaats van Abjathar.

De Makkabeeën behielden de macht tot Romeinse troepen onder leiding van Pompeius in 63 vChr. het Selucidische rijk tot een Romeinse provincie maakten en Judea (en Edom en Samaria) als een vazalstaat. Hyrkanus II werd door Pompeus als hogepriester geïnstalleerd.
Judea verloor hiermee zijn zelfstandigheid.

Herodes de Grote werd koning van de Joden, maar was zelf geen Jood. Hij was een zoon van Antipas, die gouverneur was van Idumea (Edom) wat door de Romeinen destijds bij Judea gerekend werd.
Edom bestond uit de nakomelingen van Esau, de tweelingbroer van Jacob (Gen. 36:1) en lag ten zuiden van de Dode zee.
Zowel Edom als Samaria waren door de Makkabeeërs als Joods gebied ingelijfd.
Omdat hij geen natuurlijke Jood was kon Herodes de Grote dus zelf geen hogepriester worden en uit zelfbehoud stelde hij de hogepriesters dus maar zelf aan en zette hen ook weer af.
Hij was de eerste van de Herodiaanse dynastie die voortduurde tot 70 nChr.
De Romeinse stadhouders van Judea lieten het dagelijks bestuur van Judea over aan de Joodse aristocratie, met inbegrip van de overpriesters.
De Romeinse stadhouders waren als eerste geïnteresseerd in de belastingopbrengst.

In de periode nog voor de overwinning van de Makkabeeën, gedurende het hellinisme, ontstonden er Joodse sekten met verschillende geloofs-overtuigingen.
We zullen daarom de Farizeeën en Sadduceeën nader beschouwen:

De Farizeeën

Een Farizeeër was te herkennen aan de gebedsmantel met lange kwasten, de gebedsriemen om zijn polsen en de voorhoofdsband.
Volgens de Joodse geschiedschrijver Josephus ontstond deze stroming als antwoord op het voortdurende hellenisme na de overname van Judea door het Seleucidische rijk in 198 vChr.
De Farizeeën kwamen voort uit het gewone Joodse volk en zijn te beschouwen als de opvolgers van de Schriftgeleerden, die in de eeuwen na Ezra van generatie op generatie het volk onderwezen.
Het zijn waarschijnlijk deze orthodoxe Joden die Judas de Makkabeeër hebben ondersteund om de tempel in Jeruzalem te reinigen.

Ze stonden bij de gewone mensen in veel hoger aanzien dan de Sadduceeën.
De Farizeeën streefden naar een stipte naleving van de geboden van God en de Joodse wetgeving.

Hoewel zij een minderheid vormden in het Sanhedrin en veel minder priesterfuncties bekleedden, waren zij toch invloedrijk omdat zij de steun van het volk hadden.
In religieus opzicht beschouwden ze het geschreven Woord, de Tenach, wat ook wel het Oude Testament wordt genoemd, als geïnspireerd door God. Langs de schriftelijke Torah (de 5 boeken van Mozes, de Pentateuch) beschouwden zij ook de mondelinge Torah, de mondelinge tradities als geïnspireerd door God aan Mozes. Zij voegden als Schriftgeleerden ook zelf mondelinge tradities toe. Deze mondelinge tradities werden in de 2e eeuw nChr. samengevoegd en de Misjna genoemd.
Enkele eeuen later werd de Misjna opgenomen in de Joodse Talmoed.
De Farizeeën leefden Gods wetten streng na, zodat Paulus later schreef:

HerzSt (Handelingen 26:5) 5 ….dat ik geleefd heb volgens de meest nauwgezette richting binnen onze godsdienst, namelijk als Farizeeër.

Kenmerkend voor de Farizeeërs is, dat zij de reinheidsvoorschriften en rituele wassingen, welke tot de offerdienst behoorden, tot het dagelijkse leven van alle Joden hebben uitgebreid. Eveneens gingen zij zeer precies om met de betaling van de tienden, de gave ten behoeve van de tempeldienst. Het verwerpen van het hellenisme door de Farizeeën had als doel, dat de Joden in Judea weer volgens de wet van Mozes gingen leven en dat zij de wet gehoorzaamden inzake reinheid, voedsel en tienden.
Dit leidde tot grote meningsverschillen met de Sadduceeën.
De Farizeeërs hadden liefde voor geld en wilden graag gezien worden door de mensen:

HerzSt (Lukas 16:14) 14 En al deze dingen hoorden ook de Farizeeën, die geldzuchtig waren, en zij beschimpten Hem.
HerzSt (Mattheüs 23:5) 5 Al hun werken doen zij om door de mensen gezien te worden, want zij maken hun gebedsriemen breed en de kwastjes aan hun kleren groot.
HerzSt (Lukas 11:43) 43 Wee u, Farizeeën, want u hebt de voorste plaatsen in de synagogen en de begroetingen op de markten lief.

De Sadduceeën
De Joodse aristocratie, de adellijke families, werd vertegenwoordigd door de Sadduceeën, een groepering van voorname priesterfamilies, grootgrondbezitters en rijke kooplieden in en om Jeruzalem.
Zij erkenden alleen het gezag aan de schriftelijke Torah, de 5 boeken van Mozes, de Pentateuch.
Op politiek gebied hadden de Sadduceeën de overtuiging om samen te werken met de Romeinse bezetter om invloed en macht te kunnen behouden.
Ze waren sterk beïnvloed door de Griekse filosofie.
De Griekse filosofie of wijsbegeerte is het streven naar kennis en wijsheid. Zij kwam voor het eerst echt op in de 6e eeuw v.Chr.
Als voorbeeld Plato (Athene, ca. 427 vChr.) die een leerling was van Socrates en zelf weer leraar was van Aristoteles.
Andere bekende filosofen zijn Epicurus (menselijk geluk) en Zeno van Citium (Stoïcijnen, emotieloos).

Nog voor de Romeinse bezetting was – volgens de Joodse geschiedschrijver Josephus – Johannes Hyrkanus I (dynastie van de Makkabeeën) aanvankelijk een aanhanger van de Farizeeën.
Na een dringend verzoek van de Farizeeën om afstand te doen van het hogepriesterschap sloot hij zich echter aan bij de Sadduceeën.
En hoogstwaarschijnlijk met hem een groot gedeelte van de eerder genoemde priesterfamilie Jojarib.
Hij was volgens Josephus ook degene die zowel Edom als Samaria had ingelijfd.
De overpriesters in de tempel bestonden voor een groot gedeelte uit Sadduceeërs:

HerzSt (Handelingen 5:17) 17 Maar de hogepriester stond op, en allen die bij hem waren (dit was de sekte van de Sadduceeën) en zij werden vervuld met afgunst.

HerzSt (Handelingen 23:6) 6 En Paulus, die wist dat het ene deel bestond uit Sadduceeën en het andere uit Farizeeën, riep in de Raad:….

De Sadduceeën beweerden dat er geen opstanding van de doden zou zijn:

HerzSt (Handelingen 23:8) 8 De Sadduceeën zeggen namelijk dat er geen opstanding is ……

Het Sanhedrin

Het Sanhedrin was de Joodse Hoge- of Grote- Raad met beperkte politieke en godsdienstige bevoegdheden. De grenzen van hun macht en bevoegdheden werden bepaald door de Romeinen. De politieke macht was vooral gericht op het handhaven van de binnenlandse rust en het voorkomen van opstand tegen de Romeinen.
Zolang het Sanhedrin niet handelde in strijd met de Romeinse belangen, kreeg het Sanhedrin de vrijheid om recht te spreken en vonnissen uit te voeren.
De Raad bestond uit 71 leden, te weten de overpriesters, de oudsten en de Schriftgeleerden.
De op dat tijdvak gekozen hogepriester was de hoogste autoriteit van de Hoge-Raad.

HerzSt (Marcus 14:53) 53 En ze leidden Jezus weg naar de hogepriester; en bij hem kwamen al de overpriesters, de oudsten en de Schriftgeleerden bijeen.

De hogepriester:
Na de opstand van de Makkabeeën werden de hogepriesters gekozen uit de priesterfamilie Jojarib.
Veel hogepriesters waren van Sadduceese opvatting (Handelingen 5:17).

Kajafas, de hogepriester tijdens Jezus bediening, was hogepriester van 18 tot 36 na Chr. en was gekozen en aangesteld door Valerius Gratus, de toenmalige Romeinse stadhouder van Judea.
Tijdens Jezus bediening was Pontius Pilatus de Romeinse stadhouder.

De overpriesters:
Een overpriester is in de Bijbel een overste of hoofd van priesters.
Tot de overpriesters werden gerekend; de regerende hogepriester, de plaatsvervanger van de hogepriester en de vorige hogepriesters.
De gewone Levitische priesters bestonden uit vier en twintig orden van priesters.
Ze waren uit de geslachten van Eleazar en Ithamar en Koning David had de priesterlijke families destijds verdeeld in vier en twintig groepen:

HerzSt (1Kronieken 24:4) 4 Van de zonen van Eleazar werden er meer gevonden als hoofden van de mannen dan van de zonen van Ithamar, toen zij hen indeelden; van de zonen van Eleazar waren er namelijk zestien familiehoofden, maar van de zonen van Ithamar waren er acht familiehoofden.

De overpriesters waren tevens de toezichthouders op het dagelijkse tempelgebeuren en hadden de leiding over de gewone priesters.

De oudsten:
Dit waren de oudsten van het volk, vertegenwoordigers van voorname families, de familiehoofden.
Zij hadden meer een bestuurlijke dan godsdienstige functie.

De Schriftgeleerden:
Een verzameling leden van de Sadduceeën, van de Farizeeën en van een afzonderlijke groep.
Ze werden Rabbi (leraar/meester) genoemd.
Hun taak was het om de betekenis van de wet te interpreteren, het onderwijzen van de wet en de rechtspraak in het Sanhedrin.
Volgens Jezus waren de Farizeese Schriftgeleerden, samen met de Farizeeërs, verkeerd bezig met hun mondelinge tradities, de mondelinge Torah en daarmee ‘op de stoel van Mozes gaan zitten’:

HerzSt (Mattheus 23:2-3) 2 De schriftgeleerden en de Farizeeën zijn gaan zitten op de stoel van Mozes; 3 daarom, al wat zij u zeggen dat u in acht moet nemen, neem dat in acht en doe het; maar doe niet overeenkomstig hun werken, want zij zeggen het, maar doen het zelf niet.

Volgens de Schrift was Ezra de eerste Schriftgeleerde:

HerzSt (Ezra 7:9-11) 9 Op de eerste van de eerste maand was namelijk het begin van zijn tocht uit Babel, en op de eerste van de vijfde maand kwam hij in Jeruzalem aan, omdat de goede hand van zijn God over hem was. 10 Ezra had namelijk zijn hart erop gericht om de wet van de HEERE te onderzoeken, om die te doen en om in Israël de verordeningen en bepalingen te onderwijzen. 11 Dit is het afschrift van de brief die koning Arthahsasta had meegegeven aan Ezra, de priester, de schriftgeleerde, ……

Een Schriftgeleerde van naam was de Farizeeër Gamaliël, van wie Paulus onderwijs had ontvangen:

HerzSt (Handelingen 22:3) 3 Ik ben een Joodse man, geboren te Tarsus in Cilicië, maar opgevoed in deze stad en aan de voeten van Gamaliël op de meest nauwgezette wijze onderwezen in de wet van de vaderen, een ijveraar voor God zoals u heden allemaal bent.

De verzoeking door de Sadduceeën
Bij één gelegenheid wilden de Sadduceeën Jezus een strikvraag stellen over de opstanding:

HerzSt (Mattheüs 22:23-24, 28-30) 23 Op die dag kwamen er Sadduceeën naar Hem toe, die zeggen dat er geen opstanding is, en zij vroegen Hem: 24 Meester, Mozes heeft gezegd: Als er iemand sterft die geen kinderen heeft, dan moet zijn broer diens vrouw trouwen en voor zijn broer nageslacht verwekken…. 28 In de opstanding dan, van wie van die zeven zal zij de vrouw zijn? Want zij hebben haar allen als vrouw gehad. 29 Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: U dwaalt, omdat u de Schriften niet kent en ook niet de kracht van God. 30 Want in de opstanding nemen ze niet ten huwelijk en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar ze zijn als engelen van God in de hemel.

De verzoekingen door de Farizeeën en de veroordelingen door Jezus
De Farizeeën wilden Jezus op zijn woorden vangen over de scheiding tussen man en vrouw:

HerzSt (Mattheüs 19:3-9) 3 En de Farizeeën kwamen naar Hem toe om Hem te verzoeken en zeiden tegen Hem: Is het een man toegestaan zijn vrouw om allerlei redenen te verstoten? 4 En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, 5 en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, 6 zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. 7 Zij zeiden tegen Hem: Waarom heeft Mozes dan geboden een echtscheidingsbrief te geven en haar te verstoten? 8 Hij zei tegen hen: Mozes heeft vanwege de hardheid van uw hart u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest. 9 Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel.

Of op Zijn woorden vangen met betrekking tot het betalen van belasting:

HerzSt (Mattheüs 22:15-21) 15 Toen gingen de Farizeeën weg en beraadslaagden hoe zij Hem op Zijn woorden konden vangen. 16 En zij stuurden hun discipelen naar Hem toe, met de Herodianen, en zeiden: Meester, wij weten dat U waarachtig bent en de weg van God in waarheid onderwijst en Zich door niemand laat beïnvloeden, want U ziet de persoon van de mensen niet aan. 17 Zeg ons dan: Wat denkt U? Is het geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet? 18 Maar Jezus, die hun boosaardigheid kende, zei: 19 Huichelaars, waarom verzoekt u Mij? Toon Mij de belastingmunt. En zij brachten Hem een penning. 20 En Hij zei tegen hen: Van wie is deze afbeelding en het opschrift? 21 Zij zeiden tegen Hem: Van de keizer. Toen zei Hij tegen hen: Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.

Of Jezus beproeven op Zijn kennis van de Schrift:

HerzSt (Mattheüs 22:34-40) 34 Toen de Farizeeën gehoord hadden dat Hij de Sadduceeën de mond gesnoerd had, kwamen zij bijeen. 35 En een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem te verzoeken: 36 Meester, wat is het grote gebod in de wet? 37 Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dit is het eerste en het grote gebod. 39 En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. 40 Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.

Jezus spaarde hen niet om hun gedrag aan de kaak te stellen:

HerzSt (Mattheüs 23:12-15) 12 En wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden; en wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden.13 Maar wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u sluit het Koninkrijk der hemelen voor de mensen; u gaat er immers zelf niet binnen, en hen die er binnen willen gaan, laat u er niet binnengaan. 14 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u eet de huizen van de weduwen op, en voor de schijn bidt u lang; daarom zult u een des te zwaarder oordeel ontvangen. 15 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u reist zee en land af om één proseliet te maken, en als hij het geworden is, maakt u hem een kind van de hel, dubbel zo erg als u.

HerzSt (Mattheüs 23:23-31) 23 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn, en u laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen zou men moeten doen en die andere dingen niet nalaten. 24 Blinde leiders, die de mug uitzift maar de kameel doorslikt. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u reinigt de buitenkant van de drinkbeker en van de schotel, maar vanbinnen zijn ze vol van roofzucht en onmatigheid. 25 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u reinigt de buitenkant van de drinkbeker en van de schotel, maar vanbinnen zijn ze vol van roofzucht en onmatigheid. 26 Blinde Farizeeër, reinig eerst de binnenkant van de drinkbeker en de schotel, zodat ook de buitenkant daarvan rein wordt. 27 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u bent als de witgepleisterde graven, die vanbuiten wel mooi lijken, maar vanbinnen zijn ze vol doodsbeenderen en allerlei onreinheid. 28 Zo lijkt u ook wel vanbuiten rechtvaardig voor de mensen, maar vanbinnen bent u vol huichelarij en wetteloosheid. 29 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u bouwt de graven voor de profeten en versiert de grafmonumenten van de rechtvaardigen, 30 en u zegt: Als wij in de tijd van onze vaderen hadden geleefd, hadden wij niet met hen meegewerkt om het bloed van de profeten te vergieten. 31 Aldus getuigt u tegen uzelf, dat u kinderen bent van hen die de profeten gedood hebben.

Ze vonden het maar vreemd dat Jezus voor iedereen benaderbaar was:

HerzSt (Markus 2:16-17) 16 En toen de schriftgeleerden en de Farizeeën Hem zagen eten met de tollenaars en zondaars, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet en drinkt Hij met de tollenaars en zondaars? 17 En toen Jezus dat hoorde, zei Hij tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.

Ook probeerden zij op Jezus indruk te maken met hun overleveringen:

HerzSt (Markus 7:2-9) 2 En toen zij zagen dat sommigen van Zijn discipelen met onreine, dat is met ongewassen handen brood aten, berispten zij hen. 3 Want de Farizeeën en alle Joden eten niet, als zij niet eerst grondig de handen gewassen hebben, omdat zij zich houden aan de overlevering van de ouden. 4 En als zij van de markt komen, eten zij niet, als zij zich niet eerst gewassen hebben. En vele andere dingen zijn er die zij aangenomen hebben om zich eraan te houden, zoals het wassen van de drinkbekers en kannen en het koperen vaatwerk en bedden. 5 Daarna vroegen de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem: Waarom wandelen Uw discipelen niet volgens de overlevering van de ouden, maar eten zij het brood met ongewassen handen? 6 Maar Hij antwoordde hun: Terecht heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan. 7 Maar tevergeefs eren zij Mij door leringen te onderwijzen die geboden van mensen zijn. 8 Want terwijl u het gebod van God nalaat, houdt u zich aan de overlevering van de mensen, zoals het wassen van kannen en bekers; en veel andere dergelijke dingen doet u. 9 En Hij zei tegen hen: U stelt Gods gebod op een mooie manier terzijde om u aan uw overlevering te houden!

Jezus liet hen ervaren dat Hij de Zoon van God was:

HerzSt (Lukas 5:18-25) 18 En zie, enkele mannen brachten op een bed een man die verlamd was, en zij probeerden hem binnen te brengen en voor Hem neer te leggen; 19 maar toen zij vanwege de menigte geen mogelijkheid vonden om hem naar binnen te brengen, klommen zij het dak op en lieten hem, tussen de daktegels door, met het bed neer in het midden, vóór Jezus. 20 En toen Hij hun geloof zag, zei Hij tegen hem: Man, uw zonden zijn u vergeven. 21 En de schriftgeleerden en de Farizeeën begonnen te overleggen: Wie is deze Man Die godslastering spreekt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen? 22 Maar Jezus, Die hun overwegingen kende, antwoordde en zei tegen hen: Wat overlegt u in uw hart? 23 Wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op en ga lopen? 24 Maar opdat u zult weten dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde om zonden te vergeven (zei Hij tegen de verlamde): Ik zeg u, sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis. 25 En hij stond onmiddellijk voor hun ogen op, en nadat hij datgene opgenomen had waarop hij gelegen had, ging hij naar zijn huis, terwijl hij God verheerlijkte.

Zij bleven mogelijkheden zoeken om Jezus te kunnen beschuldigen:

HerzSt (Lukas 11:52-54) 52 Wee u, wetgeleerden, want u hebt de sleutel van de kennis weggenomen. Zelf bent u niet binnengegaan en u hebt hen die binnengingen, tegengehouden. 53 Toen Hij deze dingen tegen hen zei, begonnen de schriftgeleerden en Farizeeën hevig tegen Hem tekeer te gaan en dwongen zij Hem Zich over veel dingen uit te spreken: 54 zij spanden strikken voor Hem om iets uit Zijn mond op te vangen, opdat zij Hem zouden kunnen beschuldigen.

Het genezen op de Sabbath was voor hen een grove zonde:

HerzSt (Lukas 14:2-6) 2 En zie, voor Hem stond iemand die leed aan waterzucht. 3 En Jezus antwoordde en zei tegen de wetgeleerden en Farizeeën: Is het geoorloofd op de sabbat gezond te maken? 4 Maar zij zwegen. En Hij greep hem vast, genas hem en liet hem gaan. 5 En Hij zei, terwijl Hij Zich tot hen richtte: Wie van u zal, wanneer zijn ezel of os in een put valt, deze er niet meteen uittrekken op de dag van de sabbat? 6 En zij konden Hem daarop geen antwoord geven.

De liefde voor geld ontmaskert:

HerzSt (Lukas 16:13-15) 13 Geen huisslaaf kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de ander liefhebben, of hij zal zich aan de ene hechten en de ander minachten. U kunt niet God dienen en de mammon. 14 En al deze dingen hoorden ook de Farizeeën, die geldzuchtig waren, en zij beschimpten Hem. 15 En Hij zei tegen hen: U bent het die uzelf rechtvaardigt voor de mensen, maar God kent uw hart. Want wat hoog is onder de mensen, is een gruwel voor God.

De beproeving van Jezus met een overspelige vrouw:

HerzSt (Johannes 8:3-7) 3 En de schriftgeleerden en de Farizeeën brachten een vrouw bij Hem die op overspel betrapt was. 4 En toen ze haar in het midden hadden doen staan, zeiden zij tegen Hem: Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt bij het plegen van overspel. 5 In de wet nu heeft Mozes ons geboden zulke vrouwen te stenigen; U dan, wat zegt U? 6 En dit zeiden zij om Hem te verzoeken, opdat zij iets hadden om Hem aan te klagen. Maar Jezus bukte en schreef met de vinger in de aarde. 7 En toen zij Hem dit bleven vragen, richtte Hij Zich op en zei tegen hen: Wie van u zonder zonde is, laat die als eerste de steen op haar werpen.

De verhouding tussen de Farizeeën en Saccudeeën

Hoewel de Farizeeën grondig verschilden in mening met de Sadduceeën, waren ze naderhand wel eensgezind om Jezus ter dood te laten veroordelen.

Johannes de Doper doorzag de Farizeeën en de Saccudeeën:

HerzSt (Mattheüs 3:7) 7 Toen hij velen van de Farizeeën en Sadduceeën op zijn doop zag afkomen, zei hij tegen hen: Adderengebroed! Wie heeft u laten weten dat u moet vluchten voor de komende toorn?

Ook Jezus waarschuwde zijn discipelen om niet door hen misleid te worden:

HerzSt (Mattheüs 16:6, 11-12) Jezus zei tegen hen: Kijk uit, en wees op uw hoede voor het zuurdeeg van de Farizeeën en de Sadduceeën. …11 Waarom ziet u dan niet in dat Ik tot u niet over brood gesproken heb, toen Ik zei dat u op uw hoede moest zijn voor het zuurdeeg van de Farizeeën en de Sadduceeën? 12Toen begrepen zij dat Hij niet gezegd had dat zij op hun hoede moesten zijn voor het zuurdeeg van het brood, maar voor het onderricht van de Farizeeën en de Sadduceeën.

HerzSt (Lukas 11:44) 44 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u bent net als de graven die niet zichtbaar zijn: de mensen die erover lopen, weten het niet.

Zowel de Farizeeën als de Sadduceeën werden veelvuldig door Jezus terechtgewezen.
Omdat de Sadduceeën zich meer met politiek dan met religie bezighielden, maakten ze zich niet druk om Jezus totdat ze bevreesd werden dat Hij ongewenste aandacht van de Romeinen zou trekken.
De Farizeeën vonden de tekenen die Jezus deed bedreigend voor hun autoriteit.
Op dat moment verenigden de Sadduceeën en Farizeeën zich en ontstond er een samenzwering om Jezus ter dood te laten brengen:

HerzSt (Johannes 11:47-48) 47 De overpriesters dan en de Farizeeën riepen de Raad bijeen en zeiden: Wat doen we? Want deze Mens doet vele tekenen. 48 Als wij Hem zo laten begaan, zullen allen in Hem geloven, en de Romeinen zullen komen en onze plaats en onze natie van ons wegnemen.

Het voorgaande is een beknopt overzicht om de geestelijk leiders in Jezus dagen in beeld te brengen en geeft een indruk van de strijd die Jezus in zijn dagen moest aangaan

Dan kunnen we nu weer verder met de uitzending van de twaalf apostelen

HerzSt (Markus 6:8-9) 8 En Hij gebood hun dat zij niets mee zouden nemen voor onderweg dan alleen een staf: geen reiszak, geen brood, geen geld in de gordel; 9 maar dat zij wel sandalen zouden aanbinden en niet met twee stel onderkleren gekleed zouden zijn.

De tempelreiniging

HerzSt (Johannes 2:13-21) 13 En het Pascha van de Joden was nabij en Jezus ging naar Jeruzalem. 14 En Hij trof in de tempel mensen aan die runderen, schapen en duiven verkochten, en de geldwisselaars die daar zaten. 15 En nadat Hij een gesel van touwen gemaakt had, dreef Hij ze allen de tempel uit, ook de schapen en de runderen. En het geld van de wisselaars wierp Hij op de grond en de tafels keerde Hij om. 16 En Hij zei tegen hen die de duiven verkochten: Neem deze dingen vanhier weg, maak niet het huis van Mijn Vader tot een huis van koophandel. 17 En Zijn discipelen herinnerden zich dat er geschreven is: De ijver voor Uw huis heeft mij verslonden. 18 Toen antwoordden de Joden en zeiden tegen Hem: Welk teken laat U ons zien dat U het recht hebt deze dingen te doen? 19 Jezus antwoordde en zei tegen hen: Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem laten herrijzen. 20 De Joden zeiden dan: Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd, en Ú zult hem in drie dagen laten herrijzen? 21 Maar Hij sprak over de tempel van Zijn lichaam.

Het gesprek met Nicodemus, die de vereiste waterdoop nog niet begreep:

HerzSt (Johannes 3:1-8) 1 En er was een mens uit de Farizeeën; zijn naam was Nicodemus, een leider van de Joden. 2 Deze kwam ’s nachts naar Jezus en zei tegen Hem: Rabbi, wij weten dat U van God gekomen bent als leraar, want niemand kan deze tekenen doen die U doet, als God niet met hem is. 3 Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien. 4 Nicodemus zei tegen Hem: Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is? Hij kan toch niet voor de tweede keer in de buik van zijn moeder ingaan en geboren worden? 5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan. 6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest. 7 Verwonder u niet dat Ik tegen u gezegd heb: U moet opnieuw geboren worden. 8 De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is.

Tot geloof gekomen in Jezus woorden van waarheid

Jezus maakte gedurende zijn prediking duidelijk, om de Sadduceeën en Farizeeën niet te volgen in hun manier van handelen, maar alleen hun onderwijs uit de Schrift toe te passen.
Ondanks de moeilijke strijd die Jezus moest leveren, stelden toch nog velen van de Sadduceeën en Farizeeën geloof in Jezus, maar lieten dat niet openlijk merken:

HerzSt (Johannes 12:42) 42 En toch geloofden ook velen van de leiders in Hem, maar vanwege de Farizeeën beleden zij het niet, opdat zij niet uit de synagoge geworpen zouden worden.
HerzSt (Handelingen 15:5) 5 Maar, zeiden zij, er zijn er enigen opgestaan onder de aanhangers van de sekte van de Farizeeën die gelovig zijn geworden, ……..

Personen zoals Jozef van Arimathea, Nicodemus en Gamaliël:

HerzSt (Lukas 23:50-51) 50 En zie, daar was een man van wie de naam Jozef was, een raadsheer, een goed en rechtvaardig man. 51 Deze had niet ingestemd met hun voornemen en handelwijze. Hij kwam uit Arimathea, een stad van de Joden, en verwachtte ook zelf het Koninkrijk van God.
HerzSt (Johannes 19:38-39) 38 En daarna vroeg Jozef van Arimathea, die een discipel van Jezus was (maar in het geheim, uit vrees voor de Joden) aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen; en Pilatus stond het toe. Hij dan ging en nam het lichaam van Jezus weg.39 En Nicodemus (die eerst ’s nachts naar Jezus toe gekomen was) kwam ook en bracht een mengsel van mirre en aloë mee, ongeveer honderd pond.
HerzSt (Handelingen 5:34-35,38-39) 34 Maar er stond iemand op in de Raad, een Farizeeër van wie de naam Gamaliël was, een leraar van de wet, die in hoge achting stond bij heel het volk. Hij gaf opdracht dat men de apostelen even buiten zou doen staan. 35 En hij zei tegen hen: Israëlitische mannen,….. 38 En nu zeg ik u: Houd u ver van deze mensen en laat hen gaan, want als dit voornemen of dit werk van mensen afkomstig is, dan zal het afgebroken worden, 39 maar als het van God afkomstig is, kunt u dat niet afbreken, opdat u niet misschien ook tegen God blijkt te strijden.

De gewone Levitische priesters (niet de overpriesters) waren onder de indruk van Jezus en stonden ook open voor Jezus onderwijs:

HerzSt (Handelingen 6:7) 7 En het Woord van God verbreidde zich en het aantal discipelen in Jeruzalem nam sterk toe; en een grote menigte priesters werd aan het geloof gehoorzaam.

En hoe stond het later met Jezus directe verwanten?
Jezus directe familie, Zijn moeder en broers, bleken later gedurende het Pinksterfeest, tot de getrouwe geheiligde discipelen te behoren:

HerzSt (Handelingen 1:13-14) 13 En toen zij in Jeruzalem gekomen waren, gingen zij naar de bovenzaal en bleven daar, namelijk Petrus en Jakobus en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeüs en Mattheüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon Zelotes, en Judas, de broer van Jakobus. 14 Dezen bleven allen eensgezind volharden in het bidden en smeken, met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broers.

HerzSt (Handelingen 2:1-4) 1 En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. 2 En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. 3 En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. 4 En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

Ook Jezus (half)broers Jacobus en Judas werden bevoorrecht.
Algemeen wordt aangenomen dat de geïnspirerde brieven van Judas en Jacobus geschreven zijn door de (half)broers van Jezus:

HerzSt (Markus 6:3) 3 Is Dit niet de timmerman, de Zoon van Maria en de Broer van Jakobus en Joses en van Judas en Simon? En zijn Zijn zusters niet hier bij ons? …..

Tot zover dit gedeelte. In het volgende gedeelte – Jezus de beloofde Messias deel 4 – gaan we verder met Jezus belangrijke onderwijs.