erfgenamen 3. Hen die uw naam vrezen, de kleinen en de groten

Ook wordt er een grote schare beschreven die uit de grote verdrukking komt en voor de troon van God en voor het Lam staat en  heilige dienst verricht in zijn tempel.

De ‘grote schare die niemand tellen kon’ zijn dus niet de 144.000  – die als kleine groep uit de grote verdrukking komt – maar is een groep ‘die Gods naam vrezen, de kleinen en de groten’ en die ook hun beloning ontvangen.

Johannes was bekend met de hemelse erfenis van de heiligen, maar blijkbaar verrast over de grote schare die hij zag. Een van de oudere personen wilde echter Johannes informeren over de grote schare:

NBV     (Openbaring 7:9,13,14) 9 Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam….. 13 Een van de oudsten sprak mij aan: ‘Wie zijn dat daar in het wit, en waar komen ze vandaan?’ 14 Ik antwoordde: ‘U weet het zelf, heer.’ Hij zei tegen me: ‘Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het lam.

Bij allen die in de hemel voor de troon van God verblijven wordt het woord enopion gebruikt.

————————————————————————————————————

Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words geeft als uitleg voor het in de Griekse geschriften gebruikte woord  enopion :

 Before, Beforetime                  Presence                    Sight of (in the)                                Voor                                        Aanwezigheid              In het zicht van

——————————————————————————————————————–

HerzSt   (Openbaring 7:9,11,15) 9 Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond voor (enopion) de troon en voor (enopion) het Lam.…. 11 En alle engelen stonden rondom de troon, de ouderlingen en de vier dieren. Zij wierpen zich voor (enopion) de troon neer met hun gezicht ter aarde en aanbaden God,…….. 15 Daarom zijn zij voor (enopion) de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel……

NBV     (Openbaring 14:3) 3 Er werd voor (enopion)   de troon en voor (enopion) de vier wezens en de oudsten iets gezongen dat leek op een nieuw lied. Niemand kon het lied begrijpen, behalve de honderdvierenveertigduizend  mensen die van de aarde zijn vrijgekocht.

Dit letterlijke verblijf voor de troon geldt dus ook voor de grote schare die dienst doet in de tempel.

(zie voor een uitleg van de tempel de Appendix: Hemel aan het eind van deze post)

Dat de grote schare in de hemel verblijft  wordt ook ondersteund in Op.19:6-8, waar een stem klinkt van een grote schare, dat hun Vader in de hemel als Koning is gaan regeren en dat ‘de vrouw’ – de 144.000 heiligen – is getooid met fijn linnen:

HerzSt  (Openbaring 19:6-9) 6 En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God,  is Koning geworden. 7 Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven,  want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. 8 En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen. 9 En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam…..

In Openbaring 17:14 worden de drie groepen, die een hemelse erfenis ontvangen, met andere namen genoemd; de geroepenen = de grote schare, de uitverkorenen = 144.000 heiligen, de getrouwen = de profeten.

Willibr (Openbaring 17:14) 14 Zij zullen oorlog voeren tegen het lam, maar het lam zal hen overwinnen; want het lam is de Heer der heren en de koning der koningen, en zij die bij Hem zijn, zijn de geroepenen, de uitverkorenen en de getrouwen.

De grote menigte (de grote schare)  is geroepen om in de hemel deel te nemen aan het avondmaal van  het Lam met zijn bruid (de 144.000 heiligen).

Lees verder in: 4. De Profeten

 

Appendix: Hemel

De vaak aangehaalde Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words geeft een heldere uitleg van het in de Griekse schriften vertaalde woord  van zowel  Hiéron  als Naos in ‘hemel’;

 1. Hiéron – Het neutrale naamwoord hiéros, “heilig” wordt gebruikt als een zelfstandig naamwoord om een heilige plaats, een tempel” aan te duiden – bijvoorbeeld, die van Artemis (Diana) – of ook die van Jeruzalem. Het woord wordt gebruikt voor het volledige gebouw, met zijn omtrek en andere delen, maar wel onderscheiden van naos, het “binnenste heiligdom.”

Behalve in de Evangelies en de Handelingen, wordt “hiéron” enkel en alleen gebruikt in 1 Kor. 9 : 13. Christus sprak tot zijn toehoorders op een plein van het voorhof waar iedereen toegang had.
“Hiéron” wordt nooit metaforisch gebruikt. De bouw van de tempel waarvan sprake is in de Evangeliën en in het boek Handelingen werd begonnen in 20 v. G.T.door Herodes. Die tempel werd vernietigd door de Romeinen in 70 G.T.

2. Naos – “een kapel of heiligdom”.
Naos werd gebruikt :
– Bij de heidenen, om een kapel af te beelden waar een afgod werd beschermd (later, geminiaturiseerd).
– Bij de Joden, om een heiligdom in de “tempel” aan te duiden. In dit heiligdom hadden alleen de priesters het wettelijk recht om er binnen te gaan.
Omdat Jezus uit Juda kwam, kon hij geen priester zijn. Hij is nooit gedurende zijn leven in de naos van de tempel te Jeruzalem binnen geweest…….

De gehele tempel met de voorhoven wordt vertaald met het griekse woord hi´e·ron. Het griekse woord na´os betekent het  „tempelheiligdom” of (aller)-heiligste. De Griekse geschriften bevatten diverse vervoegingen van hi´e·ron en na´os. Alle schriftplaatsen waar NAOS in voorkomt zijn volkomen helder met uitzondering van een schriftplaat waar soms de discutabele opmerking over wordt gemaakt, dat naos in uitzonderlijke gevallen ook de gehele tempel zou kunnen betekenen :

NBV (Matt 27:5) Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich.

De schriftplaats Matt. 27:5:                   www.greekbible.com

καὶ ῥίψας τὰ ἀργύρια εἰς τὸν ναὸν ἀνεχώρησεν, καὶ ἀπελθὼν ἀπήγξατο

εἰς,p  \{ice}                                             www.greekbible.com
1) into, unto, to, towards, for, among

ναός,n  \{nah-os’}                                  www.greekbible.com

1) used of the temple at Jerusalem, but only of the sacred edifice  (or sanctuary) itself, consisting of the Holy place and the Holy  of Holies (in classical Greek it is used of the sanctuary or cell  of the temple, where the image of gold was placed which is  distinguished from the whole enclosure)                                                                                  2) any heathen temple or shrine                                                                                              3) metaph. the spiritual temple consisting of the saints of all ages  joined together by and in Christ

In Matt 27:5  wordt dus beschreven in welke richting Judas het zilver smeet, “in de richting van” of “naar” de naos.

Naos betekent dus – ook in Matt. 27:5 – alleen het heiligdom en niet de gehele tempel.

Lees verder in: 4. De Profeten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *