erfgenamen 6. De transfiguratie van Jezus

Jezus aangezicht straalde als de zon  en zijn kleding werd blinkend wit, veel witter dan enige kledingreiniger op aarde ze zou kunnen maken. Het betreft hier dus een hemelse afbeelding van Jezus met Mozes en Elia. Tijdens de transfiguratie van Jezus (Lukas 9:30,31) wordt Jezus heengaan te Jeruzalem besproken met Mozes en Elia:

NBV     (Mattheüs 17:1-3)  Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. 2 Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. 3 Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren

NBV (Markus 9:2-4) 2 Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, 3 zijn kleren gingen helder wit glanzen, zo wit als geen enkele wolwasser op aarde voor elkaar zou kunnen krijgen. 4 Toen verscheen Elia aan hen, samen met Mozes, en ze spraken met Jezus.

NBV (Lukas 9:27-31) 27 Ik verzeker jullie dat sommigen die hier aanwezig zijn niet zullen sterven voor ze het koninkrijk van God hebben gezien.’ 28 Ongeveer acht dagen nadat hij dit had gezegd ging hij met Petrus, Johannes en Jakobus de berg op om te bidden. 29 Terwijl hij aan het bidden was, veranderde de aanblik van zijn gezicht en werd zijn kleding stralend wit. 30 Opeens stonden er twee mannen met hem te praten: het waren Mozes en Elia, 31 die in hemelse luister verschenen waren. Ze spraken over het levenseinde dat hij in Jeruzalem zou moeten volbrengen.            

In Mattheus 17 spreekt Jezus over de transfiguratie als  ‘een visioen’:

Wiilibr.  (Mattheus 17:9) 9 Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.’

De apostelen hebben na het aanschouwen van het visioen nog vragen over Jezus opstanding:

NBV     (Marcus 9:10) 10 Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich onder elkaar wel af wat hij bedoelde met deze opstanding uit de dood.

Omdat het hier een visioen betreft over Jezus in Koninkrijksmacht, betreft het dus een blik in de toekomst, het Koninkrijk is immers op dat moment nog niet opgericht. Jezus wordt bij deze gelegenheid gesterkt en aangemoedigd  om zijn lijden en sterven te kunnen dragen.

De installatie van het nieuwe Jeruzalem zal volgens de Schrift echter beginnen met de eerstelingen, de heiligen:

HerzSt (Hebreeën 11:32,39) 32 En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd zal mij ontbreken indien ik verder vertel over Gideon, Barak, Simson, Jefta, David alsook Samuël en de [andere] profeten,…
39 En toch hebben al dezen, ofschoon er door hun geloof getuigenis ten aanzien van hen werd afgelegd, de [vervulling van de] belofte niet verkregen, 40 daar God iets beters voor ons voorzag, opdat zij zonder ons niet tot volmaaktheid gebracht zouden worden.

Mozes en Elia kunnen hier daarom niet werkelijk aanwezig. Hun lichamen zijn een projectie zoals dat ook het geval is met de hagelwitte kleding van Jezus. Hoogstwaarschijnlijk vertegenwoordigen engelen Mozes en Elia.

De apostelen worden verzekerd van Jezus opstanding uit de dood en mogen een blik  werpen in het toekomstige Koninkrijk.  Mozes en Elia zullen in dat Koninkrijk als deel van 24 ouderen tegenwoordig zijn.

Lees verder in: 7. De hemelse gewesten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *