erfgenamen 8. HADES

Het onderscheid tussen hart en geest:

In de Schrift wordt over zowel ‘hart’ als over ‘geest’ gesproken. Hoewel ze veel gelijkenis van eigenschappen hebben, wordt er in de Schrift tussen beiden bewust onderscheid gemaakt.

NBV      (Ezechiël 36:26) 26 Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven.

Het hart geeft de persoonlijkheid weer, inclusief het geweten, terwijl de geest een afbeelding is van de geestelijke persoon. (Zie hiervoor ook het artikel: De MENS.)

De geesten van overledenen verkeren in een toestand die met ‘slapen’ kan worden omschreven:

 In het geval van Lazarus zegt Jezus dat de overleden Lazarus slaapt:

NBV     (Johannes 11:11-13) 11 Nadat hij dat gezegd had zei hij: ‘Onze vriend Lazarus is ingeslapen, ik ga hem wakker maken.’ 12 De leerlingen zeiden: ‘Als hij slaapt, zal hij wel beter worden, Heer.’ 13 Zij dachten dat hij het over slapen had, terwijl Jezus bedoelde dat hij gestorven was.

Jezus is hier helder, de geest van de overledenen Lazarus verkeerde in een toestand die met ‘slapen’ kan worden omschreven. Ook bij de dochter van Jairus spreekt Jezus van ‘slapen’:

HerzSt  (Marcus 5:35,39-42) 35  Terwijl Hij nog sprak, kwamen er enigen van het huis van het hoofd van de synagoge, die zeiden: Uw dochter is gestorven; waarom valt u de Meester nog lastig?….39 En toen Hij naar binnen gegaan was, zei Hij tegen hen: Waarom maakt u misbaar en huilt u? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt. 40 Zij lachten Hem echter uit, maar Hij stuurde hen allen weg, nam de vader en de moeder van het kind en hen die bij Hem waren, mee en ging het vertrek binnen waar het kind lag. 41 En Hij pakte de hand van het kind en zei tegen haar: Talitha, koemi! Dat is vertaald: Meisje (Ik zeg je), sta op. 42 En meteen stond het meisje op en het liep, want het was twaalf jaar; en zij waren geheel buiten zichzelf.

In beide gevallen, van zowel Lazarus als de dochter van Jairus, zegt Jezus dat van de gestorven persoon de geest ‘slaapt’, en in beide gevallen keert de ‘slapende’ geest, de persoonlijkheid, terug als de geest uit deze slaap wordt gewekt.

Volgens Prediker zijn de geesten van overledenen zich van helemaal niets bewust:

NBV     (Prediker 9:5) 5 Wie nog in leven zijn, weten tenminste dat ze moeten sterven, maar de doden weten niets. Er is niets meer dat hun loont, want ze zijn vergeten.

De verblijfplaats van de ‘slapende’ geesten:

Wanneer mensen sterven wordt de verblijfplaats van de geesten in de Griekse Geschriften ‘Hades’ genoemd, of vertaald, het dodenrijk:

NBV     (Openbaring 1:18) 18 Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.

NBV     (Openbaring 20:14) Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel.

Het dodenrijk is dus een verzamelplaats. Deze verzamelplaats wordt ook aangeduid als de diepte of afgrond of als het hart van de aarde:

NBV     (Efeziers 4:9) 9   Wat betekent dit ‘toen Hij opvoer’ anders dan dat Hij ook eerst neergedaald is in de diepten, namelijk de aarde?

NBV     (Romeinen 10:7) 7 Of: Wie zal in de afgrond neerdalen? Dat is Christus uit de doden naar boven brengen.

NBV     (Mattheus 12:40) 40Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn.

Hades is een verblijfplaats, echter de vuurpoel in de Schrift betekent de onherroepelijke vernietiging, de Gehenna:

NBV     (Mattheus 10:28) Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.

De selektie tussen de rechtvaardige en onrechtvaardige geesten in Hades:

Het verhaal van de bedelaar en de rijke wordt door Jezus ter illustratie verteld, echter uit dit verhaal blijkt dat er in het dodenrijk wel een selectie wordt gemaakt, er is ‘een wijde kloof” tussen de geesten:

NBV     (lukas 16:22,23,26) 22 Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. 23 Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. ……. 26 Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.”

Dat er een selektie is blijkt ook uit het de conversatie van Jezus met de misdadiger, die net als Jezus moet sterven. De misdadiger vraagt aan Jezus om aan hem te denken in zijn Koninkrijk. Jezus geeft hem de verzekering dat hij met Hem in het paradijs zal zijn:

HerzSt  (Lukas 23:43) 43 En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.

——————————————————————————————————————-

Het Grieks – zoals geschreven in de bijbel –  maakt geen gebruik van leestekens zoals komma’s. In zowat alle vertalingen is unaniem de komma achter ‘Voorwaar, zeg Ik u,’ geplaatst. Uitspraken van Jezus met de komma achter heden zoals “ik zeg u  heden,’ zijn in het NT nergens verder te vinden. Het meest logisch daarom is, dat Jezus zei: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn. Omdat Jezus geest 3 dagen in ‘de afgrond’ verbleef kan Jezus met deze afgrond  niet het hemelse paradijs bedoeld hebben. Wat Jezus met de uitspraak bedoeld kan hebben is, dat de misdadiger zo’n groot geloof toonde, dat zijn geest  – net zoals bij de  bedelaar in het voorgaande gedeelte –  ondergebracht wordt in een geselekteerd gedeelte met een paradijsbelofte. Grammaticaal behoort het wel tot de mogelijkheden dat Jezus zei: Voorwaar, Ik zeg u heden,…Het maakt voor de uiteindelijke bedoeling van Jezus woorden echter geen verschil.

——————————————————————————————————————-

In Handelingen wordt gesproken over 2 groepen geesten die een opstanding zullen ontvangen, de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen:

HerzSt  (Handelingen 24:15) 15 Ik heb hoop op God – zij zelf verwachten het ook – dat er een opstanding van de doden zal zijn van zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen.

Hades bevat langs de rechtvaardigen dus ook diegenen die op de laatste dag geoordeeld zullen worden:

NBV     (Johannes 5:29) ….wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden.

De doden zullen de stem van Gods Zoon horen:

Er wordt ons verzekerd dat er een tijd komt dat de doden Jezus stem zullen horen, dat hun ‘slapende’ geesten gewekt worden:

NBV     (Johannes 5:25) 25 Ik verzeker u: er komt een tijd, en het is nu al zover, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie hem horen, zullen leven.

Samenvatting Hades:

1-      In de Schrift wordt een onderscheid gemaakt tussen het Hart en de Geest van ieder persoon, het hart geeft de persoonlijkheid weer, terwijl de geest een afbeelding is van de geestelijke persoon.

2-      Wanneer mensen sterven wordt de verblijfplaats van de geesten in de Griekse Geschriften ‘Hades’ genoemd, of vertaald, het dodenrijk.

3-      De geesten van overledenen verkeren in een toestand die met ‘slapen’ kan worden omschreven en zijn zich van helemaal niets bewust.

4-      Hades, de verzamelplaats van de geesten van de doden, wordt ook aangeduid als de diepte of afgrond of als het hart van de aarde.

5-      Er is in Hades een ‘wijde kloof’ tussen de rechtvaardige en onrechtvaardige (slapende) geesten.

6-      De ‘gewekte’ geesten  in Hades zullen de stem van Gods Zoon horen.

Lees verder in: 9. Het paradijs is nu een gedeelte van de hemel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *