9. De visioenen van Ezechiël

De visioenen van Ezechiël over het Nieuwe Jeruzalem;
         in vrijheid en onbezorgd op de Nieuwe Aarde wonen

In de vorige nieuwsbrief hebben we een aantal visioenen van Daniël besproken, zoals over de opeenvolging van wereldmachten en de horen met ogen en een mond vol grootspraak.
In deze nieuwsbrief gaan we in op een aantal visioenen van Ezechiël, een tijdgenoot van Daniël.
Het is vrijwel zeker dat zowel Daniël als Ezechiël in hun jonge jaren over Jeremia hebben gehoord, toen hij de waarschuwings-boodschappen profeteerde in Jeruzalem.
Dit is in het kort de geschiedenis van de koningen van Juda ten tijde van hun ballingschap:

HerzSt (2 Kronieken 36:5-13) 5 Jojakim was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem. Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, zijn God. 6 Nebukadnezar, de koning van Babel, trok tegen hem op, en hij bond hem met twee bronzen ketenen om hem weg te voeren naar Babel. 7 Nebukadnezar bracht ook een deel van de voorwerpen van het huis van de HEERE naar Babel, en plaatste ze in zijn tempel te Babel. 8 Het overige nu van de geschiedenis van Jojakim, en zijn gruweldaden, die hij gedaan heeft, en wat bij hem aangetroffen werd, zie, dat is beschreven in het boek van de koningen van Israël en Juda. En zijn zoon Jojachin werd koning in zijn plaats. 9 Jojachin was acht jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden en tien dagen in Jeruzalem. Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE. 10 Bij het aanbreken van het nieuwe jaar stuurde koning Nebukadnezar een leger en liet hem naar Babel brengen met de kostbare voorwerpen van het huis van de HEERE. En hij maakte zijn broer Zedekia koning over Juda en Jeruzalem.11 Zedekia was eenentwintig jaar oud toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem. 12 Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, zijn God, en hij vernederde zich niet voor de ogen van de profeet Jeremia, die sprak op bevel van de HEERE. 13 Bovendien kwam hij in opstand tegen koning Nebukadnezar, die hem een eed had laten afleggen bij God. Hij was halsstarrig, en verstokte zijn hart, zodat hij zich niet bekeerde tot de HEERE, de God van Israël.
(Zie voor de chronologie van de ballingschap ook 2 Koningen 24:8-20, 2 Koningen 25:1-24, Jeremia 52:1-34)

Verderop in deze Nieuwsbrief lezen we, dat Nebukadnezar vervolgens drastisch gaat ingrijpen.
Daniël werd (samen met Hananja, Misaël en Azarja ) in +/- het derde regeringsjaar van Jojakim weggevoerd door de Babyloniërs en opgeleid aan het hof van Babylon:

HerzSt (Daniël 1:1-4) 1 In het derde jaar van de regering van Jojakim, de koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem en belegerde het. 2 En de Heere gaf Jojakim, de koning van Juda, in zijn hand, en een deel van de voorwerpen van het huis van God. Hij bracht die naar het land Sinear, naar het huis van zijn god. Hij bracht de voorwerpen naar de schatkamer van zijn god. 3 Toen beval de koning aan Aspenaz, het hoofd van zijn hovelingen, dat hij enigen van de Israëlieten moest laten komen, namelijk uit het koninklijk geslacht en uit de edelen, 4 jongemannen zonder enig gebrek, knap van uiterlijk, bedreven in alle wijsheid, ervaren in wetenschap, helder van verstand, en die in staat waren dienst te doen in het paleis van de koning, en dat men hen moest onderwijzen in de geschriften en de taal van de Chaldeeën.

Ook Ezechiël leefde in ballingschap in Babel, vlak bij de rivier Kebar. (Ezech. 1:3)
Hij was de zoon van Buzi, een Levitische Joodse priester. In het vijfde jaar van de ballingschap van koning Jojachin kwam het woord van de HEERE tot Ezechiël:

HerzSt (Ezechiël 1:1-3) 1 In het dertigste jaar, in de vierde maand, op de vijfde van de maand, toen ik te midden van de ballingen aan de rivier de Kebar was, gebeurde het dat de hemel geopend werd en ik visioenen van God kreeg te zien. 2 Op de vijfde van de maand – het was het vijfde jaar van de ballingschap van koning Jojachin – 3 kwam het woord van de HEERE uitdrukkelijk tot Ezechiël, de zoon van Buzi, de priester, in het land van de Chaldeeën bij de rivier de Kebar, en de hand van de HEERE was daar op hem.

Het Levitische priesterschap ging over van vader op zoon, daarom was Ezechiël ongetwijfeld goed bekend met de tempel, de Schrift en de priesterlijke taken en regelingen.
Daar aan de rivier Kebar, in Tel-Abib (Ezech. 3:15), kreeg Ezechiël zijn eerste visioen.
De hemel ging plotseling voor hem open en hij zag de heerlijkheid van God in een visioen. (Ezech. 1:28)
Verder kreeg Ezechiël van God de opdracht om een schets van Jeruzalem in een baksteen te griffen en vervolgens Jeruzalem in zijn geest te belegeren (Ezechiël 4:1-4).
Dit was een profetie over de aanstaande vernietiging van Jeruzalem met zijn tempel onder koning Zedekia:

HerzSt (2 Kronieken 36:17-19) 17 Toen deed Hij de koning van de Chaldeeën tegen hen optrekken, die hun jongemannen in het huis van hun heiligdom met het zwaard doodde. Hij spaarde de jongemannen, de meisjes, de ouderen en de stokouden niet. God gaf hen allen in zijn hand. 18 Alle voorwerpen van het huis van God, de grote en de kleine, de schatten van het huis van de HEERE en de schatten van de koning en zijn vorsten: dat alles bracht hij naar Babel. 19 Zij verbrandden het huis van God, en braken de muur van Jeruzalem af. Ook alle paleizen van Jeruzalem verbrandden zij met vuur, zodat alle kostbare voorwerpen ervan te gronde werden gericht.

Ezechiël ontving zijn profetiën van God om het Joodse volk in ballingschap te vertroosten en hoop te geven.
Zijn boodschap was, dat hun ballingschap, hun gevangenschap, in de toekomst voor het Joodse volk zou worden omgezet in vrijheid in hun land Israël onder een Vredesvorst en dat ze een onbezorgd leven zouden krijgen.

We beginnen met de visioenen van hoop en troost die Ezechiël profeteerde aan het Joodse volk in ballingschap:

De belofte van een herder om de kudde te redden
HerzSt (Ezechiël 34:17,22-24) 17 En u, Mijn schapen, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik ga oordelen tussen kleinvee en kleinvee, tussen de rammen en de bokken…..22 Ik zal Mijn schapen verlossen, zodat ze niet meer tot een prooi zullen zijn. Ik zal oordelen tussen kleinvee en kleinvee. 23 Ik zal over hen één Herder doen opstaan en Die zal ze weiden: Mijn Knecht David. Híj zal ze weiden en Híj zal een Herder voor ze zijn. 24 En Ik, de HEERE, zal een God voor ze zijn, en Mijn Knecht David zal Vorst zijn in hun midden. Ík, de HEERE, heb gesproken.

Wie is deze beloofde herder? Dat moet beslist Jezus zijn. Jezus zal oordelen tussen de schapen en de bokken:

HerzSt (Mattheüs 25:31-34) 31 Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. 32 En voor Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. 33 En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand. 34 Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld.

Jezus zal als Koning de troon van David ontvangen:

HerzSt (Lukas 1:32) 32 Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven,

HerzSt (Openbaring 22:16) 16 …Ik ben de Wortel en het Nageslacht van David, de blinkende Morgenster.

HerzSt (Mattheüs 21:1-4) 1En toen zij Jeruzalem naderden en in Bethfagé bij de Olijfberg gekomen waren, zond Jezus twee discipelen uit en zei tegen hen: 2 Ga het dorp in dat voor u ligt, en u zult meteen een ezelin vinden die vastgebonden is, en een veulen bij haar; maak ze los en breng ze bij Mij. 3 En als iemand iets tegen u zegt, moet u zeggen dat de Heere ze nodig heeft, en hij zal ze meteen sturen. 4 Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet, toen hij zei: 5 Zeg tegen de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen dat een jong van een jukdragende ezelin is.
(zie hiervoor ook de profetie in Zacharia 9:9)

Profetie tegen Edom en het Seïrgebergte
Edom is het nageslacht van Esau, de tweelingbroer van Jacob.
God had het Seïr gebergte aan Esau tot een bezitting gegeven. (Deuteronomium 2:5)

HerzSt (Ezechiël 35:2-5) 2 Mensenkind, richt uw blik op het Seïrgebergte en profeteer ertegen. 3 Zeg ertegen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Seïrgebergte! Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken en van u een verlaten woestenij maken. 4 Van uw steden zal Ik een puinhoop maken, en zelf zult u een woestenij worden. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben. 5 Omdat u een eeuwige vijandschap hebt en u de Israëlieten deed neerstorten door het geweld van het zwaard in de tijd van hun ondergang, in de tijd van de uiterste ongerechtigheid,

Esau was de eerstgeboren (tweeling-)zoon van Izaak, maar voor een bord rode linzensoep verkwanselde hij zijn eerstgeboorterecht aan Jacob. (Genesis 25:30-34)
Het nageslacht van Esau, de Edomieten, waren zeer vijandig tegenover Israël:

HerzSt (Amos 1:11) 11 Zo zegt de HEERE: Vanwege drie overtredingen van Edom, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen, omdat hij zijn broeder met het zwaard achtervolgd heeft en zijn barmhartigheid tenietgedaan, omdat zijn toorn altijd weer verscheurde en hij zijn verbolgenheid voor altijd koesterde.

Het herstel van het land Israël en het terugbrengen van het volk Israël
HerzSt (Ezechiël 36:24-26,37-38) 24 Ik zal u uit de heidenvolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen. 25 Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen. 26 Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven…..37 Zo zegt de Heere HEERE: Opnieuw zal Ik hierom door het huis van Israël gevraagd worden om dit voor hen te doen. Ik zal hen even talrijk aan mensen maken als aan schapen. 38 Als met de geheiligde schapen, als met de schapen van Jeruzalem op hun vaste feestdagen, zo vol zullen de verwoeste steden worden met kudden mensen. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben.

36 vers 24: ‘Ik zal u uit de heidenvolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen’
Dit vers heeft te maken met de dode beenderen profetie van Ezechiël 37:1, de opstanding (uit de doden) en de nieuwe woonplaats Israël voor de Joden op de nieuwe aarde. Dit zal verder in deze nieuwsbrief uitgelegd worden.

36 vers 26: ‘Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven’
Een hart van steen is een gevoelloos of gewetenloos hart. Een hart van vlees is een gewetensvol hart:

HerzSt (Hebreeën 10:22) 22 laten wij tot Hem naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof, nu ons hart gereinigd is van een slecht geweten en ons lichaam gewassen is met rein water.

Het hart is vol van vurige liefde als we openstaan voor Gods woord:

HerzSt (lukas 24:32) 32 En zij zeiden tegen elkaar: Was ons hart niet brandend in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak en voor ons de Schriften opende?

36 vers 38: ‘Als met de geheiligde schapen, als met de schapen van Jeruzalem op hun vaste feestdagen’
Ezechiël profeteert hetzelfde als wat staat in Openbaring, van een geheiligde kudde, de heiligen:

HerzSt (Openbaring 7:4-8) 4 En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten. 5 Uit de stam Juda waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Ruben waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Gad waren er twaalfduizend verzegeld, 6 uit de stam Aser waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Naftali waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Manasse waren er twaalfduizend verzegeld, 7 uit de stam Simeon waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Levi waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Issaschar waren er twaalfduizend verzegeld, 8 uit de stam Zebulon waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Jozef waren er twaalfduizend verzegeld, en uit de stam Benjamin waren er twaalfduizend verzegeld.

De eerste Joodse discipelen van Jezus werden geheiligd na Jezus opstanding tijdens Pinksteren +/- 33 nChr. :

NBV (Handelingen 2:1-4) 1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2 Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. 3 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

Het visioen van de beenderen en het herstel van het volk
HerzSt (Ezechiël 37:1,12-14,21,24-25) 1 De hand van de HEERE was op mij, en de HEERE bracht mij in de geest naar buiten en zette mij neer, midden in een vallei. Die lag vol beenderen…..12 Profeteer daarom, en zeg tegen hen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël. 13 Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven open en als Ik u uit uw graven doe oprijzen, Mijn volk. 14 Ik zal Mijn Geest in u geven, u zult tot leven komen en Ik zal u in uw land zetten. Dan zult u weten dat Ík, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE….. 21 En spreek tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik ga de Israëlieten nemen uit de heidenvolken waarheen zij gegaan zijn. Ik zal hen van rondom bijeenbrengen en hen naar hun land brengen. 22 Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen van Israël. Zij zullen allen één Koning als koning hebben. Zij zullen niet langer als twee volken zijn, en niet langer nog in twee koninkrijken verdeeld zijn……24 En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn. Voor hen allen zal er één Herder zijn. Zij zullen in Mijn bepalingen wandelen en Mijn verordeningen in acht nemen en die houden. 25 Zij zullen wonen in het land dat Ik aan Mijn knecht, aan Jakob, gegeven heb, waarin uw vaderen gewoond hebben. Zij zullen daarin wonen, zij met hun kinderen en hun kleinkinderen, tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal tot in eeuwigheid hun Vorst zijn.

Zowel Job als Daniël schreven al over de toekomstige opstanding:

HerzSt (Job 14:12)12 Zo gaat een mens liggen, en hij staat niet meer op. Totdat de hemel er niet meer is, zullen zij niet ontwaken of opgewekt worden uit hun slaap.
HerzSt (Daniël 12:2) 2 En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen.

Als eerste zullen de overleden heiligen een opstanding ontvangen, daarna zullen de nog levende heiligen in een oogwenk veranderd worden, waarna zij allen opgenomen worden en de Heer tegemoet gaan gedurende de laatste (de 7e) trompet:

NBG (1 Thessalonicenzen 4:16-17) 16 Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, 17 en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen op de wolken worden weggevoerd en gaan we in de lucht de Heer tegemoet….

HerzSt (1 Korinthe 15:51-52) 51 Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.

Overleden Joden en niet-Joden die niet tot de heiligen behoren, de overigen, worden pas na duizend jaar opgewekt:

HerzSt (Openbaring 20:5,12) 5 Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren……12 En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken.

Of zoals Jezus het zei over ‘de overigen van de doden’:

HerzSt (Mattheüs 5:5) 5 Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.

37 vers 24 ‘En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn. Voor hen allen zal er één Herder zijn’
Dit vers beschrijft opnieuw (evenals Ezechiël 34:22-24) het eeuwige Koningschap van Jezus, het vredesrijk:

HerzSt (Zacharia 9:10) 10 …..Hij zal vrede verkondigen aan de heidenvolken. Zijn heerschappij zal zijn van zee tot zee, van de rivier de Eufraat tot aan de einden der aarde. 

HerzSt (Lukas 1:30-33) 30 En de engel zei tegen haar: Wees niet bevreesd, Maria, want u hebt genade gevonden bij God. 31 En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de naam Jezus geven. 32 Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, 33 en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.

De profetie over Gog
HerzSt (Ezechiël 38:2-4,11-12,15-16) 2 Mensenkind, richt uw blik op Gog, het land van Magog, de oppervorst van Mesech en Tubal, en profeteer tegen hem. 3 Zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal! 4 Ik zal u omkeren, Ik zal haken in uw kaken slaan en Ik zal u doen uittrekken: u, met heel uw leger, paarden en ruiters, allen uitmuntend gekleed, een grote strijdmacht met grote en kleine schilden, die allen het zwaard hanteren….11 U zult zeggen: Ik zal optrekken tegen een niet ommuurd land, komen bij mensen die rustig en onbezorgd wonen, die allen zonder muur en grendel wonen en geen poorten hebben, 12 om roof te plegen, om buit te roven, om u tegen de nu bewoonde puinhopen te keren en tegen een volk dat uit de heidenvolken verzameld is, dat vee en bezit verworven heeft, dat in het midden van het land woont…. 15 U zult uit uw woonplaats komen, uit het uiterste noorden, u en vele volken met u, allen ruiters, een grote menigte en een talrijk leger. 16 U zult als een wolk optrekken tegen Mijn volk Israël om het land te bedekken. Het zal gebeuren in later tijd. Dan zal Ik u over Mijn land doen komen, zodat de heidenvolken Mij kennen, wanneer Ik door u, Gog, voor hun ogen geheiligd word.

HerzSt (Ezechiël 39:1-4,9,12) 1 En u, mensenkind, profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal! 2 Ik zal u omkeren, u meeslepen, u doen optrekken uit het uiterste noorden en u op de bergen van Israël brengen, 3 maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen. 4 Op de bergen van Israël zult u vallen, u en al uw troepen, en de volken die met u zijn. Ik heb u aan allerlei soorten roofvogels en aan de dieren van het veld tot voedsel gegeven……9 De inwoners van de steden van Israël zullen de stad uit gaan, een vuur aansteken en de wapens, de kleine en de grote schilden, de bogen en de pijlen, de handstokken en de speren verbranden. Zij zullen daarvan zeven jaar lang vuur stoken,….12 Het huis van Israël zal hen begraven om het land te reinigen, zeven maanden lang.

Dit gedeelte over Gog, uit het land Magog zullen we iets uitgebreider behandelen.

38 vers 11: ‘U zult zeggen: Ik zal optrekken tegen een niet ommuurd land, komen bij mensen die rustig en onbezorgd wonen, die allen zonder muur en grendel wonen en geen poorten hebben’
Dit niet ommuurde land, waar de mensen rustig en onbezorgd wonen zonder bescherming en grendels op de deuren kan onmogelijk het Israël zijn van deze eindtijd. Het is Israël op de Nieuwe Aarde.
(zie: Nieuws-brieven 5. Nieuwe Jeruzalem; deel 2 http://www.dojc.nl/?p=3194)

HerzSt (Jesaja 65:17) 17 Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden, ze zullen niet meer opkomen in het hart.
HerzSt (Jesaja 66:22) 22 Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik ga maken, voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt de HEERE, zo zullen ook uw nageslacht en uw naam blijven staan.
HerzSt (2Petrus 3:13) 13 Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.

38 vers 12: ‘tegen een volk dat uit de heidenvolken verzameld is’
De verstrooide gestorven Joden, de getrouwen, zullen weer herenigd worden in het beloofde land Israël, nu op de beloofde Nieuwe Aarde:

HerzSt (Ezechiël 28:25-26) 25 Zo zegt de Heere HEERE: Als Ik het huis van Israël bijeengebracht heb uit de volken waaronder zij verspreid zijn, en Ik door hen voor de ogen van de heidenvolken geheiligd word, dan zullen zij in hun land wonen, dat Ik Mijn dienaar Jakob gegeven heb. 26 Zij zullen er onbezorgd wonen, huizen bouwen en wijngaarden planten. Ja, zij zullen er onbezorgd wonen, zodra Ik strafgerichten heb voltrokken aan allen die hen verachten onder hen die hen omringen. Dan zullen zij weten dat Ik, de HEERE, hun God ben.

HerzSt (Hosea 3:5) 5 Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HEERE, hun God, zoeken en David, hun koning. Zij zullen zich in diep ontzag tot de HEERE en Zijn goedheid wenden, in later tijd.

God’s dag van gramschap

Ook Ezechiël spreekt over de dag van Gods verbolgenheid:

HerzSt (Ezechiël 7:19) 19 Zij zullen hun zilver op de straten werpen, en hun goud zal tot onreinheid zijn. Hun zilver en hun goud zal hen niet kunnen redden op de dag van de verbolgenheid van de HEERE. Hun ziel zullen zij er niet mee verzadigen, en hun ingewanden zullen zij er niet mee vullen, want het is voor hen een struikelblok van ongerechtigheid geweest.

Geen rijkdom kan mensen beschermen op de dag van Gods gramschap.
Gods dag is niet 1 enkele gebeurtenis, maar betreft elke tijdsperiode waarin God heeft opgetreden tegen de vijanden van zijn volk.
Om de dag van Gods verbolgenheid in Ezechiël beter te kunnen plaatsen, zullen we deze dag uitdiepen:

Enkele voorbeelden van God’s dag In het oude testament

HerzSt (Jesaja 13:1,6) 1 De last over Babel, die Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft…6 Weeklaag, want de dag van de HEERE is nabij;….. 

HerzSt (Jeremia 46:1-2,10) 1 Het woord van de HEERE dat tot de profeet Jeremia kwam tegen de heidenvolken. 2 Over Egypte. Tegen het leger van farao Necho, de koning van Egypte, dat zich aan de rivier de Eufraat bij Karchemis bevond, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, in het vierde regeringsjaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, verslagen heeft….10 Deze dag is van de Heere, de HEERE van de legermachten, een dag van wraak om Zich te wreken op Zijn tegenstanders…..
(zie voor de vernietiging van Egypte ook Ezechiël 30:1-19)

HerzSt (Jesaja 21:16,22:5) 16 Want zo heeft de Heere tegen mij gezegd: Nog binnen een jaar, gerekend naar de jaren van een dagloner, zal het met al de luister van Kedar gedaan zijn….22:5 Want het is een dag van verwarring, vertrapping en ontreddering, een dag van de Heere, de HEERE van de legermachten, in het Dal van het Visioen; een dag waarop muren omver worden gehaald, en een dag van geschreeuw tegen het gebergte.
(Genesis 25:12-13 -12 Met Kedar zijn de afstammelingen van Ismaël, de zoon van Abraham, die Hagar, de Egyptische, de slavin van Sara, Abraham gebaard heeft.)

HerzSt (Zefanja 1:4-7) 4 Ik zal Mijn hand uitstrekken tegen Juda en tegen alle inwoners van Jeruzalem. Ik zal van deze plaats uitroeien het overblijfsel van de Baäl, de naam van de afgodspriesters, met de priesters, 5 en hen die zich neerbuigen op de daken voor het leger aan de hemel, en hen die zich neerbuigen en zweren bij de HEERE én zweren bij Malcam, 6 en die zich van de HEERE afkeren, bij Hem vandaan, en die de HEERE niet hebben gezocht en niet naar Hem hebben gevraagd. 7 Wees stil voor het aangezicht van de Heere HEERE, want nabij is de dag van de HEERE….

Tijdens ‘Gods dag’ wordt de gramschap uitgestort, meestal over de tegenstanders van zijn volk, maar soms om een einde te maken aan afgoderij onder zijn eigen volk.

God’s grote en ontzagwekkende dag in de eindtijd

HerzSt (Joël 2:28-31) 28 Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. 29 Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende.

HerzSt (Handelingen 2:16-21) 16 Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël: 17 En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen. 18 En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. 19 En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm. 20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt. 21 En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden.

HerzSt (Maleachi 4:5-6) 5 Zie, Ik zend tot u de profeet Elia, voordat de dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende dag. 6 Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan.

God’s grote en ontzagwekkende dag in de eindtijd verwijst naar de grote oorlog te Har–Mágedon.

God’s dag op de Nieuwe Aarde

Op de Nieuwe Aarde zal God opnieuw moeten ingrijpen, nu voor de laatste keer.

Beknopt overzicht over het herstel van de nieuwe aarde:

In de eindtijd zal eerst Satan duizend jaar worden opgesloten in de afgrond:

HerzSt (Openbaring 20:2) 2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar,

De 144.000 heiligen mogen samen met Jezus als koningen en priesters regeren:

HerzSt (Openbaring 20:4) 4 ……. En zij werden weer levend en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.

Het hemelse Nieuwe Jeruzalem daalt af naar de Nieuwe Aarde, Gods heerlijkheid zal bij de mensen zijn:

HerzSt (Openbaring 21:1-4) 1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer. 2 En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is. 3 En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. 4 En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

Na duizend jaar zullen de overige doden een opstanding ontvangen uit Hades:

HerzSt (Openbaring 20:5,12,15) Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. … 12 En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken. …. 15 En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.

Zij die het goede hebben gedaan, die in het boek des levens staan, zullen het leven ontvangen op de nieuwe aarde, zij die het kwade hebben gedaan zullen bij dat rechtvaardige oordeel uitgewist worden.

Na deze duizend jaar zal Satan voor een korte periode worden losgelaten, zal hij velen misleiden en zal dan uiteindelijk worden uitgewist:

HerzSt (Openbaring 20:7-10) 7 En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. 8 En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. 10 En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn….

Vele personen – die in het boek des levens stonden – zullen na hun opstanding ontaarden in goddeloos gedrag en alsnog gewist worden uit het boek des levens.
Dan wordt hen de toegang tot het Nieuwe Jeruzalem ontzegd en dus ook toegang tot de boom des levens:

HerzSt (Openbaring 21:27) 27 Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.

HerzSt (Openbaring 22:14-15) 14 Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan. 15 Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet.

HerzSt (Joël 3:17-18,21) 17 Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben, Die op Sion, Mijn heilige berg, woont. Jeruzalem zal een heiligdom zijn en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken. 18 Op die dag zal het gebeuren dat de bergen van jonge wijn zullen druipen, de heuvels van melk zullen stromen, en alle waterstromen van Juda zullen overlopen van water. Een bron zal uit het huis van de HEERE ontspringen, die het dal van Sittim zal bevochtigen. 21 … En de HEERE zal wonen in Sion.

Op de Nieuwe Aarde zal God voor de laatste keer ingrijpen:

HerzSt (Ezechiël 39:1-8) 1 En u, mensenkind, profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal! 2 Ik zal u omkeren, u meeslepen, u doen optrekken uit het uiterste noorden en u op de bergen van Israël brengen, 3 maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen. 4 Op de bergen van Israël zult u vallen, u en al uw troepen, en de volken die met u zijn. Ik heb u aan allerlei soorten roofvogels en aan de dieren van het veld tot voedsel gegeven. 5 Op het open veld zult u vallen, want Ík heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE. 6 Ik zal vuur zenden in Magog en onder hen die onbezorgd de kustlanden bewonen. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben. 7 Ik zal Mijn heilige Naam te midden van Mijn volk Israël bekendmaken en Mijn heilige Naam niet langer laten ontheiligen. Dan zullen de heidenvolken weten dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israël. 8 Zie, het komt en zal gebeuren, spreekt de Heere HEERE. Dit is de dag waarover Ik gesproken heb.

HerzSt (Jesaja 2:1-4,12) 1 Het woord dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft over Juda en Jeruzalem. 2 Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen. 3 Vele volken zullen gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord van de HEERE uit Jeruzalem. 4 Hij zal oordelen tussen de heidenvolken en veel volken vonnissen. En zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren…. 12 Want de dag van de HEERE van de legermachten zal zijn tegen al wie hoogmoedig en trots is, tegen al wie zich verheft, opdat hij vernederd zal worden;

HerzSt (Zefanja 2:3, 3:14-15) 3 Zoek de HEERE, alle zachtmoedigen van het land, die Zijn recht uitvoeren. Zoek gerechtigheid, zoek zachtmoedigheid, misschien zult u dan verborgen worden op de dag van de toorn van de HEERE….. 3:14 Zing vrolijk, dochter van Sion! Juich, Israël! Wees blij en spring op van vreugde met heel uw hart, dochter van Jeruzalem! 15 De HEERE heeft uw oordelen weggenomen, Hij heeft uw vijand weggevaagd. De Koning van Israël, de HEERE, is in uw midden: u zult geen kwaad meer zien.

HerzSt (Obadja 1:1,8-10,15,21) 1 Het visioen van Obadja. Zo zegt de Heere HEERE over Edom:… 8 Zal het niet op die dag zijn, spreekt de HEERE, dat Ik zal ombrengen de wijzen uit Edom en het inzicht uit het bergland van Ezau? 9 Uw helden, Teman, zullen ontsteld zijn, zodat ieder uit het bergland van Ezau wordt uitgeroeid door een slachting. 10 Vanwege het geweld tegen uw broeder Jakob zal schaamte u bedekken en zult u voor eeuwig uitgeroeid worden…. 15 Want de dag van de HEERE is nabij over alle heidenvolken; zoals u gedaan hebt, zal u gedaan worden; wat u verdient, zal op uw eigen hoofd terugkeren!…. 21 Verlossers zullen de berg Sion opgaan om het bergland van Ezau te oordelen, en het koningschap zal van de HEERE zijn.

Na dit laatste ingrijpen van God op de nieuwe aarde zal de vrede overvloedig worden.

                                    /==================================/

Het visioen van de nieuwe tempel, zoals verder beschreven in Ezechiël hfst 40-42

HerzSt (Ezechiël 40:1-2) 1 In het vijfentwintigste jaar van onze ballingschap, aan het begin van het jaar, op de tiende van de maand, in het veertiende jaar nadat de stad was verslagen, op diezelfde dag was de hand van de HEERE op mij en bracht Hij mij erheen. 2 In visioenen van God bracht Hij mij naar het land van Israël. Hij zette mij op een zeer hoge berg, met daarop aan de zuidzijde iets als het bouwsel van een stad.

Deze profetie spreekt over het Nieuwe Jeruzalem, de tempel die onder leiding van de Spruit (Jezus) zal worden gebouwd:

HerzSt (Jeremia 23:5-6) 5 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik voor David een rechtvaardige SPRUIT zal doen opstaan. Hij zal als Koning regeren en verstandig handelen, Hij zal recht en gerechtigheid doen op de aarde. 6 In Zijn dagen zal Juda verlost worden en Israël onbezorgd wonen. Dit zal Zijn Naam zijn waarmee men Hem noemen zal: DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID.
(Zie Nieuwsbrieven 4. Nieuwe Jeruzalem; deel 1 http://www.dojc.nl/?p=3186 )

De heerlijkheid van God komt in de nieuwe tempel
HerzSt (Ezechiël 43:1-5) 1 Daarop leidde Hij mij naar de poort, de poort die naar het oosten gekeerd was. 2 En zie, de heerlijkheid van de God van Israël kwam uit de richting van het oosten, en Zijn geluid was als het bruisen van machtige wateren, en de aarde werd verlicht vanwege Zijn heerlijkheid. 3 En de aanblik van het visioen dat ik zag, was als het visioen dat ik gezien had, toen ik kwam om de stad te gronde te richten. Het waren visioenen als het visioen dat ik aan de rivier de Kebar gezien had. Toen wierp ik mij met het gezicht ter aarde. 4 En de heerlijkheid van de HEERE kwam het huis binnen via de poort die op het oosten uitzag. 5 Toen hief de Geest mij op en bracht mij in de binnenste voorhof. En zie, de heerlijkheid van de HEERE had het huis vervuld.

De heerlijkheid van God komt voor eeuwig in de nieuwe tempel die beschreven is in Ezechiël hfst 40-42:

HerzSt (Ezechiël 37:25-28) 25 Zij zullen wonen in het land dat Ik aan Mijn knecht, aan Jakob, gegeven heb, waarin uw vaderen gewoond hebben. Zij zullen daarin wonen, zij met hun kinderen en hun kleinkinderen, tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal tot in eeuwigheid hun Vorst zijn. 26 Ik zal met hen een verbond van vrede sluiten. Het zal een eeuwig verbond met hen zijn, Ik zal hun een plaats geven en hen talrijk maken, en Ik zal Mijn heiligdom in hun midden zetten tot in eeuwigheid. 27 Mijn tabernakel zal bij hen zijn, Ik zal een God voor hen zijn en zíj zullen een volk voor Mij zijn. 28 Dan zullen de heidenvolken weten dat Ik de HEERE ben, Die Israël heiligt, wanneer Mijn heiligdom voor eeuwig in hun midden zal zijn.

HerzSt (Ezechiël 43:7-9) 7 en Hij zei tegen mij: Mensenkind, dit is de plaats van Mijn troon en de plaats van Mijn voetzolen, waar Ik voor eeuwig wonen zal onder de Israëlieten. Zij die van het huis van Israël zijn, zullen Mijn heilige Naam niet meer verontreinigen, zij en hun koningen, met hun hoererij en met de dode lichamen van hun koningen op hun offerhoogten. 8 Terwijl zij hun drempel bij Mijn drempel plaatsten en hun deurpost naast Mijn deurpost, zodat er alleen een muur tussen Mij en hen was, verontreinigden zij Mijn heilige Naam met hun gruweldaden, die zij deden, zodat Ik hen ombracht in Mijn toorn. 9 Nu zullen zij hun hoererij en de dode lichamen van hun koningen ver van Mij houden, zodat Ik voor eeuwig onder hen wonen zal.

In Ezechiël hfst 44-46 staan de verordeningen voor de nieuwe tempel met zijn dienst beschreven.
HerzSt (Ezechiël 44:9) 9 Zo zegt de Heere HEERE: Geen enkele vreemdeling, onbesneden van hart en onbesneden van lichaam, mag in Mijn heiligdom binnenkomen. Dit geldt voor elke vreemdeling die te midden van de Israëlieten is.

HerzSt (Ezechiël 46:13-15) 13 Verder moet u elke dag een lam van een jaar oud zonder enig gebrek als brandoffer bereiden voor de HEERE. Elke morgen moet u dat bereiden. 14 Dan moet u daarop een graanoffer doen, elke morgen een zesde efa en een derde hin olie om de meelbloem vochtig te maken. Het is een graanoffer voor de HEERE, het zijn eeuwige verordeningen, voortdurend. 15 Zij moeten het lam, het graanoffer en de olie elke morgen als voortdurend brandoffer bereiden.

Alhoewel Jezus het volmaakte offer heeft gebracht voor alle zonden, zijn de beschreven offers in het Nieuwe Jeruzalem nodig voor de verzoening van het huis Israël:

HerzSt (Ezechiël 45:17) 17 Op de vorst rust de taak te zorgen voor de brandoffers, het graanoffer en het plengoffer op de feesten, op nieuwemaansdagen en op de sabbatten: op alle feestdagen van het huis van Israël. Hij moet zorgen voor het zondoffer, het graanoffer, het brandoffer en de dankoffers om verzoening te doen voor het huis van Israël.

Het water wat uit de tempel stroomt
HerzSt (Ezechiël 47:1,12) 1 Daarna bracht Hij mij terug naar de ingang van het huis. En zie, er stroomde water uit, van onder de drempel van het huis naar het oosten, want de voorkant van het huis lag naar het oosten. Het water stroomde naar beneden van onder de rechterzijde van het huis, ten zuiden van het altaar.….12 En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing.

HerzSt (Zacharia 14:6-9) 6 Op die dag zal het geschieden dat het kostbare licht er niet zal zijn, evenmin de dikke duisternis. 7 Maar er zal één dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn, geen dag en geen nacht. Het zal geschieden ten tijde van de avond dat het licht blijft. 8 Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: ’s zomers en ’s winters zal het plaatsvinden. 9 De HEERE zal Koning worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige.

HerzSt (Openbaring 22:1,2) 1 En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. 2 In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken.

Verder staat in Ezechiël hfst 47 en 48 de verdeling van het land Israël.

HerzSt (Ezechiël 48:35) 35 En de naam van de stad zal vanaf die dag zijn: DE HEERE IS DAAR.

Tot slot:

Volgens ons onderzoek is het onweerlegbaar dat Ezechiël Het Nieuwe Jeruzalem op de Nieuwe Aarde beschrijft:

1    Ezechiël 34:22    Het oordeel
2    Ezechiël 34:23    Jezus als vorst in het midden van de mensen
3    Ezechiël 36:38    De heiligen
4    Ezechiël 37:12    De opstanding
5    Ezechiël 37:24    Nieuwe Jeruzalem is neergedaald
6    Ezechiël 37:25    Tot in eeuwigheid in Israël wonen
7    Ezechiël 38:11    Huizen zonder grendel, zonder poorten
8    Ezechiël 43:4     Gods heerlijkheid verblijft bij de mensen

Gog en Magog zijn dus aanduidingen voor tegenstanders van Gods volk op de Nieuwe Aarde.
Dat is nu nog niet aan de orde, daarom laten we het daarbij.

Ezechiël predikte over een toekomstige vrijheid voor de Joden in ballingschap, zoals ook Joël schrijft:

(Joël 2:3:1-2) 1 Want zie, in die dagen en in die tijd, als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem, 2 zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat. Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren, vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël, dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben…

Jezus zei in Lukas, dat het ook zijn opdracht was om tot het Joodse volk vrijlating te prediken:

(Lukas 4:18-19) 18 De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn, 19 om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken.

Op de Nieuwe Aarde zullen vele (heiden-)volken op weg gaan naar het Nieuwe Jeruzalem om onderwezen te worden door het woord van YHWH, om daar de eeuwige vruchten van waarheid te plukken (Micha 4:1-7)
Dieren zullen een vreedzaam gedrag hebben op de Nieuwe Aarde:

HerzSt (Jesaja 11:6) 6 Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *