11. Het herstel van het paradijs

Het herstel van het paradijs en in de uitvoering hiervan;
Jezus, Heer van de sabbat

In de vorige nieuwsbrief hebben we de grote oorlog te Har–Mágedon beschreven, Gods finale oorlog.
Hierin hebben we de betreffende eindtijd-profetieën van Daniël uitgebreid behandeld en gezien dat in de eindtijd de 8e wereldmacht van centrale banken zichzelf boven alles zal verheffen (Daniël 11:37-39), deze zal de valse profeet eren – de god der vestingen – die als God aanbeden wil worden en zal op basis van ‘valse redeneringen’ samenwerken met een vreemde of buitenlandse god, de Mesopotamische god Allah.

In deze nieuwsbrief gaan we het hebben over het herstel van het – destijds – verloren gegane paradijs na de ernstige overtredingen van Adam en Eva, die van de verboden boom gegeten hadden.
God liet de eerste mensen niet aan hun lot over en heeft het plan van een menselijke familie op een paradijsaarde nooit losgelaten.

De aankondiging voor herstel

Na de ernstige overtredingen van Adam en Eva beloofde God al meteen dat Hij een Messias, een Verlosser zou zenden. De slang had in eerste instantie schijnbaar succes en gewonnen, maar het zal uiteindelijk slecht met hem aflopen.
De aankondiging voor het herstel van het toekomstige paradijs begint allemaal met Genesis 3:15, waar staat dat Satan in de kop vermorzeld zal worden, maar Jezus in de hiel vermorzeld zal worden:

HerzSt (Genesis 3:12-15) 12 Toen zei Adam: De vrouw die U gaf om bij mij te zijn, die heeft mij van die boom gegeven en ik heb ervan gegeten. 13 En de HEERE God zei tegen de vrouw: Wat hebt u daar gedaan! En de vrouw zei: De slang heeft mij bedrogen en ik heb ervan gegeten. 14 Toen zei de HEERE God tegen de slang: Omdat u dit gedaan hebt, bent u vervloekt onder al het vee en onder alle dieren van het veld! Op uw buik zult u gaan en stof zult u eten, al de dagen van uw leven. 15 En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.

Na hun zonde werden Adam en Eva verdreven uit het paradijs en moesten werken voor de producten van het ‘vervloekte’ land. (Genesis 3:17-19)
Er werd als eerste gesproken over vijandschap tussen de slang en de vrouw en over vijandschap tussen het nageslacht van de slang en het nageslacht van de vrouw. De slang is Satan volgens Openbaring 12:

HerzSt (Openbaring 12:9) 9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt….

Met ‘de vrouw’ in vers 15, waarmee Satan’s nageslacht vijandig zal zijn, wordt niet de vrouw Eva bedoeld.
Kaïn, het nageslacht van Eva, doodde Abel. Kaïn was om die reden volgens 1Joh. uit de goddeloze:

HerzSt (Genesis 4:1-2,8) 1 En Adam had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn, en zei: Ik heb een man van de HEERE gekregen! 2 En zij baarde opnieuw: zijn broer Abel …… 8 En Kaïn sprak met zijn broer Abel. En het gebeurde, toen zij op het veld waren, dat Kaïn zijn broer Abel aanviel en hem doodde……
HerzSt (1Johannes 3:12) 12 niet zoals Kaïn: hij was uit de boze en sloeg zijn broer dood. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.

In Genesis 3:15 moet dus een andere vrouw zijn bedoeld.
Wie is dan deze vrouw waarover gesproken wordt?
Deze ‘vrouw’ staat voor het Jeruzalem dat boven is, het hemelse Jeruzalem, de hemelse moeder:

HerzSt (Galaten 4:26) 26 Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen.

(Zie ter ondersteuning: http://www.dojc.nl/?p=1848 eindtijd 5. Openbaring; de zwangere vrouw)

De hemelse vrouw is een afbeelding van het hemelse Jeruzalem, een hemelse organisatie met zijn tienduizendtallen van engelen.
Ook Satan en zijn demonen maakten deel uit van deze hemelse organisatie.
Verder wordt in Openbaring nogmaals gesproken over deze hemelse vrouw:

HerzSt (Openbaring 12:1) 1 En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren
HerzSt (Openbaring 12:17) 17 En de draak werd boos op de vrouw, en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus Christus hebben.

  • (Genesis 3:15) Vijandschap tussen Satan en de hemelse vrouw

Jezus sprak op zo’n manier over Satan, dat deze reeds veroordeeld was:

HerzSt (Johannes 16:11) 11 …. omdat de vorst van deze wereld veroordeeld is.

Uiteindelijk zal Satan door Michaël en zijn engelen uit de hemel worden geworpen:

HerzSt (Openbaring 12:7-8) 7 Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog. 8 Maar zij waren niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.

  • (Genesis 3:15) Vijandschap tussen het nageslacht van Satan en het nageslacht van de vrouw

In de Schrift wordt bij meer gelegenheden gesproken over het nageslacht van een vrouw, zoals bij Hagar, de dienstmaagd van Sara in Gen.16:7-10 en bij Rebekka, de vrouw van Izaäk, in Gen.24:60.
Met het zaad of nageslacht van een vrouw wordt het uit haar geboren nageslacht bedoeld.
Het nageslacht van de vrouw (Gen.3:15), de kinderen van God, zijn degenen, die geen deel van deze wereld zijn.
Met het nageslacht van de slang worden de mensen gerekend die Satan toebehoren:

HerzSt (1Johannes 3:10) 10 Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft.
HerzSt (Mattheüs 13:38-39) 38 De akker is de wereld, het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk en het onkruid zijn de kinderen van de boze. 39 De vijand die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn engelen.
HerzSt (Johannes 8:44) 44 U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen;….

  • (Genesis 3:15) Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen

Mensen kunnen Satan, een geestelijk wezen, niet vermorzelen.
Het voornaamste deel van het nageslacht van de hemelse vrouw zal de Messias, de Verlosser zijn.

HerzSt (Galaten 3:16) 16 Welnu, zo zijn de beloften aan Abraham en aan zijn nageslacht gedaan. Hij zegt niet: En aan de nageslachten, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan uw Nageslacht; dat is Christus.
HerzSt (Johannes 3:16-17) 16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.

Jezus heeft Satan in de wildernis weerstaan ondanks verleidingen (Mattheüs 4:1-11) en ondanks martelingen en de dood: (Mattheüs 26:48-28:50)

HerzSt (Johannes 14:30) 30 Ik zal niet veel meer met u spreken, want de vorst van deze wereld komt en heeft geen macht over Mij.

Jezus heeft de wereld overwonnen en daarmee Satans wereld van dood overwonnen:

HerzSt (Johannes 16:33) 33 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.
HerzSt (Hebreeën 2:14) 14 Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen,

Jezus heeft door Satans daden te weerstaan hem (geestelijk gesproken) in de kop vermorzeld:

HerzSt (Efeziërs 2:1-2) 1 Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden, 2 waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig het tijdperk van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid,
HerzSt (1Korinthiërs 15:21-22) 21 Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens. 22 Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.

Jezus werd door Satans toedoen gemarteld en gedood, ‘in de hiel vermorzeld’, maar heeft een opstanding ontvangen voor de eeuwigheid.
Satan zal worden opgesloten in de afgrond (Openbaring 20:2), en na 1000 jaar opsluiting zal Satan voor een korte tijd worden vrijgelaten en daarna volledig door God uitgewist worden:

HerzSt (Romeinen 16:20) 20 En de God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u. Amen.
HerzSt (Openbaring 20:10) 10 En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.

Tot zover ‘de aankondiging voor herstel’ zoals beschreven in Genesis 3:15.
Na deze aankondiging begint het verdere herstel eerst met een volk voor Gods naam.

De roeping van Abraham

Abraham woonde in het Chaldeeuwse UR, waar hij ook was geboren.
Hij was de 10e uit de geslachtslijn van Noach, zoon van Terach. (Genesis 11:10-27)
De verering van de maangod was de belangrijkste religie in geheel Mesopotamië.
De Assyriërs en Babyloniërs kenden het woord Sin als de naam van de maangod.
In de stad Ur zijn de verschillende steles gevonden van de maangod Sin, die in deze streek vereerd werd.

Hieronder enkele Babylonische steles:

Ook in de familielijn van Abraham werd deze afgod(en) gediend:

HerzSt (Jozua 24:2) 2 Toen zei Jozua tegen heel het volk: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Aan de overzijde van de rivier hebben uw vaderen van oude tijden af gewoond, namelijk Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend.

De zoon van Noach, Sem, had de vloed overleefd op een leeftijd van 98 jaar:

HerzSt (Genesis 11:10-11)10 Dit zijn de afstammelingen van Sem: Sem was honderd jaar oud, toen hij Arfachsad verwekte, twee jaar na de vloed. 11 Sem leefde, nadat hij Arfachsad verwekt had, vijfhonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters.

Abraham leefde zo’n 150 jaar in dezelfde tijdsperiode als Sem en kan rechtstreeks van Sem de buitengewone verhalen over de God van Noach (en zijn gezin) gehoord hebben.
Ondanks de doordrenkte wereld van afgoderij, waarin Abraham leefde, was Abraham gehoorzaam aan Gods oproep om uit Ur weg te trekken naar een beloofd land:

HerzSt (Hebreeën 11:8) 8 Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan zonder te weten waar hij komen zou.
HerzSt (Handelingen 7:2-3) 2 En hij zei: Mannenbroeders en vaders, luister! De God der heerlijkheid verscheen aan onze vader Abraham, toen hij nog in Mesopotamië was, voordat hij in Haran woonde, 3 en Hij zei tegen hem:  Ga uit uw land en uit uw familie en kom naar een land dat Ik u wijzen zal.

Als eerste verbleven ze in Haran:

HerzSt (Genesis 11:32-12:2,12:6-7) 32 De dagen nu van Terah waren tweehonderdvijf jaar, en Terah stierf in Haran.1 De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. 2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn………6 En Abram trok door dat land heen tot aan de heilige plaats bij Sichem, tot de eik van More. De Kanaänieten woonden toen in dat land. 7 Toen verscheen de HEERE aan Abram en zei: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij daar een altaar voor de HEERE, Die hem verschenen was.

Aangekomen in Kanaän krijgt Abraham het beloofde land aangeboden voor hem en zijn nageslacht:

HerzSt (Genesis 13:14-16) 14 En de HEERE zei tegen Abram, nadat Lot zich van hem afgescheiden had: Sla toch uw ogen op en kijk vanaf de plaats waar u bent, naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen.15 Want al het land dat u ziet, zal Ik voor eeuwig aan u en uw nageslacht geven.16 En Ik zal uw nageslacht maken als het stof van de aarde; als iemand het stof van de aarde zou kunnen tellen, dan zou ook uw nageslacht geteld kunnen worden.

.                              Verblijf in Haran

God sloot een verbond met Abraham:

HerzSt (Genesis 17:1-2) 1 Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HEERE aan Abram en zei tegen hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht. 2 Ik zal Mijn verbond sluiten tussen Mij en u, en u uitermate talrijk maken.
HerzSt (Psalm 105:6-10) 6 nakomelingen van Abraham, Zijn dienaar, kinderen van Jakob, Zijn uitverkorenen. 7 Hij is de HEERE, onze God, Zijn oordelen gaan over heel de aarde. 8 Hij denkt aan Zijn verbond voor eeuwig, aan de belofte die Hij gedaan heeft, tot in duizend generaties, 9 aan het verbond dat Hij met Abraham gesloten heeft, en Zijn eed aan Izak. 10 Voor Jakob heeft Hij het vastgesteld als een verordening, voor Israël als een eeuwig verbond,

Abraham had al een zoon (Ismaël) bij Hagar, de dienstmaagd van Sara, maar nu zou hij een zoon verwekken bij Sara:

HerzSt (Genesis 18:11-12) 11 Nu waren Abraham en Sara oud en op dagen gekomen; het ging Sara niet meer naar de wijze van de vrouwen. 12 Daarom lachte Sara in zichzelf: Zal ik nog liefdesgenot hebben, nu ik oud geworden ben en ook mijn heer oud is?

HerzSt (Genesis 21:5) 5 Abraham was honderd jaar oud, toen zijn zoon Izak hem geboren werd.

In Kanaän werd Abraham door God gevraagd om zijn zoon Izak te offeren:

HerzSt (Genesis 22:1-2) 1 En het gebeurde na deze dingen dat God Abraham op de proef stelde. Hij zei tegen hem: Abraham! Hij zei: Zie, hier ben ik. 2 Hij zei: Neem toch uw zoon, uw enige, die u liefhebt, Izak, ga naar het land Moria, en offer hem daar als brandoffer op een van de bergen die Ik u noemen zal.

Abraham ging met lood in de schoenen naar de berg Moria (volgens de Joodse overlevering), de tempelberg, om te doen wat God had gevraagd:

HerzSt (Genesis 22:10-12) 10 Toen strekte Abraham zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten. 11 Maar de Engel van de HEERE riep tot hem vanuit de hemel en zei: Abraham, Abraham! Hij zei: Zie, hier ben ik. 12 Toen zei Hij: Steek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik dat u godvrezend bent en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt.
HerzSt (Genesis 22:16-18) 16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de HEERE: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt, 17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben. 18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

Gods verbondsvolk, het volk naar Gods naam:

HerzSt (Numeri 6:27) 27 Zo moeten zij Mijn Naam op de Israëlieten leggen; en Ík zal hen zegenen.
HerzSt (Deuteronomium 28:10) 10 En alle volken van de aarde zullen zien dat de Naam van de HEERE over u uitgeroepen is, en zij zullen voor u bevreesd zijn.
HerzSt (2 Samuel 7:23) 23 En wie is als Uw volk, als Israël, het enige volk op de aarde dat God is gaan verlossen om voor Hem een volk te zijn, om Zich een Naam te maken en voor u, Israël, deze grote en ontzagwekkende dingen te doen: voor Uw land, voor de ogen van Uw volk, dat U voor Uzelf uit Egypte verlost hebt van heidenvolken en hun goden.
HerzSt (2 Kronieken 7:14) 14 en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ík vanuit de hemel horen, hun zonden vergeven en hun land genezen.

De kinderen van Jacob (Israël) , de zoon van Izaak, worden de uitverkorenen en verkozenen genoemd:

HerzSt (Deuteronomium 4:37) 37 Omdat Hij uw vaderen liefhad en hun nageslacht na hen verkozen had, heeft Hij u Zelf met Zijn grote kracht uit Egypte geleid,
HerzSt (Deuteronomium 10:15 Maar alleen voor uw vaderen heeft de HEERE liefde opgevat om hen lief te hebben, en Hij heeft hun nageslacht na hen, u, uit al de volken verkozen,…..
HerzSt (1 Kronieken 16:13) 13 nakomelingen van Israël, Zijn dienaar, kinderen van Jakob, Zijn uitverkorenen.
HerzSt (Psalmen 105:6) 6 nakomelingen van Abraham, Zijn dienaar, kinderen van Jakob, Zijn uitverkorenen.
HerzSt (Jesaja 44:1) 1 Maar nu, luister, Jakob, Mijn dienaar, Israël, die Ik verkozen heb!
HerzSt (Jesaja 65:9) 9 Ik zal nageslacht uit Jakob doen voortkomen, uit Juda een erfgenaam van Mijn bergen; Mijn uitverkorenen zullen het in bezit nemen en daar zullen Mijn dienaren wonen.

Gods plan voor een menselijke familie op een paradijsaarde werd verstoord door de grove zonden van Adam en Eva.
Maar met de nakomelingen van Jacob wordt een begin gemaakt voor een nieuw koninkrijk:

HerzSt (Exodus 19:5-6) 5 Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.

De beloofde Messias, verwijzingen naar Jezus in het ‘Oude Testament’

In het ‘Nieuwe Testament’ worden – met betrekking tot Jezus – vele Schriftplaatsen geciteerd of aangehaald uit het ‘Oude Testament’

Hieronder een aantal verwijzingen naar Jezus in het Oude Testament of Hebreeuwse Geschriften, die in het Jodendom de Tenach wordt genoemd:

Boek (HerzSt) omschrijving
Genesis 3:15 Satan zal in de kop vermorzeld worden, Jezus zal in de hiel vermorzeld worden
Genesis 22:18 De Messias zal uit Abrahams lijn voortkomen
Genesis 49:10 Silo (Hij aan wie het toebehoort) zal komen, Hem zullen de volken gehoorzamen
Deut. 18:15-18 Een profeet zoals Mozes zal opstaan, naar Hem moet u luisteren
Psalm 2:7 Zal bekend worden gemaakt als de Zoon van God
Psalm 16:10 Zal niet verlaten worden in Sjeool (het graf)
Psalm 22:2 Voorzegd voor Jezus dood: „Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?”
Psalm 22:8-9 Zij bespotten Hem en zeggen: Laat God Hem redden als Hij behagen heeft
Psalm 22:17-19 Handen en voeten doorboord, het dobbelen om Zijn kleding
Psalm 31:6 Voorzegd voor Jezus dood: „Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest.”
Psalm 34:21 Geen been zal gebroken worden
Psalm 35:19 Zonder reden gehaat worden
Psalm 41:10 Zal verraden worden door vertrouweling
Psalm 69:22 Zullen Hem zure wijn geven voor de dorst
Psalm 110:1 Zal aan de rechterhand van God zitten
Psalm 110:4 Jezus zal Priester zijn naar de ordening van Melchizedek
Psalm 118:22 De hoofdhoeksteen zal verworpen worden
Jesaja 6:9-10 Het Joodse volk zal de illustraties over het koninkrijk Gods niet begrijpen
Jesaja 7:14 De maagd zal een Zoon baren met de naam Immanuel (God met ons)
Jesaja 9:1 Het volk zal een groot licht zien
Jesaja 9:5-6 De Vredevorst zal uit de lijn van Daniël komen
Jesaja 11:1-2 Gods Geest zal op Jezus rusten
Jesaja 11:10 De wortel van Isaï (Jezus in de lijn van David) zal heerschappij voeren
Jesaja 28:16 De kostbare hoeksteen in Sion
Jesaja 35:5-6 In die tijd zullen blinden, doven en verlamden genezen worden
Jesaja 40:3-5 Johannes de Doper, de bode om de komst van de Koning aan te kondigen
Jesaja 42:1-3 Gods uitverkorene zal tot de heidenen (niet-Joden) rechtvaardigheid doen uitgaan
Jesaja 50:6 Zal bespuugd en geslagen worden
Jesaja 53:3-6 Zal door Zijn volk verworpen worden, zal om onze overtredingen gegeseld worden
Jesaja 53:7 Zal zwijgen tijdens Zijn verhoor
Jesaja 53:9 Had geen onrecht gepleegd, noch is er bedrog in Zijn mond geweest
Jesaja 53:11-12 Zal van velen de zonden dragen, zal onder de misdadigers gerekend worden,
Jesaja 53:12 Zal pleiten en in gebed gaan voor de overtreders
Jesaja 61:1-2 Gods gezalfde (Messias) zal de zachmoedigen sterken en de gebrokenen troosten
Jeremia 7:11 Tempel in Jeruzalem is een rovershol geworden
Jeremia 23:5-6 De rechtvaardige spruit (in Davids lijn) zal als Koning regeren
Jeremia 31:15 De voorzegde moord op jongetjes van twee jaar en jonger te Bethlehem
Jeremia 31:31 Er zal een nieuw verbond gesloten worden (krachtens Jezus bloed)
Daniël 9:24-27 De aanvangstijd en de afsnijding beschreven van de Messias (Gods gezalfde Vorst)
Hosea 11:1 Uit Egypte is de Zoon geroepen, waar Jezus een tijdelijk verblijf zou krijgen
Joël 2:28 Heilige Geest zal uitgestort worden
Jona 1:17 Teken van Jona, voorafschaduwing van 3 dagen en 3 nachten van Jezus dood
Micha 5:1 In Bethlehem zal de Koning van Israël geboren worden
Zacharia 9:9 Uw Koning zal op het jong van een ezelin tot u komen.
Zach. 11:12-13 Verraden voor 30 zilverstukken, waarmee het pottenbakkersveld werd gekocht
Zacharia 12:10 Zal doorstoken worden
Zacharia 13:7 De Herder zal geslagen worden en de schapen verstrooid
Maleachi 3:1-4 De weg zal bereid worden voor de ware Heer, de tempel zal gezuiverd worden
Maleachi 4:5 Elia (Johannes de Doper) moet komen voordat de dag van de Heer komt

Gedurende Jezus bediening gaf Hij zijn discipelen inzicht in wat er allemaal nog moest gebeuren:

HerzSt (Mattheus 5:17-18) 17 Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. 18 Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.
HerzSt (Lukas 18:31) 31 En Hij nam de twaalf bij Zich en zei tegen hen: Zie, wij gaan naar Jeruzalem en alles wat geschreven is door de profeten zal aan de Zoon des mensen volbracht worden.

Na zijn opstanding verscheen Jezus aan zijn discipelen en gaf hun inzicht in alles wat er over Hem geschreven stond in het ‘Oude Testament’:

HerzSt (Lukas 24:27) 27 En Hij begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was.
HerzSt (Lukas 24:44) 44 En Hij zei tegen hen: Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen.

Jezus geboorte en komst als de voorzegde Messias en Koning

De engel Gabriël verschijnt aan Maria:

HerzSt (Lukas 1:32-33) 32 Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, 33 en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.

HerzSt (Lukas 2:10-11) 10 En de engel zei tegen hen: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal, 11 namelijk dat heden voor u in de stad van David de Zaligmaker geboren is; Hij is Christus, de Heere.

Het voorbereidende werk door Johannes de Doper:

HerzSt (Johannes 1:6-8) 6 Er was een mens door God gezonden; zijn naam was Johannes. 7 Hij kwam tot een getuigenis, om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden. 8 Hij was het licht niet, maar was gezonden om van het licht te getuigen.

Jezus is gekomen als het waarachtige licht:

HerzSt (Johannes 1:9-13) 9 Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en ieder mens verlicht. 10 Hij was in de wereld en de wereld is door Hem ontstaan en de wereld heeft Hem niet gekend. 11 Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. 12 Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; 13 die niet uit bloed, niet uit de wil van vlees en ook niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.
HerzSt (Johannes 3:16-18) 16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

Jezus is dus de onmisbare schakel die mensen weer op de weg richting volmaaktheid kan brengen.

Instelling van de sabbat

HerzSt (Genesis 2:2-3) 2 Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. 3 En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken.

Het Hebreeuwse woord sjabbat (sabbat) betekent “De dag van rust,” ophouden of rusten van arbeid.
De sabbat werd voor het eerst toegepast na de uittocht uit Egypte, toen de zonen van Israël het manna (brood uit de hemel) iedere dag mochten inzamelen voor de dag zelf, maar op de zesde dag een dubbele hoeveelheid mochten inzamelen voor 2 dagen:

HerzSt (Exodus 16:23-26) 23 Hij zei toen tegen hen: Dat is het wat de HEERE gesproken heeft. Morgen is het de rustdag, de heilige sabbat voor de HEERE! Wat u bakken wilt, bak het, en kook wat u koken wilt, en laat alles wat er overblijft voor uzelf liggen om het tot de volgende morgen te bewaren. 24 Zij lieten het staan tot de volgende morgen, zoals Mozes geboden had, en nu stonk het niet en waren er geen maden in. 25 Toen zei Mozes: Eet dit vandaag, want vandaag is het de sabbat voor de HEERE. U zult het vandaag buiten niet vinden. 26 Zes dagen moet u het verzamelen, maar op de zevende dag is het sabbat. Dan zal het er niet zijn.

De sabbatsverplichting werd later gegeven via de wet van Mozes aan de zonen van Israël, als 4e gebod in de 10 geboden:

HerzSt (Exodus 20:8-11) 8 Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt. 9 Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen, 10 maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw slaaf, noch uw slavin, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is. 11 Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.

De zonen van Israël waren Gods uitverkoren volk, dat door God uit Egypte gered werd. Met hen werd het wetsverbond van Mozes gesloten en daarom moesten zij de sabbat onderhouden:

HerzSt (Deuteronomium 5:14-15) 14 maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw slaaf, noch uw slavin, noch uw rund, noch uw ezel, noch enig vee van u, noch uw vreemdeling, die binnen uw poorten is, opdat uw slaaf en uw slavin rusten zoals u. 15 Want u zult in gedachten houden dat u slaaf geweest bent in het land Egypte en dat de HEERE, uw God, u vandaar uitgeleid heeft met sterke hand en uitgestrekte arm. Daarom heeft de HEERE, uw God, u geboden de dag van de sabbat te houden.

Naast de sabbat op de 7e dag was er ook sabbat gedurende de periodieke Joodse feestdagen en het werd een ‘grote sabbat’ genoemd als de 7e dags sabbat samenviel op een Joodse feestdag.
Verder zijn er nog sabbatjaren, elk 7e jaar en elk 50e jaar (jubeljaar).

Tijdens de sabbath mochten de Israëlieten hun verblijfplaats niet verlaten (Exodus 16:29), geen vuur maken (Exodus 35:3), geen hout sprokkelen (Numeri 15:32-36) en geen last dragen (Jeremia 17:21).
Op het schenden van de sabbat stond de doodstraf (Exodus 35:1-3).

HerzSt (Leviticus 23:3) 3 Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mag u doen. Het is in al uw woongebieden een sabbat voor de HEERE.

Dit betekent niet dat God sinds de schepping nooit meer zou gewerkt hebben.
De schepping moet in in goede banen geleid worden, er volgt werk uit:

HerzSt (Johannes 5:17) 17 Maar Jezus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook.

God rustte omdat Zijn scheppingswerk volbracht was.

HerzSt (Jesaja 40:28) 28 …..De eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, wordt niet moe en niet afgemat…..

De sabbat is een eeuwig verbond tussen God en de zonen van Israël:

HerzSt (Exodus 31:16-17) 16 Laat de Israëlieten dan de sabbat in acht nemen, door de sabbat te houden, al hun generaties door, als een eeuwig verbond. 17 Hij zal tussen Mij en de Israëlieten voor eeuwig een teken zijn, want de HEERE heeft in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en Zich verkwikt.

Ook is de sabbat een teken dat het God is die de zonen van Israël heiligt:

HerzSt (Ezechiël 20:12) 12 Ook heb Ik hun Mijn sabbatten gegeven, om een teken te zijn tussen Mij en hen, zodat zij zouden weten dat Ik de HEERE ben Die hen heiligt.

Jezus en de sabbat

Jezus wordt Heer van de sabbat genoemd:

NBG51 (Markus 2:27-28) 27 En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat. 28 Alzo is de Zoon des mensen Heer ook over de sabbat.
HerzSt (Lukas 6:5) 5 En Hij zei tegen hen: De Zoon des mensen is Heere, óók van de sabbat.

Wat betekende de sabbat voor de Joodse priesters?
De priesters bleven ook op de sabbat hun werk verrichten:

HerzSt (Mattheüs 12:5) 5 Of hebt u niet gelezen in de Wet dat de priesters op de sabbatdagen de sabbat ontheiligen in de tempel, en toch onschuldig zijn?

Zoals de besnijdenis van een pasgeborene op de 8e dag:

HerzSt (Johannes 7:22-23) 22 Welnu, Mozes heeft u de besnijdenis gegeven – niet dat zij van Mozes komt, maar van de vaderen – en u besnijdt iemand op de sabbat. 23 Als een mens de besnijdenis ontvangt op de sabbat, juist om de wet van Mozes niet te breken, bent u dan verbitterd tegen Mij, omdat Ik een heel mens gezond gemaakt heb op de sabbat?

Jezus en zijn apostelen gingen dorsen en aten van de korenaren gedurende de sabbat:

NBG51(Mattheüs 12:1-8) 1Te dien tijde ging Jezus op de sabbat door de korenvelden en zijn discipelen kregen honger en begonnen aren te plukken en te eten. 2 Maar toen de Farizeeën dit zagen, zeiden zij tot Hem: Zie, uw discipelen doen wat men op sabbat niet mag doen. 3 En Hij zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen wat David gedaan heeft, toen hij en die met hem waren honger kregen? 4 Hoe hij het huis Gods binnengegaan is en zij de toonbroden hebben gegeten, waarvan hij noch die met hem waren mochten eten, doch alleen de priesters? 5 Of hebt gij niet gelezen in de wet, dat op de sabbat de priesters in de tempel de sabbat schenden zonder schuldig te zijn? 6 Maar Ik zeg u: Meer dan de tempel is hier. 7 Indien gij geweten hadt, wat het zeggen wil: Barmhartigheid wil Ik en geen offerande, dan zoudt gij geen onschuldigen hebben veroordeeld. 8 Want de Zoon des mensen is heer over de sabbat.

Jezus maakt duidelijk dat Hij groter is dan de tempel. Hij is de Heer van de sabbat.

Jezus taak als hogepriester:

HerzSt (Hebreeën 2:17) 17 Daarom moest Hij in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die God betreffen, om de zonden van het volk te verzoenen.
HerzSt (Hebreeën 4:14) 14 Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.
HerzSt (Hebreeën 6:20) 20 Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, Die naar de ordening van Melchizedek Hogepriester geworden is tot in eeuwigheid.

Jezus zit als Hogepriester aan de rechterhand van God op de troon:

HerzSt (Hebreeën 8:1) 1 De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit:  Zo’n Hogepriester hebben wij,  Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen.

De heiligen – of door Heilige Geest geheiligden – vormen volgens de Schrift een priesterschap:

HerzSt (Romeinen 15:16) 16 om een dienaar van Jezus Christus te zijn voor de heidenen, door het Evangelie van God als een priester te dienen, opdat het offer van de heidenen welgevallig zou zijn aan God, geheiligd door de Heilige Geest.
HerzSt (1 Petrus 2:5) 5 dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus.

Wonderen gedurende de sabbat:

Jezus toonde aan dat het geoorloofd was om barmhartigheid te betonen en goed te doen gedurende de sabbat: (zoals in Johannes 5:9; Johannes 9:14; Lukas 13:16; Lukas 14:3-4; Johannes 7:23)

Vierden de discipelen na Jezus dood de sabbat?

Gedurende de sabbat lag Jezus in het graf. Pas toen die voorbij was, vroeg op de eerste dag (zondag) van de week, vond men Zijn graf leeg. (Matth.28:1; Mark.16:1-2; Luk.23:56; Joh.20:1).

Na Jezus opstanding kwamen de discipelen iedere dag bijeen:

HerzSt (Handelingen 2:46) 46 En zij bleven dagelijks eensgezind in de tempel bijeenkomen, en terwijl zij van huis tot huis brood braken, namen zij gezamenlijk voedsel tot zich, met vreugde en in eenvoud van hart;

Op de eertse dag van de week verscheen Jezus ook aan Zijn discipelen:

HerzSt (Johannes 20:19) 19 Toen het nu avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de plaats waar de discipelen bijeenwaren, uit vrees voor de Joden gesloten waren, kwam Jezus en Hij stond in hun midden en zei tegen hen: Vrede zij u!

Later kwamen de discipelen iedere week op de eerste dag van de week bijeen om brood te breken:

HerzSt (Handelingen 20:7) 7 En op de eerste dag van de week, toen de discipelen bijeengekomen waren om brood te breken, sprak Paulus hen toe, omdat hij de volgende dag wilde vertrekken; en hij liet zijn toespraak voortduren tot middernacht.
HerzSt (1 Korinthe 11:26) 26 Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt.

In Galaten staat, dat de mens niet rechtvaardig wordt door de werken van de wet (van Mozes) te doen:

HerzSt (Galaten 2:15-16) 15 Wij, die van nature Joden zijn, en geen zondaars uit de heidenen, 16 weten dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet, maar door het geloof in Jezus Christus. En ook wij zijn in Christus Jezus gaan geloven, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden uit het geloof van Christus en niet uit werken van de wet…..
HerzSt (Galaten 3:11) 11 En dat door de wet niemand gerechtvaardigd wordt voor God, is duidelijk, want de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

Paulus schrijft in 1Korinthiërs dat hij onder de wet van Christus staat, oftewel het geloof in Christus:

HerzSt (1Korinthiërs 9:20-21) 20 En ik ben voor de Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen. Voor hen die onder de wet zijn, ben ik geworden als onder de wet, om hen die onder de wet zijn te winnen. 21 Voor hen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet – hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus – om hen te winnen die zonder de wet zijn.

Christenen moeten elkaar geen verwijt maken indien iemand de sabbat viert

De sabbatsrust is geen doel op zich, maar verwijst naar de definitieve, voortdurende geloofsrust, die gebaseerd is op Jezus Christus. Jezus heeft als enige mens de Joodse wet volbracht.

Jezus stond wel onder de wet, hij was als Jood geboren:

HerzSt (Galaten 4:4-5) 4 Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, 5 om hen die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij de aanneming tot kinderen zouden ontvangen.

Ook was er discussie binnen de christelijke gemeenten over de rustdag:

HerzSt (Romeinen 14:5-6) 5 De een acht de ene dag boven de andere dag, maar de ander acht al de dagen gelijk. Laat ieder in zijn eigen geest ten volle overtuigd zijn. 6 Wie de dag in ere houdt, houdt hem in ere voor de Heere, en wie de dag niet in ere houdt, houdt hem niet in ere voor de Heere. Wie eet, eet voor de Heere, want hij dankt God. En wie niet eet, eet niet voor de Heere, en ook hij dankt God.

Door het offer van Jezus werden de Joden ‘ontslagen’ van de wet van Mozes:

HerzSt (Romeinen 7:6) 6 Maar nu zijn wij ontslagen van de wet, ……
HerzSt (Romeinen 10:4) 4 Want het einddoel van de wet is Christus, tot gerechtigheid voor ieder die gelooft.
HerzSt (Galaten 3:24-25) 24 Zo is dan de wet onze leermeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof gerechtvaardigd zouden worden. 25 Maar nu het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder een leermeester.

HerzSt (Romeinen 13:9-10) 9 Want dit: U zult geen overspel plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. 10 De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet.

Na Jezus dood hebben zijn apostelen geen sabbatviering als een christelijk vereiste voorgeschreven:

HerzSt (Handelingen 15:5,28-29) 5 Maar, zeiden zij, er zijn er enigen opgestaan onder de aanhangers van de sekte van de Farizeeën die gelovig zijn geworden, die zeggen dat men hen moet besnijden en moet gebieden de wet van Mozes in acht te nemen…..28 Want het heeft de Heilige Geest en ons goedgedacht u verder geen last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen: 29 dat u zich onthoudt van afgodenoffers, van bloed, van het verstikte en van hoererij. Als u zich ver van deze dingen houdt, zult u juist handelen. Vaarwel.

Volgens Romeinen 14:5-6 is iedere christen dus vrij of hij de sabbat viert, de eerste dag (de opstandingsdag) viert, of beide dagen niet viert. Iedere christen is vrij in zijn aanbidding:

De toekomstige rust of sabbat, een duizendjarig rijk

Het is de toekomstige sabbatsrust waarover Hebreeën spreekt, een duizendjarig vredesrijk:

HerzSt (Hebreeën 4:4-5,8-10) 4 Want Hij heeft ergens over de zevende dag als volgt gesproken: En God heeft op de zevende dag van al Zijn werken gerust. 5 En op deze plaats opnieuw: Zij zullen Mijn rust niet binnengaan!…………….8 Want als Jozua hen al in de rust gebracht had, zou God daarna niet gesproken hebben over een andere dag. 9 Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God, 10 want wie Zijn rust binnengegaan is, die heeft zelf ook van zijn werken gerust, zoals God van de Zijne.

Zoals eerder gezegd, in dit 1000-jarig rijk zal Jezus Heer van de Sabbat zijn:

NBG51 (Mattheüs 12:8) 8 Want de Zoon des mensen is Heer over de sabbat.

De Joodse Sabbath was een schaduw van een nieuwe Sabbath met Jezus als Heer:

HerzSt (Kolossenzen 2:16-17) 16 Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten. 17 Deze zaken zijn  een schaduw van de toekomstige dingen,…

Jezus zal samen met de heiligen duizend jaar regeren:

HerzSt (Openbaring 20:6) 6 Zalig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.

In Filipenzen wordt een verwijzing gemaakt naar dit 1000-jarige rijk:

HerzSt (Filipenzen 2:9-11) 9 Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, 10 opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, 11 en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.

Na de twee getuigen profetie zal Jezus Zijn regering aanvaarden (Op.11:15), en dan – na de opname van de discipelen in de hemel – zal de definitieve sabbatsrust aanbreken voor het volk van God.

HerzSt (Handelingen 2:34-35) 34 David is immers niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand, 35 totdat Ik Uw vijanden neergelegd zal hebben als een voetbank voor Uw voeten.

Wie behoren er allemaal tot het nageslacht van Abraham?

HerzSt (Galaten 3:26-29) 26 Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. 27 Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. 28 Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus. 29 En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.

HerzSt (Romeinen 9:7-8) 7 Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen. Maar: Alleen dat van Izak zal uw nageslacht genoemd worden. 8 Dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend.

Volgens Mattheüs vinden van alle Christenen slechts relatief weinigen de smalle weg:

HerzSt (Mattheüs 7:13-14) 13 Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.

Maar volgens Openbaring zullen dat er in absolute zin velen zijn; de grote schare getrouwe Christenen:

HerzSt (Openbaring 7:9) 9 Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand.

NBG51 (Lukas 18:26-27) 26 En die dit hoorden, zeiden tot Hem: Maar wie kan dan behouden worden? 27 Hij zeide tot hen: Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.

Tot slot:

De aarde en hemel zullen letterlijk worden vernieuwd.
(Zie: Nieuws-brieven 5. Nieuwe Jeruzalem; deel 2 http://www.dojc.nl/?p=3194)

Dan zal het Nieuwe Jeruzalem neerdalen naar de aarde en zal de Spruit (Jezus) de tempel bouwen.

HerzSt (Openbaring 21:2-3) 2 En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is. 3 En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.

(Zie: Nieuws-brieven 4. Nieuwe Jeruzalem; deel 1 http://www.dojc.nl/?p=3186)

Satan zal dan nog even worden losgelaten en daarna samen met zijn nageslacht worden uitgewist.
(zie Openbaring 20:7-10)

HerzSt (Romeinen 16:20) 20 En de God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren.

God zal zijn volk vertroosten:

HerzSt (Jesaja 25:8) 8 (YHWH) zal de dood voor altijd verslinden, en (YHWH) zal de tranen van alle gezichten afwissen en de smaad van Zijn volk wegnemen van heel de aarde, want (YHWH) heeft gesproken.

HerzSt (Openbaring 21:4) 4 En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

Nadat de laatste vijand – de dood – is tenietgedaan, zal de Messias, de Hogepriester Jezus, alle macht overgeven aan de rechtmatige machthebber, de hemelse Vader YHWH:

HerzSt (1 Korinthiërs 15:24-26) 24 Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God en de Vader heeft overgegeven, wanneer Hij alle heerschappij en alle macht en kracht heeft tenietgedaan. 25 Want Hij moet Koning zijn, totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd. 26 De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood.

En dat is het moment waarop het oorspronkelijke paradijs is hersteld en Gods volk in liefde en vrede tot in de eeuwigheid mag leven, in zuivere aanbidding aan de enige God YHWH.

 

.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *