2. De beloofde Messias

Jezus-Messias-2.pdf

Een uiteenzetting van Jezus leven voor jong tot oud, om de diepere betekenis van de Messias duidelijk te maken.

In het vorige gedeelte hebben we de geschiedenis gezien vanaf de eerste mensen, Adam en Eva, en over de geboorte en jongere jaren van Jezus. In deel 2 zullen we verdergaan met het volwassen leven van Jezus, zijn doop en een uitgebreidde uiteenzetting van de heerser van deze wereld.

Jezus doop

Voor Jezus wordt gedoopt maakt eerst Johannes de Doper de weg gereed voor de Messias:

HerzSt (Mattheüs 3:4-6) 4 Deze Johannes had kleding van kameelhaar en een leren gordel om zijn middel; zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honing. 5 Toen liep Jeruzalem, heel Judea en heel het land rondom de Jordaan naar hem uit, 6 en zij werden door hem gedoopt in de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden.

Dan biedt Jezus zich aan en wordt Jezus vervolgens door Johannes de Doper gedoopt:

HerzSt (Johannes 1:29-34) 29 De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toe komen en hij zei: Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt! 30 Híj is het van Wie ik gezegd heb: Na mij komt een Man Die voor mij geworden is, want Hij was er eerder dan ik. 31 En ik kende Hem niet, maar opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden, daarom ben ik gekomen om te dopen met het water. 32 En Johannes getuigde: Ik heb de Geest zien neerdalen uit de hemel als een duif, en Hij bleef op Hem. 33 En ik kende Hem niet, maar Hij Die mij gezonden heeft om te dopen met water, Die had tegen mij gezegd: Op Wie u de Geest zult zien neerdalen en op Hem blijven, Die is het Die met de Heilige Geest doopt. 34 En ik heb gezien en getuigd dat Híj de Zoon van God is.

Johannes had de Heilige Geest als een duif zien neerdalen uit de hemel op Jezus.
Na Jezus doop kwam er een stem uit de hemel:

HerzSt (Mattheüs 3:17) 17 En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!

De heerser der wereld

Om het unieke onderwijs van Jezus beter te kunnen begrijpen, moeten we eerst meer weten van de werkelijke machthebbers, de onzichtbare geestelijke machthebbers.
Na Jezus doop door Johannes de Doper ging Jezus naar de woestijn om daar 40 dagen te vasten:

HerzSt (Lukas 4:1-2) 1 Jezus, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en werd door de Geest naar de woestijn geleid, 2 waar Hij veertig dagen verzocht werd door de duivel….

HerzSt (Lukas 4:5-6) 5 En daarna bracht de duivel Hem op een hoge berg en liet Hem in een ogenblik tijd al de koninkrijken van de wereld zien. 6 En de duivel zei tegen Hem: Ik zal U al deze macht en de heerlijkheid van deze koninkrijken geven, want die is aan mij overgegeven en ik geef die aan wie ik maar wil;

Hier krijgen we een belangrijke inkijk in de machtspositie van Satan, alle koninkrijken van de aarde zijn hem ooit door de almachtige God YHWH overgegeven volgens Satan.
Wanneer dan?
Om deze vraag te beantwoorden gaan we terug naar de eerste mensen, die niet van de boom van de kennis van goed en kwaad mochten eten (Genesis 2:17):

HerzSt (Genesis 3:1-6) 1 De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof? 2 En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten, 3 maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u. 4 Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. 5 Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend. 6 En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan.

Satan als slang (zie hiervoor Op. 12:9) zaaide eerst twijfel en sprak vervolgens leugens tegens Eva.
Uiteindelijk ging het hier om de vraag of God als Schepper het recht heeft om van al zijn schepselen onvoorwaardelijke gehoorzaamheid te verlangen.
Alle engelenzonen waren hier getuige van, het was een heel belangrijke vraag, een strijdvraag.
Nadat Adam en Eva gezondigd hadden werd de aardbodem vervloekt en werden de eerste mensen verdreven uit het paradijs:

HerzSt (Genesis 3:17,24) 17 En tegen Adam zei Hij: Omdat u geluisterd hebt naar de stem van uw vrouw en van die boom gegeten hebt waarvan Ik u geboden had: U mag daarvan niet eten, is de aardbodem omwille van u vervloekt; met zwoegen zult u daarvan eten, al de dagen van uw leven;………… 24 Hij verdreef de mens, en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken.

Over de almachtige God YHWH staat geschreven dat Hij als de Schepper de rechtmatige Koning is, de Koning der Koningen:

HerzSt (1 Timotheüs 6:15-16) 15 De zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen en Heere der heren, zal die op Zijn tijd laten zien, 16 Hij Die als enige onsterfelijkheid bezit en een ontoegankelijk licht bewoont; Hem heeft geen mens gezien en niemand kan Hem ook zien. Hem zij eer en eeuwige kracht. Amen.

God heeft Zijn koningschap over de mensen dus blijkbaar afgelegd na de zonden van Adam en Eva, de eerste mensen.
Gelukkig staat in Openbaring geschreven dat God in het laatst der dagen het koningschap weer op zich zal nemen:

HerzSt (Openbaring 11:15) 15 En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid.

Door de zonden en de ongehoorzaamheid van de eerste mensen kreeg Satan de mensheid in zijn macht, ze hadden hem immers geloofd.
Het staat niet letterlijk zo beschreven in de Schrift, maar het is aan de zondeval af te leiden dat hij hiermee het bestuur van de mensenwereld overnam.
Dus het is vrijwel zeker dat de zondeval het moment is geweest dat Satan de rol als heerser heeft afgedwongen voor God en voor alle engelenzonen, met de reden dat gehoorzaamheid aan God niet vanzelfsprekend hoeft te zijn en dat hij vervolgens de ruimte heeft gekregen om dat te bewijzen.

In Jesaja staat een tekstgedeelte waarvan de tekst feitelijk is gericht aan Satan, en waar staat geschreven, dat hij zich zelfs wil gelijkstellen met de Allerhoogste:

HerzSt (Jesaja 14:12-14) 12 Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde, overwinnaar over de heidenvolken! 13 En ú zei in uw hart: Ik zal opstijgen naar de hemel; tot boven Gods sterren zal ik mijn troon verheffen, ik zal zetelen op de berg van de ontmoeting aan de noordzijde. 14 Ik zal opstijgen boven de wolkenhoogten, ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste.

Maar hoe is Satan dan een tegenstander van God geworden?
In Ezechiël wordt gesproken over een boodschap aan de koning van Tyrus, maar wordt in werkelijkheid de onrechtvaardigheid van Satan beschreven:

HerzSt (Ezechiël 28:11-16) 11 Het woord van de HEERE kwam tot mij: 12 Mensenkind, hef een klaaglied aan over de koning van Tyrus, en zeg tegen hem: Zo zegt de Heere HEERE: U, toonbeeld van volkomenheid, vol wijsheid en volmaakt van schoonheid, 13 u was in Eden, de hof van God. Allerlei edelgesteente was uw sieraad: robijn, topaas en diamant, turkoois, onyx en jaspis, saffier, smaragd, beril en goud. Het werk van uw tamboerijnen en uw fluiten was bij u. Op de dag dat u geschapen werd, waren ze gereed. 14 U was een cherub die zijn vleugels beschermend uitspreidt. Daarvoor heb Ik u aangesteld. U was op Gods heilige berg, u wandelde te midden van vurige stenen. 15 Volmaakt was u in uw wegen, vanaf de dag dat u geschapen werd, totdat er ongerechtigheid in u gevonden werd. 16 Door de overvloed van uw handel vulde men uw midden met geweld, en ging u zondigen. Daarom verbande Ik u van de berg van God, en deed Ik u verdwijnen, beschermende cherub, uit het midden van de vurige stenen.

Een cherub is een engel van een hoge orde die heilge taken voor het aanzien van God vervult en zich hiermee van de andere engelen onderscheidt.
Afbeeldingen van cherubs behoorden tot het interieur van de tabernakel in de woestijn, tentkleden met borduurwerk van cherubs.
Op de uiteinden van het deksel van de ark van het verbond bevonden zich twee cherubs van goud naar elkaar toe gekeerd, met hun vleuigels uitgespreid.

Satan was dus volgens Ezechiël een bevoorrecht geestelijk schepsel, een cherub op Gods heilige berg, maar werd na zijn ongerechtigheid van de heilige berg verbannen.
Nu is het zo dat de almachtige God van Israël Zijn troon in de hemel tussen de cherubs heeft:

HerzSt (Jesaja 37:16) 16 HEERE van de legermachten, God van Israël, Die tussen de cherubs troont, U bent het, U alleen bent de God van alle koninkrijken van de aarde, Ú hebt de hemel en de aarde gemaakt.
HerzSt (Psalmen 80:2) 2 U, Die troont tussen de cherubs,

Dat Satan een machtig geestelijk schepsel is blijkt uit de geschiedenis van Job:

HerzSt (Job 1:7) 7 Toen zei de HEERE tegen de satan: Waar komt u vandaan? En de satan antwoordde de HEERE en zei: Van het rondtrekken over de aarde en van het rondwandelen erover.

Bij deze gelegenheid sprak Satan zijn twijfel uit omtrent de reden waarom Job zo oprecht en godvrezend was. Daarop gaf God al Jobs eigendommen en kinderen voor deze speciale beproeving in Satans hand, maar aan Jobs leven mocht hij niet komen:

HerzSt (Job 1:11-12) 11 Maar steek toch Uw hand uit en tref alles wat hij heeft. Voorwaar, hij zal U in Uw aangezicht vaarwel zeggen. 12 De HEERE zei tegen de satan: Zie, alles wat hij heeft, is in uw hand; alleen naar hemzelf mag u uw hand niet uitsteken. En de satan ging weg van het aangezicht van de HEERE.

Wat bleek, Satan gebruikte zijn macht over de krachten van de natuur:
Er viel vuur uit de hemel dat de schapen en knechten verteerde.
Er stak een hevige stormwind op die het huis waarin Jobs kinderen verbleven deed instorten:

HerzSt (Job 1:16,19) 16 Terwijl deze nog sprak, kwam er een ander en zei: Het vuur van God viel neer uit de hemel en ontbrandde tegen de schapen en de knechten, en verteerde ze;…….19 En zie, een hevige stormwind kwam van over de woestijn en trof de vier hoeken van het huis, en het viel boven op de jonge mensen, zodat zij stierven; …..

Satan toonde ook macht over mensen en hun geweldadige acties:

HerzSt (Job 1:15,17) 15 Toen deden Sabeeërs een inval en namen ze mee, en ze sloegen de knechten met de scherpte van het zwaard;…… 17 Terwijl deze nog sprak, kwam er weer een ander en zei: De Chaldeeën stelden drie groepen op en pleegden een overval op de kamelen en namen ze mee, en sloegen de knechten met de scherpte van het zwaard; ……

En Satan toonde ook macht over ziektes:

HerzSt (Job 2:7) 7 Toen ging de satan weg van het aangezicht van de HEERE en hij trof Job met vreselijke zweren, van zijn voetzool af tot aan zijn schedel.

Kon Satan met Job doen wat hij wilde? Hij kon niet verder gaan dan God toeliet.
Daaruit blijkt ook, dat Hij Gods macht en autoriteit niet betwistte.
Satan met al zijn macht is dus niet in staat om Gods bescherming te doorbreken, maar we moeten de cherub Satan zeker niet onderschatten.

Verder inzicht omtrent Satans organisatie krijgen we in het boek Daniël:
Daniël werd door een engel bezocht:

HerzSt (Daniël 10:12-13) 12 Toen zei hij tegen mij: Wees niet bevreesd, Daniël, want vanaf de eerste dag dat u zich er met heel uw hart op toelegde om inzicht te krijgen en om u te verootmoedigen voor het aangezicht van uw God, zijn uw woorden gehoord, en omwille van uw woorden ben ik gekomen. 13 De vorst van het koninkrijk Perzië stond eenentwintig dagen tegenover mij, maar zie, Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam om mij te helpen toen ik daar achterbleef bij de koningen van Perzië.

HerzSt (Daniël 10:20-21) 20 Toen zei hij: Weet u waarom ik naar u toe ben gekomen? Nu zal ik terugkeren om tegen de vorst van Perzië te strijden. En zodra ik vertrokken ben, zie, dan zal de vorst van Griekenland komen. 21 Ik zal u echter vertellen wat is opgetekend in het boek van de waarheid – al maakt niet één zich met mij sterk tegen hen, behalve uw vorst Michaël.

Deze genoemde vorsten zijn geen gewone vorsten, maar geestelijke onzichtbare leiders die de koninkrijken der aarde leiden. De vorst Michaël regeerde destijds Gods volk, het Joodse volk. Maar de andere genoemde vorsten zijn goddeloze machten, want zij stonden Gabriël tegen. Zij probeerden Gabriël te verhinderen om Daniël een profetie over de eindtijd uit te leggen. Het zijn aangestelde leiders en achter hen staat Satan, hun heerser. Via deze vorsten leidt Satan vervolgens weer de mensenvolken.
En Satans organisatie is volgens Jezus zeker geen verdeeld rijk:

HerzSt (Mattheus 12:23-26) 23 En heel de menigte was buiten zichzelf en zei: Is dit niet de Zoon van David? 24 Maar de Farizeeën hoorden dit en zeiden: Deze drijft de demonen alleen maar uit door Beëlzebul, de aanvoerder van de demonen. 25 Jezus echter kende hun gedachten en zei tegen hen: Ieder koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en geen enkele stad of geen enkel huis dat tegen zichzelf verdeeld is, zal standhouden. 26 En als de satan de satan uitdrijft, dan is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe kan zijn rijk dan standhouden?

Niet alleen Satan, maar ook andere engelenzonen werden afvallig. Deze engelen, die sinds de vloed in Tartarus zijn geworpen, verblijven daar in afwachting van hun vonnis. Voor de vloed (de vloed was ongeveer 2350 voor Christus) waren deze engelen ongehoorzaam aan God omdat ze betrekkingen aangingen met de dochters van de mensen (Genesis 6:1-2):

NBV (2 Petrus 2:4-5) 4 Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten. 5 Evenmin heeft hij de wereld uit de voortijd gespaard; alleen Noach, de heraut van de rechtvaardigheid, liet hij met zeven anderen in leven toen hij de watervloed over die wereld vol zondaars liet komen.

Helaas, niet alleen deze genoemde engelenzonen waren ongehoorzaam, veel meer engelen waren opstandig en kozen Satan’s zijde.
Dit wordt in de Schrift ondersteund in het gedeelte van Lukas 8:31, waar demonen Jezus dringend verzochten dat ze niet in de afgrond hoefden te gaan:

HerzSt (Lukas 8:30-33) 30 Jezus vroeg hem: Wat is uw naam? Hij zei: Legio; want er waren veel demonen in hem gegaan. 31 En zij smeekten Hem dat Hij hun niet zou bevelen in de afgrond te gaan. 32 En er was daar een grote kudde varkens aan het weiden op de berg. Zij smeekten Hem dat Hij hun zou toestaan daarin te gaan. En Hij stond het hun toe. 33 En de demonen gingen uit de man weg en gingen in de varkens; en de kudde stortte van de steilte af het meer in, en verdronk.

Satans doel is helder, hij zal alles in het werk stellen om de hele mensenwereld te misleiden:

HerzSt (Openbaring 12:9) 9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.
HerzSt (Jakobus 4:4) 4 Overspelige mannen en vrouwen, weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn, wordt als vijand van God aangemerkt.

Daar Satan ongetwijfeld wist dat Jezus de Zoon van God was en degene over wie was geprofeteerd dat Hij hem in de kop zou vermorzelen (Ge 3:15), deed hij alles wat hij kon om Jezus uit de weg te ruimen:

HerzSt (Johannes 14:30) 30 Ik zal niet veel meer met u spreken, want de vorst van deze wereld komt en heeft geen macht over Mij.
HerzSt (Johannes 17:15-16) 15 Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. 16 Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben.
HerzSt (Johannes 16:33) 33 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.

Uit bovenstaande teksten blijkt, dat de mensenwereld geheel onder invloed en leiding staat van Satan en zijn demonen-vorsten.
Christenen zijn niet onwetend over de bedoelingen van Satan:

HerzSt (Efeziërs 2:2) 2 waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig de leefwijze van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid,

Mensen die deze wereld toebehoren worden kinderen of zonen van de ongehoorzaamheid genoemd.

Bedenk gedurende iedere beproeving wat Jezus in het oordeel zal zeggen tegen deze verstokte kinderen van de ongehoorzaamheid:

HerzSt (Mattheüs 25:41) 41 Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linker hand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is.

Hoe is de Satan te weerstaan?

HerzSt (Jakobus 4:7-8) 7 Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten. 8 Nader tot God, en Hij zal tot u naderen…
HerzSt (Efeziërs 6:11-13) 11 Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. 12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. 13 Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden

Jezus leerde ons bidden om verlost te worden van Satan:

HerzSt (Mattheüs 6:9-13) 9 Bidt u dan zo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. 10 Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde. 11 Geef ons heden ons dagelijks brood. 12 En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. 13 En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.

Het is Gods bedoeling om Satan maar een beperkte tijd zijn goddeloze werken uit te laten oefenen om hem vervolgens uit de schepping te verdrijven en te ketenen, hem na een periode terug te laten keren en daarna volledig uit te wissen.
De weg als discipel is daarom volgens Jezus onvermijdelijk met strijd en lijden verbonden:

HerzSt (Johannes 15:20) 20 Herinner u het woord dat Ik u gezegd heb: Een dienaar is niet meer dan zijn heer. Als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook u vervolgen;….

Jezus gaf naderhand Paulus een opdracht als reizende lichtschijner:

HerzSt (Handelingen 26:17-18) 17 ….. en van de heidenen, naar wie Ik u nu zend, 18 om hun ogen te openen en hen te bekeren van de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van de zonden ontvangen en een erfdeel onder de geheiligden door het geloof in Mij.

Paulus waarschuwde vervolgens de christelijke gemeenten voor een bedrieglijk licht:

HerzSt (2 Korinthiërs 11:14-15) 14 En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. 15 Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van gerechtigheid. Hun einde zal zijn naar hun werken.

Elke oorlog en onrechtvaardigheid op aarde is te verklaren met Satan als heerser samen met zijn demonen-vorsten. Het is hun geregisseerde invloed op de zonen van de ongehoorzaamheid.
Het uiteindelijke doel van Satan is om het Christendom te elimineren en aanbidding voor zichzelf te verkrijgen om God te vernederen.
Van deze misleiding van Satan en zijn demonen was Jezus zeer goed op de hoogte. Het komt in heel Zijn prediking steeds weer aan de orde.

Worden we dan nu al misleid?

In onderstaande video verschijnt er een bol boven de tempelberg (berg Moria) in Jeruzalem in januari 2011:

https://www.youtube.com/watch?v=JIoHE6P8gOk

Het is zonder meer een teken van de grote misleider die onwetende mensen wil imponeren. (Openbaring 13:13)
Dit wordt dan ook regelmatig gebruikt om aan te tonen dat God niet bestaat, er worden volgens deze lieden immers zoveel buitenaardse beschavingen waargenomen?
Dit laatste is voor gelovige christenen echter onmogelijk.
Voor hen is het leven zo mooi, uniek en complex, dat het bestaan van God een absolute zekerheid is.
Weer anderen werpen op dat God misschien meer beschavingen heeft geschapen.
Als God meer menselijke beschavingen zou hebben geschapen, dan had God de mensheid op aarde na de eerste zonden gewoon – als Schepper – rechtmatig kunnen vernietigen.
God heeft hier met reden niet voor gekozen.
Dan zou ook het offer wat Jezus heeft gebracht van geen waarde zijn en dat is wat Satan wil bereiken. Proberen om Christenen te laten twijfelen, hen te ontmoedigen.

De apostelen

Met deze kennis van Satans macht en zijn misleiding van de mensheid in gedachten kunnen we verder met het uitverkiezen van de 12 apostelen door Jezus.
Jezus koos de apostelen uit de Joden omdat God dit aan Mozes had meegedeeld:

HerzSt (Exodus 19:6) 6  U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.

Andreas en Simon Petrus vinden de beloofde Messias:

HerzSt (Johannes 1:35-43) 35 De volgende dag stond Johannes daar weer met twee van zijn discipelen. 36 En toen hij Jezus zag lopen, zei hij: Zie, het Lam van God! 37 En de twee discipelen hoorden hem dat zeggen en zij volgden Jezus. 38 En toen Jezus Zich omkeerde en zag dat zij volgden, zei Hij tegen hen: 39 Wat zoekt u? En zij zeiden tegen Hem: Rabbi (wat vertaald wil zeggen: Meester), waar woont U? 40 Hij zei tegen hen: Kom en zie! Zij kwamen en zagen waar Hij woonde en bleven die dag bij Hem. En het was ongeveer het tiende uur. 41 Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van de twee die het van Johannes gehoord hadden en Hem gevolgd waren. 42 Deze vond als eerste zijn eigen broer Simon en zei tegen hem: Wij hebben de Messias gevonden, wat vertaald wordt als de Christus. 43 En hij leidde hem tot Jezus. Jezus keek hem aan en zei: U bent Simon, de zoon van Jona; u zult Kefas genoemd worden, wat vertaald wordt met Petrus.

De discipelen Filippus en Nathanaël worden geroepen:

HerzSt (Johannes 1:44-49) 44 De volgende dag wilde Jezus weggaan naar Galilea en Hij vond Filippus en zei tegen hem: Volg Mij. 45 Filippus nu kwam uit Bethsaïda, uit de stad van Andreas en Petrus. 46 Filippus vond Nathanaël en zei tegen hem: Wij hebben Hem gevonden over Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en ook de profeten, namelijk Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth. 47 En Nathanaël zei tegen hem: Kan uit Nazareth iets goeds komen? Filippus zei tegen hem: Kom en zie. 48 Jezus zag Nathanaël naar Zich toe komen en zei over hem: Zie, werkelijk een Israëliet in wie geen bedrog is. 49 Nathanaël zei tegen Hem: Vanwaar kent U mij? Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voordat Filippus u riep, toen u onder de vijgenboom was, zag Ik u.

De discipelen Simon Petrus, Andreas, Jacobus en Johannes gaan Jezus volgen

HerzSt (Mattheüs 4:18-22) 18 En Jezus liep langs de zee van Galilea en zag twee broers, namelijk Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, het net in de zee werpen, want zij waren vissers. 19 En Hij zei tegen hen: Kom achter Mij aan, en Ik zal u vissers van mensen maken. 20 Zij lieten meteen de netten achter en volgden Hem. 21 Hij ging vandaar verder en zag twee andere broers, namelijk Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broer, in het schip met hun vader Zebedeüs, terwijl zij hun netten aan het herstellen waren, en Hij riep hen. 22 Zij lieten meteen het schip en hun vader achter en volgden Hem.

In het volgende gedeelte van de Messias, deel 3, gaan we verder in op Jezus onderwijs en gaan we dieper in op de onderdelen van Satans wereld; macht, geld, filosofie, overspel en hoe God dit voor de toekomst zal oplossen.

Bewaren

Bewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *