1. Aanbidding van het ‘beeld’

aanbidding beeld 1.pdf

Het spoor in de Schrift dat leidt naar de aanbidding van het ‘beeld’ van het beest:
HerzSt (Openbaring 13:14-15) 14 …En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd. 15 ….en zou maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.
—————————————————————————————————————-

Als ik er maar geen last van heb!
Veel mensen in de wereld zijn apathisch voor de problemen om hen heen en zijn veel te druk met hun werk, sport, verplichtingen en pleziertjes.
Ze zijn dan ook slecht op de hoogte in wat voor tijd we leven, een tijd die voorzegd is in de Schrift.
De Schrift lezen en studeren is voor Christenen in deze tijdsperiode van levensbelang.
Jezus moedigde zijn discipelen om geloof te blijven stellen in Zijn woord, de waarheid. Gods woord (alsook Jezus woord) is opgeschreven in de onder inspiratie geschreven Bijbel:

HerzSt (Johannes 8:31,32) 31 Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, 32 en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.

Jezus vindt het verstandig om Zijn woorden ook werkelijk te doen:

HerzSt (Mattheüs 7:24-27) 24 Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft; 25 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd. 26 En ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden, die zijn huis op zand gebouwd heeft; 27 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het stortte in en zijn val was groot.

In deze serie artikelen willen we een helder inzicht geven van de afgoderij door Gods volk en wat uiteindelijk de aanbidding van het ‘beeld’ inhoudt (Op. 13:14-15).
Een aantal onderwerpen zijn deels beschreven in voorgaande artikelen, maar met vernieuwde inzichten over DE valse profeet in de eindtijd. Het bevat verbazingwekkend nieuws!
Maar het blijft goed om zorgvuldig te onderzoeken of de beschreven zaken werkelijk zo zijn.
Eenieder wordt uitgenodigd een ‘comment’ te plaatsen met de bedoeling om uw mening te geven of om de stukken vollediger te maken.

Het thema van dit schrijven is; afgoderij in de eerste Christelijke gemeenten

Gods tegenstander, de heerser van de wereld
Na Jezus doop door Johannes de Doper ging Jezus naar de woestijn om daar 40 dagen te vasten:

HerzSt (Lukas 4:1-2,5-6) 1 Jezus, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en werd door de Geest naar de woestijn geleid, 2 waar Hij veertig dagen verzocht werd door de duivel….5 En daarna bracht de duivel Hem op een hoge berg en liet Hem in een ogenblik tijd al de koninkrijken van de wereld zien. 6 En de duivel zei tegen Hem: Ik zal U al deze macht en de heerlijkheid van deze koninkrijken geven, want die is aan mij overgegeven en ik geef die aan wie ik maar wil;

Hier krijgen we een belangrijke inkijk in de machtspositie van Satan, alle koninkrijken van de wereld zijn hem door de almachtige God YHWH overgegeven volgens Satan.

HerzSt (Lukas 4:7-8) 7 dus, als U mij zult aanbidden, zal het allemaal van U zijn. 8 Maar Jezus antwoordde en zei tegen hem: Ga weg van Mij, satan, want er staat geschreven: U zult de Heere, uw God, aanbidden en Hem alleen dienen.

Daar gaat het Satan om, de tegenstander van God (YHWH) wil zelf aanbeden worden.
Volgens Jezus was dat pure afgoderij, want ‘U zult de Heere, uw God, aanbidden’.
God heeft Zijn koningschap over de mensen blijkbaar afgelegd na de zonden van Adam en Eva, de eerste mensen, door een toen opgeworpen strijdvraag; ‘Heeft God als Schepper het recht om van al zijn schepselen onvoorwaardelijke gehoorzaamheid te verlangen?’
Gelukkig staat in Openbaring geschreven dat God in het laatst der dagen zal ingrijpen en het koningschap weer op zich zal nemen:

HerzSt (Openbaring 11:15) 15 En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid.

Helaas, niet alleen deze genoemde engelenzoon, Satan, was ongehoorzaam, veel engelen waren opstandig en kozen Satans zijde.
Dit wordt in de Schrift o.a. ondersteund in het gedeelte van Lukas 8:31, waar demonen Jezus dringend verzochten dat ze niet in de afgrond hoefden te gaan:

HerzSt (Lukas 8:30-31) 30 Jezus vroeg hem: Wat is uw naam? Hij zei: Legio; want er waren veel demonen in hem gegaan. 31 En zij smeekten Hem dat Hij hun niet zou bevelen in de afgrond te gaan.

Jezus geeft in het boek Openbaring boodschappen aan de 7 Christelijke gemeenten:
Bij de inspectie van de 7 gemeenten hadden 5 gemeenten ernstige problemen, waaronder afgoderij.

  1. Op. 2:1 de gemeente in Efeze,… 4 Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten.
  2. Op. 2:8 de gemeente in Smyrna,…9 Ik ken uw werken, verdrukking en armoede, u bent echter rijk..
  3. Op. 2:12 de gemeente in Pergamus,… 13 Ik ken uw werken en weet waar u woont, namelijk waar de troon van de satan is…14 Maar Ik heb enkele dingen tegen u, namelijk dat u daar mensen hebt die zich houden aan de leer van Bileam , die Balak leerde voor de Israëlieten een struikelblok neer te leggen, opdat zij afgodenoffers zouden eten en hoererij bedrijven. 15 Zo hebt u er ook die zich houden aan de leer van de Nikolaïeten en dat haat Ik.
  4. Op. 2:18 de gemeente in Thyatira,…20 Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan…
  5. Op. 3:1 de gemeente in Sardis,…Ik ken uw werken, en weet dat u de naam hebt dat u leeft, maar u bent dood.
  6. Op. 3:7 de gemeente in Filadelfia,… 8 Zie, Ik heb voor uw ogen een geopende deur gegeven en niemand kan die sluiten,…
  7. Op. 3:14 de gemeente in Laodicea…. 15 Ik ken uw werken, en weet dat u niet koud en niet heet bent. Was u maar koud of heet! 16…zal Ik u uit Mijn mond spuwen.

De waarschuwing voor afgoderij in de gemeente Pergamus:
Zo (op dezelfde manier) als een groep die zich hield aan de leer van Bileam (Op. 2:15) door het eten van afgodenoffers en plegen van hoererij (Op. 2:14), zo waren blijkbaar de Nicolaïeten.

HerzSt (Openbaring 2:12-13) 12 En schrijf aan de engel van de gemeente in Pergamus: Dit zegt Hij Die het tweesnijdende, scherpe zwaard heeft: 13 Ik ken uw werken en weet waar u woont, namelijk waar de troon van de satan is. U houdt vast aan Mijn Naam, en u hebt het geloof in Mij niet verloochend, zelfs niet in de dagen van Antipas, Mijn trouwe getuige, die gedood werd bij u, waar de satan woont.

Deze troon van Satan was blijkbaar het Pergamon-altaar dat dateert uit ca. 180 v.Chr.
Deze plaats heet nu Bergama in het huidige Oost-Turkije. Dit Pergamon-altaar werd door een Duitse archeoloog opgegraven en staat nu opgesteld in het Pergamon-museum in Berlijn.

HerzSt (Openbaring 2:14) 14 Maar Ik heb enkele dingen tegen u, namelijk dat u daar mensen hebt die zich houden aan de leer van Bileam, die Balak leerde voor de Israëlieten een struikelblok neer te leggen, opdat zij afgodenoffers zouden eten en hoererij bedrijven.

Op deze vermaning van Jezus zullen we hierna nog uitgebreid ingaan.

De waarschuwing voor afgoderij in de gemeente Thyatira:

HerzSt (Openbaring 2:20-21) 20 Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten. 21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd.

[In hetzelfde gedeelte – in Op. 2:9 en 3:9 – wordt ook gesproken over de synagoge van Satan. Dat is de aanduiding voor degenen binnen de gemeenten die Christenen lasteren met leugens.]

Wat bedoelde Jezus hiermee, wat voor afgoderij was er in al deze Christelijke gemeenten?
Nu is het zo dat de Bijbel zich krachtig uitspreekt tegen de praktijken van spiritisme, mediums, occultisme, helderzienden, waarzeggers en kinderen offeren:

HerzSt (Deuteronomium 18:10-11) 10 Onder u mag niemand gevonden worden die zijn zoon of zijn dochter door het vuur laat gaan, die waarzeggerij pleegt, die wolken duidt of aan wichelarij doet, die een tovenaar is, 11 die bezweringen doet, die een dodenbezweerder of een waarzegger raadpleegt, of die de doden raadpleegt.
HerzSt (Jeremia 32:35) 35 Zij bouwden de offerhoogten van de Baäl, die in het dal Ben-Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochters voor de Molech door het vuur te laten gaan, wat Ik hun niet geboden had. En in Mijn hart was het niet opgekomen dat zij deze gruweldaad zouden doen, zodat ze Juda zouden doen zondigen.

Laten we beginnen de in Openbaring beschreven afgoderij van het Joodse volk in beeld te brengen, waarvan een afspiegeling te zien was in de Christelijke gemeenten Pergamus en Thyatira.

De roeping van Abraham en de afgoderij in zijn dagen
Abraham woonde in het Chaldeeuwse UR, waar hij ook was geboren.
De verering van de maangod was de belangrijkste religie in geheel Mesopotamië.
De Assyriërs en Babyloniërs kenden het woord Sin als de naam van de maangod.
In de stad Ur en omstreken zijn verschillende steles gevonden van de maangod Sin.
Hieronder enkele Babylonische steles:

Ook in de familielijn van Abraham werd deze afgod(en) gediend:

HerzSt (Jozua 24:2) 2 Toen zei Jozua tegen heel het volk: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Aan de overzijde van de rivier hebben uw vaderen van oude tijden af gewoond, namelijk Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend.

Het aanbidden van de maangod is dus al zeer oud en is volgens historici altijd doorgegaan.
Na de dood van Sara nam Abraham – op hoge leeftijd – een nieuwe vrouw, Ketura:

HerzSt (Genesis 25:1-2) 1 Abraham nam weer een vrouw, van wie de naam Ketura was. 2 En zij baarde hem Zimran, Joksan, Medan, Midian, Jisbak en Suah.

De nakomelingen van Midian, de Mianieten vestigden zich in wat nu de uiterst noordwestelijke hoek van Saoedi-Arabië is, tegen de huidige grens van Jordanië:

Het Joodse volk werd in de Schrift uitdrukkelijk geboden geen hemellichamen te aanbidden:

HerzSt (Deuteronomium 4:19-20) 19 Wees ervoor op uw hoede dat u uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren ziet, heel het leger aan de hemel, en u laat verleiden om u voor hen neer te buigen en hen te dienen. De HEERE, uw God, heeft hen aan al de volken onder de hele hemel toebedeeld, 20 maar ú heeft de HEERE genomen en uit de ijzeroven, uit Egypte geleid, om voor Hem tot een erfvolk te zijn, zoals het op deze dag is. ( zie ook Deuteronomium 17:2-5)

God geeft de Israëlieten de tien geboden of grondregels
Mozes werd geroepen om de twee stenen tafelen met de tien geboden in ontvangst te nemen:

HerzSt (Exodus 20:2) <eerste gebod> 2 Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.
HerzSt (Exodus 20:3-5) <tweede gebod> 3 U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. 4 U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. 5 U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEERE, uw God, ben een na-ijverig God, …..

Voordat Mozes van de berg Sinaï terugkwam met de 2 stenen tafelen had zijn broer Aäron al op verzoek van het Joodse volk een gouden kalf gemaakt:

HerzSt (Exodus 32:19-20) 19 En het gebeurde, toen hij in de nabijheid van het kamp kwam en het kalf en de reidansen zag, dat Mozes in woede ontstak. Hij wierp de tafelen uit zijn handen en sloeg ze onder aan de berg in stukken. 20 En hij nam het kalf dat zij gemaakt hadden, verbrandde het in het vuur, vermaalde het totdat het tot stof verpulverd was, strooide dat uit op het wateroppervlak en liet het de Israëlieten drinken.

De Israëlieten kwamen met de Baäl-aanbidding in aanraking toen zij +/- 1400 vChr. na hun uittocht uit Egypte en 40 jaar verblijf in de woestijn in het beloofde land Kanaän aankwamen.
Baäl betekent ‘Heer’ of ‘Meester’, en Astarte is de vrouwelijke tegenhanger.
Baäl-Peor was een Moabitische afgod, die op de berg Peor vereerd werd.
Ter info:
Edomieten, zijn de nakomelingen van Esau, de tweelingbroer van Jacob (Gen. 36:1)
Moabieten, zijn de nakomelingen van Lot en diens oudste dochter (Gen. 19:37)
Ammonieten, zijn de nakomelingen van Lot en diens jongste dochter (Gen. 19:38)

De geschiedenis van Bileam en Balak, koning van Moab

HerzSt (Numeri 22:1-3) 1 Daarna braken de Israëlieten op en sloegen hun kamp op in de vlakten van Moab, aan deze zijde van de Jordaan, ter hoogte van Jericho. 2 Balak, de zoon van Zippor, zag alles wat Israël met de Amorieten gedaan had. 3 Daarom was Moab zeer bevreesd voor dit volk, want het was talrijk. Moab verkeerde in angst voor de Israëlieten.
HerzSt (Numeri 22:4,7) 4 Toen zei Moab tegen de oudsten van Midian: Nu zal deze menigte alles wat rondom ons is, afgrazen, zoals een rund het groen van het veld afgraast. Balak, de zoon van Zippor, was in die tijd koning van Moab….7 Toen gingen de oudsten van Moab en de oudsten van Midian op weg, en zij hadden het waarzeggers loon in hun hand. En zij kwamen bij Bileam en spraken tot hem de woorden van Balak.

Koning Balak stuurde boden naar Bileam in Perthor (Mesopotamië) om hem te laten komen, met het verzoek om het Joodse volk te vervloeken:

HerzSt (Numeri 22:12) 12 Toen zei God tegen Bileam: U mag niet met hen meegaan, u mag dat volk niet vervloeken, want het is gezegend.

Maar koning Balak bleef maar boden sturen om te vragen of Bileam wilde komen:

HerzSt (Numeri 22:20-22) 20 God kwam ’s nachts tot Bileam en zei tegen hem: Kwamen die mannen soms om u te ontbieden? Sta op, ga met hen mee, maar u mag alleen dat doen, wat Ik tot u spreken zal. 21 De volgende morgen stond Bileam op, zadelde zijn ezelin en ging met de vorsten van Moab mee. 22 De toorn van God ontbrandde echter, omdat hij op weg ging, en een engel van de HEERE ging hem in de weg staan als zijn tegenstander…

Bileam zag de engel met getrokken zwaard niet staan, maar zijn (sprekende) ezel wel:

HerzSt (Numeri 22:28,31) 28 Toen opende de HEERE de mond van de ezelin en ze zei tegen Bileam: Wat heb ik u misdaan, dat u mij nu driemaal geslagen hebt? ….31 Toen ontsloot de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij de engel van de HEERE zag staan op de weg, met zijn uitgetrokken zwaard in zijn hand. En hij knielde en boog zich neer met zijn gezicht ter aarde.

Maar Bileam zag geen kans om Israël te vervloeken, tot driemaal toe niet:

HerzSt (Numeri 24:10) 10 Toen ontstak Balak in woede tegen Bileam, en hij sloeg zich in de handen. En Balak zei tegen Bileam: Ik heb u geroepen om mijn vijanden te vervloeken, maar zie, u hebt hen deze drie keer juist gezegend!

Volgens Jozua hfdstk 24 liet YHWH niet toe, dat Zijn volk Israël vervloekt werd:

HerzSt (Jozua 24:9-10) 9 Vervolgens maakte Balak, de zoon van Zippor, de koning van Moab, zich gereed en streed hij tegen Israël. Hij zond boden en liet Bileam, de zoon van Beor, roepen om u te vervloeken. 10 Maar Ik wilde niet naar Bileam luisteren; daarom zegende hij u steeds weer, en Ik redde u uit zijn hand.

Echter, met het ‘advies’ van Bileam bedachten de Moabieten en Midianieten een manier om Israël te vernietigen. Als ze het volk van Israël niet konden verslaan op de gebruikelijke manier, dan maar hen verslaan met vrouwenverleiding door de Midianitische en Moabitische jonge vrouwen.
Deze vrouwen moesten hen vervolgens aanzetten tot aanbidding van de Moabitische Baäl-Peor:

HerzSt (Numeri 25:1-3) 1 Israël verbleef in Sittim, en het volk begon hoererij te bedrijven met de dochters van Moab. 2 Die nodigden het volk uit bij de offers aan hun goden, en het volk at en boog zich voor hun goden neer. 3 Toen Israël zich zo aan Baäl-Peor koppelde, ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Israël.

Vreemde vrouwenverleiding is een machtig wapen, dat wist Bileam ook:

HerzSt (Spreuken 5:3) 3 Want de lippen van een vreemde vrouw druipen van honingzeem, haar gehemelte is gladder dan olie,…

Alle Joodse mannen, die achter de Baäl-Peor aan gingen, werden uit hun midden gedood. (Deut. 4:3)
Toch kwam er nog een Israëliet aan met een Midianitische vrouw, alsof er niets aan de hand was:

HerzSt (Numeri 25:6-9) 6 En zie, een man uit de Israëlieten kwam en bracht een Midianitische vrouw bij zijn broeders, voor de ogen van Mozes en voor de ogen van heel de gemeenschap van de Israëlieten, terwijl zij huilden bij de ingang van de tent van ontmoeting. 7 Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, de zoon van de priester Aäron, dat zag, stond hij op uit het midden van de gemeenschap, nam een speer in zijn hand, 8 ging achter de Israëlitische man aan het slaapvertrek in, en doorstak hen beiden, zowel de Israëlitische man als de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag over de Israëlieten tot stilstand gebracht. 9 Het aantal van hen die aan de plaag stierven, was vierentwintigduizend.
HerzSt (Numeri 25:16-18) 16 Verder sprak de HEERE tot Mozes: 17 Behandel de Midianieten als vijanden en versla hen. 18 Want zij hebben u als vijanden behandeld, met hun listen, die zij listig tegen u beraamden, in het geval van Peor en in het geval van hun zuster Kozbi, de dochter van een leider van de Midianieten, die gedood is op de dag van de plaag, in het geval van Peor.
HerzSt (Numeri 31:8) 8 Behalve hen die door hen verslagen werden, doodden zij ook de koningen van Midian: Evi, Rekem, Zur, Hur en Reba, de vijf koningen van Midian; ook doodden zij Bileam, de zoon van Beor, met het zwaard

Om nu terug te komen op Jezus boodschap aan de Christelijke gemeente in Pergamus (Op. 2:14), deze was een waarschuwing om niet te handelen zoals Bileam, die Balak leerde een struikelblok neer te leggen. Blijkbaar waren er Christenen in de gemeente Pergamus, die hun goedkeuring gaven aan huwelijken van Christenen met heidenen met hun afgoden, eenzelfde struikelblok als dat van Bileam:

HerzSt (1 Korinthe 7:39) 39 Een vrouw is door de wet gebonden, zolang haar man leeft. Als haar man echter ontslapen is, is zij vrij om te trouwen met wie zij wil, maar alleen in de Heere.
HerzSt (2 Korinthe 6:14) 14 Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid, en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis?

Gideons strijd tegen Midian
Met de dood van 24.000 Israëliërs, die de Baäl-Peor hadden aanbeden, was de bestraffing nog niet beëindigd, ook de Midianieten moesten uiteindelijk nog bestraft worden (Num. 25:17).
Gideon bleek de strijdbare held uit het noordelijke Israël te zijn, die Midian moest verslaan:

HerzSt (Richteren 6:1) 1 Maar de Israëlieten deden wat slecht was in de ogen van de HEERE. Toen gaf de HEERE hen over in de hand van Midian, zeven jaar.….. 4 Dan sloegen zij hun kamp tegen hen op en deden de opbrengst van het land teniet, tot waar men bij Gaza komt. En zij lieten in Israël niets over om van te leven: geen schaap, geen rund en geen ezel…..12 Toen verscheen de Engel van de HEERE aan hem (Gideon) en zei tegen hem: De HEERE is met u, strijdbare held!…14 Toen wendde de HEERE Zich tot hem (Gideon) en zei: Ga in deze kracht van u, en u zult Israël uit de hand van Midian verlossen. Heb Ik u niet gezonden?….25 En het gebeurde in diezelfde nacht dat de HEERE tegen hem zei: Neem een jonge stier van de runderen die van uw vader zijn, en wel de tweede jonge stier, van zeven jaar. Breek vervolgens het altaar van de Baäl af dat van uw vader is, en hak de gewijde paal om die erbij staat. 26 Bouw daarna voor de HEERE, uw God, een altaar op de top van deze vesting, op een geschikte plaats. Neem dan de tweede jonge stier en breng een brandoffer met het hout van de gewijde paal, die u om zult hakken.…. 32 Daarom noemde hij zijn zoon (Gideon) op die dag Jerubbaäl, en zei: Laat de Baäl het tegen hem opnemen, want hij heeft zijn altaar afgebroken. 33 Nu hadden heel Midian, alsook Amalek en de mensen van het oosten zich samen verzameld. Zij trokken de Jordaan over en sloegen hun kamp op in het dal van Jizreël.

Gideon bracht Midian (en Amalek met de mensen van het oosten) een vernietigende nederlaag toe met slechts driehonderd strijders:

HerzSt (Richteren 7:16,19) 16 Toen verdeelde hij de driehonderd man in drie groepen en gaf iedereen een bazuin en lege kruiken in de hand, met fakkels binnen in de kruiken….19 Zo kwam Gideon met de honderd mannen die bij hem waren, bij de rand van het kamp. Het was aan het begin van de middelste nachtwake, net nadat zij de wacht weer hadden opgesteld. Toen bliezen zij op de bazuinen en sloegen de kruiken die in hun hand waren, in stukken.
HerzSt (Richteren 8:10) 10 …ongeveer vijftienduizend man. Dit waren allen die overgebleven waren van heel het leger van de mensen van het oosten. De gevallenen waren honderdtwintigduizend mannen die het zwaard konden hanteren.

Na de overwinning op Midian (120.000 doden) ging Gideon de gouden afgods-maantjes verzamelen:

HerzSt (Richteren 8:21,26) 21 Toen zeiden Zebah en Zalmuna: Staat u zelf op en steek ons dood, want zoals de man is, zo is zijn kracht. Daarom stond Gideon op, doodde Zebah en Zalmuna, en nam de maantjes die om de halzen van hun kamelen hingen…….26 Het gewicht van de gouden ringen, waar hij om gevraagd had, was zeventienhonderd sikkel goud, naast de maantjes, oorhangers en purperen kleding die de koningen van Midian gedragen hadden, en naast de kettingen om de halzen van hun kamelen.

Het volk van Midian, met hun Baal-afgoderij, was verslagen en hun afgods-maantjes omgesmolten.

Jezus boodschap aan de gemeente in Thyatira:

HerzSt (Openbaring 2:20-21) 20 Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten. 21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd.

Israël was in tweeën gescheurd door Salomo’s afgoderij; in de koninkrijken Juda en Israël.
Toen Salomo, de zoon van koning David, in een droom van God (YHWH) een wens mocht doen en mocht kiezen wat hij maar wilde, koos de jongeman Salomo voor wijsheid. (1Koningen 3:5,9,11-12)
Hij mocht de eerste tempel bouwen op de berg Moria, de tempelberg.
Maar op hogere leeftijd viel Salomo voor afgoderij en zei God tegen hem, dat het koninkrijk zou uiteenvallen:

HerzSt (1 Koningen 11:4-13) 4 Het was in de tijd van Salomo’s ouderdom dat zijn vrouwen zijn hart deden afwijken, achter andere goden aan, zodat zijn hart niet volkomen was met de HEERE, zijn God, zoals het hart van zijn vader David, 5 want Salomo ging achter Astarte aan, de god van de Sidoniërs, en achter Milkom, de afschuwelijke afgod van de Ammonieten. 6 Zo deed Salomo wat slecht was in de ogen van de HEERE: hij volhardde er niet in de HEERE na te volgen, zoals zijn vader David. 7 Toen bouwde Salomo een offerhoogte voor Kamos, de afschuwelijke afgod van de Moabieten, op de berg die voor Jeruzalem ligt, en voor Molech, de afschuwelijke afgod van de Ammonieten. 8 Zo deed hij voor al zijn uitheemse vrouwen, die hun afgoden reukoffers en slachtoffers brachten. 9 Daarom werd de HEERE toornig op Salomo, omdat zijn hart van de HEERE, de God van Israël, Die hem tweemaal was verschenen, was afgeweken. 10 Hij had hem aangaande deze zaak geboden dat hij niet achter andere goden aan zou gaan, maar hij hield zich niet aan wat de HEERE geboden had. 11 Daarom zei de HEERE tegen Salomo: Omdat het bij u gebeurd is dat u Mijn verbond en verordeningen, die Ik u geboden heb, niet in acht hebt genomen, zal Ik het koninkrijk zeker van u losscheuren en het aan uw dienaar geven. 12 In uw dagen zal ik dat echter niet doen, omwille van uw vader David. Ik zal het uit de hand van uw zoon losscheuren. 13 Alleen, Ik zal niet het hele koninkrijk van u losscheuren: één stam zal Ik aan uw zoon geven, omwille van Mijn dienaar David en omwille van Jeruzalem, dat Ik verkozen heb.

Na de dood van koning Salomo werd de Joodse natie gesplitst en ontstonden er twee koninkrijken, het zuidelijke 2 stammen rijk Juda en het noordelijke 10 stammen rijk Israël. De tempel stond in het zuidelijke koninkrijk Juda (door de Grieken en Romeinen Judea genoemd) in Jeruzalem en ook de Levitische priesters dienden daar.
Samaria, de stad, was de hoofdstad van het noordelijke koninkrijk Israël. Het was ook de naam voor het gebied of het land om de hoofdstad, wat evenals Galilea tot het koninkrijk Israël behoorde.
Na de Assyrische belegering van de stad Samaria werden er velen gedeporteerd uit het land Samaria, en weer later werden er nieuwe bewoners uit andere landen naar de steden van Samaria gezonden.
Deze nieuwe bewoners brachten hun eigen religie en hun eigen goden mee:

HerzSt (2 Koningen 17:24) 24 De koning van Assyrië bracht mensen uit Babel, uit Chuta, uit Avva, uit Hamath en Sefarvaïm, en liet hen in de steden van Samaria wonen, in plaats van de Israëlieten. Zij namen Samaria in bezit en woonden in zijn steden.

Tempelprostitutie en kinderoffers waren andere opvallende aspecten van de Baälaanbidding:

HerzSt (1 Koningen 14:23, 24) 23 Want ook zij bouwden voor zichzelf offerhoogten, gewijde stenen en gewijde palen, op elke hoge heuvel en onder elke bladerrijke boom. 24 Ook waren er schandknapen in het land. Zij deden overeenkomstig alle gruweldaden van de heidenvolken die de HEERE van voor de ogen van de Israëlieten verdreven had.
HerzSt (2 Koningen 17:17) 17 Ook deden zij hun zonen en dochters door het vuur gaan, pleegden waarzeggerijen en deden aan wichelarij, en verkochten zich om te doen wat slecht was in de ogen van de HEERE en Hem tot toorn te verwekken.

De van oorsprong Joodse Samaritanen hadden betrekkingen met de nieuwe bewoners en namen vervolgens deel aan hun afgoderij.

HerzSt (1 Koningen 16:29-31) 29 En Achab, de zoon van Omri, werd koning over Israël in het achtendertigste jaar van Asa, de koning van Juda. Achab, de zoon van Omri, regeerde over Israël, in Samaria, tweeëntwintig jaar. 30 Achab, de zoon van Omri, deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, meer dan allen die er vóór hem geweest waren. 31 En het gebeurde (was het gering dat hij in de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, ging?) dat hij ook nog Izebel tot vrouw nam, de dochter van Ethbaäl, de koning van de Sidoniërs, en dat hij de Baäl ging dienen en zich daarvoor neerboog.

Izebel was een dochter van Ethbaäl, de koning van Tyrus en Sidon.
De Sidoniërs aanbaden Astarte. Astarte was de godin van de vruchtbaarheid.
Izebel werd de echtgenote van koning Achab van het noordelijke tienstammenrijk Israël:

Herzst (1 Koningen 11:33) 33 omdat zij Mij hebben verlaten en zich neergebogen hebben voor Astarte, de god van de Sidoniërs,……

(Jerobeam, de 1e koning van het 10 stammenrijk Israël, stelde in Israël de beeldendienst in van twee gouden kalveren, zodat de inwoners van Israël niet naar de tempel in Jeruzalem hoefden te gaan. Volgens 2 Kon. 17:16 ‘bogen zij zich voor heel het leger aan de hemel neer en dienden de Baäl’)

Izebel was een nietsontziend aanbidster en profetes van Baäl en Astarte, die de aanbidding hiervan in Israël opdrong. Ze ging volledig tegen de God van Israël in en liet de profeten van YHWH vermoorden. Haar gedrag werd aan de kaak gesteld door de profeet Elia:

HerzSt (1 Koningen 18:4) 4 Het was namelijk gebeurd, toen Izebel de profeten van de HEERE uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam en ze per vijftig man in een grot verborg en hen met brood en water onderhield.
HerzSt (1 Koningen 18:17-18) 17 En het gebeurde, toen Achab Elia zag, dat Achab tegen hem zei: Bent u degene die Israël in het ongeluk stort? 18 Toen zei hij: Ík heb Israël niet in het ongeluk gestort, maar ú en het huis van uw vader, doordat u de geboden van de HEERE verliet en achter de Baäls aan gegaan bent.

Zowel de Baälpriesters als Elia bouwden een altaar met een stier als brandoffer, maar Elia liet over zijn altaar 3 maal water gieten. Ze mochten het vuur niet zelf ontsteken:

HerzSt (1 Koningen 18:31-35,38-40) 38 Toen viel er vuur van de HEERE neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof. Zelfs het water in de geul likte het op. 39 Toen heel het volk dat zag, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God! 40 Elia zei tegen hen: Grijp de profeten van de Baäl! Laat niemand van hen ontkomen. Zij grepen hen, en Elia voerde hen af naar de beek Kison en slachtte hen daar af.

YHWH kondigde Jehu aan als de nieuwe koning van Israël:

HerzSt (1 Koningen 19: 15-18) 15 De HEERE zei tegen hem: Ga heen, keer terug op uw weg, naar de woestijn van Damascus. Wanneer u daar komt, moet u Hazaël zalven tot koning over Syrië. 16 En u moet Jehu, de zoon van Nimsi, zalven tot koning over Israël. En Elisa, de zoon van Safat, uit Abel-Mehola, moet u tot profeet zalven in uw plaats. 17 En het zal gebeuren dat Jehu zal doden wie aan het zwaard van Hazaël ontkomt, en Elisa zal doden wie aan het zwaard van Jehu ontkomt. 18 Maar Ik zal er in Israël zevenduizend overlaten, allen die de knieën niet gebogen hebben voor de Baäl, en allen van wie de mond hem niet gekust heeft.

Achab wilde de wijngaard van Naboth, maar deze wilde hem niet afstaan.
Izebel, zijn echtgenote, verzon een list om Naboth te laten stenigen tot de dood.
Na Naboths dood werd de profeet Elia naar Achab gestuurd:

HerzSt (1 Koningen 21:19,23,25-26) 19 En u moet tegen hem zeggen: Zo zegt de HEERE: Hebt u een moord gepleegd en ook iemands land in bezit genomen? Verder moet u tot hem spreken: Zo zegt de HEERE, op de plaats waar de honden het bloed van Naboth opgelikt hebben, zullen de honden uw bloed oplikken, ja, het uwe!….23 En verder sprak de HEERE over Izebel: De honden zullen Izebel opeten bij de vestingwal van Jizreël…25 Er is nooit iemand zoals Achab geweest, die zichzelf verkocht om te doen wat slecht is in de ogen van de HEERE, omdat Izebel, zijn vrouw, hem daartoe aanspoorde. 26 Hij handelde zeer gruwelijk door achter de stinkgoden aan te gaan, overeenkomstig alles wat de Amorieten hadden gedaan, die de HEERE van voor de ogen van de Israëlieten verdreven had.

Achab toonde vervolgens berouw en daardoor werd het lot voor zijn familie uitgesteld tot zijn zoon:

HerzSt (2 Koningen 8:16-18,25-27) 25 In het twaalfde jaar van Joram, de zoon van Achab, de koning van Israël, begon Ahazia, de zoon van Jehoram, de koning van Juda, te regeren. 26 Ahazia was tweeëntwintig jaar oud toen hij koning werd en hij regeerde één jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Athalia, de dochter van Omri, de koning van Israël. 27 En hij ging in de weg van het huis van Achab en deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, zoals het huis van Achab; hij was immers een schoonzoon van het huis van Achab.(feitelijk van Achabs vader, van het huis Omri)

Zoals in 1 Koningen 16:29 staat geschreven, was Achab (koning van Israël) de zoon van Omri. De vrouw van Ahazia (koning van Juda) was Athalia, een dochter van Omri en dus een zuster van Achab.
Achab (koning van Israël) was dus een zwager van Ahazia (koning van Juda).

Jehu wordt gezalfd als koning van Israël:

HerzSt (2 Koningen 9:1,6-7,10) Toen riep de profeet Elisa een van de leerling-profeten en zei tegen hem: Omgord uw middel, neem deze oliekruik in uw hand en ga naar Ramoth in Gilead…..6 Toen stond hij op en ging in huis; hij (de leerling van Elisa) goot de olie uit over zijn hoofd (Jehu) en zei tegen hem: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Ik heb u gezalfd tot koning over het volk van de HEERE, over Israël. 7 En u zult het huis van Achab, uw heer, doden, opdat Ik het bloed van Mijn dienaren, de profeten, en het bloed van alle dienaren van de HEERE op Izebel zal wreken….10 Ook zullen de honden Izebel eten op het stuk land van Jizreël, en er zal niemand zijn die haar begraaft….

Joram wordt door Jehu gedood als vergelding voor de afgoderij van het huis van zijn vader Achab:

HerzSt (2 Koningen 9: 21-22,24) 21 Toen zei Joram: Inspannen! En men spande zijn strijdwagen in. Zo trok Joram, de koning van Israël, de stad uit, samen met Ahazia, de koning van Juda, ieder op zijn wagen. Zij trokken de stad uit, Jehu tegemoet, en ontmoetten hem op het stuk land van Naboth uit Jizreël. 22 Het gebeurde nu, toen Joram Jehu zag, dat hij zei: Is het vrede, Jehu? Maar hij zei: Wat vrede, zolang de hoererijen van uw moeder Izebel en haar toverijen zo talrijk zijn?……24 Maar Jehu spande de boog met volle kracht en schoot Joram tussen de armen, zodat de pijl door zijn hart naar buiten kwam; en hij zonk neer in zijn wagen.

Joram, de koning van Israël, werd neergeworpen op het veld van Naboth. Toen Ahazia, de koning van Juda, dat zag, vluchtte hij maar werd door Jehu achtervolgd. Hij vluchtte naar Megiddo en stierf daar:

HerzSt (2 Koningen 9: 30-33) 30 En Jehu kwam in Jizreël. Toen Izebel dat hoorde, voorzag zij haar ogen van oogschaduw, verzorgde haar kapsel en zag door het venster neer naar buiten. 31 Toen nu Jehu de poort binnenkwam, zei zij: Is het vrede, Zimri, moordenaar van zijn heer? 32 Hij keek omhoog naar het venster en zei: Wie is er met mij, wie? Toen zagen twee, drie hovelingen op hem neer. 33 Hij zei: Gooi haar naar beneden. En zij gooiden haar naar beneden, zodat een deel van haar bloed tegen de muur en tegen de paarden spatte, en hij vertrapte haar.

Izebel kwam aan haar eind zoals Elia had geprofeteerd; ‘De honden zullen Izebel opeten bij de vestingwal van Jizreël.’ Vervolgens werden alle 70 zonen van Achab gedood. En Jehu doodde al de overgeblevenen van het huis van Achab, al zijn aanzienlijken, zijn vertrouwelingen en zijn priesters. (2Koningen 10:7,11) En Jehu verzon een list voor de profeten, dienaren en priesters van Baäl:

HerzSt (2 Koningen 10: 18-19) 18 En Jehu riep heel het volk bijeen en zei tegen hen: Achab heeft de Baäl slechts een beetje gediend, Jehu zal hem meer dienen. 19 Nu dan, roep alle profeten van de Baäl, al zijn dienaren en al zijn priesters bij mij. Laat niemand gemist worden, want ik heb een groot offer voor de Baäl. Al wie gemist wordt, zal niet in leven blijven. Maar Jehu deed dat met list, om de dienaren van de Baäl om te brengen.

Toen zei Jehu tegen de lijfwacht en tegen de officieren: Kom, sla hen dood. (2 Koningen 10:25)
De Izebel uit Thyatira (uit Openbaring) was een vrouw, die zich gedroeg als een profetes en zette daarmee vele Christenen aan tot hoererij en verleidde hen tot deelneming aan afgodische offers:

HerzSt (Openbaring 2:20) 20 Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten.

De naam Izebel is natuurlijk slechts een figuurlijke naam, bedoeld om hiermee hetzelfde misleidende en afgodische gedrag aan te duiden als van de oorspronkelijke Izebel:

HerzSt (1 Korinthe 6:10) 10 Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven.

Tot zover dit gedeelte over afgoderij in de eerste Christelijke gemeenten. In het volgende artikel wordt ingegaan op de ballingschap van Juda en de visioenen van Daniël.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *