2. Aanbidding van het ‘beeld’

aanbidding beeld 2.pdf

Het spoor in de Schrift dat leidt naar de aanbidding van het ‘beeld’ van het beest:
HerzSt (Openbaring 13:14-15) 14 …En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd. 15 ….en zou maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.
——————————————————————————————————————–

In het vorige artikel hebben we gesproken over de afgoderij in de eerste Christelijke gemeenten.
Jezus waarschuwde voor afgoderij in de gemeente Pergamus als een afspiegeling van de geschiedenis van Bileam en Balak, koning van Moab, destijds om het volk van Israël te misleiden.
Tevens waarschuwde Jezus voor afgoderij in de gemeente Thyatira als afspiegeling van Izebel, de echtgenote van koning Achab van het noordelijke tienstammenrijk Israël. Izebel was destijds een nietsontziend aanbidster en profetes van Baäl en Astarte, die de aanbidding hiervan in Israël opdrong.

Hoe ging het verder met het noordelijke tienstammenrijk Israël en met het huis van Jehu, koning van Israël?

Het thema van dit schrijven is; afgoderij en de ballingschap van Samaria, daarna de ballingschap van Juda en de visioenen in ballingschap van Daniël.

HerzSt (2 Koningen 10:31-32) 31 Maar Jehu wandelde niet nauwlettend en met heel zijn hart in de wet van de HEERE, de God van Israël; hij week niet af van de zonden van Jerobeam, die Israël deed zondigen. 32 In die dagen begon de HEERE Israël kleiner te maken, want Hazaël versloeg hen in alle gebieden van Israël….. (Hazaël was koning van Syrië, zie 1 Kon. 19:15)

De zonden van Jerobeam waren – zoals ook aangehaald in het vorige artikel – volgens 1 Kon. 12:28 de ingestelde gouden kalveraanbidding door Jerobeam in het tienstammenrijk Israël.

HerzSt (2 Koningen 17:1-3) 1 In het twaalfde jaar van Achaz, de koning van Juda, werd Hosea, de zoon van Ela, koning over Israël in Samaria en hij regeerde negen jaar. 2 Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, alleen niet zoals de koningen van Israël die er vóór hem geweest waren. 3 Tegen hem trok Salmaneser op, de koning van Assyrië; Hosea werd zijn dienaar en droeg schatting aan hem af.

Hosea, die regeerde vanuit Samaria, werd overwonnen door Assyrië en moest jaarlijks een schatting betalen. Samaria behoorde zoals bekend tot het noordelijke tienstammenrijk Israël.
Maar Hosea wilde de jaarlijkse schatting niet meer betalen aan Assyrië. Daarop viel Assyrië Samaria binnen en werden veel Samaritanen in 722 vChr. in ballingschap weggevoerd naar Assyrië:

HerzSt (2 Koningen 17:6-8,12) 6 In het negende jaar van Hosea nam de koning van Assyrië Samaria in en voerde Israël weg naar Assyrië. Hij liet hen wonen in Halah en in Habor, aan de rivier Gozan en in de steden van Medië. 7 Dit gebeurde omdat de Israëlieten gezondigd hadden tegen de HEERE, hun God, Die hen uit het land Egypte geleid had, onder de hand van de farao vandaan, de koning van Egypte. Zij hadden andere goden vereerd, 8 en hadden gewandeld overeenkomstig de verordeningen van de heidenvolken die de HEERE van voor de ogen van de Israëlieten verdreven had; de koningen van Israël hadden die uitgevaardigd….. 12 Zij hadden de stinkgoden gediend, waarvan de HEERE tegen hen gezegd had: U mag dit niet doen.
HerzSt (2 Koningen 17:17) 17 Ook deden zij hun zonen en dochters door het vuur gaan, pleegden waarzeggerijen en deden aan wichelarij, en verkochten zich om te doen wat slecht was in de ogen van de HEERE en Hem tot toorn te verwekken.
HerzSt (1 Koningen 14:23, 24) 23 Want ook zij bouwden voor zichzelf offerhoogten, gewijde stenen en gewijde palen, op elke hoge heuvel en onder elke bladerrijke boom. 24 Ook waren er schandknapen in het land. Zij deden overeenkomstig alle gruweldaden van de heidenvolken die de HEERE van voor de ogen van de Israëlieten verdreven had.

Dit soort slechte dingen zoals tempelprostitutie, waarzeggerij en kinderoffers had God (YHWH) ten strengste verboden maar waren opvallende aspecten van de Baälaanbidding:

HerzSt (Deuteronomium 18:10-11) 10 Onder u mag niemand gevonden worden die zijn zoon of zijn dochter door het vuur laat gaan, die waarzeggerij pleegt, die wolken duidt of aan wichelarij doet, die een tovenaar is, 11 die bezweringen doet, die een dodenbezweerder of een waarzegger raadpleegt, of die de doden raadpleegt.
HerzSt (Deuteronomium 23:17) 17 Er mag onder de dochters van Israël geen hoer zijn; en er mag geen schandknaap zijn onder de zonen van Israël.

Na de Assyrische belegering van de stad Samaria werden er velen gedeporteerd uit het land Samaria, en later werden er nieuwe bewoners uit andere landen naar de steden van Samaria gezonden:

HerzSt (2 Koningen 17:24) 24 De koning van Assyrië bracht mensen uit Babel, uit Chuta, uit Avva, uit Hamath en Sefarvaïm, en liet hen in de steden van Samaria wonen, in plaats van de Israëlieten. Zij namen Samaria in bezit en woonden in zijn steden.
HerzSt (Psalmen 106:34-38) 34 Zij vaagden de volken niet weg, zoals de HEERE hun bevolen had; 35 maar zij vermengden zich met de heidenvolken en leerden hun gebruiken. 36 Zij dienden hun afgoden, die hun tot een valstrik werden. 37 Bovendien offerden zij hun zonen en hun dochters aan de demonen. 38 Zij vergoten onschuldig bloed, het bloed van hun zonen en dochters. Zij offerden hen aan de afgoden van Kanaän, zodat het land door deze bloedschulden ontheiligd werd.

Deze nieuwe bewoners brachten hun eigen religie en hun eigen goden mee.
De Samaritanen hadden betrekkingen met de nieuwe bewoners.
Ook Jezus beschouwde in Zijn dagen op aarde de ‘gemengde’ Samaritanen niet als zuivere Joden:

HerzSt (Mattheüs 10:5-6) 5 Deze twaalf zond Jezus uit en Hij gebood hun: U zult u niet op weg begeven naar de heidenen en u zult geen enkele stad van de Samaritanen binnengaan, 6 maar ga liever naar de verloren schapen van het huis van Israël.
HerzSt (2 Koningen 17:18) 18 De HEERE was zeer toornig op Israël, zodat Hij hen wegdeed van Zijn aangezicht. Er bleef niets over dan alleen de stam van Juda.

Maar zoals we zullen zien, werd helaas ook in het zuidelijke tweestammenrijk Juda afgoderij bedreven.

De afgoderij in Juda en de daarop volgende ballingschap voor Juda

De volgende waarschuwing had God YHWH de kinderen van Israël gegeven:

HerzSt (Deuteronomium 28:58-59,64) 58 Als u al de woorden van deze wet die in dit boek geschreven zijn, niet nauwlettend houdt, door deze heerlijke en ontzagwekkende Naam, de HEERE, uw God, te vrezen, 59 dan zal de HEERE uw plagen en de plagen van uw nageslacht uitzonderlijk maken;….. 64 De HEERE zal u verspreiden onder al de volken, van het ene einde van de aarde tot aan het andere einde van de aarde. Daar zult u andere goden dienen, die u noch uw vaderen gekend hebben, hout en steen.

God had geen keus, het koninkrijk Juda was evenals Samaria in grote zonde vervallen:

HerzSt (2 Koningen 17:19-20) 19 Maar zelfs Juda nam de geboden van de HEERE, hun God, niet in acht: zij wandelden overeenkomstig de verordeningen van Israël, die zij gemaakt hadden. 20 Toen verwierp de HEERE het hele nageslacht van Israël. Hij vernederde hen en gaf hen in de hand van plunderaars, totdat Hij hen van Zijn aangezicht weggeworpen had.
HerzSt (Jeremia 32:35) 35 Zij bouwden de offerhoogten van de Baäl, die in het dal Ben-Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochters voor de Molech door het vuur te laten gaan, wat Ik hun niet geboden had. En in Mijn hart was het niet opgekomen dat zij deze gruweldaad zouden doen, zodat ze Juda zouden doen zondigen. (het dal Ben-Hinnon ligt ten zuiden van Jeruzalem, ook wel Gehenna genoemd)

Manasse, een koning van het tweestammenrijk Juda die slecht deed

HerzSt (2 Koningen 21:1-6) 1 Manasse was twaalf jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde vijfenvijftig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Hefziba. 2 Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, overeenkomstig de gruweldaden van de heidenvolken die de HEERE van voor de ogen van de Israëlieten verdreven had. 3 Hij herbouwde de offerhoogten die Hizkia, zijn vader, vernield had; hij richtte altaren op voor de Baäl, maakte een gewijde paal zoals Achab, de koning van Israël, gemaakt had, en boog zich neer voor heel het leger aan de hemel en diende het. 4 Verder bouwde hij altaren in het huis van de HEERE, waarvan de HEERE gezegd had: In Jeruzalem zal Ik Mijn Naam vestigen. 5 Verder bouwde hij altaren voor heel het leger aan de hemel in beide voorhoven van het huis van de HEERE. 6 Hij liet zijn zoon door het vuur gaan, duidde wolken en deed aan wichelarij. Ook stelde hij dodenbezweerders en waarzeggers aan. Hij deed zeer veel kwaad in de ogen van de HEERE, om Hem tot toorn te verwekken.

Manasse bouwde afgods altaren zelfs in Gods tempel en maakte – door zijn maangod en sterren afgoderij – God zeer toornig. Toen Manasse stierf werd Ammon (zijn zoon) koning. Ammon deed wat slecht was in Gods ogen en werd gedood door zijn dienaren. Zijn zoon Josia werd vervolgens koning van Juda. (2 Kon. 21:19-26)

Eindelijk een koning die goed deed, koning Josia van Juda

HerzSt (2 Koningen 23:24-27) 24 Ook deed Josia de dodenbezweerders weg, de waarzeggers, de afgodsbeeldjes, de stinkgoden en alle afschuwelijke afgoden die in het land van Juda en in Jeruzalem gezien werden, om zo de woorden van de wet uit te voeren, die beschreven waren in het boek dat de priester Hilkia in het huis van de HEERE gevonden had. 25 Vóór hem was er geen koning aan hem gelijk, die zich met heel zijn hart, heel zijn ziel en met heel zijn kracht tot de HEERE bekeerd had, overeenkomstig de hele wet van Mozes; en na hem stond zijns gelijke niet op. 26 Toch keerde de HEERE Zich niet af van Zijn grote, brandende toorn, want Zijn toorn brandde tegen Juda, vanwege al zijn tergen waarmee Manasse Hem tot toorn verwekt had. 27 De HEERE zei: Ik zal ook Juda van Mijn aangezicht wegdoen, zoals Ik Israël weggedaan heb. Ik zal deze stad Jeruzalem verwerpen, die Ik verkozen had, en het huis waarvan Ik gezegd had: Mijn Naam zal daar zijn.

Koning Josia van Juda werd gedood door de farao van Egypte. (2Kon. 23:29)
Gods toorn keerde zich – vanwege de grove afgoderij van Manasse – niet af van Juda.

Joahaz, zoon van Josia, wordt koning van Juda

Joahaz, de zoon van Josia, werd de volgende koning van Juda, maar hij deed weer slecht in Gods ogen:

HerzSt (2 Koningen 23:32-34) 32 Hij (Joahaz) deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, overeenkomstig alles wat zijn vaderen gedaan hadden. 33 Farao Necho (van Egypte) zette hem in Ribla (Syrië) gevangen, in het land van Hamath, zodat hij niet in Jeruzalem kon regeren, en hij legde het land een boete op van honderd talent zilver en een talent goud. 34 Bovendien maakte farao Necho Eljakim, de zoon van Josia, koning in de plaats van zijn vader Josia en veranderde zijn naam in Jojakim. Joahaz nam hij echter mee, en toen die in Egypte aankwam, stierf hij daar.

Joahaz was gestorven, Jojakim (Eljakim) een andere zoon van Josia werd de nieuwe koning van Juda

HerzSt (2 Koningen 23:35,37) 35 Jojakim droeg het zilver en het goud aan de farao af. Om dat geld volgens het bevel van de farao af te kunnen dragen, legde hij het land belasting op. Hij eiste van ieder van de bevolking van het land zilver en goud overeenkomstig zijn schatplicht, om dat aan farao Necho af te dragen….. 37 Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, overeenkomstig alles wat zijn vaderen gedaan hadden.

De slag bij Karkemish

De slag bij Karkemish was een veldslag tussen het Egyptische leger en de Babyloniërs onder Nebukadnezar. De slag vond plaats bij de grens van Syrië aan de Eufraat in +/- 605 vChr. en was een beslissende overwinning voor Babylon op het Egyptische leger, dat hier een zware nederlaag leed.
Juda werd hierna schatplichtig aan Babylon in plaats van aan Egypte.

HerzSt (2 Koningen 24:1) 1 In zijn dagen trok Nebukadnezar, de koning van Babel, op, en Jojakim werd gedurende drie jaar zijn dienaar. Daarna kwam hij (Jojakim) opnieuw tegen hem (Nebukadnezar) in opstand.

De eerste van de reeks ballingen rond 605 vChr.

HerzSt (Daniël 1:1-3,6) 1 In het derde jaar van de regering van Jojakim, de koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem en belegerde het. 2 En de Heere gaf Jojakim, de koning van Juda, in zijn hand, en een deel van de voorwerpen van het huis van God. Hij bracht die naar het land Sinear, naar het huis van zijn god. Hij bracht de voorwerpen naar de schatkamer van zijn god. 3 Toen beval de koning (Nebukadnezar) aan Aspenaz, het hoofd van zijn hovelingen, dat hij enigen van de Israëlieten moest laten komen, namelijk uit het koninklijk geslacht en uit de edelen,….. 6 Onder hen waren uit de Judeeërs: Daniël, Hananja, Misaël en Azarja

Jojakim (Eljakim) stierf en Jojachin (zijn zoon) werd koning van Juda

HerzSt (2 Koningen 24:6-7,9) 6 Jojakim ging te ruste bij zijn vaderen, en zijn zoon Jojachin werd koning in zijn plaats. 7 De koning van Egypte trok voortaan niet meer uit zijn land, want de koning van Babel had alles ingenomen wat de koning van Egypte toebehoord had, vanaf de Beek van Egypte tot aan de rivier de Eufraat…..9 Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, overeenkomstig alles wat zijn vader gedaan had.

De tweede reeks ballingen rond 596 vChr.

HerzSt (2 Koningen 24:10-15,17) 10 In die tijd trokken de dienaren van Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem, en de stad werd belegerd. 11 Nebukadnezar, de koning van Babel, kwam zelf naar de stad, toen zijn dienaren die belegerden. 12 Toen ging Jojachin, de koning van Juda, de stad uit naar de koning van Babel, hij, zijn moeder, zijn dienaren, zijn vorsten en zijn hovelingen. De koning van Babel nam hem gevangen in het achtste jaar van zijn regering. 13 En hij voerde vandaar alle schatten van het huis van de HEERE weg, en ook de schatten van het huis van de koning. Hij haalde alle gouden voorwerpen weg die Salomo, de koning van Israël, in de tempel van de HEERE gemaakt had, zoals de HEERE gesproken had. 14 Hij voerde heel Jeruzalem in ballingschap: al de vorsten, alle strijdbare helden, tienduizend gevangenen, en alle ambachtslieden en smeden. Niemand werd overgelaten behalve de arme bevolking van het land. 15 Hij voerde Jojachin weg naar Babel. Ook de moeder van de koning, de vrouwen van de koning, zijn hovelingen en de heersers van het land voerde hij in ballingschap uit Jeruzalem naar Babel…. 17 En de koning van Babel maakte Mattanja, de oom van Jojachin, koning in zijn plaats en veranderde zijn naam in Zedekia.

Zedekia (Mattanja), de laatste koning van Juda in de lijn van David

HerzSt (2 Kronieken 36:12-13) 12 Hij (Zedekia) deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, zijn God, en hij vernederde zich niet voor de ogen van de profeet Jeremia, die sprak op bevel van de HEERE. 13 Bovendien kwam hij in opstand tegen koning Nebukadnezar, die hem een eed had laten afleggen bij God. Hij was halsstarrig, en verstokte zijn hart, zodat hij zich niet bekeerde tot de HEERE, de God van Israël.
HerzSt (2 Koningen 25:1,6-7) 1 Het gebeurde in het negende jaar van zijn regering, in de tiende maand, op de tiende van de maand, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem kwam, hij en heel zijn leger. Zij belegerden de stad en bouwden er rondom schansen tegenaan…… 6 Toen grepen zij de koning en brachten hem naar de koning van Babel, naar Ribla. En zij spraken het vonnis over hem uit. 7 Zij slachtten de zonen van Zedekia voor diens ogen af. Verder maakte men de ogen van Zedekia blind en men bond hem met twee bronzen ketenen en bracht hem naar Babel.

De tempel van Jeruzalen, de plaats van aanbidding, verwoest rond 586 vChr.

HerzSt (2 Koningen 25:9-10,13-15) 9 Hij verbrandde het huis van de HEERE, het huis van de koning en alle huizen van Jeruzalem. Ja, alle huizen van de aanzienlijken verbrandde hij met vuur. 10 Het hele leger van de Chaldeeën dat de bevelhebber van de lijfwacht bij zich had, brak de muren rondom Jeruzalem af….13 En de koperen pilaren die in het huis van de HEERE waren, de onderstellen en de koperen zee die in het huis van de HEERE waren, braken de Chaldeeën stuk. Het koper daarvan voerden zij naar Babel. 14 Ook namen zij de potten, de scheppen, de messen, de offerschalen en alle koperen voorwerpen waarmee men de dienst deed, mee. 15 De bevelhebber van de lijfwacht nam de vuurschalen en de sprengbekkens mee – al wat geheel van goud en geheel van zilver was.
HerzSt (2 Kronieken 36:18-19) 18 Alle voorwerpen van het huis van God, de grote en de kleine, de schatten van het huis van de HEERE en de schatten van de koning en zijn vorsten: dat alles bracht hij naar Babel. 19 Zij verbrandden het huis van God, en braken de muur van Jeruzalem af. Ook alle paleizen van Jeruzalem verbrandden zij met vuur, zodat alle kostbare voorwerpen ervan te gronde werden gericht.

Met de verwoesting van de tempel rond 586 vChr. was ook de derde en laatste reeks ballingen:

HerzSt (2 Koningen 25:11) 11 De rest van het volk dat in de stad was overgebleven, de overlopers die naar de koning van Babel waren overgelopen, en de rest van de menigte voerde Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, in ballingschap.

De waarschuwingen door de profeet Jeremia in Jeruzalem, voorafgaande aan de ballingschap

HerzSt (Jeremia 25:11-12) 11 Dan zal heel dit land worden tot een puinhoop, tot een verschrikking. Deze volken zullen de koning van Babel zeventig jaar dienen. 12 Maar het zal gebeuren wanneer de zeventig jaar voorbij zijn, dat Ik de koning van Babel en dat volk – spreekt de HEERE – hun ongerechtigheid zal vergelden, en ook het land van de Chaldeeën en Ik zal dat maken tot eeuwige woestenijen.

Het is vrijwel zeker dat zowel Daniël als Ezechiël in hun jonge jaren over Jeremia hebben gehoord, toen hij de waarschuwings-boodschappen profeteerde in Jeruzalem.
Ook Ezechiël leefde in ballingschap in Babel, vlak bij de rivier Kebar. (Ezech. 1:3)
Met de gramschap van God (YHWH) en de ballingschap, kwam ook de boodschap van hoop en vertroosting van God (YHWH) voor het Joodse volk.
Ezechiëls had de boodschap, dat hun ballingschap, hun gevangenschap, in de toekomst zou worden omgezet in vrijheid onder een Vredesvorst:

HerzSt (Ezechiël 34:22-24) 22 Ik zal Mijn schapen verlossen, zodat ze niet meer tot een prooi zullen zijn. Ik zal oordelen tussen kleinvee en kleinvee. 23 Ik zal over hen één Herder doen opstaan en Die zal ze weiden: Mijn Knecht David. Híj zal ze weiden en Híj zal een Herder voor ze zijn. 24 En Ik, de HEERE, zal een God voor ze zijn, en Mijn Knecht David zal Vorst zijn in hun midden. Ík, de HEERE, heb gesproken.
HerzSt (Ezechiël 36:24-26) 24 Ik zal u uit de heidenvolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen. 25 Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen. 26 Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.

Daniëls visioenen en de uitleg hiervan

Met de laatste koning Zedekia, koning van Juda, stopte ook de koninklijke lijn van David.
In de Schrift wordt echter gezegd, dat de troon van David voor eeuwig zou zijn:

HerzSt (2 Samuel 7:16) 16 Uw huis en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw troon zal voor eeuwig zeker zijn.

Nebukadnezar, de koning van Babylon, kreeg een droom van een groot schrikwekkend beeld.
Daniël legde de droom van Nebukadnezar aan hem uit:

HerzSt (Daniël 2:31-33) 31 U, o koning, keek toe, en zie: een groot beeld. Dit beeld was hoog, de glans ervan uitzonderlijk. Het stond voor u. De aanblik ervan was schrikwekkend. 32 Het hoofd van dit beeld was van goed goud, zijn borst en zijn armen waren van zilver, zijn buik en zijn dijen van brons, 33 zijn benen van ijzer, zijn voeten gedeeltelijk van ijzer, gedeeltelijk van leem.

Het beeld dat Nebudkadnezar zag in zijn droom bestond uit goud, zilver, brons, ijzer en ijzer met leem. Daniel heeft de wereldmachten geindentificeerd, waarvan Babylon het hoofd van goud symboliseerde. Het zilver wat de Meden-Perzen symboliseerde. Het brons wat het Griekse rijk symboliseerde. En het ijzer wat vervolgens het Romeinse Rijk symboliseerde. Er waren ook nog voeten van ijzer en leem en tien tenen van ijzer en leem.
Al deze wereldmachten of koninkrijken zouden er komen, te beginnen met Babylon vanaf de laatste koning van Juda, Zedekia, totdat de God van de hemel een eeuwig koninkrijk zou doen opkomen, dat al deze koninkrijken zal verbrijzelen:

HerzSt (Daniël 2:37-44) 37 U, o koning, bent een koning der koningen, want de God van de hemel heeft u het koningschap, macht, sterkte en eer gegeven. 38 Overal waar de mensenkinderen wonen, heeft Hij de dieren van het veld en de vogels in de lucht in uw hand gegeven. Hij heeft u aangesteld tot heerser over dit alles. U bent dat gouden hoofd. 39 Na u zal een ander koninkrijk opkomen, lager in waarde dan het uwe. Daarna nog een ander, het derde koninkrijk, van brons, dat heersen zal over de hele aarde. 40 En het vierde koninkrijk zal sterk zijn als ijzer, want het ijzer verbrijzelt en vergruist alles. Juist zoals het ijzer alles verplettert, zo verbrijzelt en verplettert dit koninkrijk alles. 41 Dat u verder de voeten en de tenen, gedeeltelijk van leem van een pottenbakker en gedeeltelijk van ijzer, gezien hebt – dat zal een verdeeld koninkrijk zijn. Het zal iets hebben van de hardheid van ijzer – juist daarom zag u ijzer vermengd met modderig leem. 42 En de tenen van de voeten, gedeeltelijk van ijzer en gedeeltelijk van leem – dat koninkrijk zal gedeeltelijk sterk zijn en gedeeltelijk broos. 43 Dat u gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem – ze zullen zich door menselijk zaad vermengen, maar ze zullen zich niet aan elkaar hechten, zoals ijzer zich niet vermengt met leem. 44 In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet op een ander volk zal overgaan. Het zal al die andere koninkrijken verbrijzelen en tenietdoen, maar zelf zal het voor eeuwig standhouden.

Het Romeinse rijk werd afgebeeld als ijzer, het was dan ook het meest meedogenloos van al die rijken die voor hen hadden bestaan.
(zie voor de genoemde rijken ook: 1. Afbeeldingen http://www.dojc.nl/?p=16 )
Voor verdere informatie betreffende het Romeinse rijk volgens Openbaring;
(zie ook: 2. De 6e koning, de Romeinse Republiek http://www.dojc.nl/?p=116 )

De benen van het beeld waren van ijzer, maar de voeten van ijzer en leem en bestaan dus uit twee ingrediënten, die niet kunnen worden gemengd, die alleen aan elkaar kunnen plakken.
Het Romeinse rijk is al lang geleden opgehouden te bestaan. Wat wordt er dan bedoeld met ‘opnieuw’ een rijk (de voeten) dat gesymboliseerd wordt door ijzer, maar nu vermengd met leem?
Wat betreft dit nieuwe rijk van ijzer maar nu gemengd met leem (de voeten van ijzer met leem), daar over wordt gesproken in Openbaring. Van een kop of wereldmacht die opnieuw verschijnt, die is genezen en weer tot leven is gekomen:

HerzSt (Openbaring 13:3) 3 En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond, maar zijn dodelijke wond werd genezen…..
(zie ook: 4. Het genezen van een van de koppen van het wilde beest http://www.dojc.nl/?p=126)

Het genezen van deze kop kan zo worden uitgelegd, dat het imperialisme (de uitbreiding van de macht door het Romeinse rijk) na vele eeuwen weer door de Westerse landen (het voormalige West Romeinse rijk) werd opgepakt door kolonisatie. Het genoemde voeten-rijk blijkt nu, in deze dagen, het Amerikaanse rijk te zijn, een voormalige Westerse kolonie.
Deze ontleend zijn macht aan een enorm militair potentieel met op veel lokaties een miltaire basis in een wereldwijd netwerk. De VS hebben – als oorlogs industrie – een gigantisch militair industrial complex.
(zie ook: 3. De 7e koning, het Amerikaanse rijk http://www.dojc.nl/?p=122)

Wat zal het kenmerk zijn van het voeten-rijk van ijzer en leem?
De tekst in Daniël 2:41 zegt (Dat u verder de voeten en de tenen, gedeeltelijk van leem van een pottenbakker en gedeeltelijk van ijzer, gezien hebt – dat zal een verdeeld koninkrijk zijn. Het zal iets hebben van de hardheid van ijzer – juist daarom zag u ijzer vermengd met modderig leem).

Is het Amerikaanse rijk, de voeten van ijzer en leem, een verdeeld rijk en heeft het iets van de hardheid van ijzer?
Zoals het Romeinse rijk (van ijzer) meedogenloos was, zo meedogenloos is het Amerikaanse rijk in de wereldgebeurtenissen met hun oorlogshandelingen, zoals ze nu aanwezig zijn in Afghanistan, Irak en Syrië.
De VS heeft ongeveer 900 militaire basissen wereldwijd en militair personeel in 130 landen:
http://www.politifact.com/truth-o-meter/statements/2011/sep/14/ron-paul/ron-paul-says-us-has-military-personnel-130-nation/

Is het ook een verdeeld rijk?
In de gebruikte Schriftplaats wordt gesproken over ijzer ‘vermengd met leem’.
Volgens de Schrift staat ‘leem’ voor het gewone volk:

HerzSt (Jesaja 64:8) 8 Maar nu, HEERE, U bent onze Vader! Wij zijn het leem en U bent onze Pottenbakker: wij zijn allen het werk van Uw handen.
HerzSt (Job 33:6) 6 Zie, ik ben voor God net als jij; ook ik ben maar uit leem gevormd.

Uit Daniël 2:40 (Juist zoals het ijzer alles verplettert, zo verbrijzelt en verplettert dit koninkrijk alles) blijkt, dat het ijzer, de machthebbers en elite, op macht belust zijn, dat zij hebzuchtig en liefdeloos zijn. En uit Daniël 2:43 (ze zullen zich door menselijk zaad vermengen, maar ze zullen zich niet aan elkaar hechten) blijkt, dat het over menselijke keuzes gaat, die zeer verschillend zijn.
De Amerikaanse elite van miljardairs heeft de MainStreamMedia in de hand en kan met hun berichtgeving de bevolking misleiden. (zoals berichtgeving over de oorlog in Irak vanwege ‘wapons of mass destruction’ of over de situatie in Libië en Syrië) Ze zijn wel zo handig om de weinige media, waar ze geen invloed over hebben, om deze media ‘fake-news’ te noemen.
https://www.strategic-culture.org/news/2018/07/01/dictatorship-over-america-how-it-functions.html

De Amerikaanse bevolking is op hun eigen manier kapitalistisch, egoïstisch en hebzuchtig, maar is mondig (met hun democratische rechten) en kan hun stem laten horen.
Maar de bevolking is bij lange na niet zo meedogenloos, hebzuchtig en liefdeloos al hun autoritaire leiders, bankiers, inlichtingen diensten en elite, en dat verdeelt het Amerikaanse rijk.
Het Amerikaanse volk zelf wordt vervolgens door hun eigen rijk – met zijn kostbare militaire industrie – financieel compleet uitgewrongen:
http://www.investmentwatchblog.com/inequality-crisis-un-warns-40m-in-poverty-u-s-most-unequal-developed-nation/

De tekst in Daniël 2:42 (En de tenen van de voeten, gedeeltelijk van ijzer en gedeeltelijk van leem – dat koninkrijk zal gedeeltelijk sterk zijn en gedeeltelijk broos) gaat over de opkomst van het tien-tenen-rijk in het laatst der dagen.

Zoals het Amerikaanse rijk een hebzuchtige en liefdeloze macht is, zo zal ook het rijk van de 10 tenen van ijzer en klei een hebzuchtig en liefdeloos rijk zijn dat meedogenloos is en maling heeft aan de bevolking.
Volgens ons onderzoek in Openbaring bestaat het uit de 8e wereldmacht, het rijk dat was en niet is, uit een financieel rijk, met de 10 ongekroonde koningen van de centrale banken:

HerzSt (Openbaring 17:7-8,11) 7 …Ik zal u het geheimenis vertellen van de vrouw en van het beest (geld-economie) dat haar draagt, dat de zeven koppen heeft en de tien horens. 8 Het beest dat u gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit de afgrond en naar het verderf gaan….11 En het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste. En hij is uit de zeven, en gaat naar het verderf.

Het in de voorgaande Schriftplaats genoemde beest is het scharlakenrode beest wat de hoer draagt.
Deze 8e wereldmacht bepaalt zelf de financiële regels en heeft de wereld economisch in zijn greep, want bijna alle centrale banken zijn weer gekoppeld met de BIS-Bank, de geheime bank in Bazel, die – bij wijze van spreken – de globale geldwereld bestuurt.
Het 10 tenen-rijk van ijzer en leem (Daniël 2:44) staat in Openbaring beschreven als het scharlakenrode beest met de vrouw op de rug, vol van godslasterlijke namen en dit is het rijk van de centrale banken, de 10 koningen uit het 8e rijk dat was en niet is:

HerzSt (Openbaring 17:11-12) 11 En het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste. En hij is uit de zeven, en gaat naar het verderf. 12 En de tien hoorns die u gezien hebt, zijn tien koningen, die het koningschap nog niet hebben ontvangen, maar die samen met het beest één uur koninklijke macht zullen ontvangen.

Deze 10 koningen zullen 1 Bijbels uur koninklijke macht ontvangen. (Op.17:12)
(zie ook: 10. Het 8e koninkrijk, de 10 koningen http://www.dojc.nl/?p=77 )

Waarom is dit rijk dan zo meedogenloos maar tevens broos (Daniël 2:42)?
Ze sleuren de hele wereld mee in hun bankiers-trucs met rente heffen op fiat geld, geld dat niet door goud of andere waarde gedekt is en dus makkelijk ‘bijgedrukt of gegenereerd’ kan worden.
In 2008 viel het geldzuchtige systeem zowat uiteen. Met enorme bedragen werden de banken gered.
Ook de Quantitative-Ease programmas (het opkopen van staats-obligaties of schulden) zijn zeer bedenkelijk, want welke huisvader zou privé nog veel meer schulden gaan maken als oplossing om zijn schulden in de greep te krijgen? Het rijk van centrale banken is ook broos, omdat deze staatsschulden opkopen niet oneindig kan blijven doorgaan, of vertaald, om door te gaan de rijken nog rijker te maken.
Het is zoals Lord Jacob Rothschild (van de exhorbitant rijke familie) het medio 2016 verwoordde:
“This Is The Greatest Experiment In Monetary Policy In The History Of The World”

De rekening van de centrale banken komt uiteindelijk wel te liggen bij de gewone mensen, de gewone mensen hebben nu al geen rente op kun spaarrekeningen en wanneer de Quantitative-Ease programmas verminderd worden en de beurs daalt door failliete bedrijven (die nu met het gemakkelijke geld nog op de been blijven), dan komen de pensioenfondsen die beleggen op de beurs in de problemen.
Wat betreft de hebzucht en geldzucht (van het huidige financiële systeem) zegt de Schrift:

HerzSt (Mattheüs 6:24) 24 Niemand kan twee heren dienen, want of hij zal de één haten en de ander liefhebben, of hij zal zich aan de één hechten en de ander minachten. U kunt niet God dienen en de mammon.
HerzSt (Mattheüs 19:24) 24 Nogmaals zeg Ik u: Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.

‘De mammon’ betekent geld of rijkdom..
‘Geldzuchtig of hebzuchtig zijn’ wordt in de Schrift gelijkgesteld met afgoderij:

HerzSt (Kolossenzen 3:5) 5 Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is.

Tot zover het tien-tenen rijk van ijzer en klei (Daniël 2:42).
Het vierde rijk, de voeten van ijzer en leem (het Amerikaanse rijk), leeft opnieuw in de voetsporen van het Romeinse rijk, maar dan zal dit rijk, de voeten van ijzer en leem, verbrijzeld worden door ‘de Steen’, die Gods koninkrijk weergeeft. En alles wat tot de beschreven wereldmachten heeft behoord, zal als kaf zijn op de dorsvloer. Dan zal Gods koninkrijk (de Steen) in de lijn van David hersteld worden door de Koning Jezus:

HerzSt (Daniël 2:34-35) 34 Hier keek u naar, totdat er, niet door mensenhanden, een steen werd afgehouwen. Die trof dat beeld aan zijn voeten van ijzer en leem, en verbrijzelde die. 35 Toen werden het ijzer, het leem, het brons, het zilver en het goud tegelijk verbrijzeld. Ze werden als kaf op een zomerdorsvloer. De wind voerde ze weg, zodat er geen spoor van teruggevonden werd. Maar de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg en vulde de hele aarde.

De horen die ogen had en een mond vol grootspraak

HerzSt (Daniël 7:1,3) 1 In het eerste jaar van Belsazar, de koning van Babel, had Daniël op zijn bed een droom en kreeg hij visioenen voor ogen. Toen schreef hij de droom op…. 3 en vier grote dieren stegen op uit de zee, die van elkaar verschilden.

Het visioen van Daniël heeft veel gemeenschappelijk met de droom van Nebukadnezar van een groot schrikwekkend beeld.
Daniël nu zag een leeuw, met vleugels van een arend, een beer, een luipaard en een vierde dier:

HerzSt (Daniël 7:7-8,11,19) 7 Daarna keek ik toe in de nachtvisioenen, en zie, het vierde dier was schrikwekkend, gruwelijk, en uitzonderlijk sterk. Het had grote ijzeren tanden. Het at en verbrijzelde, en de rest vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van al de dieren die ervóór geweest waren. En het had tien horens. 8 Terwijl ik op de horens bleef letten, zie, een andere, kleine, horen rees daartussen op. Drie van de eerdere horens werden voor hem uitgerukt. En zie, in die horen waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak…… 11 Toen keek ik, vanwege het geluid van de grote woorden die de hoorn sprak. Ik keek toe totdat het dier gedood werd en zijn lichaam vernietigd werd, en aan het laaiend vuur werd prijsgegeven….. 19 Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat verschilde van al de andere – uitzonderlijk schrikwekkend, zijn tanden waren van ijzer, zijn klauwen van brons, het at, verbrijzelde en de rest vertrapte het met zijn poten

Het dier had grote ijzeren tanden. IJzer was het kenmerk van het Romeinse rijk.
In Daniël 2:40 (Juist zoals het ijzer alles verplettert, zo verbrijzelt en verplettert dit koninkrijk alles) staat zowat hetzelfde als in Daniël 7:19 (het at, verbrijzelde en de rest vertrapte het met zijn poten)
Het dier wordt vervolgens gedood (Daniël 7:11). Enkele verzen verder, in Daniël 7:13-14, wordt gesproken over de komst van Gods koninkrijk:

HerzSt (Daniël 7:13-14) 13 Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen. 14 Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan.

Het tafereel van het doden van het dier, direct gevolgd door de komst van Gods koninkrijk geeft aan, dat het tafereel zich afspeelt in de laatste dagen, in het voetenrijk van ijzer met leem. De kleine horen met een mond vol grootspraak speelt zich dus af in dezelfde periode.

Hoe de kleine horen kan worden geïdentificeerd, die ogen had en een mond vol grootspraak

Voor een antwoord op de vraag wie die horen is met ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak (Daniël 7:8), nemen we het boek Openbaring erbij.
De symbolische uitleg in Openbaring staat iets anders beschreven als in het boek Daniël.

We weten dat de valse profeet het wilde beest met twee horens uit Openbaring is.
Dat blijkt uit de tekenen die hij verricht, zoals beschreven in Openbaring:

HerzSt (Openbaring 13:11,13) 11 En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee horens, als die van het Lam, maar het sprak als de draak…….13 En het doet grote tekenen,….
HerzSt (Openbaring 19:20) 20 En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had…….
(Zie ook: NIEUWS 2. De valse profeet http://www.dojc.nl/?p=3033 )

Er volgen nu nog meer punten over deze kleine horen waar in Daniël over geschreven wordt.
Volgens ons onderzoek gaat het steeds over de valse profeet in de laatste dagen.
Een aantal visioenen beschrijven namelijk exact hetzelfde over de valse profeet, oordeelt u zelf:

De kleine horen heeft een aparte plaats tussen de koningen van de laatste wereldmacht, de VS
Dan.7:8 een andere kleine horen rees daartussen op (tussen de koningen)

Een mond vol grootspraak en godslastering
Dan.7:8 in die horen waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak.
Op. 13:11 En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee horens, als die van het Lam, maar het sprak als de draak.

Drie koningen zullen gedood worden
Dan.7:8 Drie van de eerdere horens werden voor hem uitgerukt.
Dan.7:24…. Drie koningen zal hij vernederen.

Drie koningen of presidenten die tegenstand boden tegen een private centrale bank werden volgens onderstaande video vermoord omdat ze tegen de woekerwinsten waren van de centrale bankiers:
U.S. Presidents Who Advocated A Publicly-Owned Central Bank
https://www.youtube.com/watch?v=B74SDHYo1L0

16e president Abraham Lincoln – Greenbacks ; in 1865 vermoord
20e president James Garfield – Banking Statement ; in 1881 vermoord
35e president JF Kennedy – execution order 1110 ; in 1963 vermoord

HerzSt (Daniël 7:19-22,24-26) 19 Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier….20 en van de tien hoorns die op zijn kop zaten en van die andere, die oprees en waarvoor er drie afgevallen waren, namelijk die hoorn die ogen had en een mond vol grootspraak en waarvan de verschijning groter was dan die van zijn metgezellen. 21 Ik had namelijk toegekeken en gezien dat die hoorn oorlog voerde tegen de heiligen en dat hij hen overwon, 22 totdat de Oude van dagen kwam, de heiligen van de Allerhoogste recht verschaft werd en het tijdstip was bereikt dat de heiligen het koningschap in bezit namen…. 24 En de tien hoorns duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan, en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren. Drie koningen zal hij vernederen. 25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. 26 Daarna zal het gerechtshof zitting houden: men zal hem zijn heerschappij ontnemen, hem verdelgen en volledig vernietigen.

Hij oefent al de macht uit voor de ogen van de huidige wereldmacht en zal grote tekenen doen
Dan. 7:20 waarvan de verschijning groter was dan die van zijn metgezellen
Dan.7:24 Die zal verschillen van die er eerder geweest waren.
Op. 13:12 En het oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest (nu de wereldmacht VS) aanbidden, …
Op. 13:13 En het (het beest met 2 horens dat staat voor de valse profeet) doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen.

De valse profeet zal de twee heilige profeten doden
Dan.7:25 de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten.
Dan. 8:24 Machtigen zal hij te gronde richten, ook het heilige volk.
Op.11:7 het beest dat uit de afgrond opkomt (de valse profeet), oorlog met hen voeren en het zal hen overwinnen en hen doden. (de twee getuigen Op.11:3-12)
(zie Nieuws-brieven 3. De twee getuigen http://www.dojc.nl/?p=3113 )

Hij zal erop uit zijn de sharia-wetten in te voeren met hun eigen tijd of kalender
Dan.7:25 erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen
(De Islamitische kalender begint met het jaar waarin de emigratie van Mohammed van Mekka naar Medina plaatsvond, rond half juli 622 nChr., in Islam het jaar nul AH (Anno Hegirae)
Op de Islam komen we verderop in het artikel nog terug.

De valse profeet zal door God vernietigd worden
Dan.7:26 hem zijn heerschappij ontnemen, hem verdelgen en volledig vernietigen.
Dan. 8:25 …zonder mensenhand zal hij gebroken worden.

Op. 19:20 En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet,….Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt.

HerzSt (Daniël 8:1,16-17,23-25) 1 In het derde jaar van de regering van koning Belsazar verscheen mij een visioen, te weten aan mij, Daniël, na het visioen dat mij eerst verschenen was…..16 En ik hoorde een stem van een Mens tussen de oevers van de Ulai. Hij riep en zei: Gabriël, laat hem daar het visioen begrijpen! 17 Hij kwam naast de plaats staan waar ik stond. Toen hij kwam, werd ik door angst overvallen, en ik wierp me met het gezicht ter aarde. Toen zei hij tegen mij: Begrijp, mensenkind, dat het visioen betrekking heeft op de tijd van het einde. …23 Aan het einde van hun koningschap, wanneer de afvalligen de maat hebben volgemaakt, zal er een meedogenloze koning opstaan, bedreven in slinkse streken. 24 Zijn kracht zal groot worden, maar niet door eigen kracht. Op wonderlijke wijze zal hij verderf aanrichten, het zal hem gelukken, hij zal het doen. Machtigen zal hij te gronde richten, ook het heilige volk. 25 Door zijn sluwheid zal hij het bedrog onder zijn hand doen slagen. Hij zal zich in zijn hart verheffen. In hun zorgeloze rust zal hij velen te gronde richten. Ja, tegen de Vorst der vorsten zal hij opstaan, maar zonder mensenhand zal hij gebroken worden.

Na de afval verschijnt de valse profeet
Dan. 8:23 wanneer de afvalligen de maat hebben volgemaakt, zal er een meedogenloze koning opstaan
2 Thess. 2:3 …Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is….

Satan zal zich in het laatste uur bedienen van DE valse profeet
Dan. 8:24 Zijn kracht zal groot worden, maar niet door eigen kracht.
Op. 13:11 En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak.

De tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd wordt
Dan. 8:25 tegen de Vorst der vorsten zal hij opstaan,…
2 Thess. 2:4 de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten…

In Daniël staan volgens ons onderzoek nog meer punten geschreven over deze ‘kleine’ horen, die uiteindelijk een ‘grote’ verschijning zal blijken te zijn. (Dan. 7:20)
Maar vorm wederom zelf uw oordeel of dat zo is:

De verachtelijke, meedogenloze koning

De beschrijving van deze verachtelijke koning is opmerkelijk:

Daniël 11:21 In zijn plaats zal er een verachtelijk man opstaan. Men zal hem de koninklijke waardigheid niet geven. Maar hij zal komen in zorgeloze rust en het koningschap zal hij grijpen door vleierijen.
Deze verachtelijke persoon heeft alle kenmerken van de valse profeet, hij is geen echte koning van de VS, maar wel als een soort koning met koningsmacht.

Dan. 11:31 Dan zullen er uit hem krachtige armen voortkomen. Die zullen het heiligdom en de vesting ontheiligen en het steeds terugkerende offer wegnemen en de verwoestende gruwel opstellen.
Christenen zijn in de eindtijd Gods tempel. (1 Korinthiërs 3:16-17) Net zoals de Romeinse invasiemacht in de 1e eeuw de tempel verwoestte, zo zal in de eindtijd het 8e koninkrijk (de 10 ongekroonde koningen) van de centrale banken een economische ramp bewerkstelligen en zullen door de valse profeet Christenen vervolgd worden en niet meer kunnen prediken. (Hebr. 13:15 – het steeds terugkerende offer wordt weggenomen) De verwoestende gruwel het merkteken – niet kunnen kopen of verkopen – zal hen worden opgedrongen. (Op. 13:15-17)

Dan. 11:32 En hen die goddeloos handelen tegen het verbond, zal hij doen huichelen door vleierijen. Het volk echter, zij die hun God kennen, zullen zij grijpen, en zij zullen hun wil ten uitvoer brengen.
Ware christenen zullen het merkteken niet accepteren, omdat het de aanbidding is van het beeld van het wilde beest (Op. 14:9-10); dan zal hij, de valse profeet, christenen belagen door vleierijen, door misleiding, door dingen te beloven (1Joh. 4:1-3), de getrouwen zal hij onbarmhartig vervolgen.

Dan. 11:33 De verstandigen onder het volk zullen velen onderwijzen. Zij zullen struikelen door zwaard en vlam, door gevangenschap en beroving – dagenlang.
De twee getuigen profetie betekent een wereldwijde prediking. Nadat deze profetie na 3,5 jaar is beëindigd zullen de discipelen van Jezus zwaar worden vervolgd. (Matt. 24:9-10)

Dan. 11:34-35 34 Wanneer zij struikelen, zullen zij met weinig hulp geholpen worden. Velen zullen zich echter met vleierijen bij hen voegen. 35 Van de verstandigen zullen er struikelen, om hen te louteren, te reinigen en zuiver wit te maken, tot de tijd van het einde, want het wacht nog tot de vastgestelde tijd.
Christenen worden gelouterd in de eindtijd, zij moeten hun loyaliteit bewijzen. Medechristenen, die struikelblokken opwerpen, zullen een beproeving vormen. (Rom. 16:17-18)

Dan. 11:36 Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren.
HerzSt (2 Thessalonicenzen 2:3-4) 3 Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is, 4 de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet.

Dan. 11:37 En hij zal niet letten op de goden van zijn vaderen, en ook niet op het verlangen van de vrouwen. Hij zal op geen enkele god letten, maar zichzelf boven alles groot maken.
Hij zal niet letten op de goden van zijn vaderen, hij zal DE antichrist zijn.
Volgens zowel ‘Strong’s Concordance’ als volgens ‘Vine’s Expository Dictionary’ betekent antichrist ‘tegen Christus’ of ‘in plaats van Christus’.
Hij zal zowel de God de Vader YHWH als de Zoon van God, Jezus, loochenen:

HerzSt 1 Johannes 2: 18-19,22) 18 Kinderen, het is het laatste uur; en zoals u gehoord hebt dat de antichrist eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het het laatste uur is. 19 Zij zijn uit ons midden weggegaan, maar zij waren niet uit ons; want als zij uit ons geweest waren, dan zouden zij bij ons gebleven zijn. Maar het moest openbaar worden dat zij niet allen uit ons zijn….22 Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.

De valse profeet zal grote verwantschap of sympathie met de Islam hebben, maar wil ook zelf aanbeden worden. (zie de vervolg uitleg van Dan. 11:38-39)
‘Hij zal niet letten op het verlangen van de vrouwen’ heeft volgens ons onderzoek betrekking op de rechten van vrouwen in de Islam:
Een vrouw in de Islamitische wetgeving erft slechts de helft van wat een man erft.
In een rechtbank is het getuigenis van 2 vrouwen gelijk aan dat van 1 man.
Meisjes die heel jong uitgehuwelijkt worden, polygamie, vrouwen die door hun man verstoten mogen worden wanneer hij dat wil, vrouwenbesnijdenis, verplicht hoofddoeken en verhullende kleding moeten dragen. Een moslimman mag een christelijke of joodse vrouw huwen, een moslim vrouw niet. De sharia-wetten verbieden ook vrouwen om te zingen of te dansen in het openbaar.

Dan. 11:38 En hij zal de god van de vestingen in zijn standplaats eren. Hij zal namelijk de god die zijn vaderen niet gekend hebben, eren met goud, met zilver, met edelgesteente en met kostbaarheden.
De god van de vestingen of bolwerken is in de eindtijd de god van de valse redeneringen, want bolwerken of forten zijn valse redeneringen volgens Paulus:

HerzSt (2 Korinthiërs 10:3-5) 3 Want al wandelen wij in het vlees, wij voeren geen strijd naar het vlees. 4 De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken. 5 Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus,

‘De god die zijn vaderen niet gekend hebben’ is de Mesopotamische god Allah, door de Schrift heen hebben gouden en zilveren voorwerpen gediend voor afgoderij.

Dan. 11:39 Hij zal versterkte vestingen maken samen met die vreemde god. Voor hen die hij zal kennen, zal hij de eer laten toenemen en hen laten heersen over velen en hij zal het land uitdelen als beloning.
Hij zal versterkte vestingen – valse redeneringen – maken samen met een vreemde of buitenlandse god, dat is dus opnieuw op basis van de Koran van de Mesopotamische god Allah.
De Main Stream Media en socialistische politiek steunen de Islam onvoorwaardelijk.
Koningen (Islamitische) die hem zullen steunen zullen land en macht als beloning ontvangen, het is een uitbreiding van de Islam.

Volgens ons onderzoek wordt de Islam de dominante wereldreligie, omdat de valse profeet dat zal bewerkstelligen volgens Daniël 11:39. Voor Christenen maakt iemands achtergrond niet uit. Christenen zoeken mensen die openstaan, om de enige ware God (YHWH) te aanbidden:

HerzSt (Johannes 4:23) 23 Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden.

Tot zover dit gedeelte over de ballingschap van Samaria, de ballingschap van Juda en de visioenen van Daniël. In het volgende artikel wordt verder ingegaan op de Islam en de antichrist, de valse profeet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *