1. Toekomst

Toekomst deel 1.pdf

Waarom Christenen zo vurig verlangen naar de beloofde toekomst        
HerzSt (Johannes 3:16) 16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
——————————————————————————————————————–

De hoop op een eeuwige toekomst, een serie artikelen aangevuld uit reeds verschenen artikelen, maar nu met verhelderend nieuw inzicht.

Over occulte samenkomsten, geheime organisaties en geheime genootschappen; manipulatie en controle van onze wereldwijde maatschappij, zonder geweten, medegevoel of barmhartigheid voor medemensen. Deze mensen zijn te herkennen, doordat zij de beslissende rol van vrije keuze, vrijwillige samenwerking en Christelijk integere afwegingen nooit als de belangrijkste uitgangspunten beschouwen en aan hun vruchten zult u hen herkennen (Matt. 7:16-17):

HerzSt (Mattheüs 13: 24-30) 24 Een andere gelijkenis hield Hij hun voor. Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan iemand die goed zaad zaaide in zijn akker. 25 Maar toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide onkruid tussen de tarwe, en ging weg. 26 Toen het gewas opkwam en vrucht voortbracht, kwam ook het onkruid tevoorschijn. 27 De dienaren van de heer des huizes gingen naar hem toe en zeiden: Heer, hebt u niet goed zaad in uw akker gezaaid? Waar komt dan dit onkruid vandaan? 28 Hij zei tegen hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. De dienaren zeiden tegen hem: Wilt u dan dat wij erheen gaan en het verzamelen? 29 Maar hij zei: Nee, opdat u bij het verzamelen van het onkruid niet misschien tegelijk ook de tarwe zelf uittrekt. 30 Laat ze allebei samen tot de oogst opgroeien, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid en bind het in bossen om het te verbranden, maar breng de tarwe bijeen in mijn schuur.

HerzSt (Mattheüs 13:36-43) 36 Toen Jezus de menigte had laten weggaan, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen bij Hem en zeiden: Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid op de akker. 37 Hij antwoordde en zei tegen hen: Hij die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen. 38 De akker is de wereld, het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk en het onkruid zijn de kinderen van de boze. 39 De vijand die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn engelen. 40 Zoals dan het onkruid verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het ook zijn bij de voleinding van deze wereld: 41 de Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen alle struikelblokken, en hen die de wetteloosheid doen, 42 en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars. 43 Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen.

Alles wat stiekum gebeurt en wat het daglicht niet kan verdragen, waarbij ‘niets is wat het lijkt’.
Paulus omschreef die duisternis met de volgende woorden:

HerzSt (Efeziërs 5:11-13) 11 En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer. 12 Want wat heimelijk door hen gedaan wordt, is te schandelijk om zelfs maar te vertellen. 13 Maar al deze dingen komen openbaar als ze door het licht ontmaskerd worden; want al wat openbaar maakt, is licht.

Het thema van dit schrijven is de betekenis van ‘het leven’ en van ‘het Koninkrijk’.

Wat moeten we ons voorstellen bij het eeuwig leven van een mens?
Eerst zullen we behandelen hoe de Schrift de samenstelling van de mens beschrijft:De ziel
Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words
Topic: Soul psuche
denotes “the breath, the breath of life,” then “the soul,” in its various meanings

De ziel is het levensproces of levenskracht in een persoon of wezen en moet worden gevoed om het functioneren van een wezen in stand te houden. De ziel wordt in de schrift afgebeeld door het bloed. De ziel sterft of het levensproces stopt als een persoon overlijdt.

Het hart
Het ‘fysieke’ hart is het orgaan in het lichaam, dat zorgt voor het rondpompen van het bloed. Het ‘geestelijke’ hart staat in de Schrift voor de persoonlijke eigenschappen, de persoonlijkheid:

HerzSt (Mattheüs 9:4) 4 En Jezus, die hun gedachten zag, zei: Waarom overweegt u verkeerde dingen in uw hart?
HerzSt (Mattheüs 15:18-19) 18 Maar de dingen die uit de mond komen, komen voort uit het hart, en die verontreinigen de mens. 19 Want uit het hart komen voort kwaadaardige overwegingen, alle moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, lasteringen.
HerzSt (Lukas 6:45) 45 De goede mens brengt het goede voort uit de goede schat van zijn hart, en de slechte mens brengt het slechte voort uit de slechte schat van zijn hart, want uit de overvloed van het hart spreekt zijn mond.
HerzSt (Hebreeën 3:12) 12 Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God;
HerzSt (2 Petrus 2:14) …en hebben hun hart geoefend in hebzucht….

Het geweten maakt deel uit van het ‘geestelijke’ hart:

HerzSt (Hebreeën 10:22) 22 laten wij tot Hem naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof, nu ons hart gereinigd is van een slecht geweten en ons lichaam gewassen is met rein water.

De geest
Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words
Topic: Spirit pneuma
primarily denotes “the wind” (akin to pneo, “to breathe, blow”); also “breath;” then, especially “the spirit,” which, like the wind, is invisible, immaterial and powerful.
Waaronder:
(c) the immaterial, invisible part of man
(f) the sentient element in man, that by which he perceives, reflects, feels, desires

De geest is de geestelijke persoon, waarbij ‘de geest’ veel gelijkenis heeft met het ‘geestelijke hart’. De geest kan als een samenvatting van de eigenschappen van het hart worden beschouwd, de persoonlijkheid, met het oog op geloof, gevoelens en emoties:

HerzSt (Mattheüs 26:41) 41 Waak en bid, opdat u niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
HerzSt (Johannes 13:21) 21 Toen Jezus deze dingen gezegd had, raakte Zijn geest in beroering, en Hij getuigde en zei: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u dat een van u Mij zal verraden.
HerzSt (Handelingen 17:16) 16 En terwijl Paulus in Athene op hen wachtte, raakte zijn geest in hem geprikkeld, want hij zag dat de stad vol afgodsbeelden stond.
HerzSt (1Korinthiers 5:5) ……opdat de geest behouden zal worden op de dag van de Heere Jezus.

Wanneer iemand is gestorven, is het ‘de geest’ van de mens, de herinneringen aan iemands leven en de persoonlijkheid van iemand, die de basis vormen voor een opstanding:

HerzSt (Lukas 8:55) 55 En haar geest keerde terug en zij stond onmiddellijk op; en Hij gaf opdracht dat men haar te eten zou geven.
NBV (Lukas 23:46) 46 En Jezus riep met luide stem: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ Toen hij dat gezegd had, blies hij de laatste adem uit.
HerzSt (Prediker 12:7) 7 het stof terugkeert naar de aarde zoals het was, en de geest terugkeert tot God, Die hem gegeven heeft.

Hoe kunnen we onze geest afstemmen op het eeuwige leven waar Jezus over sprak?
Eerst enkele basis begrippen:

HerzSt (Mattheüs 18:8-9) 8 Als dan uw hand of uw voet u doet struikelen, hak hem af en werp hem van u. Het is beter voor u kreupel of verminkt tot het leven in te gaan, dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen te worden. 9 Als uw oog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u. Het is beter voor u met één oog tot het leven in te gaan, dan met twee ogen in het helse vuur geworpen te worden.
HerzSt (Markus 10:14-15) 14 Maar toen Jezus dat zag, nam Hij het hun zeer kwalijk en zei tegen hen: Laat de kinderen bij Mij komen en verhinder hen niet, want voor zodanigen is het Koninkrijk van God. 15 Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal het beslist niet binnengaan.
HerzSt (Johannes 6:58) 58 Dit is het brood dat uit de hemel neergedaald is; niet zoals uw vaderen het manna gegeten hebben en gestorven zijn. Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.

We kunnen zeker zijn van het eeuwige leven, omdat het een belofte van Jezus is:

HerzSt (Lukas 20:38) 38 God nu is niet een God van de doden, maar van de levenden, want voor Hem leven zij allen.
HerzSt (Johannes 6:40) 40 En dit is de wil van Hem Die Mij gezonden heeft, dat ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven heeft, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.
HerzSt (Openbaring 3:5) 5 Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.

Nu we begrijpen dat ‘de geestelijke persoon’ van ieder mens belangrijk is, kunnen we verder met Jezus veelvuldige prediking over Gods Koninkrijk.
Wat moeten we ons voorstellen bij Gods Koninkrijk?
Het gebed dat Jezus ons leerde begint zo:

HerzSt (Mattheüs 6:9-10) 9 Bidt u dan zo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. 10 Uw Koninkrijk kome.……

Wat is dan Gods Koninkrijk?
Onderstaande zei de engel Gabriël tegen Maria over de beloofde Messias:

HerzSt (Lukas 1:30-33) 30 En de engel zei tegen haar: Wees niet bevreesd, Maria, want u hebt genade gevonden bij God. 31 En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de Naam Jezus geven. 32 Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, 33 en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.

Jezus vertelde in Zijn dagen over de oplossing van al het onrecht en sprak over een hemels Koninkrijk, een Theocratie, een Vredesrijk.
Maar wat is een Theocratie?

‘Theos’ betekent God, en ‘kratia’ betekent heersen, samengevoegd heerschappij door God.
Een Theocratie is dus een staatsvorm die is gebaseerd op Goddelijk bestuur.
Het wetboek van deze Koning moet een wetboek zijn met rechtvaardige beginselen, een heilig wetboek. Voor Christenen is dat de Bijbel.
De beloofde Messias en zijn Koninkrijk werden al voorzegd in het Oude Testament:

HerzSt (Jesaja 9:1,5-6) 1 Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien….5 Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. 6 Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid.
HerzSt (Daniël 2:44) 44 In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet op een ander volk zal overgaan. Het zal al die andere koninkrijken verbrijzelen en tenietdoen, maar zelf zal het voor eeuwig standhouden.
HerzSt (Daniël 7:13-14) 13 Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen. 14 Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan.

Met de nakomelingen van Jacob werd een begin gemaakt voor een nieuw koninkrijk van priesters:

HerzSt (Exodus 19:5-6) 5 Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.

De nakomelingen van Jacob (Israël) worden in de Schrift de uitverkorenen en verkozenen genoemd:

HerzSt (Deuteronomium 10:15 Maar alleen voor uw vaderen heeft de HEERE liefde opgevat om hen lief te hebben, en Hij heeft hun nageslacht na hen, u, uit al de volken verkozen,…..
HerzSt (1 Kronieken 16:13) 13 nakomelingen van Israël, Zijn dienaar, kinderen van Jakob, Zijn uitverkorenen.
HerzSt (Jesaja 49:7) 7 ……Koningen zullen het zien en opstaan, vorsten – zij zullen zich voor U neerbuigen, omwille van de HEERE, Die getrouw is, de Heilige van Israël, Die U verkozen heeft.
HerzSt (Jesaja 65:9) 9 Ik zal nageslacht uit Jakob doen voortkomen, uit Juda een erfgenaam van Mijn bergen; Mijn uitverkorenen zullen het in bezit nemen en daar zullen Mijn dienaren wonen.

Maar niet ‘alle’ Joden werden in Jezus dagen uitverkoren als priesters en koningen:

HerzSt (Handelingen 10:41) 41 niet aan heel het volk, maar aan de getuigen die door God tevoren verkozen waren, aan ons namelijk, die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden opgestaan was.
HerzSt (Mattheüs 8:11-12) 11 Maar Ik zeg u dat er velen zullen komen van oost en west en zij zullen aan tafel gaan met Abraham, Izak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen, 12 en de kinderen van het Koninkrijk zullen buitengeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal gejammer zijn en tandengeknars.

Een groep van 144.000 (gezalfd met Heilige Geest) worden volgens de Schrift ‘uitverkoren’ met het voorrecht om met Jezus als koningen en priesters in Gods Koninkrijk te regeren:

HerzSt (Openbaring 5:10) 10 En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.
HerzSt (Openbaring 7:4) 4 En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten.
HerzSt (Openbaring 20:6) Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.

Dan is er nog het geheim, dat binnen de wereldwijde Christelijke gemeente ook heidenen tot de 144.000 zullen behoren, degene die gezalfd zijn met Heilige Geest (de eerstelingen):

HerzSt (Kolossenzen 1:27) 27 Aan hen heeft God willen bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheimenis onder de heidenen: Christus onder u, de hoop op de heerlijkheid.
HerzSt (Handelingen 10:45) 45 En de gelovigen die van de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus waren meegekomen, waren buiten zichzelf dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd,

Wie komen er, buiten de heiligen, allemaal in aanmerking voor het Koninkrijk?

HerzSt (Galaten 3:26-29) 26 Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. 27 Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. 28 Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus. 29 En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.
HerzSt ( Romeinen 9:26) 26 En het zal zijn dat op de plaats waar tegen hen gezegd was: U bent Niet-Mijn-volk, daar zullen zij kinderen van de levende God genoemd worden.

Liefde voor geld verhindert mensen om het Koninkrijk binnen te gaan:

HerzSt (Mattheüs 19:16,21-22) 16 En zie, er kwam iemand naar Hem toe en die zei tegen Hem: Goede Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te hebben?….21 Jezus zei tegen hem: Als u volmaakt wilt zijn, ga dan heen, verkoop wat u hebt, en geef het aan de armen, en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan en volg Mij. 22 Toen de jongeman dit woord gehoord had, ging hij bedroefd weg, want hij had veel bezittingen.
HerzSt (Markus 10:23-25) 23 En terwijl Hij rondkeek, zei Jezus tegen Zijn discipelen: Hoe moeilijk kunnen zij die rijkdommen bezitten, het Koninkrijk van God binnengaan! 24 En de discipelen verbaasden zich over Zijn woorden. Maar Jezus antwoordde opnieuw en zei tegen hen: Kinderen, hoe moeilijk is het dat zij die op rijkdommen vertrouwen, het Koninkrijk van God binnengaan! 25 Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.

Paulus beschreef het beërven van het Koninkrijk eens zo:

HerzSt (1 Korinthe 6:9-10) 9 Of weet u niet dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven? 10 Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven.
HerzSt (Efeziërs 5:5) 5 Want dit weet u, dat geen enkele ontuchtpleger, onreine of hebzuchtige, die een afgodendienaar is, een erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.

Wanneer zal het Koninkrijk komen?
Die vraag stelden de apostelen aan Jezus:

HerzSt (Handelingen1:6-8) 6 Zij dan die samengekomen waren, vroegen Hem: Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen? 7 En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft, 8 maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.

De komst van het Koninkrijk zal niet met een teken komen en zal niet te zien zijn, maar zal door de vruchten van de mens zelf te zien zijn wanneer die persoon geschikt is voor het Koninkrijk:

HerzSt (Lukas 17:20-21) 20 En toen Hem door de Farizeeën gevraagd werd, wanneer het Koninkrijk van God zou komen, antwoordde Hij hun en zei: Het Koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze. 21 En men zal niet zeggen: Zie hier of zie daar, want, zie, het Koninkrijk van God is binnen in u.

Er is wel een voorwaarde voor het beërven van het Koninkrijk; dat is uit overtuiging gedoopt zijn:

HerzSt (Johannes 3:5) 5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan.

(Zie ook de andere voorbeelden in: 6. De beloofde Messias http://www.dojc.nl/?p=4560)

Wanneer de laatste wereldwijde prediking is beëindigd, krijgt het Koninkrijk een aanvang:
(deze wereldwijde prediking – Op. 11:1-12 – zal in het eerstvolgende artikel besproken worden)

HerzSt (Openbaring 11: 10,15) 10 En zij die op de aarde wonen, zullen zich over hen verblijden, en zullen feest gaan vieren en elkaar geschenken sturen, omdat deze twee profeten hen die op de aarde wonen, zo gekweld hadden….15 En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden:
De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid.
HerzSt (Openbaring 12: 7,10) 7 Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog….10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen.

Jezus verwees naar de prediking tot de heidenen, de niet-Joden of andere schapen, totdat de volheid aan heidenen zou zijn binnengegaan:

HerzSt (Johannes 10:16) 16 Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder.
HerzSt (Romeinen 11: 25) Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan.

Jezus noemde de tijd tot aan de aanvang van het Koninkrijk, de vervulling van de tijden der heidenen:

HerzSt (Lukas 21:24) 24 …. En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn.

Volgens ons onderzoek wordt dus in Lukas 21:24 niet de periode vanaf Nebukadnezar bedoeld.
Jezus verwees op dat moment naar de toekomst, naar de aankomende vernietiging van Jeruzalem (met zijn tempel) door de Romeinen (generaal Titus) in 70 nChr., zoals Hij dat ook deed in vers 6 en vers 20 :

HerzSt (Lukas 21:6,20,24) 6 Wat betreft deze dingen waarnaar u kijkt: Er zullen dagen komen waarin niet één steen op de andere steen gelaten zal worden die niet afgebroken zal worden…..20 Wanneer u zult zien dat Jeruzalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is…24 En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn.

De tempel, het huis van YHWH, zal niet herbouwd worden tot aan het tijdperk van de nieuwe aarde, wat we in een ander artikel zullen bespreken.

Wel zal in de laatste dagen de gruwel der verwoesting de ware Christenen louteren:
(Zie voor de dubbele vervulling van de gruwel der verwoesting:

> Jongeren; Teleurstellingen en hoe hier mee om te gaan http://www.dojc.nl/?p=4971

HerzSt (Openbaring 7:9,13-14) 9 Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palm takken in hun hand….13 En een van de ouderlingen antwoordde en zei tegen mij: Dezen, die bekleed zijn met witte gewaden, wie zijn zij en waar zijn zij vandaan gekomen? 14 En ik zei tegen hem: U weet het, mijn heer. En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam.

De tweede droom van Nebukadnezar
De eerste droom van Nebukadnezar ging over het beeld met een hoofd van goud, zijn borst en zijn armen van zilver, en zijn buik en zijn dijen van brons, zijn benen van ijzer, zijn voeten gedeeltelijk van ijzer, gedeeltelijk van leem, alsook de tenen (Daniël 2:1-49), de wereldmachten die over Gods volk heersten, tot aan het koninkrijk van God. De tweede droom van Nebukadnezar was ook zeer indrukwekkend:

HerzSt (Daniël 4:10-37)10 De visioenen nu die mij op mijn bed voor ogen kwamen, waren deze:
‘Ik keek toe, en zie, een boom, midden op de aarde, groot was zijn hoogte. 11 De boom werd groot en sterk, zijn hoogte reikte tot de hemel en hij was te zien tot aan het einde van heel de aarde. 12 Zijn loof was prachtig en zijn vruchten waren talrijk, er zat voedsel aan voor allen. Onder hem vonden de dieren van het veld schaduw en de vogels in de lucht verbleven in zijn takken. Alle vlees werd door hem gevoed. 13 In de visioenen die mij op mijn bed voor ogen kwamen, keek ik toe, en zie, een wachter, namelijk een heilige, daalde neer uit de hemel. 14 Hij riep met kracht en zei het volgende: Houw die boom om, kap zijn takken, stroop zijn loof af, verstrooi zijn vruchten, zodat de dieren er vanonder wegvluchten en de vogels van zijn takken. 15 Maar laat de stam met zijn wortels in de aarde, en wel in een ijzeren en bronzen band, in het jonge gras van het veld. Laat hem bevochtigd worden door de dauw van de hemel en laat zijn deel, samen met de dieren, in het gras van de aarde zijn. 16 Laat zijn hart worden veranderd, zodat het niet meer dat van een mens is, laat hem het hart van een dier worden gegeven. Laten er zeven tijden over hem voorbijgaan. 17 Dit bevel berust op het besluit van de wachters en dit verzoek op het woord van de heiligen, opdat de levenden erkennen dat de Allerhoogste Heerser is over het koningschap van mensen, en dat geeft aan wie Hij wil, en daarover zelfs de laagste onder de mensen aanstelt.’
18 Deze droom heb ik, koning Nebukadnezar, gezien. En u, Beltsazar, vertel de uitleg ervan, omdat geen van al de wijzen van mijn koninkrijk mij de uitleg ervan heeft kunnen laten weten. U bent er wel toe in staat, want de geest van de heilige goden is in u.
20 De boom die u gezien hebt – hij was groot en sterk geworden, zijn hoogte reikte tot aan de hemel en hij was te zien over heel de aarde, 21zijn loof was prachtig en zijn vruchten talrijk, er zat voedsel aan voor allen, de dieren van het veld verbleven eronder en de vogels in de lucht nestelden in zijn takken – 22 dat bent u, o koning, u die groot en sterk bent geworden. Want uw grootheid is zo toegenomen dat zij reikt tot de hemel, en uw heerschappij reikt tot het einde van de aarde. 23 Dat nu de koning een wachter, namelijk een heilige, heeft zien neerdalen uit de hemel, die zei: Houw deze boom om, vernietig hem, maar laat de stam met zijn wortels in de aarde, en wel in een ijzeren en bronzen band, in het jonge gras van het veld; laat hem bevochtigd worden door de dauw van de hemel en laat zijn deel met de dieren van het veld zijn, totdat er zeven tijden over hem voorbij zijn gegaan
24 dit is de uitleg ervan, o koning, en het is een besluit van de Allerhoogste dat mijn heer de koning overkomt:
25 Men zal u namelijk uit de mensenwereld verstoten, en u zult uw verblijf hebben bij de dieren van het veld. Men zal u gras te eten geven, zoals aan runderen, en u zult bevochtigd worden door de dauw van de hemel. Zeven tijden zullen over u voorbijgaan, totdat u erkent dat de Allerhoogste Heerser is over het koningschap van de mensen en dat geeft aan wie Hij wil. 26 Dat er ook gezegd is dat men de stam met de wortels van de boom moest laten staan – uw koningschap zal bestendig zijn nadat u erkend zult hebben dat de God van de hemel de Heerser is. 27 Daarom, o koning, laat mijn raad u welgevallig zijn: breek met uw zonden door gerechtigheid te betrachten en met uw ongerechtigheden door genade te bewijzen aan de ellendigen. Misschien zal er dan verlenging van uw voorspoed zijn.
28 Dit alles overkwam koning Nebukadnezar. 29 Na verloop van twaalf maanden was hij aan het wandelen op het dak van het koninklijk paleis van Babel. 30 De koning nam het woord en zei: Is dit niet het grote Babel, dat ik als een huis voor het koninkrijk gebouwd heb, door mijn sterke macht en ter ere van mijn majesteit? 31 Dit woord was nog in de mond van de koning of er klonk een stem vanuit de hemel: U, koning Nebukadnezar, wordt aangezegd: Het koningschap is van u weggegaan! 33 Op hetzelfde ogenblik werd dat woord over Nebukadnezar voltrokken. Hij werd uit de mensenwereld verstoten, hij at gras zoals runderen, en zijn lichaam werd bevochtigd door de dauw van de hemel, totdat zijn haar zo lang werd als de veren van arenden en zijn nagels als die van vogels. 34 Na verloop van die dagen sloeg ík, Nebukadnezar, mijn ogen op naar de hemel, want mijn verstand kwam in mij terug, en ik loofde de Allerhoogste en prees en verheerlijkte Hem Die eeuwig leeft. Zijn heerschappij is immers een eeuwige heerschappij, en Zijn Koninkrijk is van generatie op generatie. 35 Al de bewoners van de aarde worden als niets geacht. Hij doet naar Zijn wil met de legermacht in de hemelen de bewoners van de aarde. Er is niemand die Zijn hand kan wegslaan of tegen Hem kan zeggen: Wat doet U? 36 Op datzelfde tijdstip kwam mijn verstand weer in mij terug. Ook kwamen, tot eer van mijn koninkrijk, mijn majesteit en mijn waardigheid weer op mij terug. Mijn raadslieden en machthebbers maakten hun opwachting bij mij. Ik ben in mijn koningschap hersteld. Mij werd zelfs uitzonderlijke grootheid verleend.
37 Ik, Nebukadnezar, prijs, roem en verheerlijk nu de Hemelkoning, omdat al Zijn daden waarheid zijn en Zijn paden gerechtigheid: Hij is in staat te vernederen wie in hoogmoed hun weg gaan.

Uit de tweede droom van Nebukadnezar blijkt, dat hij een periode van 7 tijden als krankzinnig zou zijn. De verzegeling van de boomstomp met een ijzeren en bronzen band geeft het einde van zijn koningschap aan, het begin van de beproeving. Gedurende de twee getuigen profetie zal geen regen vallen in de dagen dat de heilige getuigen profeteren en hebben zij de macht om de wateren in bloed te veranderen (Op.11:6). Hierdoor zullen de koningen van deze aarde door vernedering tot inzicht moeten komen. Zij zullen hun hoogmoed moeten inzien zoals in het geval van Nebukadnezar.
De koning verbleef zeven jaar onder de dieren totdat hij God en Zijn koninkrijk erkende.
Pas toen, na zijn inzicht, werd de boom ontsloten en werd hij in ere hersteld. In het laatst der dagen zal een ieder God de eer moet geven voor de hele schepping en moeten aanbidden om leven te ontvangen. (Wat de betekenis is van de 7 tijden zullen we in het eerstvolgende artikel behandelen)

Tot slot:

Christenen willen de overgankelijke prijs van eeuwig leven ontvangen:

HerzSt (1 Korinthe 9:24-25) 24 Weet u niet dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt. 25 En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen.

Tot zover dit gedeelte over de betekenis van ‘het leven’ en van ‘het Koninkrijk’. In het volgende artikel zullen we spreken over de prediking in het laatst der dagen en de opname in de hemel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *