erfgenamen 13. De opname van de grote schare in de hemel

Na het bijeen vergaderen van de heiligen – de eerstelingen – gedurende de 7e trompet, ontvangt ook de grote schare de erfenis of beloning. ‘De grote schare’ zijn degenen die geloof stellen  in Jezus,  zij zijn uit de grote verdrukking gekomen en  staan geschreven in het boek des levens:

NBG51 (Openbaring 7:9) 9 Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen.

NBG51 (Openbaring 7:14) 14 En ik sprak tot hem: Mijn heer, gíj weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams.

NBV     (Openbaring 21:27) 27 Maar alles wat verwerpelijk is en iedereen die zich met gruwelijke dingen en leugens inlaat, komt de stad niet binnen, alleen zij die in het boek van het leven staan, het boek van het lam.
 
Na de 7e trompet worden er vervolgens nog 7 schalen ‘met de toorn van God’ uitgegoten. (Openbaring  hoofdstuk 16)
In Openbaring 16:15, na het uitgieten van de 6e schaal, volgt de opname van de andere getrouwen, de christenen, die het merkteken niet in ontvangst hebben genomen:
 
HerzSt (Openbaring 16:15) 15 Zie, Ik kom  als een dief. Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren acht geeft, zodat hij niet  naakt zal rondlopen en men zijn schaamte niet zal zien.
 
HerzSt (Openbaring 13:16-17) 16 En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven  een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd, 17 en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of  de naam van het beest of het getal van zijn naam.
 
HerzSt (Openbaring 14:9-10) 9 En een derde engel volgde hen, die met een luide stem zei: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, 10 dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is  ingeschonken  in de drinkbeker van Zijn toorn, en  gepijnigd worden  in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam.
 
NBV (Lukas 17:26-36) En net zoals het geschiedde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen: 27 zij aten, zij dronken, mannen huwden, vrouwen werden ten huwelijk gegeven, tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de vloed kwam en hen allen vernietigde. 28 Evenzo, net zoals het geschiedde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. 29 Maar op de dag dat Lot uit Sodom ging, regende er vuur en zwavel uit de hemel en vernietigde hen allen. 30 Op dezelfde wijze zal het gaan op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden. 31 Laat degene die zich op die dag op het dak bevindt, maar wiens huisraad in het huis is, niet naar beneden komen om het op te halen, en laat evenzo degene die zich buiten op het veld bevindt, niet terugkeren tot de dingen die hij heeft achtergelaten. 32 Denkt aan de vrouw van Lot. 33 Al wie tracht zijn ziel voor zich te behouden, zal ze verliezen, maar al wie ze verliest, zal ze in het leven behouden. 34 Ik zeg U: In die nacht zullen er twee [mannen] in één bed zijn; de een zal meegenomen, maar de ander achtergelaten worden. 35 Er zullen twee [vrouwen] aan dezelfde molen malen; de een zal meegenomen, maar de ander achtergelaten worden.” 36 ——
 
NBV     (Mattheüs 24:40-42) 40 Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn, van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten. 41 Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien, zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten. 42 Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.

De grote schare zullen dienaren zijn in de tempel :
 
HerzSt (Openbaring 7:15) 15 Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden.
 
HerzSt (Openbaring 21:22) 22 Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.
 
Degenen die tot de grote schare behoren en nog in leven zijn na de grote verdrukking zullen niet behoeven te sterven en worden direct opgenomen in de hemel.
Vervolgens zullen de nog aanwezige goddelozen worden vernietigd:

NBV     (Mattheüs 13:40-43) 40 Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: 41 de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen 42 en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. 43 Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!

Lees verder in: 14.  Het besluit van deze wereld

erfgenamen 3. Hen die uw naam vrezen, de kleinen en de groten

Ook wordt er een grote schare beschreven die uit de grote verdrukking komt en voor de troon van God en voor het Lam staat en  heilige dienst verricht in zijn tempel.

De ‘grote schare die niemand tellen kon’ zijn dus niet de 144.000  – die als kleine groep uit de grote verdrukking komt – maar is een groep ‘die Gods naam vrezen, de kleinen en de groten’ en die ook hun beloning ontvangen.

Johannes was bekend met de hemelse erfenis van de heiligen, maar blijkbaar verrast over de grote schare die hij zag. Een van de oudere personen wilde echter Johannes informeren over de grote schare:

NBV     (Openbaring 7:9,13,14) 9 Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam….. 13 Een van de oudsten sprak mij aan: ‘Wie zijn dat daar in het wit, en waar komen ze vandaan?’ 14 Ik antwoordde: ‘U weet het zelf, heer.’ Hij zei tegen me: ‘Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het lam.

Bij allen die in de hemel voor de troon van God verblijven wordt het woord enopion gebruikt.

————————————————————————————————————

Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words geeft als uitleg voor het in de Griekse geschriften gebruikte woord  enopion :

 Before, Beforetime                  Presence                    Sight of (in the)                                Voor                                        Aanwezigheid              In het zicht van

——————————————————————————————————————–

HerzSt   (Openbaring 7:9,11,15) 9 Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond voor (enopion) de troon en voor (enopion) het Lam.…. 11 En alle engelen stonden rondom de troon, de ouderlingen en de vier dieren. Zij wierpen zich voor (enopion) de troon neer met hun gezicht ter aarde en aanbaden God,…….. 15 Daarom zijn zij voor (enopion) de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel……

NBV     (Openbaring 14:3) 3 Er werd voor (enopion)   de troon en voor (enopion) de vier wezens en de oudsten iets gezongen dat leek op een nieuw lied. Niemand kon het lied begrijpen, behalve de honderdvierenveertigduizend  mensen die van de aarde zijn vrijgekocht.

Dit letterlijke verblijf voor de troon geldt dus ook voor de grote schare die dienst doet in de tempel.

(zie voor een uitleg van de tempel de Appendix: Hemel aan het eind van deze post)

Dat de grote schare in de hemel verblijft  wordt ook ondersteund in Op.19:6-8, waar een stem klinkt van een grote schare, dat hun Vader in de hemel als Koning is gaan regeren en dat ‘de vrouw’ – de 144.000 heiligen – is getooid met fijn linnen:

HerzSt  (Openbaring 19:6-9) 6 En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God,  is Koning geworden. 7 Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven,  want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. 8 En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen. 9 En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam…..

In Openbaring 17:14 worden de drie groepen, die een hemelse erfenis ontvangen, met andere namen genoemd; de geroepenen = de grote schare, de uitverkorenen = 144.000 heiligen, de getrouwen = de profeten.

Willibr (Openbaring 17:14) 14 Zij zullen oorlog voeren tegen het lam, maar het lam zal hen overwinnen; want het lam is de Heer der heren en de koning der koningen, en zij die bij Hem zijn, zijn de geroepenen, de uitverkorenen en de getrouwen.

De grote menigte (de grote schare)  is geroepen om in de hemel deel te nemen aan het avondmaal van  het Lam met zijn bruid (de 144.000 heiligen).

Lees verder in: 4. De Profeten

 

Appendix: Hemel

De vaak aangehaalde Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words geeft een heldere uitleg van het in de Griekse schriften vertaalde woord  van zowel  Hiéron  als Naos in ‘hemel’;

 1. Hiéron – Het neutrale naamwoord hiéros, “heilig” wordt gebruikt als een zelfstandig naamwoord om een heilige plaats, een tempel” aan te duiden – bijvoorbeeld, die van Artemis (Diana) – of ook die van Jeruzalem. Het woord wordt gebruikt voor het volledige gebouw, met zijn omtrek en andere delen, maar wel onderscheiden van naos, het “binnenste heiligdom.”

Behalve in de Evangelies en de Handelingen, wordt “hiéron” enkel en alleen gebruikt in 1 Kor. 9 : 13. Christus sprak tot zijn toehoorders op een plein van het voorhof waar iedereen toegang had.
“Hiéron” wordt nooit metaforisch gebruikt. De bouw van de tempel waarvan sprake is in de Evangeliën en in het boek Handelingen werd begonnen in 20 v. G.T.door Herodes. Die tempel werd vernietigd door de Romeinen in 70 G.T.

2. Naos – “een kapel of heiligdom”.
Naos werd gebruikt :
- Bij de heidenen, om een kapel af te beelden waar een afgod werd beschermd (later, geminiaturiseerd).
- Bij de Joden, om een heiligdom in de “tempel” aan te duiden. In dit heiligdom hadden alleen de priesters het wettelijk recht om er binnen te gaan.
Omdat Jezus uit Juda kwam, kon hij geen priester zijn. Hij is nooit gedurende zijn leven in de naos van de tempel te Jeruzalem binnen geweest…….

De gehele tempel met de voorhoven wordt vertaald met het griekse woord hi´e·ron. Het griekse woord na´os betekent het  „tempelheiligdom” of (aller)-heiligste. De Griekse geschriften bevatten diverse vervoegingen van hi´e·ron en na´os. Alle schriftplaatsen waar NAOS in voorkomt zijn volkomen helder met uitzondering van een schriftplaat waar soms de discutabele opmerking over wordt gemaakt, dat naos in uitzonderlijke gevallen ook de gehele tempel zou kunnen betekenen :

NBV (Matt 27:5) Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich.

De schriftplaats Matt. 27:5:                   www.greekbible.com

καὶ ῥίψας τὰ ἀργύρια εἰς τὸν ναὸν ἀνεχώρησεν, καὶ ἀπελθὼν ἀπήγξατο

εἰς,p  \{ice}                                             www.greekbible.com
1) into, unto, to, towards, for, among

ναός,n  \{nah-os’}                                  www.greekbible.com

1) used of the temple at Jerusalem, but only of the sacred edifice  (or sanctuary) itself, consisting of the Holy place and the Holy  of Holies (in classical Greek it is used of the sanctuary or cell  of the temple, where the image of gold was placed which is  distinguished from the whole enclosure)                                                                                  2) any heathen temple or shrine                                                                                              3) metaph. the spiritual temple consisting of the saints of all ages  joined together by and in Christ

In Matt 27:5  wordt dus beschreven in welke richting Judas het zilver smeet, “in de richting van” of “naar” de naos.

Naos betekent dus – ook in Matt. 27:5 – alleen het heiligdom en niet de gehele tempel.

Lees verder in: 4. De Profeten

erfgenamen 1. Wie beërven de Hemel?

Het hemelse Koninkrijk – waar Jezus over sprak – was de hoofdreden voor Zijn komst. In dit artikel wordt – aan de hand van de Schrift – elke groep afzonderlijk beschreven die het hemelse Koninkrijk zal beërven en zij, die het Koninkrijk niet zullen beërven. In dit artikel wordt ook uitgelegd waar het Paradijs zich bevindt en wat de belofte inhoudt, om de aarde te beërven.

Inleiding

Jezus sprak gedurende zijn prediking voortdurend over het hemelse koninkrijk:

NBV     (Lukas 4:43) 43 Maar hij zei tegen hen: ‘Ook in de andere steden moet ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben ik gezonden.’

Een groep van 144.000 heiligen zijn uitverkoren met het voorrecht om met Jezus als koningen en priesters te regeren.

NBV     (Openbaring 7:4) 4 Toen hoorde ik het aantal van hen die het zegel droegen: honderdvierenveertigduizend in totaal, afkomstig uit elke stam van Israël.

HerzSt  (Openbaring 5:10) 10   En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.

In het boek Openbaring wordt beschreven dat dit koninkrijk zal regeren vanuit  het  ‘nieuwe Jeruzalem’:

NBV     (Openbaring 3:12) 12 Wie overwint maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan. Ik zal op hem de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen, en ook mijn eigen nieuwe naam.

De apostelen en profeten vormen het fundament van het Nieuwe Jeruzalem, terwijl Jezus zelf de hoeksteen is.

HerzSt  (Openbaring 21:14) 14   En de muur van de stad had twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam.

HerzSt  (Efeziërs 2:19,20) 19 Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en  huisgenoten van God, 20   gebouwd  op het fundament van de apostelen en profeten,  waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is…

Verder wordt er in Openbaring gesproken over een grote schare, die niemand  tellen kon:

NBG51 (Openbaring 7:9,14) 9 Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen….14 En ik sprak tot hem: Mijn heer, gíj weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lam.

Over het offer dat Jezus heeft gebracht geeft de schrift heldere informatie; Jezus is voor allen gestorven:

NBV     (1 Johannes 2:2) 2 Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld.

NBV     (Johannes 1:29) 29 De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen, en hij zei: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.

NBV     (1 Timotheüs 4:10) 10 Hiervoor zwoegen en strijden wij, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die de redder is van alle mensen, bovenal van de gelovigen.

Om beter te kunnen onderscheiden wie de hemel en wie de aarde zullen beërven moeten we weten welke erfenis iedere groep zal ontvangen en vervolgens tot welke groep iemand behoort.

Er worden in Op.11:18 drie groepen genoemd die een beloning ontvangen; de profeten, de heiligen en degenen die, jong en oud, ontzag hebben voor uw naam:

NBV     (Openbaring 11:16-18) 16 De vierentwintig oudsten op hun tronen bij God wierpen zich neer en aanbaden God 17 met de woorden: ‘Wij danken u, Heer, onze God, Almachtige, die is en die was, want in uw grote macht neemt u nu het koningschap op u. 18 De volken raasden in woede, maar nu laat u uw woede razen. De tijd is gekomen om een oordeel te vellen over de doden; en om uw dienaren, de profeten, te belonen, evenals de heiligen en degenen die, jong en oud, ontzag hebben voor uw naam; en ook om hen die de aarde vernietigen nu zelf te vernietigen.’

Om de drie groepen helder te kunnen plaatsen wordt  als eerste de groep heiligen besproken, waarover in de Griekse geschriften uitgebreid wordt geschreven.

Lees verder in: 2. De Heiligen