16. Hosea; Wanneer een volk God ontrouw wordt. 

Hosea; Wanneer een volk God ontrouw wordt.pdf

.                                              Het boek Hosea – Nieuwsbrieven
.                              (Alle aanhalingen uit de Herziene Staten Vertaling)
———————————————————————————————————-
Een indrukwekkend verslag is opgeschreven in het boek Hosea, waarin beschreven wordt wat er gebeurt als Gods volk afvallig wordt. Het is een leidraad voor afvallige Christenen in deze dagen. Afvallige Christenen die gaan samenwonen of een vrije seksuele moraal hebben. Die hun nakomelingen laten aborteren of gewoon zijn gaan vinden dat kinderen opgevoed worden door alleenstaande ouders. Of instemmend kinderen laten opvoeden tegen hun geslacht in. Het zijn afvalligen die het huwelijk (de Goddelijke verbintenis van man en vrouw) van geen belang meer vinden en er geen probleem van maken om zich persoonlijk genetisch te laten modificeren (vaccinatie mRNA) omdat ze denken dat hun pleziertjes en reizen daar mee verzekerd zijn. Voor afvalligen en goddelozen komt er echter zwaar weer aan!
Goddeloze bedriegers en verleiders kunnen veel beloven, maar met God valt niet te spotten:

(Galaten 6:7) 7 Dwaal niet: God laat niet met Zich spotten, want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten.

Thema: de grote en heftige waarschuwing staat voor de deur

Er zal binnenkort een ongebruikelijke heftige waarschuwing aan de mensheid gegeven worden. Hoe velen deze waarschuwing zullen ervaren en zullen kunnen verwerken hangt af van hun geloof in de Schepper en Zijn Zoon. In het boek Hosea staat beschreven hoe het zo ver kon komen, hoe het toenmalige volk van God zo radeloos en wanhopig kon worden. Laten we beginnen wat er gebeurde na de dood van Salomo.

Na de dood van koning Salomo werd de Joodse natie gesplitst en ontstonden er twee koninkrijken, het zuidelijke 2-stammenrijk Juda met Jeruzalem als hoofdstad en het noordelijke 10-stammenrijk Israël met de stad Samaria als hoofdstad:

Juda – Israël

De eerste koning van het noordelijke 10 stammen rijk, koning Jerobeam, 931 v.Chr., begon met de gouden kalveraanbidding. Het woord van God kwam tot de profeet Hosea in de dagen, toen Jerobeam II koning was van Israël (Hosea 1:1).
De profeet Hosea was een tijdgenoot van Amos in het 10-stammenrijk Israël.
Jesaja was in die dagen Gods profeet in het zuidelijke 2-stammenrijk Juda.

Het noordelijke 10-stammenrijk Israël wordt ook wel Efraïm genoemd, naar de belangrijkste stam van Israël.

———————————————————————————————————-
Appendix:
Het eerstgeboorterecht van Ruben was afgenomen en aan Jozef gegeven (1 Kron. 5:1-2). Efraïm had de positie gekregen van eerstgeborene (Jer. 31:9):

(Genesis 48:5,14) 5 Nu dan, jouw twee zonen, bij jou (Jozef) in het land Egypte geboren zijn voordat ik bij je in Egypte kwam, zijn van mij; Efraïm en Manasse zijn van mij, net als Ruben en Simeon….14 Maar Israël (Jacob) stak zijn rechterhand uit en legde die op het hoofd van Efraïm, hoewel deze de jongste was, en hij legde zijn linkerhand op het hoofd van Manasse. Hij kruiste zijn handen, hoewel Manasse de eerstgeborene was.

De eerste koning van Israël, Jerobeam, was een nakomeling van Efraïm (1 Kon. 11:26). Jerobeam werd in de stad Sichem tot koning gekroond.
Zowel Sichem als Bethel behoorden tot het grondgebied van de stam Efraïm.
De gouden kalveren van Jerobeam kwamen in Bethel en in het gebied Dan te staan:

(1 Koningen 12:28-29) 28 Daarom pleegde de koning (Jerobeam) overleg en maakte twee gouden kalveren. Hij zei tegen het volk: Het is te veel voor u om op te trekken naar Jeruzalem. Zie uw goden, Israël, die u uit het land Egypte hebben doen optrekken. 29 En hij plaatste het ene in Bethel, en het andere zette hij in Dan.

In de opsomming van de 144.000 in Openbaring 7:4-8 is Efraïm vervangen door de naam van Jozef en is Dan vervangen door de priesterlijke stam Levi.  Waarschijnlijk heeft dit te maken met de afgoderij, met de genoemde gouden kalveraanbidding.
Het waren ook deze twee stammen, Ephraïm en Dan, die in Samaria hun grondgebied hadden en die gedeporteerd werden naar Assyrië.
———————————————————————————————————-

Israël hield zich bezig met kalver afgoderij en Baäl aanbidding. De inwoners zochten bescherming bij Egypte en Assyrië in plaats van bij hun God:

(Hosea 7:11,13) 11 Efraïm is als een duif, onnozel, zonder verstand; Egypte roepen zij te hulp, naar Assyrië gaan zij!…. 13 Wee over hen, want zij zijn van Mij weggevlucht. Verwoesting over hen, want zij zijn tegen Mij in opstand gekomen. Ík zou hen wel willen verlossen, maar zij spreken leugens tegen Mij.
(Hosea 8:7,9) 7 Want wind zaaien zij, maar een wervelwind zullen zij oogsten….9 want zíj gingen naar Assyrië: een wilde ezel houdt zich afgezonderd, maar Efraïm zoekt hulp bij minnaars.
NBG51 (Hosea 12:1-2) 1 Met leugen heeft Efraïm Mij omringd, met bedrog het huis Israëls – terwijl Juda zich voortdurend bandeloos gedraagt tegenover God en tegenover de Hoogheilige, die getrouw is. 2 Efraïm weidt wind, en jaagt de gehele dag de oostenwind na, het vermeerdert leugen en verwoesting. Zij sluiten een verbond met Assur, en er wordt olie naar Egypte gebracht.
(Hosea 13:1-2) 1 Waar Efraïm sprak was schrik, hoog was zijn aanzien in Israël. Maar hij maakte zich schuldig door de Baäl: daaraan ging hij te gronde.  2 Toch blijven zij maar zondigen; zij hebben zich gegoten beelden gemaakt, van hun zilver maakten zij afgodsbeelden naar hun eigen smaak, louter werk van ambachtsvolk. Daaraan wijden zij mijn offers toe, zij, mensen die stierenbeelden kussen.(Willibr.)

De profeet Hosea was de laatste profeet van Israël, voor het volk van Samaria gedeporteerd werden naar Assyrië:

(Jesaja 7:17) 17 De HEERE zal over u, over uw volk en over het huis van uw vader dagen doen komen zoals er niet gekomen zijn vanaf de dag dat Efraïm zich van Juda afscheidde, namelijk de heerschappij van de koning van Assyrië!

Het huwelijksverbond met de 12 stammen

God sloot een eeuwigdurend verbond met Abraham:

(Genesis 17:7-9) 7 Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u. 8 Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn. 9 Verder zei God tegen Abraham: En wat u betreft, u moet Mijn verbond in acht nemen, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door.

De Israëlieten werden Gods persoonlijke eigendom op basis van het verbond:

(Exodus 19:5-6) 5 Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.

De twaalf stammen worden in de Bijbel aangeduid als ‘de vrouw van God’.
God YHWH woonde in de tabernakel of tempel midden tussen Zijn volk, Zijn vrouw.
Ook het 10-stammenrijk Israël wordt dus in de Bijbel aangeduid als Gods vrouw:

(Jeremia 31:31-32) 31 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, 32 niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE.
(Hosea 2:1) 1 Klaag uw moeder aan, klaag haar aan, want zij is Mijn vrouw niet en Ik ben haar Man niet. Laat zij haar hoererij van haar gezicht wegdoen, en haar overspel van tussen haar borsten.

Israël is als een overspelige vrouw, die haar man (God zelf) heeft verraden:

(Jeremia 3:20) 20 Voorwaar, zoals een vrouw haar levensgezel ontrouw wordt, zo bent u Mij ontrouw geworden, huis van Israël, spreekt de HEERE.

De afgoderij van de vrouw van Hosea als vergelijk met Israël

In het boek Hosea wordt het huwelijk van Hosea met Gomer vergeleken met de losbandige verhouding van het 10-stammenrijk Israël met God.
Een profeet van God, Hosea, die een vrouw uit de hoererij moest nemen:

(Hosea 1:2) 2 Het begin van het spreken van de HEERE door Hosea. De HEERE zei tegen Hosea: Ga! Neem voor u een vrouw van de hoererijen en kinderen van de hoererijen, want het land wendt zich in schandelijke hoererij van de HEERE af.

Zij baarde hem een zoon Jizreël en een dochter Lo-Ruchama. Daarna baarde zij hem opnieuw een zoon:

(Hosea 1:9) 9 En Hij zei: Geef hem de naam Lo-Ammi, want u bent niet Mijn volk en Ík zal er voor u niet zijn.

Volgens Douglas Stuart, Professor of Old Testament Studies, is de vrouw van Hosea geen letterlijke prostituee, maar bezoedeld met afgoderij: My favorite Mistranslations.
De beschreven prostitutie is een symbolische prostitutie, een metafoor voor afgoderij. Zoals ook het land Israël zich bezighield met hoererij. Deze metafoor klinkt logisch.
Het was het verbreken van het verbond met God – dat met Abraham was gesloten –  dat naderhand verder werd uitgewerkt door de wet van Mozes.
Hosea’s gezin wordt gebruikt als voorbeeld voor wat Hosea als ‘man van God’ moet verduren aan pijn en verdriet omdat zijn vrouw Gomer zich bezighoudt met afgoderij.
God moet hetzelfde verduren met het land Israël als Zijn vrouw.
Het boek Hosea is echter ook een profetisch verslag van Gods ontferming over Zijn overspelig volk en Zijn onophoudelijke liefde voor hen:

(Hosea 11:7-8) 7 Mijn volk volhardt in afkeer van Mij. Zij roepen wel tot de Allerhoogste, maar gezamenlijk roemt men Hem niet. 8 Hoe zou Ik u prijsgeven, Efraïm, u uitleveren, Israël? Hoe zou Ik u prijsgeven als Adama, met u doen als met Zeboïm? Mijn hart keert zich in Mij om, al Mijn medelijden is opgewekt.

Hoe zou God Israël kunnen prijsgeven als Adama en Zeboïm, steden die samen met Sodom en Gomorra vanwege hun slechtheid werden vernietigd (Deut. 29:23).
Bij God zit de liefde heel diep voor Zijn volk. God bleef ondanks hun afgoderij van hen houden en was vergevingsgezind, maar het volk toonde geen berouw en bleef volharden in slecht doen:

(Hosea 13:6,14) 6 Net als hun weiden raakten zij verzadigd. Toen zij verzadigd waren, verhief hun hart zich. Daarom hebben zij Mij vergeten….14 Ik zal hen verlossen uit de macht van het graf. Ik zal hen vrijkopen uit de dood. Dood, waar zijn uw pestziekten? Graf, waar is uw verderf? Berouw verbergt zich voor Mijn ogen!

Hier spreekt God zelfs over de opstanding uit de dood. Als je maar bij Hem terugkomt. Zoals Hosea onteerd wordt omdat zijn kinderen uit afgoderij zijn geboren, zo wordt God onteerd met Israëls kinderen uit afgoderij.
Met de profeet Hosea geeft God Israël een laatste kans. Hij laat zijn liefde zien, in de hoop Israël over te halen om bij Hem terug te komen. Als Israël geen berouw toont, dan zal Hij toestaan dat het koninkrijk Israël vernietigd wordt door Assyrië.
Opnieuw moet Hosea van God een (andere) vrouw nemen uit de afgoderij:

(Hosea 3:1-5) 1 De HEERE zei tegen mij: Ga opnieuw, bemin een vrouw die bemind wordt door haar levensgezel, maar overspel pleegt, zoals de HEERE de Israëlieten bemint, hoewel zij zich wenden tot andere goden en houden van rozijnenkoeken. 2 Voor vijftien zilverstukken en anderhalve homer gerst kocht ik haar toen voor mij. 3 En ik zei tegen haar: U moet veel dagen bij mij blijven, u mag geen hoererij bedrijven; u mag geen andere man toebehoren, en ook ik zal niet bij u komen. 4 Want de Israëlieten moeten veel dagen zonder koning en zonder vorst blijven, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod en afgodsbeelden. 5 Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HEERE, hun God, zoeken en David, hun koning. Zij zullen zich in diep ontzag tot de HEERE en Zijn goedheid wenden, in later tijd.

Ditmaal zal deze vrouw haar overspel en dus haar afgoderij wegdoen en de ware God aanbidden. Het is een verwijzing – in later tijd – naar de heiligen uit de niet-Joden of heidenen. Het zijn degenen waar Hosea ‘geen gemeenschap mee zal hebben’, de maagden of heiligen waar in Openbaring over wordt gesproken die zich niet bevlekt hebben met afgoderij:

(Openbaring 14:4) 4 Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam.

Het zijn degenen die de tegenbeeldige koning David, onze koning Jezus, geloofd hebben en Zijn woorden getrouw hebben toegepast in hun leven.

Een nieuw verbond

Uiteindelijk zullen de Judeeërs bijeengebracht worden, samen met de Israëlieten:

(Hosea 1:11) 11 Dan zullen de Judeeërs  bijeengebracht worden samen met de Israëlieten. Zij zullen voor zich één Hoofd aanstellen en uit het land oprukken;….

Het zal in de toekomst werkelijkheid worden wat Hosea heeft opgetekend over hen:

(Hosea 2:18-19) 18 Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in gerechtigheid en in recht, in goedertierenheid en in barmhartigheid. 19 In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de HEERE kennen.

Het éne Hoofd in vers 11 is het Lam, de Christus, die het loskoopoffer heeft betaald:

(Jeremia 31:31) 31 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten,….

Jezus sloot een Nieuw Verbond, waarmee het oude verbond met de wet van Mozes buiten werking kwam, maar wat geen afbreuk deed aan het verbond met Abraham:

(Mattheüs 26:28) 28 want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.
(Hebreeën 8:13) 13 Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmee het eerste voor verouderd verklaard. En wat oud is verklaard en wat veroudert, staat op het punt te verdwijnen.

De bruid van Jezus en de grote menigte kinderen van de levende God

De 144.000 heiligen uit de 12 stammen van de Israëlieten worden ook wel de bruid van Jezus genoemd. Deze heiligen stelden geloof in Christus en zijn gekocht als eerstelingen uit zowel de Joden als niet-Joden, de geestelijke Israëlieten (Op. 14:4):

(Openbaring 7:4-8) 4 En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten. 5 Uit de stam Juda waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Ruben waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Gad waren er twaalfduizend verzegeld, 6 uit de stam Aser waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Naftali waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Manasse waren er twaalfduizend verzegeld, 7 uit de stam Simeon waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Levi waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Issaschar waren er twaalfduizend verzegeld, 8 uit de stam Zebulon waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Jozef waren er twaalfduizend verzegeld, en uit de stam Benjamin waren er twaalfduizend verzegeld.

De stam Efraïm komt in de lijst niet meer voor en is vervangen door Jozef, de stam Dan is vervangen door de priesterlijke stam Levi (zie ook de ingevoegde appendix).
Christus is hun echtgenoot en de bruid zijn de inwoners van het Nieuwe Jeruzalem, de heiligen, de maagden die zich niet besmet hebben met afgoderij:

(Openbaring 19:7-8) 7 Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. 8 En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen.
(Openbaring 21:9-10) 9 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, vol van de zeven laatste plagen, kwam naar mij toe en hij sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam, laten zien. 10 En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan.

Maar niet alleen de heiligen zullen gezegend zijn, ook een grote menigte Christenen zullen kinderen van de levende God zijn, als nageslacht van Abraham.
Voor het werkelijke Christelijke nageslacht van Abraham, zie: 8. Jongeren.
Abrahams beloofde nageslacht zou zo talrijk worden als het zand van de zee:

(Hebreeën 11:12) 12 Daarom zijn er zelfs uit één man (Abraham) en dat uit iemand wiens kracht al gestorven was, zovelen geboren als de sterren van de hemel in menigte en als het zand op het strand van de zee, dat niet te tellen is.
(Hosea 1:10) 10 Toch zal het aantal Israëlieten zijn als het zand van de zee, dat niet gemeten en niet geteld kan worden. En het zal gebeuren dat in de plaats waar tegen hen gezegd is: U bent niet Mijn volk, tegen hen gezegd zal worden: Kinderen van de levende God. (zie ook Romeinen 9:26)
(Openbaring 7:9) 9 Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand.

De grote schare gedoopte Christenen zullen dus kinderen van God genoemd worden. Onze hemelse Vader wil graag dat we in gebed tot Hem spreken:

(Hosea 14:2-3,5-6) 2 Bekeer u, Israël,tot de HEERE, uw God,want u bent gestruikeld door uw ongerechtigheid. 3 Neem deze woorden met u mee, bekeer u tot de HEERE. Zeg tegen Hem: Neem alle ongerechtigheid weg, neem het goede aan. Dan zullen wij de offers van onze lippen nakomen…. 5 Ik zal hun afkerigheid genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want Mijn toorn heeft zich van hem afgewend. 6 Ik zal voor Israël zijn als de dauw. Hij zal in bloei staan als de lelie, wortel schieten als de Libanon.

God YHWH zou het volk Israël vergeven als ze alleen maar berouw toonden.

Verzwakte en afvallige Christenen

Hosea waarschuwde Gods volk voor de afgodische manier waarop ze leefden.
Barmhartigheid en kennis van God is belangrijker dan offers brengen op een altaar:

(Hosea 6:6) 6 Want Ik vind vreugde in goedertierenheid en niet in offer, in kennis van God meer dan in brandoffers!

Het boek Hosea is een voorbeeld voor getrouwe Christenen om afgezwakte Christenen telkens aan te sporen om hun goddeloze weg te verlaten.
Om niet net als de Israëlieten verrast te worden door wanhoop en ellende.
De Israëlieten trokken zich niets van God aan en werden gedeporteerd naar Assyrië:

(2 Koningen 18:11-12) 11 De koning van Assyrië voerde Israël weg naar Assyrië en bracht hen onder in Halah en in Habor, bij de rivier Gozan en in de steden van Medië, 12 omdat zij de stem van de HEERE, hun God, niet gehoorzaam waren geweest, maar Zijn verbond hadden overtreden. Zij hadden niet geluisterd naar alles wat Mozes, de dienaar van de HEERE, geboden had, en hadden dat niet gedaan.

Daarom heeft het boek Hosea tevens een vervulling in de laatste dagen:

(Hosea 10:8) 8 Weggevaagd zullen worden de offerhoogten van Aven,de zonde van Israël; dorens en distels zullen opschieten tot boven hun altaren. Dan zullen zij tegen de bergen zeggen: Bedek ons! en tegen de heuvels: Val op ons!
(Lukas 23:28-30) 28 En Jezus keerde Zich naar hen om en zei: Dochters van Jeruzalem, huil niet over Mij, maar huil over uzelf en over uw kinderen, 29 want zie, er komen dagen waarin men zal zeggen: Zalig zijn de onvruchtbaren en de buiken die niet gebaard hebben, en de borsten die niet gezoogd hebben. 30 Dan zullen zij beginnen te zeggen tegen de bergen: Val op ons, en tegen de heuvels: Bedek ons.
(Openbaring 6:15-17) 15 En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen.16 En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. 17  Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?

Want binnenkort zal er opnieuw een hevige waarschuwing over de aarde komen als het Lam de zesde zegel opent (Openbaring 6:12-17):

(Openbaring 6:12) 12 En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed….

Het zal een grote aardbeving veroorzaken en de atmosfeer zal gevuld worden met verstikkende stofwolken waardoor de hemellichamen verduisterd worden.
Volgens ons onderzoek is het mogelijk een groot puinveld wat onze dampkring binnenkomt of inslaat, wat een signatuur kan zijn van een bruine dwergster.
Of zoals het er staat, een grote aardbeving zoals die verwacht wordt in Yellowstone National Park. Dat is een vulkaan die ongeveer om de 600.000 jaar volledig uitbarst. De laatste eruptie was circa 640.000 jaar geleden. Maar het kan ook een oorlog met atoomwapens betekenen:

(Mattheüs 24:6) 6 U zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen; pas op, word niet verschrikt, want al die dingen moeten gebeuren, maar het is nog niet het einde.

We weten helaas nu nog niet wat de oorzaak zal zijn. Maar deze waarschuwing zal nog niet het einde zijn, de 7 trompetten en de 7 schalen zullen nog volgen.
Echter, als Gods volk, als Christenen, hoeven we nooit angst te hebben.
Zelfs niet voor de grote heftige waarschuwing die voor de deur staat.
Laat u als Christen dan ook niet murw beuken door goddelozen, nu de grote dag nabij is. Zoek de diepere betekenis in Gods woorden, zoals Jezus deed en die Gods woorden zorgvuldig in Zijn prediking toepaste. Spreek tot God en vraag om raad, vraag om bescherming. Dat zal u zeker niet geweigerd worden:

(Lukas 11:9-13)  9 En Ik zeg u: Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. 10 Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en wie klopt, voor hem zal er opengedaan worden. 11 Welke vader onder u zal aan zijn zoon, als hij hem om brood vraagt, een steen geven, of ook als hij om een vis vraagt, hem in plaats van een vis een slang geven, 12 of ook als hij om een ei vraagt, hem een schorpioen geven? 13 Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?

Laat u als Christen niet in de paniekmodus brengen, maar zoek vertier bij andere Christenen en ga plezierige dingen doen zoals muziek maken of luisteren. Spreek onbevreesd over de Christus en wees overtuigd van het beloofde eeuwige leven:

(Psalm 37:27-29) 27 Keer u af van het kwade, doe het goede en bewoon de aarde voor eeuwig. 28 Want de HEERE heeft het recht lief en zal Zijn gunstelingen niet verlaten; voor eeuwig worden zij bewaard, maar het nageslacht van de goddelozen wordt uitgeroeid. 29 De rechtvaardigen zullen de aarde bezitten en voor eeuwig daarop wonen. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *