2. Zacharia; Wanneer Gods volk verzwakt                

2. Zacharia; Wanneer Gods volk verzwakt.pdf

(Zacharia 1:2-3) 2 De HEERE is zeer toornig geweest op uw vaderen. 3 Daarom, zeg tegen hen: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Keer terug naar Mij, spreekt de HEERE van de legermachten, dan zal Ik naar u terugkeren, zegt de HEERE van de legermachten.
.                                   (Alle aanhalingen uit de Herziene Staten Vertaling)
————————————————————————————————————–

In het vorige deel, Deel 1, hebben we gezien dat er vrijwel meteen tegenstand van de omliggende volken kwam toen het – gedeeltelijke – teruggekeerde  Joodse volk begon met het bouwen van de 2e tempel. Het Joodse volk raakte ontmoedigd en werd bang. Haggaï en Zacharia moedigden Zerubbabel, de landvoogd van Juda, en Jozua, de hogepriester, weer aan om te beginnen.
Toch zijn er voorbereidingen dat er binnenkort ook nog een tempel in Jeruzalem zal worden gebouwd voor de Antichrist (2 Thess. 2:3-4). (Zie ook: 7. Net als Jezus satans wereld overwinnen)
Ook hebben we het in het vorige deel ook gehad over de Spruit, de Vredevorst, die met zijn Vader vredesberaad zal houden op de nieuwe aarde (Zacharia 6:13).
Eindelijk echte duurzame vrede. Na de eerste vier visioenen van Zacharia behandeld te hebben gaan we door met het vijfde visioen.

Thema: Waarschuwingen als mensen van God los zijn en goddeloos gedrag vertonen

Het vijfde visioen van Zacharia

(Zach. 4:1-3) 1 De Engel Die met mij sprak, kwam terug en wekte mij, zoals iemand die uit zijn slaap gewekt wordt. 2 Hij zei tegen mij: Wat ziet u? Daarop zei ik: Ik zie, en zie, een kandelaar, geheel van goud, met een olievaatje aan de bovenkant ervan en daarbovenop zeven bijbehorende lampen met telkens zeven toevoerbuisjes aan de lampen, die daarboven zitten, 3 met twee olijfbomen ernaast, een aan de rechterkant van het olievaatje en een aan de linkerkant ervan.

De kandelaar wordt continu met olie aangevuld door twee olijftakken (vers 12), het licht zal nooit doven. De kandelaar in Gods tempel wordt de Menora of de lamp van God (1 Sam. 3:2-4) genoemd. Zacharia vroeg naar de betekenis hiervan en de Engel antwoordde hem:

(Zacharia 4:6) 6 Daarop antwoordde Hij en zei tegen mij: Dit is het woord van de HEERE tot Zerubbabel: Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de HEERE van de legermachten.

Gods Geest zal bewerkstelligen dat de tempel door Zerubbabel zal worden herbouwd:

(Zacharia 4:9, 11-14) 9 De handen van Zerubbabel hebben dit huis gegrondvest, zijn handen zullen het ook voltooien. Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft….11 Daarna antwoordde ik en zei tegen Hem: Wat betekenen die twee olijfbomen aan de rechterkant van de kandelaar en aan de linkerkant ervan? 12 En voor de tweede keer antwoordde ik en zei tegen Hem: Wat betekenen die twee olijftakken die door twee gouden buisjes gouden olie uit zich weg laten lopen? 13 Toen sprak Hij tot mij: Weet u niet wat deze dingen betekenen? Ik zei: Nee, mijn Heere. 14 Daarop zei Hij: Dat zijn de twee gezalfden, die bij de Heere van heel de aarde staan.

De twee gezalfden zijn de twee getuigen uit het boek Openbaring 11:1-11.
Zij worden in Op.11:4 met twee kandelaars vergeleken en met  twee olijfbomen:

(Op. 11:4) 4 Zij zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaars, die voor de God van de aarde staan.

Maar voordat de twee gezalfden gedurende 1260 dagen – in zakken gehuld – hun werk zullen doen moeten eerst de 7 zegels van de boekrol door het Lam zijn geopend en moet er vervolgens op een aantal bazuinen zijn geblazen. Na het blazen op de 5e bazuin, maar voor het blazen op de 6e bazuin, wordt de twee getuigen profetie beschreven (Op. 11:1-11). Er zijn nu al enkele zegels geopend (Op. 6:1-8), maar bij het openen van de 6e zegel zal er een grote ramp komen:

(Openbaring 6:12) 12 En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed….

Om terug te komen op de twee gezalfden die voor de Heer van heel de aarde staan; volgens ons onderzoek worden Mozes en Elia bedoeld als de gezalfde profeten. (Zie: 3. De twee getuigen)

Het zesde visioen van Zacharia

(Zach. 5:1-2) 1 Opnieuw sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, een vliegende boekrol. 2 Hij zei tegen mij: Wat ziet u? En ik zei: Ik zie een vliegende boekrol. Zijn lengte is twintig el en zijn breedte tien el.

De lengte van twintig el en breedte van tien el van de vliegende boekrol waren precies de maten van de voorhal of vestibule van de tempel van Salomo:

(1 Koningen 6:2-3) 2 En het huis, dat de koning Salomo voor de HEERE bouwde, was zestig el in zijn lengte, twintig el in zijn breedte en dertig el in zijn hoogte. 3 En de voorhal, vóór aan de grote zaal van het huis, was twintig el in zijn lengte, overeenkomstig de breedte van het huis, en tien el in zijn breedte, vóór aan het huis.
(2 Kronieken 3:4) 4 En de voorhal, die vooraan was, was in de lengte langs de breedte van het huis twintig el,…

De voorhal (vestibule) was het voorhof voor de priesters (2 Kron. 4:9). In de voorhal van de priesters kleedden zij zich om en maakten zich daar gereed voor hun taken:

(Ezechiël 42:14) 14 Als de priesters binnengekomen zijn, mogen zij niet meer vanuit het heiligdom naar de buitenste voorhof gaan, maar zij moeten daar hun kleding, waarin zij dienst hebben gedaan, neerleggen, want die is heilig. Dan moeten zij andere kleding aantrekken en mogen zij in de nabijheid komen van de plaats die voor het volk is.

Tempel van Salomo

CSB (Zach. 5:3) 3 Toen zei hij tegen mij: Dit is de vloek die uitgaat over het hele land, want elke dief zal worden verwijderd (weggevaagd) volgens wat op de ene kant staat, en iedereen die [vals] zweert, zal worden verwijderd (weggevaagd) volgens wat er aan de andere kant geschreven staat.

Er wordt in dit visioen een vloek uitgesproken over eenieder die steelt of een meineed pleegt, een bedrieger. Vervloekt zal degene zijn die een diefstal pleegt of wie onder ede leugens verteld:

(Exodus 20:15-16) 15 U zult niet stelen. 16 U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.

Het is een boodschap van Goddelijke rechtvaardigheid.
Voor ‘weggevaagd worden’ in vers 3 wordt in het Hebreeuws het woord niq·qāh gebruikt.
Englishman’s Concordance: niq·qāh
KJV – Shall be cut off – zal worden afgesneden

Zowel in de (New) King James Version (KJV / NKJV) als in de Holman Christian Standard Bible (CSB) wordt geschreven dat de vliegende boekrol aan beide zijden beschreven is.
Zoals de rol in Openbaring die ook ‘aan beide zijden beschreven is’, en die alleen door het Lam geopend kan worden om de beschreven verdrukking te openbaren:

(Openbaring 5:1,5) 1 En ik zag in de rechterhand van Hem Die op de troon zat, een boekrol, vanbinnen en vanbuiten beschreven, verzegeld met zeven zegels…5 En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken.

In Zacharia 5:1 wordt gesproken over een vliegende boekrol, Gods woord gaat heel snel:

(Psalm 147:15) 15 Hij zendt Zijn bevel naar de aarde: Zijn woord loopt zeer snel.
(Psalm 33:9) 9 Want Híj spreekt en het is er, Híj gebiedt en het staat er.

Dat de boekrol ‘vliegt’ duidt ook op de snelle komst van het oordeel om de overtreders te bezoeken, en dan de straf van God uiteindelijk voltrokken zal worden (Zach. 5:4). De boekrol was volledig uitgerold (Zach. 5:2).  Iedereen kon hem dus lezen en kon het weten.
Niemand van de priesters kon nu nog verontschuldigend zeggen dat hij Gods wetten over diefstal en meineed niet kende. Dit visioen kondigde een oordeel aan dat God, ondanks Zijn gunst, deze zonden onder Zijn volk niet zou tolereren. Dit zal ook gelden voor de heiligen, die als koningen en priesters worden beschouwd:

(Lukas 12:47-48) 47 En die slaaf die de wil van zijn heer gekend heeft en geen voorbereidingen getroffen heeft en ook niet naar zijn wil gehandeld heeft, zal met veel slagen geslagen worden. 48 Wie echter zijn wil niet gekend heeft en dingen gedaan heeft die slagen verdienen, zal met weinig slagen geslagen worden. En van ieder aan wie veel gegeven is, zal veel teruggevraagd worden en van hem aan wie men veel toevertrouwd heeft, zal men des te meer eisen. (Zie ook Lukas 12:42-46)

Het zevende visioen van Zacharia

Willibr. (Zach. 5:5-8) 5 Toen verscheen mij de engel die met mij sprak en zei tot mij: ‘Sla uw ogen op en zie wat daar te voorschijn komt.’  6 Ik vroeg: ‘Wat is dat?’ Hij antwoordde: ‘Wat daar te voorschijn komt is een efa.’ Hij ging verder: ‘Dat is de ongerechtigheid, die zij in het gehele land bedrijven.’  7 Toen zag ik, dat het loden deksel werd opgelicht en dat er een vrouw in de efa zat.  8 Daarop zei hij: ‘Dat is de verdorvenheid.’ Hij duwde haar weer in de efa terug en liet het zware lood op de opening terugvallen.   

De efa was de inhoudsmaat voor droge waren, zoals graan of meel. De efa was een tiende van een homer. De bath was de inhoudsmaat voor vloeibare waren:

(Ezechiël 45:11) 11 De efa en de bath moeten een vaste inhoudsmaat hebben, zodat een bath een tiende van een homer bevat, en ook een efa een tiende deel van een homer. De maat ervan moet volgens de homer zijn.

De vrouw in de efa wordt beschreven als verdorvenheid of goddeloosheid. Deze vrouw mag de symbolische efa, de maat van zonde, niet verlaten. De engel duwt haar terug in de efa, waaruit ze wilde opstaan, en sloot de efa met een zware loden deksel:

(Micha 6:10-11) 10 Zijn er in het huis van de goddeloze nog schatten door goddeloosheid verkregen en een krappe efa, wat te verfoeien is? 11 Zou Ik rein zijn met een goddeloze weegschaal en met een zak valse weegstenen?

Deze symbolische vrouw, die verdorvenheid of slechtheid heet,  zal haar straf niet ontlopen, daarmee doelend op de bedriegerij en het oneerlijke zakendoen. Hier wordt niet gesproken over geestelijk overspel van Gods volk maar over oneerlijk zijn in handel, geld en gedrag, zoals eerder aangehaald in Zach. 5:3 waar staat dat elke dief en iedereen die meineed pleegt zal worden weggevaagd:

(Zach. 5:9-11) 9 Ik sloeg mijn ogen op en zag, en zie, twee vrouwen kwamen tevoorschijn met de wind onder hun vleugels. Zij hadden vleugels als de vleugels van een ooievaar en zij tilden de efa op tussen de aarde en de hemel. 10 Toen zei ik tegen de Engel Die met mij sprak: Waar brengen zij deze efa heen? 11 Hij zei tegen mij: Naar het land Sinear om voor haar een huis te bouwen. Is het gereed, dan wordt zij daar op haar voetstuk geplaatst.

Twee vrouwen met vleugels tilden de efa op tussen de aarde en de hemel, waardoor dit tafereel van ernstige zonden voor de ogen van alle mensen zichtbaar was.
De ooievaar was een onreine vogel en mocht door Gods heilige volk niet gegeten worden, ze waren voor hen iets afschuwelijks (Leviticus 11:13-20). Deze twee vrouwen met vleugels van de ooievaar beelden onreinheid af, net zoals de vrouw in de efa. De wind onder hun vleugels is een afbeelding van de winden die de strijd opzwepen, dat zijn Satan en zijn demonen (zie hiervoor Deel 1).
De vrouw in de efa wordt naar Sinear gebracht, Zuid-Mesopotamië, waar Babel lag (Gen. 11:2,9). Daar zal ze op een voetstuk worden geplaatst. Het tafereel beschrijft de vrouw uit Openbaring, die op haar voorhoofd heeft geschreven: ‘Geheimenis, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde’ (Op. 17:5).

Deze vrouw of hoer staat volgens ons onderzoek voor de financiële instituten zoals banken, hedge funds, investeringsmaatschappijen en andere financiële partijen en beursbeleggers. Deze vrouw heeft buitengewoon grote liefde voor de mammon (geld of rijkdom):

(Jeremia 51:12,13) 12 Hef een banier omhoog tegen de muren van Babel, versterk de bewaking, stel wachters op, leg hinderlagen! Wat de HEERE Zich immers voorgenomen heeft, zal Hij ook doen: wat Hij gesproken heeft over de inwoners van Babel. 13 U die woont aan grote wateren, die rijk bent aan schatten, uw einde is gekomen, de maat van uw winstbejag.

De beschreven vrouw of hoer op het scharlakenrode beest wordt vergeleken met de grote stad Babylon, haar huis of permanente plaats. Het verderfelijke financiële machtsstelsel van de ‘gewone’ banken. Zie voor de onderbouwing van de vrouw of hoer als financieel machtsstelsel: wereldmachten 9. De vrouw en het scharlaken gekleurd wilde beest.
NEOM is een nieuwe stad in Saoedi-Arabië die nu gebouwd wordt. Waar de volgende generatie gentherapie, genomica, stamcelonderzoek, nanobiologie en bio-engineering zal plaatsvinden. Het is een stad die centraal zal staan in het verheffen boven onze Schepper.

Dit stond er voorheen op hun site: www.neom.com onder het tabblad BIOTECH:
‘De gezondheidszorg van morgen zal zijn aanvang hier hebben. De wereld zal naar NEOM kijken voor de volgende generatie gentherapie, genomica, stamcelonderzoek, nanobiologie en bio-engineering’.  (Zie voor Neom:  4. Aanbidding van het ‘beeld’)

De onlangs gegeven wereldwijde gentherapie injecties, gebaseerd op nanotechnologie, is slechts het begin. Het is respectloos gedrag voor het leven, zoals bij abortus, waarmee door dit soort lieden een jong uniek leven beëindigd wordt. Zo’n intens wonder van nieuw leven, zo vertederend en zo perfect naar Gods beeld geboren.
Christenen bezien abortus met grote afschuw en walging. De nieuwste slechtheid of verdorvenheid is de genetische kruising tussen mensen en dieren.
De locatie NEOM wordt het wereldwijde gentherapie- en biotechnologie- en biometrisch centrum, waar de financiële instituten (de vrouw) fors in zullen investeren om een zo hoog mogelijk rendement te halen. Waar ze op haar voetstuk zal worden geplaatst (Zach. 5:11):

(Openbaring 17:3,18) 3 En in de geest bracht hij mij weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol van godslasterlijke namen was, met zeven koppen en tien hoorns….18 En de vrouw die u gezien hebt, is de grote stad, die koninklijke heerschappij voert over de koningen van de aarde.

In NEOM is ook Gods berg Sinaï (in de Horeb bergketen) gesitueerd.
In de buurt van de berg van God, Sinaï, ligt een woestijn (Exodus 3:1).
Ook is NEOM gesitueerd aan zowel de Rode Zee als aan de golf van Akaba:

(Op. 18: 17-18) 17 En elke stuurman, al het volk op de schepen, zeelieden en allen die op zee hun werk doen, bleven van verre staan, 18 en zij riepen toen zij de rook van haar verbranding zagen: Welke stad was aan deze grote stad gelijk? 

NEOM, het grote Babylon, het wereldwijde centrum van verheffing, van minachting voor de schepping van God en aanbidding van het ‘beeld’.
Maar er zal een eind aan de hoererij van deze vrouw, van deze financiële instituten komen.
Gelukkig zal deze verdorven stad, het grote Babylon of NEOM, compleet vernietigd worden:

(Openbaring 18:8) 8 Daarom zullen op één dag haar plagen komen: dood, rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden, want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt.
(Openbaring 14:8) 8 En een andere engel volgde, die zei: Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon, de grote stad, omdat zij alle volken van de wijn van de toorn van haar hoererij heeft laten drinken.
(Openbaring 18:21) 21 En een sterke engel hief een steen op als een grote molensteen, en wierp die in de zee, en zei: Zó zal Babylon, de grote stad, met geweld neergeworpen worden, en het zal nooit meer gevonden worden;

Want het zullen de beslissingen uit deze stad zijn, afgedwongen door de financiële partijen (de slechte vrouw), die de vervolging en het doden van Gods volk zullen ondersteunen:

(Openbaring 17:6) 6 En ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen, en van het bloed van de getuigen van Jezus….
(Openbaring 18:24) 24 En het bloed van profeten en heiligen en van allen die geslacht zijn op de aarde, is in deze stad gevonden.

Om die reden moet Gods volk ook uit het grote Babylon (NEOM) wegblijven:

(Openbaring 18:4-5) 4 En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deelhebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen. 5 Want haar zonden hebben zich opgestapeld tot aan de hemel, en God herinnerde Zich haar ongerechtigheden.

Niet alleen het voetstuk van de vrouw (NEOM), maar ook de hoer zelf zal worden vernietigd.
De 10 ongekroonde koningen van de centrale banken zullen het onderliggende financiële geldzuchtige systeem van banken uiteindelijk haten en compleet vernietigen:

(Openbaring 17:16) 16 En de tien hoorns die u op het beest zag, die zullen de hoer haten, en haar berooid en naakt maken, en zij zullen haar vlees eten, en haar met vuur verbranden.

Het visioen verwijst daarmee ook zeker naar de nabije toekomst van toorn over de afgoderij door het geldsysteem en het accepteren van het merkteken:

(Openbaring 14:9-10) 9 En een derde engel volgde hen, die met een luide stem zei: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, 10 dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn toorn, en gepijnigd worden in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam.

Gods toorn zal dit goddeloze gedrag veroordelen.

Het achtste visioen van Zacharia

In het eerste visioen zagen we een Man Die op een rood paard reed en achter Hem waren er rode, bruine en witte paarden. Het was een groep engelen die God had uitgezonden om te verkennen of er nog strijd was van de omliggende landen/volken tegen de opbouw van de tempel. In het achtste visioen wordt gesproken over wagens. Dat wil zeggen strijdwagens, de strijd van de gevallen engelen:

(Zach. 6:1-4) 1 Opnieuw sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, vier wagens kwamen tevoorschijn tussen twee bergen, en die bergen waren bergen van koper. 2 De eerste wagen had rode paarden, de tweede wagen zwarte paarden, 3 de derde wagen witte paarden en de vierde wagen sterke, gevlekte paarden. 4 Ik nam het woord en zei tegen de Engel Die met mij sprak: Wat betekenen deze wagens, mijn Heere? 5 Daarop antwoordde de Engel en zei tegen mij: Dat zijn de vier winden van de hemel, die eropuit trekken van de plaats waar zij voor de Heere van heel de aarde hebben gestaan.

Vier wagens kwamen tevoorschijn tussen twee bergen van koper. Koper heeft de betekenis van zuiverheid, zoals het koperen brandofferaltaar en de attributen (Exodus 27:1-6).
Er zijn maar twee bergen van zuiverheid of heiligheid te identificeren. Dat zijn bergen waar God verblijft. En dat zijn Gods verblijfplaats in de hemel en Gods verblijfplaats op aarde. Daar wordt ook naar verwezen In het aansluitende gedeelte in Zach. 6:9-15, waar wordt gesproken over de toekomstige tempel of huis van God (volgens Ezechiëls beschrijving) op de nieuwe aarde (Zie hiervoor: Deel 1).

Zach. 6:5 beschrijft dat de vier wagens vier winden uit de hemel zijn, die hun plaats voor de almachtige God hebben verlaten. Gevallen engelen dus. In Daniël 7: 1-3 staat geschreven dat de vier winden de strijd opzwepen. Dat wil zeggen dat ze dus Satan en zijn demonen vertegenwoordigen. Ze zijn de heersers van deze wereld (Ef. 6:12). Voor de definitie van ‘de winden’ zie ook Deel 1.
De omgeving waar de tempel stond, de berg Moria, word in de Schrift ook wel Sion genoemd.

Het hemelse Sion:
(Hebreeën 12:22) 22 Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen,
(Ezechiël 28:14) 14 U was een cherub (Satan) die zijn vleugels beschermend uitspreidt. Daarvoor heb Ik u aangesteld. U was op Gods heilige berg, u wandelde te midden van vurige stenen.
(Openbaring 21:10) 10 En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan.

Het aardse Sion:
(Psalm 48:2-4) 2 De HEERE is groot en zeer te prijzen, in de stad van onze God, op Zijn heilige berg. 3 Mooi van ligging, een vreugde voor heel de aarde, is de berg Sion aan de noordzijde, de stad van de grote Koning! 4 God is in haar paleizen; Hij is er bekend als een veilige vesting.
(Jesaja 8:18) 18 Zie, ik en de kinderen die de HEERE mij gegeven heeft, dienen tot tekenen en wonderen in Israël, afkomstig van de HEERE van de legermachten, Die op de berg Sion woont.
(Joël 3:17) 17 Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben, Die op Sion, Mijn heilige berg, woont.

Om weer op de vier wagens uit het visioen terug te komen; In het achtste visioen verschijnen er vier wagens, strijdwagens, om oorlog te voeren en land te veroveren:

(Zach. 6:6-7) 6 Die de zwarte paarden hebben, trekken uit naar het land van het noorden; de witte paarden trekken uit, hen achterna, en de gevlekte trekken uit naar het land van het zuiden. 7 En de sterke paarden trokken uit en wilden het land doorgaan, want Hij had gezegd: Ga, ga het land door. Toen gingen zij het land door.

Het visioen met de 4 strijdwagens refereert volgens ons aan de 4 wereldmachten zoals beschreven in Daniël; In Daniël worden de vier wereldmachten beschreven waar Gods toenmalige volk, de Joden,  vanaf de laatste koning van Juda ‘Zedekia’ door werden onderworpen. In Daniël 2:31-33, de droom van Nebukadnezar over een groot beeld waar Nebukadnezar het gouden hoofd vertegenwoordigde. In het visioen in Daniël 7:1-3 de vier grote dieren die opstegen uit de zee. De Babyloniërs, de Medo-Perziërs, de Grieken en de Romeinen (het vierde beest dat uitzonderlijk sterk was Daniël 7:7).
In het visioen van Zacharia; de zwarte paarden – de Babyloniërs, de witte paarden  – Medo-Perziërs, de gevlekte paarden – de Grieken, de sterke paarden – de Romeinen.

NBG51 (Zach. 6:8) 8 Hierop riep hij mij toe en sprak tot mij: Zie, die uitgegaan zijn naar het Noorderland brengen mijn Geest in het Noorderland tot rust.

De witte paarden (de Medo-Perziërs) die zijn uitgetrokken naar het Babylonische rijk, brengen Mijn toorn tegen het Noorderland tot rust of tot bedaren:

(Johannes 3:36) 36 Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.
(Hebreeën 4:3) 3 Wij die tot geloof gekomen zijn, gaan immers de rust binnen, zoals Hij gezegd heeft: Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: Mijn rust zullen zij niet binnengaan!….

Het Babylonische rijk onder Nebukadnezar had de tempel van God verwoest en de gouden en zilveren voorwerpen meegenomen. Belsazar, de (mede-) koning van de Chaldeeën, zijn machthebbers, zijn vrouwen en bijvrouwen dronken er wijn uit en prezen hun goden van goud, zilver, koper, ijzer, hout en steen (Daniël 5:2-4). Kores (Cyrus II de Grote) van Perzië veroverde Babylon en Belsazar werd daarbij gedood:

(Ezechiël 5:13) 13 Dan zal Mijn toorn ten uitvoer gebracht worden en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten en troost halen. Dan zullen zij weten dat Ík, de HEERE, in Mijn na-ijver heb gesproken, wanneer Ik Mijn grimmigheid tegen hen ten uitvoer gebracht heb.

De Medo-Perziërs hebben Gods toorn tot bedaren gebracht, waarna Kores (Cyrus II) van Perzië in het eerste regeringsjaar een decreet uitvaardigde uit om de tempel te laten herbouwen (Ezra 1:1-4).

In het volgende artikel vervolgen we met de oprechtheid van Gods volk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *