7. Zacharia; Wanneer Gods volk verzwakt                

7. Zacharia; Wanneer Gods volk verzwakt.pdf

(Zacharia 1:2-3) 2 De HEERE is zeer toornig geweest op uw vaderen. 3 Daarom, zeg tegen hen: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Keer terug naar Mij, spreekt de HEERE van de legermachten, dan zal Ik naar u terugkeren, zegt de HEERE van de legermachten.
.                                   (Alle aanhalingen uit de Herziene Staten Vertaling)
————————————————————————————————————–

In het vorige artikel hebben we gesproken over het gejammer betreffende de verwoesting van Jeruzalem met zijn tempel, de opdracht van de Zoon van God om de schapen te weiden, het stukbreken van de twee stokken lieflijkheid en samenbinding en de komende herder van niets, de Antichrist.
In dit artikel zullen we spreken over Gods koninkrijk, de aanval op Jeruzalem, de niet om te keren vernietiging van de verstokte goddelozen en de speciale rouw voor de Messias.

Thema: Gods bescherming van Jeruzalem en Juda op de nieuwe aarde

Gods koninkrijk is niet te overwinnen (Daniël 2:44)

  • (Zach. 12:1-3) 1 De last, het woord van de HEEREover Israël. De HEERE spreekt, Die de hemel uitspant, de aarde grondvest en de geest van de mens in zijn binnenste vormt. 2 Zie, Ik ga Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom, ja, ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. 3 Op die dag zal het gebeuren dat Ik Jeruzalem zal maken tot een steen die moeilijk te tillen is voor al de volken. Allen die hem optillen, zullen zichzelf zeker diepe sneden toebrengen, en al de volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen.

Zacharia beschrijft de last of grote druk die over Israël zal komen. God zal Jeruzalem tot een bedwelmende beker maken voor alle volken die willen belegeren, zodat eenieder die uit deze beker drinkt verdoofd en verblind zal worden. Want God gaat zich sterk maken voor Jeruzalem en Juda:

(Jesaja 51:22-23) 22 Zo zegt uw Heere, de HEERE en uw God, Die voor Zijn volk een rechtszaak zal voeren: Zie, Ik neem de beker van bedwelming uit uw hand, de droesem van de beker van Mijn grimmigheid – u zult die voortaan niet meer drinken. 23 Maar Ik zal hem geven in de hand van hen die u bedroeven, die tegen uw ziel zeiden: Werp je neer, dan lopen wij over je heen. En u legde uw rug neer als was u aarde, als was u de straat voor wie daaroverheen gaan.

Gods tempel maakt Jeruzalem heilig en is deze tempel verwijderd of verwoest, dan is er niets meer heilig aan de stad Jeruzalem. Is Jeruzalem, na de bouw van de 2e tempel door Zerubbabel en Jozua en na het herstel van de stadsmuren door Nehemia een steen geweest die zwaar te tillen was voor al de volken? Alle volkeren zullen zich tegen haar verzamelen staat in vers 3 geschreven. Dit gaat vrijwel zeker over het Nieuwe Jeruzalem in de toekomst. Daar hoort een verdere uitleg bij:

De overheersing van Judea na de ballingschap
Na de dood van Alexander de Grote uit Macedonië verdeelden 4 van zijn generaals het omvangrijke Griekse rijk (Zie hiervoor ook: 3. De beloofde Messias).
Seleucus kreeg het bestuur over Syrië, Mesopotamië, Perzië en Klein-Azië.
Ptolemaeüs kreeg het bestuur over Egypte, Judea en Samaria.
In 198 v.Chr. viel Judea echter in handen van het Seleucidische Rijk. In +/-168 v.Chr. beval de Seleucidische koning Antiochus IV Epifanes om een heidens altaar op te richten in de Joodse tempel te Jeruzalem. In 165 v.Chr. verdreven de Makkabeeën de Seleuciden uit Jeruzalem. (zie hiervoor ook: 4. Zacharia; Wanneer Gods volk verzwakt).
De Romeinen hadden Judea al in 63 v.Chr. ingenomen als een Romeinse provincie. Na de aanval door generaal Titus met zijn leger werd Jeruzalem met zijn tempel in 70 n.Chr. compleet verwoest. (zie hiervoor ook: 6. Zacharia; Wanneer Gods volk verzwakt)
We zien dus dat Jeruzalem tot aan de verwoesting geen zware steen was om te tillen voor de respectievelijke machthebbers. Na de verwoesting van de 2e tempel is deze niet meer opgebouwd. Maar wat gaat er allemaal gebeuren op ‘de compleet nieuwe aarde’ waar de Schrift over spreekt in: (Jesaja 51:5-6, Jesaja 65:17, 2Petrus 3:13, Openbaring 21:1,5)
(zie hiervoor ook: 3. Toekomst)

Gods koninkrijk in de hemel

Na de opname van de heiligen en de grote schare (plus de eerste opstanding van de doden) in de hemel zullen allen worden ondergebracht in het hemelse Nieuwe Jeruzalem (zie ter ondersteuning hiervoor ook: 3. Toekomst). Al het leven op de aardbol zal worden verwoest, inclusief de goddeloze mensen. De aarde is dusdanig vernield door genetische modificatie, chemische bestrijdingsmiddelen (pesticiden en biociden) en vervuiling door radioactief materiaal dat er geen andere mogelijkheid is:

(Lukas 17:26-30) 26 En zoals het gebeurde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen. 27 Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk en zij werden ten huwelijk gegeven tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam en hen allen om deed komen. 28 Op dezelfde manier ook, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. 29 Op de dag echter waarop Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel uit de hemel en bracht hen allen om. 30 Evenzo zal het zijn op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden. (zie ook: Handelingen 2:19-20, Joël 2:30-31)

Gods koninkrijk zal als eerste voor 1000 jaar werkzaam zijn in het hemelse Nieuwe Jeruzalem:

(Openbaring 20:1-5) 1 En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. 2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, 3 en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten. 4 En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten (de heiligen)….En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang. 5 Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding.

Als eerste zal Satan dus worden opgesloten. De 144.000 heiligen zullen als koningen samen met de Messias regeren (Op. 20:4). De grote schare zullen dienstknechten zijn vóór de troon van God en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel (Op. 7:13-15). De overige doden moeten duizend jaar wachten voor een opstanding (Op. 20:5), de tweede opstanding. Na 1000 jaar is voor Gods kinderen volmaaktheid bereikt. Ook is na duizend jaar alle leven op aarde opnieuw geschapen en weer in balans. Dan zal het Nieuwe Jeruzalem met Jezus, de profeten, de 144.000 heiligen en de grote menigte neerdalen naar de nieuwe aarde. Mogelijk zullen de 24 profeten die rondom de troon van God zitten (Op. 4:4) mee neerdalen naar de nieuwe aarde:

Openbaring 21:2,10) 2 En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is…. 10 En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan.

Gods koninkrijk op de nieuwe aarde

Op de nieuwe aarde zal een nieuwe tempel volgens de beschrijving van Ezechiël worden gebouwd door Jezus, waar God vredesberaad zal houden met de Messias (Zach. 6:13): 

(Zacharia 6:12-13) 12 en zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Zie, een Man – Zijn Naam is SPRUIT – zal uit Zijn plaats opkomen, en Hij zal de tempel van de HEERE bouwen. 13 Ja, Híj zal de tempel van de HEERE bouwen, Híj zal met majesteit bekleed zijn, Hij zal zitten en heersen op Zijn troon. Hij zal Priester zijn op Zijn troon; tussen die Beiden zal vredesberaad plaatsvinden.

De tempel volgens het visioen van Ezechiël hoofdstuk 40-43:

Dan zullen de overige doden opgewekt worden gedurende de tweede opstanding, hun 2e kans. Ze stonden in het boek des levens, in tegenstelling tot degenen die veroordeeld werden (Op. 21:8). Een groot deel van de ongelovigen, degenen die van goede wil zijn, zullen zich willen veranderen:

(Jesaja 2:2-3) 2 Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen. 3 Vele volken zullen gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord van de HEERE uit Jeruzalem. 

De aanval op Jeruzalem  

Maar niet allen zullen op de nieuwe aarde tot berouw komen en YHWH zoeken en aanbidden. Want Satan zal weer voor een korte tijd worden losgelaten en zal velen misleiden en verzwakken. Hij zal met zijn leugens veel van de volken bereiken uit alle hoeken van de wereld, zoals de vorst Gog en het volk van Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog:

(Openbaring 20:7-8) 7 En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. 8 En hij (Satan) zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog.  En hun aantal is als het zand van de zee.
(Ezechiël 38:2,11) 2 Mensenkind, richt uw blik op Gog, het land van Magog, de oppervorst van Mesech en Tubal, en profeteer tegen hem….11 U zult zeggen: Ik zal optrekken tegen een niet ommuurd land, komen bij mensen die rustig en onbezorgd wonen, die allen zonder muur en grendel wonen en geen poorten hebben     (zie ook Ezechiël 39:1-4)

Optrekken tegen mensen die onbezorgd wonen, zonder stadsmuren, grendels of poorten (Ez. 38:11). Dat is beslist een afspiegeling van Judea op de nieuwe aarde. Wanneer de vorst Gog met het volk van Magog gaat aanvallen, dan zal God Jeruzalem tot een steen maken, die moeilijk te tillen is voor al die volken (Zach. 12:3). En allen die deze steen optillen, zullen hun eigen vernietiging bewerkstelligen. 

  • (Zach. 12:4-6) 4 Op die dag, spreekt de HEERE, zal Ik alle paarden met schichtigheid slaan en hun ruiters met krankzinnigheid. Maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openhouden en alle paarden van de volken zal Ik met blindheid slaan. 5 Dan zullen de leiders van Juda in hun hart zeggen: De inwoners van Jeruzalem zullen voor mij een bron van kracht zijn door de HEERE van de legermachten, hun God. 6 Op die dag zal Ik de leiders van Juda maken als een vuurbekken in een stapel hout en als een brandende fakkel in een graanschoof. Rechts en links zullen zij al de volken rondom verteren en Jeruzalem zal nog op zijn plaats blijven, in Jeruzalem.

Het paard is het symbool van macht en strijd, voor de ruiters te paard om te strijden en ook om de strijdwagens te trekken:

(Ezechiël 38:14-15) 14 Profeteer daarom, mensenkind, en zeg tegen Gog: Zo zegt de Heere HEERE: Zult u het op die dag, wanneer Mijn volk Israël onbezorgd woont, niet te weten komen? 15 U zult uit uw woonplaats komen, uit het uiterste noorden, u en vele volken met u, allen ruiters, een grote menigte en een talrijk leger.

Een profetie van Haggaï over de aanval op Gods koninkrijk op de nieuwe aarde: 

(Haggaï 2:21-24) 21 Het woord van de HEERE kwam voor de tweede keer tot Haggaï, op de vierentwintigste van de maand: 22 Zeg tegen Zerubbabel, de landvoogd van Juda: Ik zal doen beven de hemel en de aarde. 23 Ik zal de troon van de koninkrijken omverwerpen en de kracht van de koninkrijken van de heidenvolken wegvagen. Ik zal de wagen met zijn berijder omverwerpen; de paarden en hun ruiters zullen neerstorten, ieder door het zwaard van zijn broeder. 24 Op die dag, spreekt de HEERE van de legermachten, zal Ik u, Zerubbabel, zoon van Sealthiël, Mijn dienaar, nemen, spreekt de HEERE. Ik zal u maken tot een zegelring, want u heb Ik verkozen, spreekt de HEERE van de legermachten.

Er was in de dagen van Zerubbabel geen ‘beven’ van de hemel en de aarde zoals op de laatste dag zal gebeuren (Joël 3:15-16). Hagaï spreekt een profetie dat Gods koninkrijk al die andere koninkrijken zal verbrijzelen (Daniël 2:44). Verder stamt Christus in een directe lijn af van David via Zerubbabel (Matt. 1:13, Luk 3:27). De positie die Zerubbabel innam na de ballingschap was gouverneur van Judea (Haggaï 1:1,14) en hij was bouwer van de 2e tempel.
Net zoals Jezus koning zal zijn en bouwer van de nieuwe tempel.
Jezus wordt regelmatig ‘Mijn dienaar (of knecht) David’ genoemd, in Haggaï 2:24 wordt Jezus ‘Mijn dienaar Zerubbabel’ genoemd. Mijn dienaar Zerubbabel is ‘de zegelring’ van God, want Jezus is alle macht gegeven en heeft toegang tot alle bepalingen die met een zegel bekrachtigd moeten worden.
Deze profetie van Haggaï beschrijft dus de strijd met paarden, wagens en ruiters op de nieuwe aarde en  hoe in deze strijd de overwinning zal worden behaald op de aanvallende heidenvolken.
De leiders of vorsten van Juda (Zach. 12:5) zijn de 144.000 koning-priesters (Op. 20:6), de heiligen. Zij zullen in hun hart zeggen, dat de heilige kinderen van God in Jeruzalem krachtig zijn gemaakt door hun God YHWH, om met Gods hulp op te trekken tegen dit leger. Op die dag zullen de 144.000 vorsten van Juda zijn als een fakkel van vuur in een graanschoof  die onmiddellijk de hele schoof in brand steekt. De heiligen hebben een legerplaats in de directe nabijheid van Jeruzalem:

(Openbaring 20:9) 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad….

De vorsten van Juda nemen de leiding om het volk in Juda aan te blijven vuren, om het schild van het geloof op te nemen (Ef. 6:16) en om de waarheid te blijven vertellen aan de ongelovigen die dan opnieuw door Satans leugens verblind zijn. Zij zullen de bevolking van Juda, de grote schare, vurig ondersteunen om  de vernedering te blijven verdragen en geloof te blijven stellen in redding door hun Vader, want de goddelozen zijn al ver het land Juda binnengedrongen, rondom Jeruzalem:

(Jesaja 26:11) 11 HEERE, Uw hand is opgeheven, maar zij zien het niet. Toch zullen zij het zien en beschaamd worden vanwege de ijver voor Uw volk; ja, het vuur voor Uw tegenstanders – het zal hen verteren.

Op welke plaats zal het Jeruzalem op de nieuwe aarde weer worden opgebouwd?
Waar Jeruzalem voorheen was gesitueerd, op die plaats zal de stad na 1000 jaar opnieuw ‘als Jeruzalem’ weer worden opgebouwd en zal niet verplaatst worden (Zach. 12:6b):

NKJV vertaald (Jeremia 30:18-19,21-24) 18 Zo zegt de HEER: Zie, Ik ga een omkeer brengen in de gevangenschap van de tenten van Jakob en zal Mij ontfermen over hun verblijfplaatsen. De stad zal op haar eigen heuvel worden herbouwd en het paleis zal op zijn rechtmatige plaats komen. 19 Dan zal uit hen dankzegging uitgaan, en de stem van hen die vrolijk zijn….21 Hun edelen zullen uit hun midden zijn, en hun gouverneur zal uit hun midden komen; Dan zal Ik hem doen naderen, en hij zal tot Mij naderen; Want wie is hij die met Zijn hart borg staat om Mij te naderen?’ zegt de HEER. 22 ‘Jullie zullen mijn volk zijn, en ik zal jullie God zijn.’ 23 Zie, de wervelwind van de Heer gaat voort met gramschap, een aanhoudende wervelwind; hij zal met geweld neerkomen op het hoofd van de goddelozen. 24 De brandende toorn van de HEER komt niet tot bedaren, tot Hij gedaan heeft en tot Hij tot stand gebracht heeft de bedoelingen van Zijn hart. In de laatste dagen tijd zult u daar over nadenken.

In veel vertalingen staat dat Jeruzalem zal worden herbouwd op haar ruïnes. Het volgende staat er echter volgens Strong’s Concordance; ‘biblehub’ – Jeremia 30:18


Upon its own mound betekent, op haar eigen heuvel of terp.

Er zijn na de oordeelsdag geen ruïnes meer zijn, het oppervlak van de aarde zal schoon zijn.
Want de kosmische planeet aarde zelf zal – gedurende de dag van oordeel – blijven functioneren als drager van een ‘nieuwe’ mantel of gewaad. Het enige wat verwisseld of vervangen wordt, is de buitenlaag of bovenlaag. Zie hiervoor: (Psalm 102:26-27, Jesaja 51:6, Hebreeën 1:10-12).
Hoe dat veranderen of verwisselen in zijn werk gaat staat geschreven in 2 Petrus, waarin staat dat de hemelen en de aarde zijn opgespaard voor het vuur, tot de dag van het oordeel: (2 Petrus 3:7,10,12).
(zie voor een verdere onderbouwing: 14. Mij komt de wraak toe!)
Het Nieuwe Jeruzalem, de organisatie van Jezus, de heiligen, de grote menigte en de profeten, zal op de nieuwe aarde zijn intrek nemen in de nieuw gebouwde stad Jeruzalem en in Judea verspreid.
Met ‘hun edelen’ (Jer. 30:21 – zie boven) worden de uitverkoren heiligen bedoeld. Jezus zal de Gouverneur zijn die tot God mag naderen voor het vredesberaad (Zach. 6:13).

De vernietiging van de verstokte goddelozen

  • (Zach. 12:7-8) 7 En de HEERE zal de tenten van Juda het eerst verlossen, opdat de luister van het huis van David en de luister van de inwoners van Jeruzalem niet groter zijn dan die van Juda. 8 Op die dag zal de HEERE de inwoners van Jeruzalem beschermen. Wie onder hen wankelt, zal op die dag als David zijn, en het huis van David zal zijn als goden, als de Engel van de HEERE voor hun ogen.

De heiligen en de grote schare zullen – zoals gezegd – verspreid in Jeruzalem en in de steden van Juda wonen. Gedurende de aanval van de goddelozen zal Jeruzalem geen voorrang hebben boven Juda, wat de strijd betreft. Hieruit blijkt dat de heiligen niet belangrijker zijn dan de grote schare. De heiligen mogen dan als koningen een andere taak hebben, we zijn allemaal kinderen van God.
En alle kinderen van God zijn even belangrijk want allen zijn één in Christus Jezus:

(Galaten 3:28) 28 Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw want allen bent u één in Christus Jezus.

Het complete land Juda met zijn kwetsbare verblijfplaatsen zal dus eerder worden bevrijd dan de hoofdstad Jeruzalem. Allen zullen erkennen dat het God YHWH is die hen heeft gered of verlost.
Jezus, de profeten en de 144.000 vorsten, de leiders van het volk in oorlog (Zach. 12:5), zullen om die reden een speciale bescherming ontvangen (Zach. 12:8). Zelfs de zwaksten onder hen zullen moedig worden als David, om net zoals David – onder vertrouwen in zijn God – een reus te overwinnen:

(1 Samuël 17:24,45,49) 24 Maar toen de mannen van Israël die man (Goliath) zagen, vluchtten zij allen voor hem weg en waren zeer bevreesd.….45 Maar David zei tegen de Filistijn: U komt naar mij toe met een zwaard, met een speer en met een werpspies, maar ik kom naar u toe in de Naam van de HEERE van de legermachten, de God van de gelederen van Israël, Die u gehoond hebt….49 Vervolgens stak David zijn hand in de tas, nam daar een steen uit, slingerde die weg en raakte de Filistijn tegen zijn voorhoofd, zodat de steen in zijn voorhoofd drong en hij met zijn gezicht ter aarde viel.

Het huis van David, Jezus met de 144.000 heiligen, zal zijn als de Engel van de Heer, als de Engel, die het uitverkoren Joodse volk destijds voorging om hen te leiden en te beschermen:

(Exodus 23:20-22) 20 Zie, Ik zend een Engel voor u uit om over u te waken op de weg en u te brengen naar de plaats die Ik gereedgemaakt heb. 21 Wees op uw hoede voor Zijn aangezicht en luister naar Zijn stem. Verbitter Hem niet, want Hij zal uw overtredingen niet vergeven, omdat Mijn Naam in het binnenste van Hem is. 22 Maar als u aandachtig naar Zijn stem luistert en alles doet wat Ik spreken zal, zal Ik de vijand van uw vijanden zijn en de tegenstander van hen die u in het nauw brengen.

  • (Zach. 12:9) 9 Op die dag zal Ik erop uit zijn, al de volken die tegen Jeruzalem zijn opgetrokken te verdelgen.

(Openbaring 20:8-9) 8 En hij (Satan) zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen.

Dan zal God vuur sturen, net zoals destijds tegen de goddeloze steden Sodom en Gomorra:

(Genesis 19:24) 24 Toen liet de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen. Het kwam van de HEERE uit de hemel. 

De strijd om Jeruzalem en Juda op de nieuwe aarde zal net zo zijn zoals de Psalmist schreef:

(Psalm 46:5-11) 5 De beekjes van de rivier verblijden de stad van God, het heiligdom, de woningen van de Allerhoogste. 6 God is in haar midden, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen bij het aanbreken van de morgen. 7 De heidenvolken tierden, de koninkrijken wankelden; Hij liet Zijn stem klinken: de aarde smolt weg. 8 De HEERE van de legermachten is met ons; de God van Jakob is voor ons een veilige vesting. 9 Kom, zie de daden van de HEERE, Die verwoestingen op de aarde aanricht; 10 Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, de boog breekt en de speer in stukken slaat, de wagens met vuur verbrandt. 11 Geef het op en weet dat Ik God ben; Ik zal geroemd worden onder de heidenvolken, Ik zal geroemd worden op de aarde. 

De speciale rouwdag(-en) voor de Messias

  • (Zach. 12:10-11) 10 Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene. 11 Op die dag zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadad-Rimmon in het dal van Megiddo.

Na de vernietiging van de heidenvolken, die Juda en Jeruzalem aanvallen op ‘de nieuwe aarde’, springt Zacharia vervolgens in vers 10 over naar een ander aandachtspunt; de verwerping van de Messias door de Joden. Jezus spreekt er over, dat ze Hem zullen aanschouwen, die zij doorstoken hebben. De Zoon van God zal gebeden uitstorten over het huis van David, het koningshuis van Israël dat bestaat uit de 144.000 koningen, de inwoners van Jeruzalem:

(Lukas 22:32) 32 Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoudt. En u, als u eens tot inkeer gekomen bent, versterk dan uw broeders.
(Johannes 17:9,20-21) 9 Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U….20 En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, 21 opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt.

In Op. 1:7 staat dat zij, die Jezus doorstoken hebben, Hem zullen zien bij Zijn wederkomst:

(Openbaring 1:7) 7 Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen. (zie ook Joh. 19:37)

Dat zullen de nakomelingen zijn van de Joodse gemeenschap, het voormalige volk van God. Het gewone Joodse volk zal zich bij de wederkomst realiseren dat hun leiders destijds de echte Messias niet onderscheiden hebben en verworpen hebben. En ook vele verstokte ongelovigen zullen Jezus zien. Ja elk oog zal Jezus zien en velen zullen dan bitter rouwen over Hem. Dit bittere rouwen herinnert aan de luide smart bij de dood van alle eerstgeborenen in Egypte:

(Exodus 12:29-30) 29 En het gebeurde te middernacht dat de HEERE alle eerstgeborenen in het land Egypte trof, vanaf de eerstgeborene van de farao, die op zijn troon zou zitten, tot aan de eerstgeborene van de gevangene, die zich in de gevangenis bevond, en alle eerstgeborenen van het vee. 30 Toen stond de farao ’s nachts op, hij en al zijn dienaren en alle Egyptenaren. En er was een luid geschreeuw in Egypte, want er was geen huis waarin geen dode was.

Veel Joden en verstokte ongelovigen hebben dus diep berouw bij Jezus wederkomst (Op. 1:7). Dat is een gedegen basis om in het boek des levens terecht te komen en gedurende de tweede opstanding, na 1000 jaar, een nieuwe kans te ontvangen:

(Handelingen 2:20-21) 20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt. 21 En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden. 

Volgens de ‘encyclopedia Brittanica’ is Hadad-Rimmon de West-Semitische (af-)god van stormen, donder en regen, maar wordt in Zach. 12:11 gebruikt als plaatsnaam in het dal van Megiddo.
Het rouwen en klagen van Hadad-Rimmon heeft ‘het meest aannemelijk’ betrekking op koning Josia met een gebeurtenis +/- 100 jaar voor Zacharia deze profetie opschreef. Josia was een goede koning van het koninkrijk Juda en deed wat juist was in de ogen van de HEER (2 Kron. 34:2).


Farao Necho, koning van Egypte, besloot om met zijn leger de Assyriërs te steunen tegen de Babyloniërs. De Babyloniërs werden steeds machtiger. Koning Josia van Juda koos de kant van de Babyloniërs en probeerde de farao tegen te houden in het dal van Megiddo. Farao Necho won de strijd echter in 609 v. Chr. en Josia raakte zwaargewond:

.

(2 Kronieken 35:20-24) 22 Josia keerde echter zijn gezicht niet van hem (farao Necho) af, maar hij vermomde zich, om tegen hem te strijden. Hij luisterde niet naar de woorden van Necho op gezag van God, maar kwam om in het dal van Megiddo te strijden. 23 De schutters schoten koning Josia echter neer. Toen zei de koning tegen zijn dienaren: Breng mij weg, want ik ben zwaargewond. 24 En zijn dienaren haalden hem van de strijdwagen, en vervoerden hem op de tweede wagen die hij had, en brachten hem naar Jeruzalem. En hij stierf, en werd begraven in de graven van zijn vaderen. Heel Juda en Jeruzalem bedreef rouw over Josia.

Vanwege de gedode Messias wordt in Zach. 12:11 het verdriet en bittere rouw over de Messias vergeleken met de rouw van Hadad-rimmon. Volgens 2 Kron. 35:25 maakte Jeremia een klaaglied over Josia, waarbij werd besloten dat dit buitengewone klaaglied jaarlijks moest worden bezongen en gevierd. Op dat moment was de dood van Josia, die uiteindelijk stierf in Jeruzalem, dus een bitter verdriet. Er werd vele dagen gerouwd om Josia voordat hij in het graf van zijn vaderen werd bijgezet.

  • (Zach. 12:12-14) 12 Het land zal rouw bedrijven, elk geslacht afzonderlijk: het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Nathan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, 13 het geslacht van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van Simeï afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, 14 al de overige geslachten: elk geslacht afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk. 

Was het voorgaande in Zach. 12:10-11 een inleiding, nu beschrijft Zacharia wat op de nieuwe aarde zal gebeuren. Er zal een nieuwe wet komen, een verordening wat betreft de rouw over de Messias:

(Amos 8:10) 10 Ik zal uw feesten in rouw veranderen, al uw liederen in klaagzangen; om alle heupen zal Ik een rouwgewaad aanbrengen, elk hoofd zal kaal zijn, omdat Ik het land in rouw dompel als over een enig kind, en wat ervan overblijft zal zijn als een bittere dag.
(Johannes 1:14) 14 En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid.

Het waren Jezus eigen halfbroers (Jacobus en Judas) die na de hemelvaart tot geloof kwamen, na Jezus marteling en dood. Zelfs Jezus directe discipelen verlieten Hem bij Zijn arrestatie en vluchtten weg:

(Mattheüs 26:31) 31 Toen zei Jezus tegen hen: U zult in deze nacht allen aanstoot aan Mij nemen, want er is geschreven: Ik zal de Herder slaan en de schapen van de kudde zullen uiteengedreven worden. (zie ook Zach. 13:7)

Na Jezus dood hebben zijn apostelen en discipelen enkele dagen bitter geweend en gerouwd. Bedenk verder, dat alle mensen gezondigd hebben, niet één uitgezonderd:

(Romeinen 3:23-25) 23 Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, 24 en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. 25 Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed….

Alle mensen hebben genade ontvangen op basis van Jezus loskoopoffer.
Daarom zal er vanuit het oogpunt van rechtvaardigheid een nieuwe verordening moeten komen. Een (jaarlijkse?) herdenking van rouw, voor alle kinderen van God. Die verordening zal ook gelden voor alle kinderen in de 2e  opstand na 1000 jaar, die God weer zoeken en Jezus liefhebben. Want de gedachtenisviering op 14 Nisan die we nu kennen, Pesach of Pascha, zal ophouden bij de wederkomst van de Christus:

(1 Korinthe 11:26) 26 Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt.

Deze viering wordt op de Nieuwe Aarde: De rouwdag(-en) over de Christus (Zach. 12:12)
Er staat niet geschreven dat deze viering jaarlijks terugkeert maar dat lijkt wel de bedoeling.

Jezus; Koning en Hogepriester; rouw bedrijven naar koninklijk huis en naar priesterlijk huis
Het koninkrijk van Melchizedek, de koning-priester van Salem, was met zijn koninrijk een profetische afbeelding van het komende Messiaanse koninkrijk. Jeruzalem behoort tot de oudste steden ter wereld. Uit Psalm 76:2-3 blijkt dat Salem staat voor de stad Jeruzalem. Salem was een stad die in de Schrift ook wel ‘vrede’ wordt genoemd. In de Schrift wordt Salem voor het eerst genoemd tijdens de ontmoeting tussen Abraham en Melchizedek, die koning was van de ‘vrede’ (Hebr. 7:1-2). Melchizedek was een priester van de Allerhoogste God (Genesis 14:18-19). Er is niets vastgelegd over het begin of einde van Melchizedeks leven. Dat heeft overeenkomsten met de Zoon van God, wiens tijdstip van verwekking onbekend is en die eeuwig hogepriester zal zijn en ook Koning zal zijn (Hebr. 7:3). Zie hiervoor ook: 4. Nieuwe Jeruzalem; deel 1
Jezus is Koning en is een Hogepriester naar de ordening van Melchizedek en zit nu als Hogepriester aan de rechterhand van God op de troon (Hebr. 8:1-2):

(Psalm 110:4) 4 De HEERE heeft gezworen en Hij zal er geen berouw van hebben: U bent Priester voor eeuwig, naar de ordening van Melchizedek.

En alle kinderen van God zullen rouwen, elke familie apart. Het hele land zal op een zeer plechtige en intense manier rouwen en elke familie zal zich voor dat doel afzonderen, weg van het vertier.

Als eerste wordt het koninklijkhuis van Juda genoemd om te rouwen:
Het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.
David had een zoon, Nathan (2 Sam. 5:14).  De geslachtslijn van de Messias liep van David via Nathan uiteindelijk naar Jezus (Luk. 3:23,31).
Het huis van Nathan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.

Als tweede wordt het priesterlijkhuis van juda genoemd om te rouwen:
Het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.
Simeï was een kleinzoon van Levi (Ex.6:15,16) (Num. 3:17,21).
Het huis van Simeï afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.

Alle overige huizen afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.

Waarom wordt eerst het huis van David genoemd en daarna de onbeduidende Nathan?
En waarom wordt eerst het huis van Levi genoemd en daarna de onbeduidende Simeï?
God wil niet dat de groten zich verheven voelen. Het rouwen is ingedeeld naar de hoofdgroepen of taken van Gods Zoon als Koning en Hogepriester. Groten of kleinen maakt voor God geen enkel verschil, het zijn allemaal kinderen van God. Daarom wordt de volgorde in Zacharia op die manier beschreven:

(Mattheüs 18:10) 10 Pas op dat u niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg u dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is.

Waarom moeten de vrouwen apart rouwen?
Bij rouw en verdriet de kleding scheuren is wat in de Schrift onder mannen gebeurt.
Vrouwen rouwen en vertroosten elkaar op een andere manier, met weeklagen en tranen.

Tot slot:

In welke tijd leeft het huidige volk van God?
Alle huidige grote Corona spelers zijn te vergelijken met maffia, met georganiseerde misdaad. Deze sociopaten gedragen zich gewetenloos en zonder schaamte als ze de regeringen zo ver krijgen om hun eigen mensen te vernederen en te vergiftigen. Ze laten werkende medicijnen zoals Ivermectine verbieden. Want nog nooit zijn op deze schaal psychologische dwang maatregelen toegepast om de bevolking te injecteren. Om de bevolking en kinderen te injecteren met vlijmscherpe nanodeeltjes die via de aders inwendig een ravage aanrichten (met grafeen-hydroxide volgens chemicus Dr. Andreas Noack). Dit zal niet vanzelf meer stoppen. De verdrukking wordt heviger en zal veel van Christenen vergen om getrouw te blijven, bijzonder veel vergen om nooit te zwichten.

In het volgende artikel gaan we verder met de grote reiniging.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *