9. Zacharia; Wanneer Gods volk verzwakt                

9. Zacharia; Wanneer Gods volk verzwakt.pdf

(Zacharia 1:2-3) 2 De HEERE is zeer toornig geweest op uw vaderen. 3 Daarom, zeg tegen hen: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Keer terug naar Mij, spreekt de HEERE van de legermachten, dan zal Ik naar u terugkeren, zegt de HEERE van de legermachten.
.                                   (Alle aanhalingen uit de Herziene Staten Vertaling)
————————————————————————————————————–

In het vorige artikel, in Zacharia hoofdstuk 13, hebben we gelezen dat twee derde deel van de Joodse bevolking uitgeroeid zal worden, en dus het derde deel overblijft (Zach. 13:8).
We zullen in dit artikel verder gaan met hoofdstuk 14 en aangeven wat er op de nieuwe aarde zal plaatsvinden.

Thema: Leer van de vergooide kansen op de nieuwe aarde, blijf als Christen nu getrouw

In het vorige artikel lazen we in Zacharia 14:1-2 de verwoesting in 70 n.Chr. van Jeruzalem door Titus, waarbij het Romeinse leger verwoestend tekeer ging door de tempel te plunderen en met de grond gelijk te maken (Dan. 11:31). Ook de huizen werden geplunderd en de vrouwen verkracht.
Wat er toen plaatsvond was een vernederende ramp voor de bewoners van Jeruzalem.

  • (Zach. 14:3) 3 Dan zal de HEERE uittrekken en tegen die heidenvolken strijden, zoals de dag dat Hij streed, op de dag van de strijd.

Dan of daarna (maar niet direct er na) in vers 3, nadat God Jeruzalem en de rest van de Joden voldoende heeft gestraft, zal de Heer uitgaan, als een strijder net zoals op de dag van HEER. De hand van God zal dan niet langer tegen de kleinen zijn gericht (Zach. 13:7), Gods toorn tegen het Joodse volk is dan voorbij.  De toorn zal volgens Daniël voorbij zijn in de laatste dagen (Micha 7:18-19), de dagen van de Antichrist . Daarmee komen we terug op Zacharia 14:3, die een dubbele vervulling heeft:

1e vervulling: Dan – in vers 3 – zal de Heer uitgaan, als een strijder net zoals op de dag van HEER. Gods toorn tegen het Joodse volk is dan voorbij en God zal strijden tegen de heidenvolken.

2e vervulling: Dan – in vers 3 – zal de Heer uitgaan, als een strijder net zoals op de dag van HEER. Na 1000 jaar in Israël op de nieuwe aarde, opnieuw wordt Gods volk aangevallen. Gods toorn tegen de heidenvolken op de nieuwe aarde ontbrand en er tegen zal strijden.

De uitvoering van deze 2e vervulling:
Want er zal een opstanding komen voor al degenen die een tweede kans krijgen. Na de duizend jaar zullen alle doden – die in het boek des levens staan – een opstanding ontvangen uit Hades:

(Openbaring 20:5,12,15) 5 Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. … 12 En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken. …. 15 En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.

Het gedeelte in Zacharia 12:1-9  is een beschrijving over Satan die zal worden vrijgelaten voor een korte periode (Op. 20:7) en dat velen die een tweede kans krijgen de leugenaar Satan zullen geloven en in afgoderij zullen vervallen. Satan zal de vorst Gog en het volk van Magog als een talrijk leger (Eze. 38:14-15) verzamelen voor de oorlog tegen Gods volk waarna God hen vernietigd (Op. 20:8-9).

In dit artikel zien we de verdere details hoe God YHWH zijn kinderen gaat redden en de vijand zal vernietigen. We beginnen weer bij de aanval van Satan op de nieuwe aarde, een verstikkende aanval, waarbij de aanvallers Jeruzalem en de legerplaats zullen omsingelen:

(Openbaring 20:9) 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad….

Gedurende deze aanval zal God – zoals we verderop in het artikel zullen zien – rechtspraak doen voor de onomkeerbare 2e dood, de eeuwige dood. Want wanneer deze strijd van de goddelozen ontbrandt tegen Jeruzalem met Jezus, de profeten  en de heiligen en de grote schare, dan zal God voor een buitengewone uitweg zorgen:

(Micha 1:3-4) 3 Want zie, de HEERE komt uit Zijn woonplaats, Hij daalt af en treedt op de hoogten van de aarde. 4 De bergen smelten onder Hem weg, de dalen splijten als was voor het vuur, als water dat langs een helling vloeit.

Satan gaat dus vol los om de kinderen van God aan te vallen. Hij weet een leger te mobiliseren. Als de kinderen van God in Jeruzalem geen kant meer uit kunnen, dan zal God de Olijfberg splitsen net zoals God destijds de Golf van Aqaba scheidde (in de Bijbel ook wel de Schelfzee genoemd).

  • (Zach. 14:4-5) 4 Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, ten oosten ervan. Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen. Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de ene helft van de berg naar het noorden zal wijken en de andere helft ervan naar het zuiden. 5 Dan zult u vluchten door het dal van Mijn bergen, want het dal tussen de bergen zal reiken tot Azal. Ja, u zult vluchten, zoals u gevlucht bent voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. Dan zal de HEERE, mijn God, komen: al de heiligen met U!

Er zal een doorgang door de Olijfberg komen van Oost naar West op de nieuwe aarde.
We kunnen zeker weten dat de profeet Zacharia in de 2e vervulling spreekt over de aanval op de nieuwe aarde, omdat in vers 8 gesproken wordt over levend water dat vanuit Jeruzalem zal stromen. Dat levende water zal pas stromen nadat de aanval is afgeslagen. Hier komen we nog op terug. Het was Mozes die het volk uit Egypte leidde, door de golf van Aqaba heen en door de woestijn. Jezus is de grotere Mozes (Hebr. 3:1-6). Onder Zijn leiding zullen Gods kinderen ontsnappen.

De Olijfberg wordt gescheiden van de stad Jeruzalem door de smalle bedding van de Kidron vallei, waar door hevige regenval in de winter een beek liep (Joh. 18:1). Een deel van de Kidron vallei, het bredere gedeelte, wordt het dal van Josafat (het dal van de rechtspraak) genoemd:

(Joël 3:1-2) 1 Want zie, in die dagen en in die tijd, als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem, 2 zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat. Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren, vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël, dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben. Mijn land hebben zij verdeeld.

Absalom, de 3e zoon van David, wilde destijds de macht grijpen. David moest voor hem vluchten aan de oostzijde van Jeruzalem:

Jeruzalem en de Olijfberg
(2 Samuel 15:13-14,23) 13 Toen kwam er een boodschapper bij David en zei: Het hart van iedereen in Israël staat achter Absalom. 14 Toen zei David tegen al zijn dienaren die bij hem in Jeruzalem waren: Maak u gereed en laten wij vluchten, want er is voor ons geen ontkomen aan Absalom. Ga snel, anders zal hij ons spoedig inhalen, onheil over ons brengen en deze stad met de scherpte van het zwaard slaan….23 Het hele land huilde met luide stem, toen heel het volk overstak. Ook de koning stak de beek Kidron over en al het volk stak over, rechtstreeks de weg op naar de woestijn.

David moest dus op dat moment het Kidrondal oversteken. De Kidron vallei ligt aan de oostkant van Jeruzalem en is bezaaid met graven van doden. En wat de doden betreft, de dood is een toestand van inactiviteit, het is een schaduw van het leven. Waarschijnlijk schreef David de bekende Psalm 23 naar aanleiding van zijn vlucht uit Jeruzalem door de Kidron vallei:

(Psalm 23:1,4) 1 De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets….4 Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.

De Joden verwachten hun Messias door de Oostpoort van Jeruzalem, want daar, in het dal van Josafat (het dal van de rechtspraak), zal volgens hen het oordeel en ook de opstanding van de doden plaatsvinden  (Joël 3:2). Om die reden willen ze daar begraven worden, om door de Messias opgewekt te worden  (volgens hen) wanneer hij door de Oostpoort komt.
Maar wat is er in werkelijkheid gebeurd? Jezus intocht als Messias was door deze Oostpoort, waar Jezus destijds komend vanaf de Olijfberg op een ezelsveulen kwam binnenrijden (Matt. 21:1-10).

Vieuw vanaf de Olijberg op de Kidronvallei en de Oostpoort, ook wel de ‘Gouden poort’ genoemd:

Wanneer men door de Oostpoort ging, dan zag men direct de prachtige tempel van God. Om die reden werd deze toegang ook wel de Schone Poort genoemd (Hand. 3:2). Deze poort werd rond 1530 dichtgemetseld door moslimbestuur.
Onze koning Jezus, de grotere koning David, zal op de nieuwe aarde samen met de kinderen van God ook moeten vluchten door de Oostpoort richting de Olijfberg. En de Olijfberg zal door Gods voeten in het midden gespleten worden met een doorgang van het oosten naar het westen toe, om een ‘zeer groot of lang dal’  te vormen vanaf Jeruzalem in de richting van de Jordaan. De helft van de Olijfberg zal verplaatst worden naar het noorden en de andere helft naar het zuiden. De Olijfberg is hoger dan de stad en blokkeert de weg naar een snelle ontsnapping:

(Joël 3:12-17) 12 Laten de heidenvolken opgewekt worden en oprukken naar het dal van Josafat, want daar zal Ik zitten om te berechten alle heidenvolken van rondom! 13 Sla de sikkel erin, want de oogst is rijp. Kom en daal af, want de wijnpers is vol. De perskuipen stromen over, want hun kwaad is groot. 14 Menigten, menigten in het dal van de dorsslede, want de dag van de HEERE is nabij in het dal van de dorsslede. 15 Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren hebben hun schijnsel ingetrokken. 16 De HEERE zal vanaf Sion brullen als een leeuw, vanuit Jeruzalem zal Hij Zijn stem laten klinken, zodat hemel en aarde zullen beven. Maar de HEERE is een toevlucht voor Zijn volk en een vesting voor de Israëlieten. 17 Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben, Die op Sion, Mijn heilige berg, woont. Jeruzalem zal een heiligdom zijn en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken.

Het dal dat God zal vormen door de Olijfberg te verdelen zal reiken tot aan Azal. De plaats Azal wordt verder niet beschreven, maar is waarschijnlijk een plaats dicht bij de Jordaan.
De kinderen van God zullen moeten vluchten als voor een aardbeving in de tijd van koning Uzzia. De aardbeving in de dagen van Uzzia wordt in Amos 1:1 genoemd. Een aardbeving kondigt zich plotseling aan en er moet meteen op gereageerd worden. Met een aardbeving zal Gods volk het sein voor redding ontvangen en meteen moeten vluchten.

In het Kidron dal zal God – volgens Joël 3:12 – over zowel de goddelozen als over Satan rechtspreken. Gedurende deze rechtspraak zal beslist gaan worden dat zowel Satan alsook de vijanden van de kinderen van God, de Satan aanbidders, de tweede dood zullen ontvangen (Op. 20:10,15). Het leger dat Gods kinderen zal achtervolgen door de vallei van de Olijfberg heen, zal door zwavel en vuur uit de hemel worden vernietigd (Op. 20:9). Net zoals destijds de goddeloze steden Sodom en Gomorra werden vernietigd (Genesis 19:24). De afgrijselijke aanblik van de dode goddelozen zal voor Gods volk en de andere volken een eeuwige herinnerings-aanblik worden:

(Jesaja 66: 18,23-24) 18 Ik ken hun werken en hun gedachten! De tijd komt dat Ik alle heidenvolken en talen bijeen zal brengen. En zij zullen komen en Mijn heerlijkheid zien….23 En het zal geschieden dat van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat alle vlees zal komen om zich neer te buigen voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE. 24 En zij zullen de stad uit gaan en zien de dode lichamen van de mannen die tegen Mij in opstand zijn gekomen; want hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen voor alle vlees een afgrijzen zijn.

Waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt, betekent een eeuwige straf, de tweede dood. (Voor tweede dood zie: 5. Nieuwe Jeruzalem; deel 2)

  • (Zach. 14:6-8) 6 Op die dag zal het geschieden dat het kostbare licht er niet zal zijn, evenmin de dikke duisternis. 7 Maar er zal één dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn, geen dag en geen nacht. Het zal geschieden ten tijde van de avond dat het licht blijft. 8 Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: ’s zomers en ’s winters zal het plaatsvinden.

Nadat het oordeel is uitgesproken, op die dag, zal er erg weinig licht zijn. Het zal zijn als op de grote dag van de HEER (in de 2e vervulling van Zach. 14:3):

(Jesaja 13:9-10) 9 Zie, de dag van de HEERE komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om van het land een woestenij te maken en zijn zondaars eruit weg te vagen. 10 Ja, de sterren aan de hemel en hun sterrenbeelden zullen hun licht niet laten schijnen, de zon zal verduisterd worden wanneer zij opkomt, en de maan zal haar licht niet laten schijnen. (zie ook: Ezechiël 32:7, Joël 2:31)

Vanaf dat moment zal voor eeuwig het wonderlijke ‘levende’ water uit de tempel stromen:

(Ezechiël 47:1-2,12) 1 Daarna bracht Hij mij terug naar de ingang van het huis. En zie, er stroomde water uit, van onder de drempel van het huis naar het oosten, want de voorkant van het huis lag naar het oosten. Het water stroomde naar beneden van onder de rechterzijde van het huis, ten zuiden van het altaar. 2 Vervolgens bracht Hij mij naar buiten via de noorderpoort en leidde mij buitenom rond naar de buitenpoort, in de richting die naar het oosten gekeerd is. En zie, uit de rechterzijde borrelde water.… 12 En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing.
(Openbaring 22:1,2) 1 En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. 2 In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken.
(Joël 3:17-18) 17 Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben, Die op Sion, Mijn heilige berg, woont. Jeruzalem zal een heiligdom zijn en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken. 18 Op die dag zal het gebeuren dat de bergen van jonge wijn zullen druipen, de heuvels van melk zullen stromen, en alle waterstromen van Juda zullen overlopen van water. Een bron zal uit het huis van de HEERE ontspringen, die het dal van Sittim zal bevochtigen.

In deze profetieën stroomt het water uit de tempelbron aan de oostzijde de tempel uit.
Het dal van Sittim wordt ook wel het Acaciadal genoemd. Het dal lag aan de overzijde van de Jordaan, tegenover Jericho:

Dal van Sittim (Shittim)

Het Lam zal iedere getrouwe Christen van het water des levens geven:

Openbaring 7:17) 17 Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.
(Openbaring 21:6) 6 En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.
(Openbaring 2:7) 7 Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat.

Voor Gods kinderen zal de dood er niet meer zijn. Er zal eeuwig leven zijn voor Gods volk die eeuwig jong zullen blijven door de bron van leven:

(Openbaring 20:14) 14 En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood. 

  • (Zach. 14:9) 9 De HEERE zal Koning worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige.

En nadat de laatste vijand – de dood – is tenietgedaan, zal de Messias alle macht overgeven aan de rechtmatige machthebber, de hemelse Vader. God zal Koning zijn over de hele aarde en Gods naam zal de enige naam zijn:

(1 Korinthe 15:24-28) 24 Daarna komt het einde, wanneer Hij (Jezus) het koningschap aan God en de Vader heeft overgegeven, wanneer Hij alle heerschappij en alle macht en kracht heeft tenietgedaan. 25 Want Hij moet Koning zijn, totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd. 26 De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood. 27 Immers, alle dingen heeft Hij aan Zijn voeten onderworpen. Wanneer Hij echter zegt dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk dat Hij Die Zelf alles aan Hem onderworpen heeft, hiervan is uitgezonderd. 28 En wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf Zich onderwerpen aan Hem Die alle dingen aan Hem onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn.
(Psalmen 22: 28-29) 28 Alle einden der aarde zullen eraan denken en zich tot de HEERE bekeren: alle geslachten van de heidenvolken zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen. 29 Want het koningschap is van de HEERE, Hij heerst over de heidenvolken.
(Obadja 1: 21) 21 Verlossers zullen de berg Sion opgaan om het bergland van Ezau te oordelen, en het koningschap zal van de HEERE zijn.

En dat is het moment, waarop het oorspronkelijke paradijs is hersteld en Gods volk in liefde en vrede tot in de eeuwigheid mag leven. Leven in zuivere aanbidding tot hun Schepper, tot de enige ware God YHWH. Nadat God het Koningschap op Zich heeft genomen, zal Jezus (aangeduid als Mijn Knecht David) tot in eeuwigheid Vorst of Onderkoning blijven:

(Ezechiël 37:25) 25 Zij zullen wonen in het land dat Ik aan Mijn knecht, aan Jakob, gegeven heb, waarin uw vaderen gewoond hebben. Zij zullen daarin wonen, zij met hun kinderen en hun kleinkinderen, tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal tot in eeuwigheid hun Vorst zijn.

  • (Zach. 14:10-11) 10 Heel het land zal als de Vlakte worden, van Geba tot Rimmon, ten zuiden van Jeruzalem. Maar Jeruzalem zal verheven worden en op zijn plaats bewoond blijven, van de poort van Benjamin af tot de plaats van de vroegere poort toe, tot aan de Hoekpoort, en van de Hananeëltoren af tot aan de perskuipen van de koning. 11 Zij zullen erin wonen, een banvloek zal er niet meer zijn: Jeruzalem zal onbezorgd wonen.

Heel het gebied rondom Jeruzalem zal als een vlakte worden, van Geba ten noorden van Jeruzalem tot Rimmon ten zuiden. Jeruzalem zelf zal verheven worden op zijn plaats:

(Jesaja 2:2) 2 Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen. (zie ook Micha 4:1)

Geba

Geba en Rimmon markeren een lange bergketen, die in Zach. 14:10 wordt afgebeeld als een vlakte. Jeruzalem zal tot aan de beek Kidron heilig zijn en afgeschermd zijn voor toegang:

(Jeremia 31:38-40) 38 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat de stad herbouwd zal worden voor de HEERE, van de Hananeëltoren tot aan de Hoekpoort, 39 en dat het meetlint nog verder zal lopen, rechtdoor, tot aan de heuvel Gareb en zal afbuigen naar Goa. 40 Heel het dal met de dode lichamen en de as en al de velden tot aan de beek Kidron, tot aan de hoek van de Paardenpoort naar het oosten toe, zal een heiligheid voor de HEERE zijn. Voor eeuwig zal er niets meer worden weggerukt of afgebroken.

En Gods kinderen zullen daarin in vrede wonen. Vrij, zonder dreiging of gevangenschap, in vrede. God belooft in Jeremia 3:17 dat de nieuwe stad een stad van rechtvaardigheid zal zijn. En zo zal deze stad worden genoemd: YHWH is onze gerechtigheid:

(Jeremia 33:15-16) 15 In die dagen en in die tijd zal Ik voor David een SPRUIT van gerechtigheid doen opkomen. Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde. 16 In die dagen zal Juda verlost worden en zal Jeruzalem onbezorgd wonen. Dit is hoe men de stad noemen zal: DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID.
(Openbaring 22:3) 3 En geen enkele vervloeking zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen….

  • (Zach. 14:12) 12 En dit zal de plaag zijn waarmee de HEERE al de volken zal treffen die tegen Jeruzalem hebben gestreden: Hij zal ieders vlees, terwijl hij nog op zijn voeten staat, doen wegteren; de ogen van allen zullen wegteren in hun kassen en de tong van allen zal wegteren in hun mond.

Degenen van de goddelozen op de nieuwe aarde die tegen Jeruzalem hebben gestreden en niet door het vuur in de Olijfberg vallei zijn gedood en het dus hebben overleefd zullen hun straf niet ontlopen.
Hun levenskwaliteit zal drastisch veranderen en ze zullen wegkwijnen. Ze zullen oud worden of ziek en vervolgens sterven. Hen wordt de toegang tot de boom des levens ontzegd:

(Openbaring 21:27) 27 Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.
(Openbaring 22:14) 14 Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens….

  • (Zach. 14:13) 13 Op die dag zal het geschieden dat er een grote, door de HEERE bewerkte, verwarring onder hen zal ontstaan, zodat zij elkaars hand zullen vastgrijpen en tegen elkaar de hand zullen opheffen.

Om deze overgebleven goddelozen definitief te verslaan zal God hen verwarren. Een grote verwarring of paniekangst zal onder hen ontstaan, zoals  tijdens het blazen van Gideons trompetten, toen de HEER in heel het kamp het zwaard van de een tegen de ander richtte:

(Richteren 7:16,19,21-22) 16 Toen verdeelde hij (Gideon) de driehonderd man in drie groepen en gaf iedereen een bazuin en lege kruiken in de hand, met fakkels binnen in de kruiken….19….Toen bliezen zij op de bazuinen en sloegen de kruiken die in hun hand waren, in stukken….21 En zij stonden rondom het kamp, ieder op zijn plaats. Toen ging heel het kamp op de loop. Ze schreeuwden het uit en vluchtten weg. 22 Toen de driehonderd op de bazuinen bliezen, richtte de HEERE het zwaard van de een tegen de ander, en dat in heel het kamp…. 

  • (Zach. 14:14) 14 Ook zal Juda in Jeruzalem strijden, zodat het vermogen van alle heidenvolken rondom verzameld wordt: goud, zilver en kleding in zeer grote hoeveelheden.

Terwijl de vijanden van Jeruzalem met elkaar in gevecht zijn, zal Juda ook optrekken om Jeruzalem met zijn tempel en bewoners te beschermen, en uit nood ploegscharen tot zwaarden smeden ((Joël 3:9-10). Ze zullen een grote buit of rijkdom van de goddeloze opstandelingen afnemen en dat zal voor Gods tempel zijn (Joël 3:4-5).

  • (Zach. 14:15-16) 15 En zo zal de plaag die de paarden, de muildieren, de kamelen, de ezels en al de dieren die zich in die legerkampen bevinden, zal treffen, dezelfde zijn als die plaag. 16 Het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heidenvolken die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, van jaar tot jaar zullen opgaan om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, en om het Loofhuttenfeest te vieren.

De vernietiging van de Satanaanbidders, ‘de vijanden in de legerkampen’ zal zo grondig zijn dat ook de dieren en beesten in het legerkamp een soortgelijke plaag zullen ondergaan zodat deze gedood worden. Want de straf voor afgoderij moet volgens de Schrift incl. het vee worden uitgevoerd:

(Deuteronomium 13:15) 15 dan moet u de inwoners van die stad geheel en al slaan met de scherpte van het zwaard, door haar met alles wat erin is, ook haar vee, met de scherpte van het zwaard met de ban te slaan.

Degenen die overblijven van de ongelovige volken moeten een keuze maken om God te aanbidden:

(Jesaja 66:23) 23 En het zal geschieden dat van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat alle vlees zal komen om zich neer te buigen voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.

De viering van het Loofhuttenfeest zal worden ingesteld voor alle mensen, zonder uitzondering. Het Loofhuttenfeest – Hebreeuws Soekot – is een gedachtenis- en oogstfeest van 7 dagen, een van de belangrijke vieringen van God die destijds voor Zijn volk Israël werden ingesteld. Hierbij herdenken de Joden de 40-jarige woestijnreis, toen de Israëlieten in tenten woonden. Deze reis begon met de verkenning van het beloofde land en eindigde met de intocht in het beloofde land.
Het is het laatste feest van het jaar en wordt gevierd van de 15e tot de 22e van de zevende maand (sept./okt.). Daarnaast is Soekot ook een oogstfeest, om te vieren dat de laatste oogst voor de winter is binnengehaald (Ex. 23:16). Tijdens de zeven feestdagen (Lev. 23:34) wonen de Joden in zelfgebouwde loofhutten. Gedurende het feest worden er vuuroffers gebracht (Lev. 23:36). Het feest is een eeuwigdurende inzetting voor Israël (Lev. 23:41). Het zijn zeven dagen van blijdschap voor het aangezicht van de de HEER (Lev. 23:40).
Op de nieuwe aarde moeten eveneens offers gebracht worden tijdens het Loofhuttenfeest:

(Ezechiël 45:25) 25 In de zevende maand, op de vijftiende dag van de maand, moet hij op het feest gedurende zeven dagen hetzelfde doen, zoals het zondoffer, zoals het brandoffer, zoals het graanoffer en zoals de olie.

Alhoewel Jezus het volmaakte offer heeft gebracht voor alle zonden, zijn de beschreven offers in het Nieuwe Jeruzalem nodig als dank voor alle gaven, voor de rijke oogst en voor de zonden van de berouwvolle mensen die door God onderwezen willen worden:

(Ezechiël 45:17) 17 Op de vorst rust de taak te zorgen voor de brandoffers, het graanoffer en het plengoffer op de feesten, op nieuwe maansdagen en op de sabbatten: op alle feestdagen van het huis van Israël. Hij moet zorgen voor het zondoffer, het graanoffer, het brandoffer en de dankoffers om verzoening te doen voor het huis van Israël.

De nieuwe tempel is voorzien van slachttafels en een offeraltaar (Eze. 40:38-43).
Alle altaardiensten zijn toegewezen aan de zonen van de getrouwe Leviet Zadok (Eze. 40:46). Uit de ‘heidenvolken’ of ‘niet-Joden’ zullen enkelen als priester aangesteld worden:

(Jesaja 66:18,21) 18….De tijd komt dat Ik alle heidenvolken en talen bijeen zal brengen. En zij zullen komen en Mijn heerlijkheid zien….21 Ook zal Ik enigen uit hen tot priesters en Levieten aanstellen, zegt de HEERE.

De priesters zullen, langs de Joodse heiligen, de priesters uit de ‘geheiligde’ heidenen zijn, de geestelijke Israëlieten (zie Op. 1:6, 5:10, 7:4, 20:6).

  • (Zach. 14:17-19) 17 Het zal geschieden dat er geen regen zal vallen op hem die uit de geslachten van de aarde niet zal opgaan naar Jeruzalem om zich voor de Koning, de HEERE van de legermachten, neer te buigen. 18 Als het geslacht van de Egyptenaren, waarop geen regen is gevallen, niet zal opgaan en komen, dan zal de plaag komen waarmee de HEERE de heidenvolken zal treffen die niet zullen optrekken om het Loofhuttenfeest te vieren. 19 Dit zal de straf zijn voor de zonde van Egypte en de straf voor de zonde van alle heidenvolken die niet zullen opgaan om het Loofhuttenfeest te vieren.

Het Loofhuttenfeest op de nieuwe aarde is dus niet vrijblijvend. Wie niet zal opkomen uit letterlijk alle families van de aarde zal gestraft worden met een gebrek aan de seizoensgebonden regens.
Hun land zal minder vruchtbaar zijn en wellicht zullen ze een tekort aan voedsel hebben.
Maar de mensen uit de naties die God zoeken zullen rijkelijk gezegend worden:

(Psalm 22:27-29) 27 De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden; wie de HEERE zoeken, zullen Hem loven. Uw hart zal voor eeuwig leven. 28 Alle einden der aarde zullen eraan denken en zich tot de HEERE bekeren: alle geslachten van de heidenvolken zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen. 29 Want het koningschap is van de HEERE, Hij heerst over de heidenvolken.

Ook Egypte zal dan tekorten hebben ondanks dat de Nijl hun gronden overstroomd om deze vruchtbaar te maken. Ook zij zullen bij goddeloosheid hun straf ontvangen met slechte oogsten.

(Jeremia 3:17) 17 In die tijd zal men Jeruzalem de Troon van de HEERE noemen. Alle heidenvolken zullen er samenstromen, tot de Naam van de HEERE, tot Jeruzalem. Zij zullen niet meer hun verharde, boosaardige hart achternagaan.
(Mattheüs 5:5) 5 Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.

  • (Zach. 14:20-21) 20 Op die dag zal op de bellen van de paarden staan: HEILIG VOOR DE HEERE. En de potten in het huis van de HEERE zullen zijn als de sprengbekkens voor het altaar. 21 Ja, al de potten in Jeruzalem en in Juda zullen voor de HEERE van de legermachten heilig zijn, zodat allen die willen offeren, zullen komen en ervan nemen om erin te koken. Op die dag zal er geen Kanaäniet meer zijn in het huis van de HEERE van de legermachten.

Het woord heilig drukt de relatie met God uit, of wat toebehoord aan God. Gewijd of toegewijd aan God is daarom verheven of heilig. Een ‘heilige’ is een onvolmaakte man of vrouw, die door God is uitgekozen voor een speciale taak. De 144.000 heiligen zijn als eerstelingen gekocht met het kostbare bloed van de Messias (Op. 5:9). Een Christen kan door God worden verkozen als heilige wanneer de Christen zich niet heeft besmet met afgoderij (maagden genoemd in Op. 14:4) en zijn leven als offer aanbiedt (Rom. 12:1).

Zelfs op de bellen van de paarden in Jeruzalem zal staan ‘Heilig voor de HEER’. Jeruzalem met de tempel op de nieuwe aarde, gecombineerd met Jezus als Koning, de profeten en de heiligen zal compleet verheven of heilig zijn, tot aan de bellen van de paarden toe. Alle potten in het huis van de HEER voor de meest algemene delen van de tempeldiensten zullen zijn als de schalen voor het altaar, waarin het heilige bloed van de offergaven wordt gegoten. Alles in Gods huis zal heilig of geheiligd zijn, anders kan het niet in het huis van de HEER komen. Dit herinnert aan de gouden plaat waarin gegraveerd stond: DE HEILIGHEID VAN DE HEERE. Aäron moest als hogepriester die plaat bevestigen aan de voorkant van de tulband (Ex. 28:35-38). In dit Jeruzalem zal geen enkele onreinheid meer zijn:

(Openbaring 21:26-27) 26 En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties daarin brengen. 27 Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.
(Openbaring 22:3-4) 3 En geen enkele vervloeking zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen, 4 en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn.
(Joël 3:17) 17 Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben, Die op Sion, Mijn heilige berg, woont. Jeruzalem zal een heiligdom zijn en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken.

Zelfs elke pot van Gods kinderen in Jeruzalem en in Juda zal heilig zijn voor de HEER en er zal ook geen Kanaäniet meer zijn in het huis van de Heer der heerscharen.
De Kanaänieten vormden de oorspronkelijke bewoners van Kanaän, maar werden bestreden door het Joodse volk. Ze verdwenen uit Israël want Gods volk moest zich onthouden van hun afgoderij. Alleen de nakomelingen van Rachab en haar familie (uit Jericho) werden getolereerd (Jozua 6:17):

(Ezechiël 16:2-3,15) 2 Mensenkind, laat Jeruzalem zijn gruweldaden weten, 3 en zeg: Zo zegt de Heere HEERE tegen Jeruzalem: Uw oorsprong en uw geboorte zijn uit het land van de Kanaänieten. Uw vader was die Amoriet en uw moeder een Hethitische….15 Maar u vertrouwde op uw schoonheid en bedreef hoererij, trots op uw naam…. 

Alleen degenen die God eren en gehoorzamen mogen nemen van de boom des levens:

(Openbaring 22:14-15) 14 Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan. 15 Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet. 

Tot slot:

Laat door alle rechtvaardigheid in deze dagen uw vreugde niet wegnemen:

(1 Thessalonicenzen 5:9-10) 9 Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus Christus, 10 Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven. 

Laat u als Christen nooit verzwakken door de agressieve dwang voor injecties van deze wereld. Als u over verdere zegeningen op de nieuwe aarde wilt lezen, zie: 5. Toekomst

Dit is tevens het laatste deel uit deze serie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *