Boek: De erfgenamen

De erfgenamen.pdf

Het onderscheid tussen de erfgenamen van Gods koninkrijk          versie 1.1

(1 Korinthe 15:50) 50 Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet.

Paulus spreekt hier over het beërven van het ‘hemelse’ Koninkrijk van God.
Een geestelijk lichaam, is dat een update? Of is het een lichaam met speciale eigenschappen? Heeft dat lichaam sterke overeenkomsten met het geestelijke lichaam van engelen? Kan dat lichaam zich materialiseren?
En hoe gaat onze toekomst op de nieuwe aarde er uit zien? Om deze vragen te beantwoorden zullen we een aantal onderwerpen laten passeren in dit boekwerk.
Een compilatie van delen van oudere artikelen, aangevuld met nieuw gedachtegoed.

Inhoudsopgave boek:

  1. Het eeuwigdurend verbond
  2. Jezus komst als Messias
  3. De heilige engelen
  4. De gevallen engelen
  5. De betekenis van ziel en geest
  6. Welke groepen beërven het Koninkrijk?
  7. De volgorde van hemelse opname
  8. De jaarweek
  9. De bruid en de bruiloft
  10. De Koninkrijksregering
  11. Hades en Gehenna
  12. Het Nieuwe Jeruzalem
  13. De opname in de hemel met het geestelijke lichaam
  14. Het oordeel
  15. De nieuwe Hemel en de nieuwe Aarde
  16. De opstanding met een natuurlijk lichaam
  17. De laatste strijd op de nieuwe Aarde

.                         (Alle aanhalingen uit de Herziene Statenvertaling)


Het eeuwigdurend verbond

God sloot een verbond met Abraham:

(Genesis 17:7-9) 7 Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u. 8 Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn. 9 Verder zei God tegen Abraham: En wat u betreft, u moet Mijn verbond in acht nemen, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door.

De Israëlieten werden Gods persoonlijke eigendom op basis van het verbond:

(Exodus 19:5-6) 5 Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.

Jezus komst als de Messias

De eerste aankondiging van de Messias
Na de ernstige overtredingen van Adam en Eva beloofde God al meteen dat Hij een Messias, een Verlosser zou zenden. De slang had in eerste instantie schijnbaar succes en gewonnen, maar het zal uiteindelijk slecht met hem aflopen.
De aankondiging voor het herstel van het toekomstige paradijs begint allemaal met Genesis 3:15, waar staat dat Satan in de kop vermorzeld zal worden, maar dat de Messias, Jezus, in de hiel vermorzeld zal worden:

(Genesis 3:15) 15 En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.

Jezus komt hier voor de eerste keer in beeld. Het is een moeilijke profetische tekst. Adam en Eva zullen het vermoedelijk maar ten dele begrepen hebben.

Met ‘de vrouw’ in vers 15, waarmee Satans nageslacht vijandig zal zijn, wordt niet de vrouw Eva bedoeld. Deze ‘vrouw’ staat voor het Jeruzalem dat boven is, het hemelse Jeruzalem, de hemelse moeder:

(Galaten 4:26) 26 Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen.

Ook Satan en zijn demonen maakten deel uit van deze hemelse organisatie.

Jezus kwam naar de aarde om de verstoorde relatie van de mensen met God te herstellen en om te prediken over Gods rechtvaardige Koninkrijk:

(Johannes 12:46-47) 46 Ik ben een licht, in de wereld gekomen opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft. 47 En als iemand Mijn woorden hoort en niet gelooft, veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld zalig te maken.
(Lukas 4:43) 43Maar Hij zei tegen hen: Ik moet ook andere steden het Evangelie van het Koninkrijk van God verkondigen, want daarvoor ben Ik uitgezonden.

Het was tevens een onderdeel van Jezus missie om de heiligen uit het Joodse volk te verzamelen. Deze 144.000 heiligen zouden als koningen en priesters met de Christus gaan regeren:

(Openbaring 5:10) 10 En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.

Jezus gaf daarom Zijn discipelen opdracht om de heiligen in eerste instantie uitsluitend binnen het Joodse volk te zoeken:

(Mattheus 10:5-6) 5 Deze twaalf zond Jezus uit en Hij gebood hun: U zult u niet op weg begeven naar de heidenen en u zult geen enkele stad van de Samaritanen binnengaan, 6 maar ga liever naar de verloren schapen van het huis van Israël.

Jezus wilde graag, dat Hij Zijn discipelen kon meevoeren naar Zijn voormalige heerlijkheid:

(Johannes 17:5,24) 5 En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld er was….24 Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld.

Vervolgens zegt Jezus iets zeer opmerkelijks over Zijn discipelen:

(Markus 12:25) 25 Want wanneer ze uit de doden opgestaan zullen zijn, trouwen ze niet en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar zijn ze als engelen in de hemelen.

Omdat getrouwe Christenen de hemel zullen beërven als ‘engelen’, zullen we eerst de goede en daarna de afvallige engelen bespreken.

De heilige engelen

Engelen zijn een afzonderlijke unieke schepping van God, met hun eigen omgeving  van leven. Hun woonplaats is in de hemel:

(Judas 1:6) 6 En de engelen die hun oorspronkelijke staat niet hebben bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben,….

De engelen worden in de Schrift beschreven als ‘heilig’:

(Lukas 9:26) 26 Want wie zich voor Mij en Mijn woorden geschaamd zal hebben, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij zal komen in Zijn heerlijkheid en in die van de Vader en in die van de heilige engelen.
(Openbaring 14:10) 10 dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn toorn, en gepijnigd worden in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam.

Ze spreken hun eigen taal:

(1 Korinthe 13:1) 1 Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden.

Hun sterkte en macht is groter dan die van sterfelijke mensen:

(2 Petrus 2:10-11) 10 In het bijzonder echter hen die in onreine begeerte het vlees achternalopen en het gezag verachten; die roekeloos zijn, eigenzinnig en er niet voor terugschrikken om al wat eer toekomt, te lasteren, 11 terwijl de engelen, die in sterkte en kracht hun meerdere zijn, geen aanklacht wegens lasterlijk oordeel tegen hen (de onrechtvaardigen) indienen bij de Heere.

Hoe de hemel precies functioneert als een aparte dimensie, is voor ons mensen grotendeels onbekend. Wat we wel weten is dat ook God in de hemel een vaste woonplaats heeft:

(2 Kronieken 6:39) 39 luistert U dan uit de hemel, uit Uw vaste woonplaats, naar hun gebed en hun smeekbeden en verschaf hun recht. Vergeef Uw volk datgene waarmee zij tegen U zondigden.

De engelen in de hemel zijn dienaren, met taken zoals die van boodschappers:

(Hebreeën 1:14 ) 14 Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven?

Rechtvaardige Christenen die het hemelse Koninkrijk beërven lijken in hun leefwijze op engelen:

(Mattheüs 22:29-30) ….29 Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: U dwaalt, omdat u de Schriften niet kent en ook niet de kracht van God. 30 Want in de opstanding nemen ze niet ten huwelijk en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar ze zijn als engelen van God in de hemel.
(Lukas 20:36) 34 En Jezus antwoordde en zei tegen hen: De kinderen van deze wereld trouwen en worden ten huwelijk gegeven, 35 maar zij die het waard geacht zijn die toekomstige wereld te verkrijgen, en de opstanding uit de doden, zullen niet trouwen en ook niet ten huwelijk gegeven worden. 36 Want zij kunnen niet meer sterven, omdat zij gelijk zijn aan engelen. En zij zijn kinderen van God, omdat zij kinderen van de opstanding zijn.

Engelen kunnen niet meer sterven door ziekte of ouderdom, evenals degenen die ‘als engelen’ zijn. Toch zullen we verderop zien, dat engelen wel degelijk vernietigd kunnen worden.

De gevallen engelen

Dat Satan een machtig geestelijk schepsel is, blijkt uit de geschiedenis van Job.
Satan sprak zijn twijfel uit over de reden waarom Job zo oprecht en godvrezend was. Daarop gaf God al Jobs eigendommen en kinderen voor deze speciale beproeving in Satans hand, maar aan Jobs ‘leven’ mocht hij niet komen:

(Job 1:11-12) 11 Maar steek toch Uw hand uit en tref alles wat hij heeft. Voorwaar, hij zal U in Uw aangezicht vaarwel zeggen. 12 De HEERE zei tegen de satan: Zie, alles wat hij heeft, is in uw hand; alleen naar hemzelf mag u uw hand niet uitsteken. En de satan ging weg van het aangezicht van de HEERE.

Wat bleek, Satan gebruikte zijn macht over de krachten van de natuur. Er viel vuur uit de hemel dat de schapen en knechten verteerde. Er stak een hevige stormwind op die het huis waarin Jobs kinderen verbleven deed instorten. Satan toonde ook macht over mensen en hun gewelddadige acties tegen Jobs knechten (Job 1:12-19). En Satan toonde ook macht over ziektes, Job zal vol met zweren (Job 2:7).
Hij kon echter niet verder gaan dan God toeliet.
Daaruit blijkt ook, dat Satan Gods macht en autoriteit niet betwistte.
Satan met al zijn macht is dus niet in staat om Gods bescherming te doorbreken, maar we moeten de cherub Satan zeker niet onderschatten.

Tartarus of afgrond
Wanneer het woord ‘afgrond’ wordt gebruikt betekent dat, door de Schrift heen, een soort gevangenis, een bodemloze put (Tartarus) waar zondige engelen verblijven in diepe duisternis. Het is primair de verblijfplaats van engelen die buitengewoon gezondigd hebben, totaal zonder Goddelijk licht.

Strong’s Concordance ‘abussos’:  afgrond (Engels abyss) – grenzeloos, bodemloos

Tartarus is op dit moment de verblijfplaats van engelen die gezondigd hebben in de dagen van Noach:

(Genesis 6:1-2) 1 En het gebeurde, toen de mensen zich op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen en er dochters bij hen geboren werden, 2 dat Gods zonen de dochters van de mensen zagen dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die zij uitgekozen hadden.

Voor de vloed (de vloed was ongeveer 2350 voor Christus) waren deze engelen dus  ongehoorzaam aan God en ontrouw aan het hemelse Jeruzalem:

NBV (2 Petrus 2:4) 4 Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten.
(Judas 1:6) 6 En de engelen die hun oorspronkelijke staat niet hebben bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij voor het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien in de duisternis in verzekerde bewaring gesteld.

Deze engelen, die sinds de vloed in Tartarus zijn geworpen, verblijven daar in afwachting van hun vonnis. Het kwaad dat deze engelen bedreven hebben heeft God na de zondvloed niet meer willen toestaan. Dat houdt in dat de zondige praktijken van deze engelen zich hoofdzakelijk hebben beperkt tot de periode vóór de zondvloed. Toen de zondige engelen in Tartarus werden opgesloten, wisten de overige engelen dat iedere verdere overtreding zou resulteren in Tartarus:

(Genesis 6:4) 4 In die dagen, en ook daarna, waren er reuzen op de aarde, toen Gods zonen bij de dochters van de mensen waren gekomen en die kinderen voor hen baarden; dit zijn de geweldenaars van oude tijden af, mannen van naam.

Er zijn immers nog wel reuzen geweest, zoals Goliath:

(1 Samuel 17:4) 4 Toen kwam er een kampvechter tevoorschijn uit het leger van de Filistijnen. Zijn naam was Goliath, uit Gath; zijn lengte was zes el en een span.

En ook bij de verkenning van Kanaän wordt gesproken over reuzen:

(Numeri 13:32-33) 32 En zij lieten een kwaad gerucht uitgaan bij de Israëlieten over het land dat zij verkend hadden, door te zeggen: Het land waar wij doorgetrokken zijn om het te verkennen, is een land dat zijn inwoners verslindt, en heel het volk dat wij in het midden daarvan gezien hebben, bestaat uit mannen van grote lengte. 33 Wij hebben er ook reuzen gezien, nakomelingen van Enak, afkomstig van de reuzen. Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen, en zo waren wij ook in hun ogen.

Linea-recta naar Tartarus voor deze engelen-overtreders. Het materialiseren was – zonder toestemming van God – voor engelen niet meer mogelijk zonder bestraffing.
Het is opmerkelijk dat Jezus na zijn opstanding gepredikt heeft tot deze geesten in Tartarus:

NBG51 (1 Petrus 3:18-20) 18 Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, 19 in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis, 20 die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden.

Jezus prediking in hun gevangenis heeft hoogstwaarschijnlijk ten doel gehad, om afspraken te maken met deze engelen, dat hun vonnis zwaarder zal worden als zij – bij het openen van de gevangenis gedurende de grote verdrukking – de mensen met het zegel van God op hun voorhoofd iets aandoen. Het is alleen toegestaan om alle mensen die Gods zegel niet hebben te pijnigen:

De 5e bazuin, het 1e wee; De afgrond wordt geopend; sprinkhanen mogen de mensen 5 maanden pijnigen. De sprinkhanen zijn – volgens ons onderzoek – de eertijds opgesloten engelen in Tartarus en krijgen de macht om 5 maanden lang de mensen te pijnigen die het zegel van God niet op het voorhoofd hebben. Ze mogen echter niemand doden (Openbaring 9:1-12).

Deze engelen mogen Tartarus voor 5 maanden verlaten en zich nog 1 maal materialiseren buiten Tartarus.
Ze mogen alleen de mensen zonder het zegel van God pijnigen, zodat deze berouw tonen.

Nog meer onreine engelen

Maar de engelen in Tartarus zijn echter niet de enige ongehoorzame en onreine engelen, die opstandig werden. Er ontstond nog een groep engelen die Satans zijde koos.

Demonen in Daniëls dagen
Daniël bevond zich aan de oever van de rivier de Tigris en zag een opmerkelijke verschijning; een Man, gekleed in linnen, Zijn heupen omgord met het fijne goud uit Ufaz (Daniël 10:5-6). De verschijning heeft veel gemeenschappelijk met de verschijning van de Zoon des mensen aan Johannes in Op. 1:13-15. Uit het verslag in Daniël blijkt, dat sommige demonen als vorsten regeren met hun demonenleger:

(Daniël 10:13,20) 13 De vorst van het koninkrijk Perzië stond eenentwintig dagen tegenover mij, maar zie, Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam om mij te helpen toen ik daar achterbleef bij de koningen van Perzië….20 Toen zei hij: Weet u waarom ik naar u toe ben gekomen? Nu zal ik terugkeren om tegen de vorst van Perzië te strijden. En zodra ik vertrokken ben, zie, dan zal de vorst van Griekenland komen.

Via deze demonenvorsten regeert Satan vervolgens weer de koningen van de aarde.

Demonen in Jezus dagen op aarde
Voordat Jezus naar de aarde kwam werd er in de Schrift niet over personen geschreven die bezeten waren door demonen:

(Mattheüs 8:16) 16 Toen het nu avond geworden was, brachten ze velen die door demonen bezeten waren, bij Hem, en Hij dreef de boze geesten uit met een enkel woord, en Hij genas allen die er slecht aan toe waren,

Nadat Jezus door Heilige Geest uit de hemel was weggenomen en als biologische vrucht was ingebracht bij Maria, hadden de onreine geesten of demonen blijkbaar vrij spel. Dat was mogelijk omdat voor korte tijd, gedurende Zijn aarde loopbaan Jezus minder is gemaakt dan de engelen:

(Hebreeën 2:7) 7 U hebt hem voor korte tijd minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt U hem gekroond. U hebt hem gesteld over de werken van Uw handen;

Na hun opstand verbleven Satan met zijn gevallen engelen ‘het liefst’ op aarde.
Deze demonen namen de kans waar om als geest hun intrek te nemen bij de mensen en werden op aarde onreine geesten, zie Lukas 8:26-39 als voorbeeld. Het was Satan en zijn demonen bekend dat ze hiervoor gestraft zouden worden, dat ze uiteindelijk in de afgrond terecht zouden komen:

(Lukas 8:30-31) 30 Jezus vroeg hem: Wat is uw naam? Hij zei: Legio; want er waren veel demonen in hem gegaan. 31 En zij smeekten Hem dat Hij hun niet zou bevelen in de afgrond te gaan.

Vervolgens smeekten de groep demonen (met de naam Legio) Jezus om in een kudde varkens te mogen gaan zodat ze niet meteen in Tartarus terecht kwamen. De kudde stortte zich vervolgens in het meer en verdronk.
Na Zijn hemelvaart is Jezus weer verhoogd naar Zijn rechtmatige positie:

(Hebreeën 1:4-5) 4 Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen. 5 Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt? En verder: Ik zal voor Hem tot een Vader zijn, en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?
(1 Petrus 3:22) 22 Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn.

En daarmee werd er een eind aan gemaakt aan de kwelling door onreine geesten om hun intrek te nemen bij de mensen. Dat was vanaf toen verboden door Jezus.
De Satan was in Jezus dagen op aarde al veroordeeld en uitgeworpen uit Gods engelenorganisatie. Hij was niet meer welkom in de nabijheid van Gods troon:

(Johannes 12:31) 31 Nu wordt het oordeel over deze wereld voltrokken, nu zal de vorst van deze wereld buitengeworpen worden.
(Johannes 16:11) 11 ….omdat de vorst van deze wereld veroordeeld is.

Weet dan, dat deze onreine geesten sidderen als ze aan God denken, omdat ze weten wat voor straf hen wacht:

(Jakobus 2:19) 19 U gelooft dat God één is; daar doet u goed aan. Maar ook de demonen geloven dit, en zij sidderen.

Mensen over de wereld worden nu tegen elkaar uitgespeeld door de kinderen van Satan, het gezaaide onkruid tussen de tarwe (Matt. 13:25). Deze vrijmetselaars, Kabbalisten en Satanisten willen u meezuigen in hun slechtheid. Doe daarom de hele wapenrusting van God aan (Efeze 6: 11-16) en val nooit in de strik van afvalligheid:

(1 Timotheüs 4:1-2) 1 Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen, 2 door huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid.

Leringen van demonen is wat we nu propaganda noemen. Satanisten ontvangen de demoneninfo gedurende hun seances, ouija -bordspel of tijdens transcendente meditatie. Hun propaganda ontpopt zich als een geloof, want veel mensen geloven hun  leugens. Ze zijn er zelfs volledig van overtuigd.
Maar niet de discipelen van Jezus Christus. Die geloven Gods woorden en beloften.
Wat onze bescherming betreft, wees er van verzekerd dat God machtig is en het engelenleger van God zeer groot is:

(Joël 2:11) 11 En de HEERE laat Zijn stem klinken voor Zijn leger uit, want Zijn leger is zeer groot, ja, machtig is Hij, Die Zijn woord ten uitvoer brengt….

De Schrift geeft aan dat onze strijd is gericht tegen Satan en zijn demonen:

(Efeze 6:12) 12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.

Kunnen engelen – die niet meer kunnen sterven – dan niet meer gestraft worden?
Ze kunnen om te beginnen de complete toegang tot de hemel ontzegd worden:

(Openbaring 12:7-9,12) 7 Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog. 8 Maar zij waren niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. 9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen…..12 Daarom, verblijd u, hemelen, en u die daarin woont!  Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft.

Deze Satan zal op de laatste dag in Tartarus geworpen worden voor 1000 jaar:

(Openbaring 20:1-3) 1 En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. 22 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, 3 en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.

Na 1000 jaar zal hij met zijn demonen voor een korte periode uit deze ‘afgrond’  worden losgelaten. Ze zullen uiteindelijk hun (vernietiging) straf voor tegenstand en ongehoorzaamheid niet ontlopen:

(Mattheüs 25:41) 41 Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is.

De betekenis van ziel en geest

De ziel: Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words; Topic: Soul – psuche
De ziel is de levensadem of levenskracht in een persoon of wezen en moet worden gevoed om het functioneren van een wezen in stand te houden. De ziel wordt in de Schrift afgebeeld door het bloed. De ziel sterft of het levensproces stopt als een persoon overlijdt:

(Deuteronomium 12:23) 23 Alleen, houd eraan vast geen bloed te eten, want het bloed is de ziel, en u mag niet, samen met het vlees, ook de ziel eten.

De geest: Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words; Topic: Spirit – pneuma
De geest is de immateriële, onzichtbare geestelijke persoon. De geest wordt inactief als een persoon overlijdt:

(Prediker 9:5) 5 Want de levenden weten dat zij sterven zullen, maar de doden weten helemaal niets. Zij hebben ook geen loon meer, maar hun nagedachtenis is vergeten.

In de Schrift wordt de dood vergeleken met een toestand van slapen. Bij de dood van de dochter van Jaïrus spreekt Jezus over het ‘slapen’ van de geest van het meisje:

(Marcus 5:35,39) 35 Terwijl Hij nog sprak, kwamen er enigen van het huis van het hoofd van de synagoge, die zeiden: Uw dochter is gestorven; waarom valt u de Meester nog lastig?….39 En toen Hij naar binnen gegaan was, zei Hij tegen hen: Waarom maakt u misbaar en huilt u? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt.. .

Ook in Daniël en Job wordt de geest van een dode als slapend beschreven:

(Daniël 12:2) 2 En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen.
(Job 14:12) 12 Zo gaat een mens liggen, en hij staat niet meer op. Totdat de hemel er niet meer is, zullen zij niet ontwaken of opgewekt worden uit hun slaap.

Welke groepen beërven het Koninkrijk?

Eerst iets over de ‘Eerstelingen’
Het Pinksterfeest (Hebr. Sjawoeoth) was oorspronkelijk het eerstelingen-feest.
De eerstelingen was het eerste en beste deel van de oogst van de Israëlieten, wat geofferd werd in Gods tempel:

(Nehemia 10:35-37) 35 Wij nemen de verplichting op ons om de eerstelingen van onze grond en de eerstelingen van elke vrucht van elke boom jaar op jaar naar het huis van de HEERE te brengen, 36 en de eerstgeborenen van onze zonen en van onze dieren, overeenkomstig wat beschreven staat in de wet; en om de eerstgeborenen van onze runderen en van ons kleinvee naar het huis van onze God te brengen, naar de priesters die dienst doen in het huis van onze God. 37 En de eerstelingen van ons deeg, onze hefoffers, de vrucht van elke boom, nieuwe wijn en olie zullen wij brengen naar de priesters, naar de voorraadkamers van het huis van onze God….

Eerstelingen is in de Griekse Geschriften een naam voor diegenen, die ‘als groep’ als eerste aangeboden worden aan God. Want de Schrift schrijft over de eerste Christenen, de heilige ‘uitverkorenen’, ook als ‘eerstelingen’: 

(Jakobus 1:18) 18 Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn.

Gedurende de opname krijgen de reeds overleden eerstelingen als eerste een opstanding, de opgewekte eerstelingen en de nog levende eerstelingen gaan dan onmiddellijk Jezus tegemoet. Jezus is echter van allen de eerste eersteling:

(Handelingen 26:23) 23 namelijk dat de Christus moest lijden en dat Hij, als Eerste uit de opstanding van de doden, een licht zou aankondigen aan dit volk en de heidenen.
(Kolossenzen 1:18) 18 ….Hij, Die het begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen
de Eerste zou zijn.
(1 Korinthiërs 15:22-23) 22 Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. 23 Ieder echter in zijn eigen orde:
Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst.

Een groep van 144.000 geheiligden met Heilige Geest worden volgens de Schrift ‘uitverkoren en verzegeld’ met het voorrecht om met Jezus als koningen en priesters in Gods Koninkrijk te regeren:

(Openbaring 5:10) 10 En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.
(Openbaring 7:4) 4 En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten.

Ook deze uitverkoren heiligen worden in de Schrift op diverse plaatsen eerstelingen genoemd:

(Romeinen 8:23) 23 En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wij zelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.
(Openbaring 14:1,4) 1 En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem honderdvierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven….. 4 Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen,
als eerstelingen voor God en het Lam.

Jezus verzekert ons, dat degenen – de schapen – die Hij persoonlijk kwam zoeken, de uitverkoren heiligen, dat deze personen de volle bescherming van de Zoon en de Vader zullen krijgen:

(Johannes 10:27-30) 26 Maar u (de omringende Joden) gelooft niet, want u bent niet van Mijn schapen, zoals Ik u gezegd heb. 27 Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. 28 En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken. 29 Mijn Vader, Die hen aan Mij gegeven heeft, is meer dan allen, en niemand kan hen uit de hand van Mijn Vader rukken. 30 Ik en de Vader zijn Één.
(Openbaring 20:6) 6 Zalig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.

De 144.000 heiligen, die in de Schrift eerstelingen worden genoemd, zijn echter niet de enige eerstelingen. Allen die deel zullen uitmaken van Gods eerste geestelijke oogst zijn eerstelingen.
Ook de profeten zijn heiligen, zij zijn de heiligen uit het Oude Testament en ook zij behoren tot Gods zonen: 

(2 Petrus 1:21) 21 want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken.
(Romeinen 8:14) 14 Immers, zovelen als er
door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God.

Zoals de apostelen het fundament vormen voor het Nieuwe Jeruzalem, de nieuwe hemelse stad, zo vormen ook de profeten in zeker opzicht dit fundament:

(Efeziërs 2:19-20) 19 Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is,…

Drie groepen zijn hemelse erfgenamen en ontvangen een hemelse erfenis
In Openbaring wordt gesproken over een beloning voor 3 groepen mensen:

(Openbaring 11:18) 18 ….en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, 

In Openbaring 17:14 worden deze drie groepen met andere namen genoemd; de geroepenen, de uitverkorenen en de getrouwen:

Willibr (Openbaring 17:14) 14 Zij zullen oorlog voeren tegen het lam, maar het lam zal hen overwinnen; want het lam is de Heer der heren en de koning der koningen, en zij die bij Hem zijn, zijn de geroepenen, de uitverkorenen en de getrouwen.

We hebben hiermee de drie groepen geïdentificeerd zoals genoemd in Op. 11:18 en in Op. 17:14 :

Groep 1 – de uitverkorenen = 144.000 heiligen
Groep 2 – de geroepenen    = de grote menigte
Groep 3 – de getrouwen      = de profeten

Groep 1 – de uitverkorenen = 144.000 heiligen
Wie zijn de uitverkorenen?
Het Griekse woord voor ‘uitverkorenen’ is: ἐκλεκτός – eklektos
Volgens Strong’s Concordance is de betekenis van eklektos:
Selekteren, gekozen uit; degenen die door God zijn uitgekozen voor het verlenen van speciale dienst aan Hem.

Christenen worden ‘uitverkorenen’ door de heiliging met Gods Heilige Geest:

(1 Petrus 1:2) 2 uitverkoren overeenkomstig de voorkennis van God de Vader, door de heiliging van de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenkeling met het bloed van Jezus Christus: moge genade en vrede voor u vermeerderd worden.

De eerste heiligen zijn na Jezus opstanding met Heilige Geest vervuld op de dag van het Pinksterfeest:

(Handelingen 2:1-4) 1 En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. 2 En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. 3 En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. 4 En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

In de Schrift kunnen we lezen dat in de beginperiode van de Christelijke gemeenten de Heilige Geest vaak werd uitgestort na het opleggen van de handen door de apostelen, die toen zelf reeds geheiligd waren:

(Handelingen 8:17) 17 Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.

Een groot gedeelte van de heiligen werd dus zo’n 2000 jaar geleden geheiligd, in eerste instantie uitsluitend Joden, die discipelen waren geworden. Daarna werden er  ook heidenen (niet-Joden) geheiligd (Hand. 10:24-48). Discipelen werden in de dagen van de apostelen aan hun voorhoofd (Op. 7:3) verzegeld :

(Efeze 1:13) 13 In Hem bent ook u, nadat u het Woord van de waarheid, namelijk het Evangelie van uw zaligheid, gehoord hebt; in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam, verzegeld met de Heilige Geest van de belofte, 14 Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verlossing die ons ten deel viel,  tot lof van Zijn heerlijkheid.
(2 Korinthe 1:22) 21 En Hij Die ons met u bevestigt in Christus en ons gezalfd heeft, is God, 22 Die ons ook verzegeld heeft en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven heeft.
(Efeze 4:30) 30 En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing.

Daarom is het aannemelijk dat het slechts een kleine groep heiligen of uitverkorenen, zal zijn, die door de grote verdrukking heen zal komen en die op het laatste moment verzegeld zal worden:

(Mattheüs 24:22) 22 En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden.
(Mattheüs 24:31) 31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen
Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan.
(Openbaring 7:2-4) 2 En ik zag een andere engel opkomen van waar de zon opgaat, met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tegen de vier engelen aan wie het gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen, 3 en zei: Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben. 4 En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten.

Groep 2 – de geroepenen = de grote menigte of grote schare
Ook wordt er een grote menigte of schare beschreven, die uit de grote verdrukking komt en voor de troon van God en voor het Lam staat:

(Openbaring 7:9) 9 Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand.

De grote menigte, ‘die niemand tellen kon’, zijn dus niet de 144.000, maar is een groep uit het eerder aangehaalde Openbaring 11:18 ‘die Gods naam vrezen, de kleinen en de groten’ en die ook hun beloning zullen ontvangen.
Johannes was bekend met de hemelse erfenis van de heiligen, maar blijkbaar verrast over de grote menigte die hij zag. Een van de oudere personen wilde om die reden graag Johannes informeren over de grote schare:

(Openbaring 7:13,14) 13 En een van de ouderlingen antwoordde en zei tegen mij: Dezen, die bekleed zijn met witte gewaden, wie zijn zij en waar zijn zij vandaan gekomen? 14 En ik zei tegen hem: U weet het, mijn heer. En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam.

Ook zij verblijven – net als de heiligen – in de hemel vóór (Grieks – enopion) de hemelse troon. De grote schare zullen dienaren zijn en heilige dienst verrichten in Gods tempel:

(Openbaring 7:15) 15 Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden.

De grote schare doet dienst in het heilige gedeelte van Gods ‘hemelse’ tempel, de na’os.   Zie onderstaand gedeelte uit Biblehub – Openbaring 7:15 :

Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words geeft een heldere uitleg van het in de Griekse schriften vertaalde woord voor tempel: naō of na’os. Het Griekse woord na’os betekent het ‘tempelheiligdom’. De Schrift bevat ook  vervoegingen van het woord ‘tempel’ als hi´e·ron voor het ‘gehele tempelcomplex’.

Het is ook deze grote schare die is uitgenodigd voor de ‘hemelse’ bruiloft van het Lam met de 144.000 heiligen:

(Openbaring 19:9) 9 En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God..
(Lukas 12:35-37) 35 Laten uw lendenen omgord zijn en de lampen brandend. 36 En u, wees gelijk aan mensen die op hun heer wachten, wanneer hij terugkomt van de bruiloft, om hem, als hij komt en klopt, meteen open te doen. 37 Zalig zijn die slaven die de heer bij zijn komst wakend zal vinden….

De Christenen die behoren tot de grote menigte of grote schare behoren dus niet tot de eerstelingen. Zij behoren tot de tweede groep die hemels leven zullen ontvangen op basis van Jezus offer.
Paulus beschouwt de heidenen uit de grote schare ook als heilig, want als de eerstelingen uit de Joden en heidenen heilig zijn (het eerste meel), dan ook het deeg (de grote schare):

Willibr. (Romeinen 11:13,16) 13 Want tegen u, de heidenen, zeg ik:…. 16 En als de eerstelingen heilig zijn, dan het deeg ook, en als de wortel heilig is, dan de takken ook.

De grote schare Christenen behoort tot Gods volk en moet in haar gedrag daarom een heilig volk zijn:

(1 Petrus 1:15-16) 15 Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, 16 want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig.

Allen, zowel de heiligen als de grote schare, die tot Christus behoren, zullen erfgenamen zijn:

(Romeinen 8:17) 17 En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

Want Abrahams beloofde nageslacht zou zo talrijk worden als het zand van de zee (Hebr. 11:12). Ook Petrus moest erkennen dat de Christenen uit de heidenen erfgenamen zullen zijn:

(Handelingen 10:28) 28 En hij (Petrus) zei tegen hen: U weet dat het een Joodse man niet toegestaan is om met iemand van een ander volk om te gaan of bij hem binnen te gaan; maar God heeft mij laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen.

Allen uit het Christelijke geloof zijn Abrahams kinderen:

(Galaten 3:7-8) 7 Begrijp dan toch dat zij die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn. 8 En de Schrift, die voorzag dat God uit het geloof de heidenen zou rechtvaardigen, verkondigde eertijds aan Abraham het Evangelie: In u zullen al de volken gezegend worden.

De belofte heeft betrekking op alle bewust gedoopte Christenen.
Door geloof in Christus woorden worden we kinderen van God (Gal. 3:26), wat we bevestigen door de waterdoop (Gal.3:27). Christenen hoeven dus geen biologische Jood te zijn, maar wel één zijn in Christus (Gal. 3:28). En als we van Christus zijn, dan behoren we tot Abrahams zaad (Gal.3:29):

(Galaten 3:26-29) 26 Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. 27 Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. 28 Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw;  want allen bent u één in Christus Jezus. 29 En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.

Groep 3 – de getrouwen = de profeten
Volgens Jezus zijn de overleden getrouwe profeten ‘levenden’, dus zeker van leven:

(Mattheus 22:30-32) 31 En wat de opstanding van de doden betreft, hebt u niet gelezen wat door God tot u gesproken is, toen Hij zei: 32 Ik ben de God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob? God is niet een God van doden, maar van levenden.

Over wie de 24 ouderen of ouderlingen zijn, die zich rond de troon van God bevinden, wordt in de Geschriften niet direct geschreven:

(Openbaring 4:4) 4 En rondom de troon stonden vierentwintig tronen. En op de tronen zag ik de vierentwintig ouderlingen zitten, bekleed met witte kleren, en met gouden kronen op hun hoofd.

De 24 ouderen zijn in ieder geval niet de 144.000, want in Op. 5:10 wordt er door de 24 ouderen gesproken over de heiligen, die als koningen zullen heersen, dat zijn dus andere personen als zijzelf:

NBG51 (Openbaring 5:10) 10 en Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde.

Ook zingen de 144.000 heiligen een nieuw lied, een lied onder andere voor de 24 ouderen:

(Openbaring 14:3) 3 En zij zongen als een nieuw lied vóór de troon, vóór de vier dieren (levende schepselen) en de ouderlingen. En niemand kon dat lied leren behalve de honderdvierenveertigduizend, die van de aarde gekocht waren.

Van de 3 groepen, die hun beloning zullen ontvangen, wordt van twee groepen de hemelse erfenis genoemd.
De heiligen zullen in het Nieuwe Jeruzalem hun taak hebben als koningen en priesters. De grote schare personen zullen in het Nieuwe Jeruzalem hun taak hebben als dienaren.
Omdat we weten dat de groep eerstelingen ook bestaat uit de heilige profeten en er in Openbaring geen invulling wordt gegeven wie deze 24 ouderen zijn, is het logisch dat de ‘24 ouderen’ uit 24 profeten bestaan.
Daarmee wordt ook duidelijk wat hun hemelse erfenis is.
De 24 profeten zitten op tronen met gouden kronen op hun hoofd, rondom de troon van God:

(Openbaring 4:2-4) 2 En meteen raakte ik in geestvervoering. En zie, er stond een troon in de hemel, en op de troon zat Iemand. 3 En Hij Die daar zat, zag eruit als de stenen jaspis en sardius. En er was een regenboog rondom de troon, die eruit zag als een smaragd. 4 En rondom de troon stonden vierentwintig tronen. En op de tronen zag ik de vierentwintig ouderlingen zitten, bekleed met witte kleren, en met gouden kronen op hun hoofd.

[Er is ook nog een grote groep erfgenamen van het Koninkrijk op de Nieuwe Aarde met een herkansing. Dit zal worden besproken in het onderdeel: ‘Het oordeel’.]

De volgorde van hemelse opname

De volgorde is, dat Jezus als eerste de opstanding ten leven heeft ontvangen en als eerste is opgenomen in de hemel (Kolossenzen 1:18).
Na Zijn opstanding werd Jezus met bovenmatige heerlijkheid en eer gekroond:

(1 Petrus 3:22) 22 Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn. 

Want na Zijn opstanding is Jezus verhoogd naar de verheerlijkte positie die Hij voorheen had, maar nu met een nog voortreffelijker Naam:

(Filippenzen 2:6,9) 6 Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn….9 Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam,….
(Openbaring 19:16) 16 Er stond op Zijn bovenkleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren.

De 24 ouderen (profeten) zitten al rondom de troon van God, nog voor het openen van de boekrol met de 7 zegels, dus nog voor Gods plagen worden uitgestort.
De 144.000 heiligen worden opgenomen tijdens de grote verdrukking, tijdens de laatste trompet, de 7e trompet. De profeten krijgen dus als eerstelingen eerder een hemelse opname als de 144.000 heiligen:

NBG51 (Openbaring 5:5) 5 En een uit de oudsten zeide tot mij: Ween niet; zie, de leeuw uit de stam Juda, de wortel Davids, heeft overwonnen om de boekrol en haar zeven zegels te openen.

De opname van de heiligen gedurende de laatste bazuin of 7e trompet
De Schrift spreekt over een opname in de hemel gedurende de laatste of zevende bazuin:

(1 Korinthiërs 15:51-52) 51 Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.
(1 Thessalonicenzen 4:15-17) 15 Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. 16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. 17 Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht…..

Wat wordt er bedoeld met deze laatste bazuin?
Deze 7 trompetten of bazuinen worden beschreven in het boek Openbaring.
Volgens de Schrift zal gedurende de grote verdrukking de twee getuigen profetie vervuld worden. Twee getuigen van de Heer zullen op aarde prediken, volgens ons onderzoek de tegen beeldige Mozes en Elia.
De twee getuigen roepen op ‘tot inkeer’ en zijn ‘de aankondigers’ van de komst van de Koning Jezus als redder van Zijn discipelen:

(Openbaring 11:3) 3 En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen, in rouwkleding gekleed, twaalfhonderdzestig dagen lang profeteren.

In rouwkleding of in zakken gehuld betekent, dat hun getuigeniswerk een boodschap inhoudt waar berouw bij past. Zij doen dit werk met alle discipelen van Christus. Aan het einde van hun prediking worden de gestorven getuigen opgewekt en opgenomen in de hemel:

(Openbaring 11:11-12) 11 En na die drieënhalve dag kwam er een levensgeest uit God in hen en zij gingen op hun voeten staan. En grote vrees overviel hen die hen zagen.12 En zij hoorden een luide stem uit de hemel tegen hen zeggen: Kom hier omhoog. En zij gingen omhoog naar de hemel, in de wolk, en hun vijanden keken hen na.

Gedurende het blazen van de 7e bazuin (Op. 11:15), direct na de opname van de 2 getuigen, worden volgens ons onderzoek de nog levende heiligen opgenomen in de hemel, de Heer tegemoet.
Gods beloofde koninkrijk is gekomen, de koninkrijken van de wereld zijn van God en zijn Messias geworden. De koninkrijksregering van Jezus met de 144.000 heiligen is dan compleet. De hemelse Vader is als Koning gaan regeren, in directe samenwerking met de Messias (Op. 11:15-17).

De opname van de grote schare in de hemel
Degenen die tot de grote schare behoren en nog in leven zijn aan het einde van de grote verdrukking hoeven niet te sterven, maar moeten zonder aarzelen meekomen. Na de opname van de heiligen moet de grote schare in die periode nog wachten en gedurende de verdrukking gelouterd worden tot het allerlaatste moment. Jezus waarschuwingen voor de periode na de opname van de heiligen zijn helder:

(Lukas 17:23) 23 En zij zullen tegen u zeggen: Ziehier of ziedaar is Hij. Ga er niet heen en ga er niet achteraan.

Dan wordt de grote schare in alle haast opgenomen in de hemel. De aarde wordt dan eindelijk geoogst, en de rechtvaardige discipelen worden in grote haast binnengehaald. In Op.14:14-20 wordt gesproken over de graanoogst van goede mensen en de druivenoogst van slechte mensen:

(Openbaring 14:16,19) 14 En ik zag, en zie, een witte wolk, en op de wolk zat Iemand als een Mensenzoon, met op Zijn hoofd een gouden kroon en in Zijn hand een scherpe sikkel. 15 En een andere engel kwam uit de tempel en riep met luide stem tegen Hem Die op de wolk zat: Zend Uw sikkel en maai, want het uur om te maaien is voor U gekomen, omdat de oogst van de aarde geheel rijp is geworden.16 En Hij Die op de wolk zat, zond Zijn sikkel op de aarde, en de aarde werd gemaaid….19 En de engel zond zijn sikkel op de aarde en oogstte de druiven van de wijnstok van de aarde, en wierp die in de grote wijnpersbak van de toorn van God.

Bij de oogst van de grote schare verzamelen de engelen de  getrouwe discipelen zodat  deze direct in de hemel opgenomen kunnen worden:

(Mattheüs 13:39-42,49) 39….de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn engelen. 40 Zoals dan het onkruid verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het ook zijn bij de voleinding van deze wereld: 41 de Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen alle struikelblokken, en hen die de wetteloosheid doen, 42 en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars….49 Zo zal het bij de voleinding van de wereld zijn: de engelen zullen uitgaan en de slechten uit het midden van de rechtvaardigen afzonderen,….

Het tijdstip van opname van de grote schare wordt in Lukas beschreven als een zeer dringende aangelegenheid. Jezus vergelijkt deze haast bij de opname in de hemel met de vlucht van Lot en zijn gezin en de plotselinge vernietiging door vuur en zwavel van Sodom:

(Lukas 17:26-30) 26 En zoals het gebeurde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen. 27 Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk en zij werden ten huwelijk gegeven tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam en hen allen om deed komen. 28 Op dezelfde manier ook, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. 29 Op de dag echter waarop Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel uit de hemel en bracht hen allen om. 30 Evenzo zal het zijn op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.
(Mattheüs 24:17-18) 17 Wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om iets uit zijn huis te halen, 18 en wie op de akker is, moet niet terugkeren naar wat hij achterliet om zijn kleren te halen.

Maar waarom dan die extreme haast waar Jezus het over had?
Die extreme haast komt hier uit voort, dat Jezus twee situaties – twee vervullingen – samengevoegd heeft. Wat de vernietiging van Jeruzalem met zijn tempel betreft, daar was geen echte haast. Er zaten jaren tussen het beleg van Cestius Gallus en het beleg van Titus met de voorzegde gruwel van verwoesting. Dat betekent dat in ‘de laatste dagen’ deze extreme haast wel degelijk geboden is.
De tweede vervulling van ‘de gruwel van verwoesting’ zal zijn tijdens de grote verdrukking. Het ‘merkteken’ is in de eindtijd de gruwel die verwoesting veroorzaakt tijdens de grote verdrukking:

(Openbaring 13:16-17) 16 En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd, 17 en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam.

In de eindtijd zal een verachtelijke koning (de Antichrist) koning worden van de herstelde 7e en laatste militaire wereldmacht, de VS. Hij zal een gruwel van verwoesting bewerkstelligen voor de Christelijke gemeenschap, door te forceren om het (Satans-)beeld te aanbidden en hen het (slaven-)merkteken als bevestiging van aanbidding te geven (Op. 13:15-16).
De engelen verzamelen de getrouwen Christenen, die het merkteken niet in ontvangst hebben genomen, nog vóór het extreme natuurgeweld:

(Lukas 17:34-36) 34 Ik zeg u: In die nacht zullen er twee op één bed zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. 35 Twee vrouwen zullen samen malen. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. 36 Twee zullen er op de akker zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden.
(Daniël 12:1) 1 In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, hij die uw volksgenoten bijstaat. Het zal een benauwde tijd zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op die tijd. In die tijd zal uw volk ontkomen: ieder die gevonden wordt, opgeschreven in het boek.
(Openbaring 20:15) 15 En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen. 

Vervolgens giet de zevende engel zijn schaal uit, maar dan is de opname voor getrouwe Christenen van de grote schare al gepasseerd:

(Openbaring 16:17) 17 En de zevende engel goot zijn schaal uit over de lucht. En er klonk een luide stem uit de tempel in de hemel, vanaf de troon, die zei: Het is geschied.

De zevende engel giet zijn schaal uit over de lucht. Dit doet denken aan een sterke verstoring van het magnetisch veld door de aantrekkingskracht van een vreemde planeten-groep. Dan komen er grote krachten op de aarde, zware vulkanische activiteit (rookzuilen), bulderen van de zee en hoge golven. Het samenvallen van de aantrekkingskracht van maan en zon geeft springvloed. Het samenvallen met een planeten-groep heeft een nog veel sterker effect:

(Lukas 21:25-26) 25 En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven. 26 En het hart van de mensen zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden.

Tijdens de dag van het oordeel zullen de getrouwe doden in Christus de stem van de Zoon horen (die met vreugde zal klinken) en ze zullen een opstanding ten leven krijgen met een geestelijk lichaam (1 Kor. 15:44), net zoals de nog levende Christenen dat krijgen die uit de grote verdrukking komen. Onderstaande zei Jezus over getrouwe discipelen die jaarlijks aan de symbolen deel hebben genomen gedurende het vieren van het gedachtenismaal:

(Johannes 6:53-54) 53 Jezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als u het vlees van de Zoon des mensen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in uzelf. 54 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.

Na de opname in de hemel zal de grote menigte kinderen van God – met palmtakken in hun hand – God dankbaar zijn en het Lam hartstochtelijk begroeten

(Openbaring 7:9-10): 9 Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand. 10 En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!
(Daniël 12:3-4) 3 De verstandigen zullen blinken als de glans van het hemelgewelf, en zij die er velen rechtvaardigen, als de sterren, voor eeuwig en altijd. 4 Maar u, Daniël, houd deze woorden geheim en verzegel dit boek tot de tijd van het einde. Velen zullen het onderzoeken en de kennis zal toenemen.

De jaarweek

De 70 weken profetie

(Daniël 9:23-27) 23 Bij het begin van uw (Daniëls) smeekbeden is er een woord uitgegaan en nu ben ik (Gabriel) zelf gekomen om u dat te vertellen, want u bent zeer gewenst. Begrijp dan dit woord en krijg inzicht in het visioen. 24 Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te beëindigen, de zonden te verzegelen, de ongerechtigheid te verzoenen, om een eeuwige gerechtigheid tot stand te brengen, om visioen en profeet te verzegelen, en om de Heiligheid van heiligheden te zalven. 25 U moet weten en begrijpen: vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken. Plein en gracht zullen opnieuw gebouwd worden, maar wel in benauwde tijden. 26 Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn. Een volk van een vorst, een volk dat komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten. Het einde ervan zal zijn in de overstromende vloed en tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is. 27 Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste.

Bepalend is wanneer Jezus de Messias werd, oftewel wanneer werd Jezus gedoopt en de Heilige Geest ontving:

(Mattheüs 3:16) 16 En nadat Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen op uit het water; en zie, de hemelen werden voor Hem geopend, en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Zich komen.

Berekeningen met jaartallen voor de belanghebbenden
Johannes de Doper begon met dopen in het 15e regeringsjaar van Tiberius Caesar (Lucas 3:1-3). Jezus was bij zijn doop ongeveer 30 jaar oud (Lucas 3:21-23). Tiberius regeerperiode begon +/- 14 n.Chr. Het 15e regeringsjaar was dus +/- 29 n.Chr. Dat betekent dat Jezus in +/- 29 n.Chr. de beloofde Messias (gezalfde) is geworden.
Vanaf de tijd dat het woord uitgaat om Jeruzalem te herbouwen tot op de Messias verstrijken er 7+62= 69 weken. Omdat de komst van de Messias bepalend is, is het duidelijk dat dit geen weken van 7 dagen moeten zijn, maar weken van 7 jaar. Het uitgaan van het woord om Jeruzalem te herstellen volgens het decreet van Artaxerxes (Nehemia 2:1-8 en Ezra 7:11-26) moet dan 69 jaarweken eerder zijn geweest.  69 jaarweken = 483 jaar, profetische Bijbelse jaren wel te verstaan, van 360 dagen.
Uitvaardigen decreet: +/- 29 n.Chr. – 476 zonnejaren = +/- 448 v.Chr. (het jaar 0 bestaat niet). Het einde van de 70 weken profetie = +/- 29 n.Chr. + 1 jaarweek = +/- 36 n.Chr.

De 70e jaarweek – als 1e in Jezus dagen en als 2e  in de laatste dagen

Er zijn duidelijke overeenkomsten van de prediking van Jezus versus de prediking van de 2 getuigen en daarmee een dubbele vervulling van de 70e jaarweek. Precies zoals de door Jezus genoemde verdrukking ook een dubbele vervulling heeft (Matt. 24:15-22).

De 1e  vervulling van de 70e  jaarweek
De 70 weken profetie is voor de 1e  vervulling een aaneengesloten periode.
Jezus getuigenis tot de verloren schapen van Israël was gedurende ongeveer 3,5 jaar, van +/- 29 n.Chr. tot +/- 33 n.Chr.  Jezus zal voor velen het verbond 1 week versterken (Dan. 9:27). Vanaf de komst van de Messias in +/- 29 n.Chr.+ 7 jaar = +/- 36 n.Chr. Het betekende het einde van het Oude Verbond. Het Mozaïsche wetsverbond zou voor de Joden na Jezus dood dus nog een halve jaarweek (+/- 3,5 jaar) van kracht blijven. Daarna zouden hun terugkerende offers in de tempel niet meer geaccepteerd worden. Na de eerste halve jaarweek werden ook de heidenen gedoopt zoals de Ethiopische eunuch (Hand. 8:26-39) en werd er gepredikt tot de Samaritanen en tot de heidenen. Ook werden er heidenen geheiligd zoals de Italiaanse hoofdman Cornelius met zijn gezin.

De 2e vervulling van de 70e jaarweek
De vervulling van de twee getuigen profetie door de twee heilige profeten (Op. 11:1-14) zal 42 maanden van 30 dagen (is 1260 dagen of een halve jaarweek) in beslag nemen. Dat is net zo lang als bij Jezus bediening van 3,5 profetisch jaar of eerste halve jaarweek:

(Openbaring 11:2-3,7) 2 Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang. 3 En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen, in rouwkleding gekleed, twaalfhonderdzestig dagen lang profeteren…..7 En wanneer zij hun getuigenis volbracht hebben, zal het beest dat uit de afgrond opkomt, oorlog met hen voeren en het zal hen overwinnen en hen doden.

Wie is dat ‘beest uit de afgrond’ dat de 2 getuigen van God zal doden?

(Openbaring 17:8) 8 Het beest dat u gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit de afgrond en naar het verderf gaan. En zij die op de aarde wonen, van wie niet vanaf de grondlegging van de wereld de naam geschreven staat in het boek des levens, zullen zich verwonderen als zij het beest zien, dat was en niet is, hoewel het er toch is.

Het is de 8e financiële wereldmacht van Centrale Banken met de 10 ongekroonde koningen, degenen die nu de CBDC willen invoeren, gecombineerd met het merkteken.
Deze koningen van de centrale banken zullen de grote schare Christenen in die dagen ongenadig (laten) vervolgen:

Willibr (Openbaring 17:12-14) 12 De tien horens die gij gezien hebt, zijn tien koningen; zij regeren nog niet, maar voor een uur zullen zij koninklijke macht ontvangen, samen met het beest. 13 Zij zijn een van zin, en hun macht en gezag geven zij aan het beest. 14 Zij zullen oorlog voeren tegen het lam, maar het lam zal hen overwinnen; want het lam is de Heer der heren en de koning der koningen, en zij die bij Hem zijn, zijn de geroepenen, de uitverkorenen en de getrouwen.

Het Lam en Zijn discipelen zullen echter glorieus overwinnen.

Volgens uit zowel Op. 11:2-3 (hierboven) als Op. 12:6,14 blijkt dat ‘tijd en tijden en een halve tijd’ = 1260 dagen is of een halve jaarweek.
Voor de 2e  vervulling is het echter geen aaneengesloten periode. De 70e  jaarweek zal in het laatst der dagen beginnen met de vervulling van de twee getuigen profetie tot de verloren schapen van Gods volk, de Christenen (Op. 11:1-14). Na de eerste halve jaarweek zal er getuigenis gegeven worden aan de goddelozen en aan de afgoden-aanbidders door de nog levende Christenen. Nog éénmaal zal er nog een wereldwijd getuigenis worden uitgevoerd (Matt. 24:14). Daarna zal de deur voor redding definitief gesloten worden (Lukas 13:24-27). Vanaf de komst van de twee  profeten + 7 jaar (jaarweek) betekent het einde van het Nieuwe Verbond.

Wanneer het begrip ’tijd’ en ’tijden’ wordt gebruikt, geeft dit aan dat er met een tijd ‘een jaar van 360 dagen’ wordt bedoeld. En dat ‘tijden‘ het dubbele is van tijd, twee jaren van 360 dagen.  Het worden ‘profetische jaren’ genoemd, want zonnejaren tellen 365 dagen. Profetische jaren wijken dus af van de Hebreeuwse kalender die lunisolair is opgebouwd (lunisolair = gebaseerd op de maan en de zon). Een Hebreeuwse maand is gebaseerd op een maancyclus en begint op de nieuwe maan en duurt ongeveer 29,5 dag. Er zijn maanden van 29 dagen en maanden van 30 dagen. Om die reden wordt er in de Hebreeuwse kalender soms een extra maand (Adar) ingevoegd.

Gedurende de twee getuigen profetie (Op. 11:1-14) van 42 maanden (halve jaarweek) zal de Antichrist samen met ‘het beest uit de afgrond’ onze God YHWH lasteren en daarna de heilige profeten doden.
Het is het vertrappen van ‘de heiligen van God’, evenals het complete volk van God op aarde meedogenloos zal worden verdrukt:

(Daniël 7:25) 25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd (halve jaarweek).

(Daniël 12:1) 1 In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, hij die uw volksgenoten bijstaat. Het zal een benauwde tijd zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op die tijd. In die tijd zal uw volk ontkomen: ieder die gevonden wordt, opgeschreven in het boek….

Het einde van de 2e vervulling van de 70e jaarweek
Wanneer komt er precies een einde aan de 70e jaarweek in de laatste dagen? Hoelang zal het nog duren, vroeg 1 van de engelen aan de Mensenzoon, de Man gekleed in linnen in  Daniel 12:5-7. Jezus antwoordde: ‘Nadat er een einde is gemaakt om de macht van het heilige volk stuk te slaan,  als de Antichrist de Christenen gedurende een halve jaarweek vertrapt heeft.’
Daniël begreep het niet en wilde meer weten. De Mensenzoon zei opnieuw; ‘Deze woorden blijven verzegeld tot de tijd van het einde’ (Daniel 12:9).
Velen van Gods volk zullen hun trouw bewijzen en gereinigd en gelouterd worden (Daniel 12:10). Maar dan vervolgt de Mensenzoon met verdere info:

(Daniel 12:11-12) 11 Van de tijd af dat het steeds terugkerende offer weggenomen zal worden en de verwoestende gruwel opgesteld zal zijn, zijn het duizend tweehonderdnegentig dagen. 12 Welzalig is hij die blijft verwachten en duizend driehonderdvijfendertig dagen bereikt.

Met de dood van de twee getuigen is het brengen van (lof-)offers beëindigd. Want de heiligen zijn in zijn (Antichrist) hand gegeven worden (Daniël 7:25). Dan zal in de laatste dagen de verwoestende gruwel – het merkteken – opgesteld worden:

(Daniël 11:31) 31 Dan zullen er uit hem krachtige armen voortkomen. Die zullen het heiligdom en de vesting ontheiligen en het steeds terugkerende offer wegnemen en de verwoestende gruwel opstellen.

Wanneer volgt de opname van de grote schare?
Vanaf de hemelse opname van de 2 getuigen en de heiligen  (na de eerste halve jaarweek) tot de grote oorlog Har–Mágedon zijn het 1290 dagen. 1290 dagen = 3,5 profetische jaren (van 360 dagen) + waarschijnlijk 1 ingevoegde schrikkelmaand van 30 dagen, de 2e maand Adar, een extra maand van 30 dagen.

Vanaf opname heiligen tot einde 70e  jaarweek:   halve jaarweek         – 1260 dagen
.                                                                       ingevoegde maand Adar  –    30 dagen

.                                                                                                               = 1290 dagen
.                                                                                        +  ————————————
.                                                                       Strijd Har–Mágedon        –     45 dagen
.                                                                                        +   ————————————
Vanaf de opname van de heiligen zijn het dan (Daniël 12:12)  :           =  1335 dagen

De bruid en de bruiloft

In profetieën worden vrouwen soms gebruikt als aanduiding van organisaties:

(Galaten 4:22-26) 22 Want er staat geschreven dat Abraham twee zonen had, een van de slavin, en een van de vrije. 23 Maar hij die van de slavin was, is naar het vlees geboren, hij echter die van de vrije was (Sara), door de belofte. 24 Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis; want deze vrouwen zijn de twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinaï, dat kinderen voortbrengt voor de slavernij, dat is Hagar. 25 Want deze (slavin) Hagar is de berg Sinaï in Arabië, en komt overeen met het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij is. 26 Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen.

De bruid van Christus zal worden genomen uit de mensenkinderen, die voor een hoge prijs zijn gekocht:

(Efeze 5:25-27,31-32) 25 Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, 26 opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, 27 opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn….31 Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. 32 Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente.

De apostelen predikten eerst exclusief tot de Joden, maar later tot de heidenen:

(Mattheüs 22:2-3) 2 Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zeker koning die voor zijn zoon een bruiloft bereid had, 3 en hij stuurde zijn dienaren eropuit om de genodigden voor de bruiloft te roepen. Maar zij wilden niet komen.
(Handelingen 13:46) 46 Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig dat het Woord van God eerst tot u gesproken zou worden, maar aangezien u het verwerpt en uzelf het eeuwige leven niet waard oordeelt, zie, wij wenden ons tot de heidenen.
(Romeinen 11:25) 25 Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan.
(Mattheüs 8:11-12) 11 Maar Ik zeg u dat er velen zullen komen van oost en west en zij zullen aan tafel gaan met Abraham, Izak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen, 12 en de kinderen van het Koninkrijk zullen buitengeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal gejammer zijn en tandengeknars.
(Jesaja 66:18,21) 18….De tijd komt dat Ik alle heidenvolken en talen bijeen zal brengen. En zij zullen komen en Mijn heerlijkheid zien….21 Ook zal Ik enigen uit hen tot priesters en Levieten aanstellen, zegt de HEERE.

Deze priesters – volgens Jesaja 66:18,21 – zullen de priesters uit de ‘geheiligde’ heidenen zijn, de geestelijke Judeeërs (Galaten 3:26-29).
De heiligen vormen samen met Jezus een regering  als ‘een paar’ van eenheid, want ze zullen als organisatie Zijn ‘bruid’ worden in de Koninkrijksregering:

(Openbaring 19:7-8) 7 Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. 8 En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen.

Het is de officiële verbintenis van de Christus met de 144.000 heiligen, de bruiloft van het Lam. De bruid is gekleed in smetteloos blinkend fijn linnen als bevestiging van haar rechtvaardige daden. Want de bruid, de 144.000 heiligen, worden als maagden beschreven door hun rechtvaardigheid, getrouwheid en omdat ze zich niet besmet hebben met afgoderij:

(Openbaring 14:4) 4 Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam.

Een van de 7 engelen toonde Johannes de ‘bruid’, die als een bestuursorganisatie wordt afgebeeld, het nieuwe Jeruzalem, de nieuwe Koninkrijksorganisatie:

(Openbaring 21:9-14) 9 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, vol van de zeven laatste plagen, kwam naar mij toe en hij sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam, laten zien. 10 En hij voerde mij weg  in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan. 11 Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis. 12 Zij had een grote en hoge muur met twaalf poorten, en bij die poorten twaalf engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de twaalf stammen van de Israëlieten. 13 Drie poorten op het oosten, drie poorten op het noorden, drie poorten op het zuiden, en drie poorten op het westen. 14 En de muur van de stad had twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam.

Volgens de brief aan de gemeente in Filadelfia zal eenieder die als heilige overwint als een zuil gemaakt worden in Gods tempel met eeuwige bescherming:

(Openbaring 3:12) 12 Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam.

Het huwelijk tussen Jezus en de bruid, de 144.000 heiligen, zal vlak voor de opname van de overige discipelen worden voltrokken.
Dan zullen de getrouwe Christenen de bruiloftsgasten zijn op het bruiloftsfeest, voor het avondmaal van de bruiloft in de hemel:

(Lukas 12:35-37) 35 Laten uw lendenen omgord zijn en de lampen brandend. 36 En u, wees gelijk aan mensen die op hun heer wachten, wanneer hij terugkomt van de bruiloft, om hem, als hij komt en klopt, meteen open te doen. 37 Zalig zijn die slaven die de heer bij zijn komst wakend zal vinden….
(Mattheüs 25:1-2,10) 1 Dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien meisjes, die hun lampen namen en op weg gingen, de bruidegom tegemoet. 2 Vijf van hen waren wijs en vijf waren dwaas…. 10 Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en
zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten.
(Openbaring 19:9) 9 En hij zei tegen mij: Schrijf:
Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God.

Jezus heeft toegezegd om zijn bruiloftsgasten te komen bedienen tijdens het bruiloftsmaal nadat de officiële verbintenis heeft plaatsgevonden:

(Lukas 12:37) 37 ….Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden en hen aan tafel zal nodigen en bij hen zal komen om hen te dienen.

De Koninkrijksregering

De Bruid vormt dus samen met de Bruidegom de Koninkrijksregering.
Het is de belofte van God, die via Mozes tot de  Israëlieten werd gesproken van een koninkrijk van priesters, van een heilig volk:

(Exodus 19:5-6) 5 Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u (Mozes) tot de Israëlieten moet spreken.

Ook Jesaja profeteerde over de Messias en het Koninkrijk:

(Jesaja 9:5-6) 5 Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. 6 Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De na-ijver van de HEERE van de legermachten zal dit doen.

Gods Koninkrijk zal een eind maken aan alle slechtheid en onrechtvaardigheid, het zal een eeuwige vrede teweeg brengen:

(Daniël 2:44) 44 In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet op een ander volk zal overgaan. Het zal al die andere koninkrijken verbrijzelen en tenietdoen, maar zelf zal het voor eeuwig standhouden.
(Daniël 7:13-14) 13 Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen. 14 Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan.

Gods Koninkrijk wordt in de Schrift ook wel ‘het Koninkrijk der hemelen’ genoemd, omdat het Koninkrijk de eerste duizend jaar vanuit de hemel regeert:

(Mattheüs 4:17) 17 Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

De 144.000 heiligen zullen in de hemel een machtiger positie krijgen dan de engelen:

(Daniël 7:27) 27 Maar het koningschap en de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Zijn koninkrijk zal een eeuwig koninkrijk zijn, en alles wat heerschappij heeft, zal Hem eren en gehoorzamen.
(1 Korinthe 6:3) 3 Weet u niet dat wij engelen zullen oordelen?….

Liefde voor geld en materialisme is een groot obstakel om het Koninkrijk binnen te gaan:

(Markus 10:24-25) 24 En de discipelen verbaasden zich over Zijn woorden. Maar Jezus antwoordde opnieuw en zei tegen hen: Kinderen, hoe moeilijk is het dat zij die op rijkdommen vertrouwen, het Koninkrijk van God binnengaan! 25 Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.
(Mattheüs 19:16,21-22) 16 En zie, er kwam iemand naar Hem toe en die zei tegen Hem: Goede Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te hebben?….21 Jezus zei tegen hem: Als u volmaakt wilt zijn, ga dan heen, verkoop wat u hebt, en geef het aan de armen, en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan en volg Mij. 22 Toen de jongeman dit woord gehoord had, ging hij bedroefd weg, want hij had veel bezittingen.

Het is belangrijk om te beseffen dat het Koninkrijk er nu al is voor getrouwe discipelen:

(Lukas 17:20-21) 20 En toen Hem door de Farizeeën gevraagd werd, wanneer het Koninkrijk van God zou komen, antwoordde Hij hun en zei: Het Koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze. 21 En men zal niet zeggen: Zie hier of zie daar, want, zie, het Koninkrijk van God is binnen in u.

Met Jezus als Messias is het Koninkrijk al gekomen voor Zijn discipelen. Jezus leeft in Zijn discipelen, dus als wij Jezus woorden geloven en toepassen, dan is het Koninkrijk van God ook in ons:

(Johannes 14:23) 23 Jezus antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.

Hades en Gehenna

De verschillende betekenissen van ‘graf’
Wat betekent het woord ‘graf’ in de Schrift? In de eerste plaats waar de ‘slapende’ geesten van dode mensen verblijven, het gezamenlijke graf van inactiviteit, ook wel in het Hebreeuws Sje’ol genoemd en in het Grieks Hades genoemd. Het graf wordt ook wel aangeduid als in ‘de kuil’ neerdalen:

(Spreuken 1:12) 12 laten wij hen levend verslinden, zoals het graf, volledig, zoals hen die in de kuil neerdalen.
(Ezechiël 31:16) 16 Door het geluid van zijn val deed Ik de heidenvolken beven, toen Ik hem in het graf deed afdalen met hen die in de kuil neerdalen….

In Hades – het graf van de geesten van mensen – is geen activiteit:

(Prediker 9:10) 10 Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen, want er is geen werk, geen overleg, geen kennis of wijsheid in het graf, waar u naartoe gaat.

Hades is dus het dodenrijk van mensen, maar deze zijn echter in Gods ogen levend:

(Mattheüs 22:32) 32 Ik ben de God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob? God is niet een God van doden, maar van levenden.

Gods volk mag zich om die reden nooit wenden tot waarzeggers (Lev. 19:31) (Deut. 18:11-12). Het zijn nooit de geesten van overleden mensen die antwoorden, die ‘slapen’, maar het zijn onreine geesten. Dit oproepen van geesten wordt ook wel spiritisme genoemd.

Jezus sprak in de Evangeliën over de tweede dood als de hel (Gehenna), het dal van Hinnom, de vuilnisbelt van Jeruzalem waar met zwavel het vuil verbrand werd,  evenals de lichamen van verachte misdadigers:

(Mattheüs 23:33) 33 Slangen, adderengebroed, hoe zou u aan de veroordeling tot de hel (Gehenna) ontkomen?

Gehenna is dus de tweede dood, waar in Openbaring over wordt gesproken als de poel van vuur (Op. 19:20, 20:10,14-15, 21:8). Het is een groot verschil met het als ‘hel’ vertaalde woord voor Hades.
Gehenna is onomkeerbaar, het is de vernietiging of het uitwissen van de geest:

(Openbaring 20:15) 15 En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.

Het Nieuwe Jeruzalem

Het Nieuwe Jeruzalem met zijn tempel
Jeruzalem is enkel een heilige stad als God er in woont.
Direct na de twee profeten zullen ook alle heiligen worden opgenomen in de hemel. Christenen, die Gods tempel op aarde zijn (1 Kor. 3:16, 6:19), zullen in de laatste helft van de 70e jaarweek vervolgd en vertrapt worden. God YHWH zelf zal zich samen met de Messias vestigen in het Nieuwe hemelse  Jeruzalem:

(Openbaring 21:9-10,22-23) 9 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, vol van de zeven laatste plagen, kwam naar mij toe en hij sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam, laten zien. 10 En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan….22 Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam. 23 En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp.

De stad is gereedgemaakt, versierd en mooi gemaakt, als een bruid, omdat deze stad de rechtvaardige koninkrijksregering afbeeldt. De beschreven hemelse stad heeft enorme proporties; 12000 stadiën in de hoogte, breedte en diepte. Eén stadie bedraagt ongeveer 185 meter. 12000 stadiën = +/- 2220 kilometer:

(Openbaring 21:16,19,21) 16 En de stad lag daar als een vierkant, haar lengte was even groot als haar breedte. En hij mat de stad met de meetlat op: twaalfduizend stadiën. Haar lengte, breedte en hoogte waren gelijk….19 En de fundamenten van de muur van de stad waren met allerlei edelgesteente versierd….21 En de twaalf poorten waren twaalf parels. Elke poort apart bestond uit één parel, en de straat van de stad was zuiver goud, als doorzichtig glas.

Door de extreme afmetingen van de stad is het duidelijk dat alleen de organisatie wordt bedoeld die afdaalt. De symbolische hemelse stad (een kubus) heeft al de naam die de stad op de nieuwe aarde zal krijgen. Alleen de stadsbewoners van het Nieuwe Jeruzalem, de organisatie van Jezus, de heiligen, de grote schare en de 24 profeten zullen dus na 1000 jaar afdalen naar de nieuwe aarde:

(Openbaring 21:10) 10 En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan.

God beloofde ons al in Jeremia, dat er een nieuwe stad zou komen, een stad van rechtvaardigheid. Gedurende de ballingschap van de Joden in Babylon ontving Ezechiël een buitengewoon visioen van een stad op een zeer hoge berg. Jeruzalem met zijn 1e tempel was namelijk 14 jaar voor de ballingschap volledig vernietigd:

(Ezechiël 40:1,2) 1 In het vijfentwintigste jaar van onze ballingschap, aan het begin van het jaar, op de tiende van de maand, in het veertiende jaar nadat de stad was verslagen, op diezelfde dag was de hand van de HEERE op mij en bracht Hij mij erheen. 2 In visioenen van God bracht Hij mij naar het land van Israël. Hij zette mij op een zeer hoge berg, met daarop aan de zuidzijde iets als het bouwsel van een stad.
(Openbaring 21:10) 10 En hij voerde mij weg  in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan.

Maar deze symbolische stad zal neerdalen van God vandaan, vanuit de hemel naar de aarde en daar blijkt de stoffelijke tempel met zijn Allerheiligste wel nodig te zijn voor de aanbidding. Daar zal God zich ontfermen over Zijn volk:

(Jesaja 49:8-13) 8 Zo zegt de HEERE: In de tijd van het welbehagen heb Ik U verhoord, en op de dag van het heil heb Ik U geholpen. Ik zal U beschermen en U geven tot een Verbond voor het volk, om de aarde weer op te richten, om de verwoeste erfelijke bezittingen te ontvangen, 9 om te zeggen tegen de gevangenen: Ga uit!, tegen hen die in duisternis verkeren: Kom tevoorschijn! Op de wegen zullen zij weiden, op alle kale hoogten zullen hun weidegronden zijn. 10 Zij zullen geen honger hebben of dorst lijden, hitte en zon zullen hen niet steken, want hun Ontfermer zal hen leiden, Hij zal hen zachtjes leiden naar waterbronnen. 11 Ik zal al Mijn bergen tot een weg maken, Mijn gebaande wegen zullen verhoogd worden. 12 Zie, sommigen zullen van ver komen: zie, anderen uit het noorden en uit het westen, en weer anderen uit het land Sinim. 13 Juich, hemel, en verheug u, aarde, bergen, breek uit in gejuich, want de HEERE heeft Zijn volk getroost, Hij zal Zich over Zijn ellendigen ontfermen.

En zo zal deze stad worden genoemd: YHWH is onze gerechtigheid:

(Jeremia 33:14-16) 14 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik het goede woord gestand zal doen dat Ik gesproken heb tot het huis van Israël en over het huis van Juda. 15 In die dagen en in die tijd zal Ik voor David een SPRUIT van gerechtigheid doen opkomen. Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde. 16 In die dagen zal Juda verlost worden en zal Jeruzalem onbezorgd wonen. Dit is hoe men de stad noemen zal: DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID.
(Jesaja 1:26) 26 Ik zal uw rechters teruggeven als vroeger, en uw raadslieden als in het begin. Daarna zult u genoemd worden: stad van de gerechtigheid, trouwe stad.

Een andere naam voor de stad zal zijn; YHWH is daar, Gods troon is daar:

(Ezechiël 48:35) 35 …….En de naam van de stad zal vanaf die dag zijn: DE HEERE IS DAAR.
(Jeremia 3:17) 17 In die tijd zal men Jeruzalem de Troon van de HEERE noemen. Alle heidenvolken zullen er samenstromen, tot de Naam van de HEERE, tot Jeruzalem. Zij zullen niet meer hun verharde, boosaardige hart achternagaan.
(Openbaring 22:3) 3 En geen enkele vervloeking zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen,….

Heel Israël zal zowat vlak worden en het Nieuwe Jeruzalem zal op de nieuwe aarde verrijzen op exact dezelfde plek als waar het oude Jeruzalem nu is gesitueerd:

(Zacharia 14:9-11) 9 De HEERE zal Koning worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige. 10 Heel het land zal als de Vlakte worden, van Geba tot Rimmon, ten zuiden van Jeruzalem. Maar Jeruzalem zal verheven worden en op zijn plaats bewoond blijven, van de poort van Benjamin af tot de plaats van de vroegere poort toe, tot aan de Hoekpoort, en van de Hananeëltoren af tot aan de perskuipen van de koning. 11 Zij zullen erin wonen, een banvloek zal er niet meer zijn: Jeruzalem zal onbezorgd wonen.

Het huis van God, de tempel, zal verheven worden boven de heuvels. Vele volken met een herkansing, met een natuurlijke opstanding, zullen de God van Jacob zoeken:

(Micha 4:1-3) 1 Het zal echter in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat de volken ernaartoe zullen stromen. 2 Vele heidenvolken zullen op weg gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de HEERE (YHWH) uit Jeruzalem. 3 Hij zal oordelen tussen vele volken en machtige heidenvolken vonnissen, tot ver weg. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren.  (Zie ook Jesaja 2:1-4)

Ook zal de nieuwe stad Jeruzalem op aarde geen toegang verlenen aan onberouwvolle zondaars en vreemden zullen er niet doortrekken:

(Jesaja 52:1) 1 Ontwaak, ontwaak, bekleed u met uw kracht, Sion, trek uw mooiste kleren aan, Jeruzalem, heilige stad! Want voortaan zal in u geen onbesnedene of onreine meer komen.

De stoffelijke tempel in deze stad moet beslist de luisterrijke tempel zijn, die in het visioen van Ezechiël wordt beschreven.

Het tempelvisioen van Ezechiël
In deze nieuwe schepping zal de tempel worden gebouwd door Jezus, de Spruit, naar het model wat beschreven staat in het visioen van Ezechiël (Ez. Hfdstk 40-48).
Ezechiël wordt in het visioen meegevoerd naar een soort stad, een stad als tempelcomplex.
Dat huis van God, die tempel, zal na het gereedkomen de plaats worden van Gods troon:

(Ezechiël 43:7) 7 en Hij zei tegen mij: Mensenkind, dit is de plaats van Mijn troon en de plaats van Mijn voetzolen, waar Ik voor eeuwig wonen zal onder de Israëlieten. Zij die van het huis van Israël zijn, zullen Mijn heilige Naam niet meer verontreinigen, zij en hun koningen, met hun hoererij en met de dode lichamen van hun koningen op hun offerhoogten.

Maar Zacharia schrijft niet alleen over de herbouw van de 2e tempel door Zerubbabel.
De Spruit, Jezus, zal deze nieuwe tempel op de nieuwe aarde bouwen:

(Zacharia 6:11-13) 11 Neem zilver en goud en maak kronen, en zet die op het hoofd van de hogepriester Jozua, de zoon van Jozadak, 12 en zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Zie, een Man – Zijn Naam is SPRUIT – zal uit Zijn plaats opkomen, en Hij zal de tempel van de HEERE bouwen. 13 Ja, Híj zal de tempel van de HEERE bouwen, Híj zal met majesteit bekleed zijn, Hij zal zitten en heersen op Zijn troon. Hij zal Priester zijn op Zijn troon; tussen die Beiden zal vredesberaad plaatsvinden.
(1 Kronieken 17:11-13) 11 En het zal gebeuren, wanneer uw dagen voorbij zijn en u heen gaat naar uw vaderen, dat Ik uw nakomeling na u, die een van uw zonen zal zijn, zal doen opstaan, en Ik zal zijn koningschap bevestigen. 12 Die zal voor Mij een huis bouwen, en Ik zal zijn troon voor eeuwig bevestigen. 13 Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn…

Jezus zal als Koning/Hogepriester in de nieuwe tempel een nauwe band hebben met Zijn Vader en zal met zijn Vader vredesberaad houden op de nieuwe aarde.
De beschreven tempel in het visioen van Ezechiël zal een heerlijkheid hebben, die nog groter zal zijn dan de heerlijkheid van de 1e tempel van Salomo:

(Hagaï 2:10) 10 De heerlijkheid van dit toekomstige huis zal groter zijn dan die van het eerste, zegt de HEERE van de legermachten. In deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de HEERE van de legermachten.

God zal dus vertegenwoordigd zijn in de nieuwe tempel op de nieuwe aarde, zoals Gods aanwezigheid in de eerste tempel afgebeeld werd als tussen de cherubs, op de deksel van de ark van het verbond.

De ark van het Verbond

Als de tempel gereed is, dan komt God bij de mensen en God zal alle tranen van de ogen van Zijn volk afwissen:

(Openbaring 21:4) 4 En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
(Jesaja 25:8) 8 Hij zal de dood voor altijd verslinden, de Heere HEERE zal de tranen van alle gezichten afwissen en de smaad van Zijn volk wegnemen van heel de aarde, want de HEERE heeft gesproken.

Er zal een leven gevende bron ontspringen vanuit de nieuwe tempel:

(Joël 3:17,18) 17 Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben, Die op Sion, Mijn heilige berg, woont. Jeruzalem zal een heiligdom zijn en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken. 18 Op die dag zal het gebeuren dat de bergen van jonge wijn zullen druipen, de heuvels van melk zullen stromen, en alle waterstromen van Juda zullen overlopen van water. Een bron zal uit het huis van de HEERE ontspringen, die het dal van Sittim zal bevochtigen.

Joël beschrijft dezelfde bron die uit de tempel stroomt als de bron die wordt beschreven in Ezechiël 47:12 en Openbaring 22:1,2 :

(Ezechiël 47:12) 12 En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing.
(Openbaring 22:1-2,14) 1 En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. 2 In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken….14 Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan.

In het Nieuwe Jeruzalem staan de bomen met hun bladeren tot genezing (Op. 22:1-2,14) voor de getrouwe opstandelingen met een natuurlijk lichaam. De nieuwe aarde zal vredig zijn door toedoen van de Messiaanse regering:

(Jesaja 11:1-7) 1 Want er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isaï, en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen. 2 Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten: de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van raad en sterkte, de Geest van de kennis en de vreze des HEEREN. 3 Zijn ruiken zal zijn in de vreze des HEEREN. Hij zal niet oordelen naar wat Zijn ogen zien en Hij zal niet vonnissen naar wat Zijn oren horen. 4 Hij zal de armen recht doen in gerechtigheid en de zachtmoedigen van het land zal Hij met rechtvaardigheid vonnissen. Maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze doden. 5 Want gerechtigheid zal de gordel om Zijn heupen zijn, en de waarheid de gordel om Zijn middel. 6 Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven. 7 Koe en berin zullen samen weiden, hun jongen zullen bij elkaar neerliggen.Een leeuw zal stro eten als het rund. 8 Een zuigeling zal zich vermaken bij het hol van een adder, en in het nest van een gifslang zal een peuter zijn hand steken. 9 Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt. 10 Want op die dag zal de Wortel van Isaï er zijn, Die zal staan als banier voor de volken. Naar Hém zullen de heidenvolken vragen. Zijn rustplaats zal heerlijk zijn.

Al degenen van de onrechtvaardigen met een natuurlijk lichaam, die van goede wil zijn, zullen dan zeggen:

(Jesaja 2:2-3) 2 Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen. 3 Vele volken zullen gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.

Vele berouwvolle mensen zullen de nieuwe tempel, die door de Spruit op de hoge berg is gebouwd, gaan bezoeken en willen onderwezen worden en YHWH aanbidden:

(Jesaja 66:22-23) 22 Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik ga maken, voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt de HEERE, zo zullen ook uw nageslacht en uw naam blijven staan. 23 En het zal geschieden dat van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat alle vlees zal komen om zich neer te buigen voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.

Toch kunnen  personen – die in het boek des levens staan – weer ontaarden in goddeloos gedrag wanneer Satan vrijkomt:

(Op.20:7-9) 7 En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. 8 En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen.

Satan zal nog velen misleiden en zal dan eveneens in de poel van vuur worden geworpen  (Op. 20:10). Deze goddeloze personen zijn niet meer welkom in het Nieuwe Jeruzalem  (Op.21:27).
Daar, van toegang tot het Nieuwe Jeruzalem buitengesloten, is er geen redding meer mogelijk, hun einde zal komen. Het is de tweede onomkeerbare dood:

(Openbaring 21:8) 8 Maar wat betreft de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.

De Schrift is helder, er zal geen plek zijn voor onberouwvolle, goddeloze mensen.
Niet meer op de nieuwe aarde.

De opname in de hemel met het geestelijke lichaam

Mensen zijn geschapen naar Gods (en Jezus) geestelijke beeld:

(Genesis 1:26) 26 En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis….

Jezus hemelse geestelijke lichaam
(Mattheüs 16:28) 28 Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen van hen die hier staan, die de dood niet zullen proeven voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.

Petrus, Jakobus en Johannes kregen een voorproefje gedurende Jezus aardse bediening. Ze beklommen een hoge berg, waarna Jezus een transfiguratie onderging. Jesus verscheen in een andere gedaante, met een geestelijk lichaam, in gesprek met Mozes en Elia:

(Mattheüs 17:1-3) 1 En na zes dagen nam Jezus Petrus en Jakobus en Johannes, zijn broer, met Zich mee en bracht hen op een hoge berg, alleen hen. 2 En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht. 3 En zie, aan hen verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.

Jezus geestelijke lichaam na de opstanding op aarde
Twee discipelen, op weg naar het dorp  Emmaüs, herkenden Jezus niet meteen:

(Lukas 24: 30-32) 30 En het gebeurde, toen Hij met hen aan tafel aanlag, dat Hij het brood nam en het zegende. En toen Hij het gebroken had, gaf Hij het aan hen. 31 En hun ogen werden geopend, en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. 32 En zij zeiden tegen elkaar: Was ons hart niet brandend in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak en voor ons de Schriften opende?

Ook de andere discipelen herkenden Jezus niet meteen en daarom Jezus liet zijn handen en voeten zien. Jezus sprak over ‘vlees en beenderen’ betreffende zijn geestelijk lichaam. Hij liep met doorboorde voeten, at vis met zijn doorboorde handen en liep met een dodelijk lanssteek in zijn zij:

(Lukas 24:39-43) 39 Zie Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het Zelf. Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb. 40 En terwijl Hij dit zei, liet Hij hun de handen en de voeten zien. 41En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zei Hij tegen hen: Hebt u hier iets te eten? 42 En zij gaven Hem een stuk van een gebakken vis en van een honingraat. 43 En Hij nam het aan en at het voor hun ogen op.

Jezus verschijning met een gematerialiseerd geestelijk lichaam heeft qua lichaam veel gelijkenis  met dat van de engelen, die gezondigd hebben in de dagen van Noach:

(Genesis 6:1-2,4) 1 En het gebeurde, toen de mensen zich op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen en er dochters bij hen geboren werden, 2 dat Gods zonen de dochters van de mensen zagen dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die zij uitgekozen hadden….4 In die dagen, en ook daarna, waren er reuzen op de aarde, toen Gods zonen bij de dochters van de mensen waren gekomen en die kinderen voor hen baarden; dit zijn de geweldenaars van oude tijden af, mannen van naam.

Deze engelen hadden – met hun gematerialiseerde lichaam – gemeenschap met de dochters van de mensen. Jezus kon met Zijn geestelijk gematerialiseerd lichaam door een gesloten deur binnenkomen:

(Johannes 20:19-20,26-27) 19 Toen het nu avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de plaats  waar de discipelen bijeen waren, uit vrees voor de Joden gesloten waren, kwam Jezus en Hij stond in hun midden en zei tegen hen: Vrede zij u! 20 En nadat Hij dit gezegd had, liet Hij hun Zijn handen en Zijn zij zien. De discipelen dan verblijdden zich toen zij de Heere zagen….26 En na acht dagen waren Zijn discipelen weer binnen en Thomas was bij hen. Jezus kwam terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zei: Vrede zij u. 27 Daarna zei Hij tegen Thomas: Kom hier met uw vinger en bekijk Mijn handen, en kom hier met uw hand en steek die in Mijn zij; en wees niet ongelovig, maar gelovig.

Uit deze voorbeelden – na Jezus opwekking – blijkt, dat een geestelijk lichaam zich kan materialiseren en verder kan functioneren als een natuurlijk lichaam.
Er is volgens Paulus echter onderscheid tussen een natuurlijk lichaam en een geestelijk lichaam:

(1 Korinthe 15:44) 44 Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam.

De grondtaal laat heel duidelijk zien wat het verschil is tussen een natuurlijk en een geestelijk lichaam:

Het Griekse woord wat wordt gebruikt voor een natuurlijk lichaam is psychikon, wat wil zeggen; een natuurlijk lichaam, een levende ziel.

Het Griekse woord wat wordt gebruikt voor een geestelijk lichaam is pneumatikon, wat wil zeggen; een geestelijk lichaam,  een levende geest.

Paulus onderwees de Christenen in Korinthe dat Christenen hun natuurlijke lichaam zouden verlaten:

(2 Korinthe 5:8-9) 8 Maar wij hebben goede moed en wij hebben er meer behagen in om uit het lichaam uit te wonen en bij de Heere in te wonen. 9 Daarom stellen wij er ook een eer in, hetzij inwonend, hetzij uitwonend, om Hem welbehaaglijk te zijn.

Dit wordt ook bevestigd in de brief aan de Filippenzen:

(Filippenzen 3:20-21) 20 Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, 21 Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.

Om Jezus in de hemel te kunnen zien zoals Hij nu is, moeten we als Christenen met ons lichaam gelijk worden gemaakt aan Jezus. Gelijkgemaakt met een geestelijk lichaam met bijzondere eigenschappen:

(1 Johannes 3:2) 2 Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is.
(Romeinen 6:4-5) 4 Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen. 5 Want als wij met Hem één plant zijn geworden, gelijkgemaakt aan Hem in Zijn dood, dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in Zijn opstanding.

Paulus geeft een verdere uitleg over het geestelijke lichaam:

(1 Korinthe 15:39-44,50-53) 39 Alle vlees is niet hetzelfde vlees, want het vlees van mensen is verschillend, en het vlees van dieren is verschillend, en dat van vissen is verschillend, en dat van vogels is verschillend. 40 En er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend, en die van de aardse is verschillend. 41 De glans van de zon is verschillend, en de glans van de maan is verschillend, en de glans van de sterren is verschillend, want de ene ster verschilt in glans van de andere ster. 42 Zo zal ook de opstanding van de doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. 43 Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. 44 Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam...50 Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet. 51 Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden. 53 Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden.

Wanneer er over de opname van Christenen in de hemel wordt gesproken, wordt er net als bij Jezus een opname met een geestelijk lichaam bedoeld.
Voor alle discipelen met een geestelijk lichaam geldt, dat ze niet meer huwen:

(Mattheüs 22:30) 30 Want in de opstanding nemen ze niet ten huwelijk en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar ze zijn als engelen van God in de hemel.

Na de finale oorlog (Armageddon) tegen het Lam zal de hemelse opname  met  een geestelijk lichaam voor de grote schare voltooid worden.
Alle discipelen die tot de grote schare behoren, met een geestelijk lichaam, hebben eeuwig leven ‘onder voorwaarden’, en kunnen net zo bestraft worden als Satan en zijn onreine engelen.

Waar moeten alle discipelen dan blijven in de hemel, in het Nieuwe Jeruzalem?

(Johannes 14:2-3) 2 In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken. 3 En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.

Jezus wil al Zijn getrouwe discipelen graag bij zich hebben:

(Johannes 12:26) 26 Als iemand Mij dient, laat hij Mij volgen, en waar Ik ben, daar zal ook Mijn dienaar zijn. En als iemand Mij dient, zal de Vader hem eren.
(Johannes 17:24) 24 Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld.

Het oordeel

(Handelingen 24:15) 15 Ik heb hoop op God – zij zelf verwachten het ook – dat er een opstanding van de doden zal zijn van zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen.

Als alle koninkrijken van de wereld van God YHWH en zijn Messias zijn geworden is de tijd aangebroken om te oordelen:

(Openbaring 11:18) 18 ….. en Uw toorn is gekomen en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden, en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om hen te vernietigen die de aarde vernietigden.

Het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden heeft betrekking op de dagen na de de opname van de grote schare in de hemel, gevolgd door de grote ramp van vuur waarbij alle leven op aarde zal eindigen en alle goddeloze mensen op aarde zullen sterven, waarna Satan zal worden opgesloten:

(Openbaring 20:1-3,13-15) 1 En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. 2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, 3 en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten….13 En de zee gaf de doden die in haar waren. Ook de dood en het rijk van de dood gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder overeenkomstig zijn werken. 14 En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood. 15 En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen. 

De sleutel van de afgrond (Tartarus) betreft geen echte sleutel, maar een bevoegdheid om te handelen, net zoals Petrus de (symbolische) sleutels van het koninkrijk der hemelen werd gegeven. De engel die neerdaalt heeft een volmacht van Jezus ontvangen:

(1 Petrus 3:22) 22 Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn.

In Op. 20:14 staat, dat ‘het rijk van de dood’, van Hades, vernietigd wordt. De tijd van weer nieuwe herkansingen is daarmee definitief voorbij. Wie van de onrechtvaardige doden een positief oordeel ontvangt zit in de laatste beslissende herkansing.
Wat het oordeel betreft, er is namelijk door God een dag bepaald – de laatste dag – waarin het oordeel in 1 keer wordt afgewikkeld en waarbij de boeken worden geopend:

(Handelingen 17:31) 31 en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan.
(Openbaring 20:11-12) 11 En ik zag een grote witte troon, en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was. 12 En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, overeenkomstig hun werken.

Jezus zit op de witte troon (Matt. 25:31) en zal de rechter zijn en het oordeel vellen:

(Johannes 5:22,30) 22 Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven,….30 Ik kan van Mijzelf niets doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig,  want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft.
(Handelingen 10:40,42) 40 Deze heeft God opgewekt op de derde dag en Hij heeft gegeven dat Hij zou verschijnen,….42 En Hij heeft ons bevolen tot het volk te prediken en te getuigen dat Hij Degene is Die  door God aangesteld is tot een Rechter over levenden en doden.
(Johannes 5:25) 25 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De tijd komt en is nu dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen, en dat wie hem horen, zullen leven.

De ‘overigen’ overledenen
In Op. 20:5 staat een tussengevoegde zin en die wordt daarom ook wel eens tussen haakjes geplaatst:

(Openbaring 20:5) 5 (Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren.)…..

Niet alleen de rechtvaardigen, echter ‘allen’ in de graven, ook de onrechtvaardigen, zullen op die dag van het oordeel de stem van de Zoon horen:

Willibr.(Johannes 5:28-29) 28 Verwondert u niet hierover: er zal een uur komen, waarop allen die in de graven zijn, zijn stem zullen horen. 29 Dan zullen zij die het goede deden, eruit tevoorschijn komen tot de opstanding ten leven, maar die het kwade deden tot de opstanding ten oordeel.

Alle (gestorven) volken zullen vóór Jezus bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt:

(Mattheüs 25:31-34,41,46) 31 Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. 32 En vóór Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. 33 En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand. 34 Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld….41 Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is….46 En dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.

De mensen die vernietigd zullen worden, worden afgebeeld als de bokken.

(Handelingen 24:15) 15 Ik heb hoop op God – zij zelf verwachten het ook – dat er een opstanding van de doden zal zijn van zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen.
(2 Korinthe 5:10) 10 Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

De rechtvaardigen
De opstanding ten leven betekent dat al degenen die in Christus zijn de stem van de Zoon horen (die met vreugde zal klinken) en ontvangen de ‘geestelijke’ opstanding met een geestelijk lichaam, ieder in zijn volgorde:

Willibr, (Johannes 5:24) 24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie luistert naar mijn woord en gelooft in Hem die Mij zond, heeft eeuwig leven en is aan geen oordeel onderworpen, hij is immers reeds uit die dood naar het leven overgegaan.
(Johannes 3:17-18, 36) 17 Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God….36 Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.
(Johannes 6:40) 40 En dit is de wil van Hem Die Mij gezonden heeft, dat ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven heeft, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.
(Openbaring 7:14) 14 En ik zei tegen hem: U weet het, mijn heer. En hij zei tegen mij: Dezen (de grote schare rechtvaardigen) zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam.

De onrechtvaardigen
De opstanding ten oordeel betekent niet een levende opstanding met een ‘geestelijk lichaam’. Bij die opstanding zal alleen het oordeel worden meegedeeld.
Deze slapende geesten in Hades zullen tijdelijk worden gewekt (ze zullen immers Zijn stem horen) en aan hen zal alleen het oordeel worden meegedeeld. Als het een positief oordeel is, mogen ze weer verder ‘slapen’ totdat de 1000 jaar is verstreken.
Na de 1000 jaar ontvangen ze een opstanding met een natuurlijk lichaam op ‘de nieuwe aarde’ – die dan in gereedheid is gebracht met de tempel – en beërven ze het Koninkrijk. De doden, die nog niet over de Christus gehoord hebben, zullen geoordeeld worden op basis van hun werken:

(Openbaring 20:12) 12….En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, overeenkomstig hun werken.

Maar met de doden die de Christus verworpen hebben, of die door hun gedrag of leefwijze grove zonden hebben begaan, daarmee loopt het niet goed af.
De goddelozen, die niet in het boek van het leven staan, worden uitgewist:

(2 Thessalonicenzen 1:8-9) 8 wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. 9 Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht,
(Psalm 37:9) 9 Want de kwaaddoeners zullen uitgeroeid worden, maar wie de HEERE verwachten, die zullen de aarde bezitten.
(Johannes 3:18) 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.
(Johannes12:48) 48 Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag.
(2 Petrus 3:7) 7 Maar de hemelen die er nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde Woord als een schat weggelegd en worden voor het vuur bewaard tot de dag van het oordeel en van het verderf van de goddeloze mensen.

De goddelozen verdwijnen in de poel van vuur (Op. 11:18, 20:15, 21:8) :

(2 Thessalonicenzen 1:8-9) 8 wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. 9 Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht,

We kunnen er zeker van zijn dat het oordelen in rechtvaardigheid zal gebeuren. Openbaring bevestigt, dat dit rechtvaardig oordelen mede mogelijk is door de zeven Geesten van God, die over de hele aarde uitgezonden zijn:

(Openbaring 5:6) 6 En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren (levende schepselen) en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde.
(Johannes 5:30) 30 Ik kan van Mijzelf niets doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft.

Het oordelen van de onrechtvaardigen betreft zowel mensen als onreine engelen:

(Judas 1:6) 6 En de engelen die hun oorspronkelijke staat niet hebben bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij voor het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien in de duisternis in verzekerde bewaring gesteld.

De nieuwe Hemel en de nieuwe Aarde

De betekenis van ‘nieuwe’ in nieuwe hemel en nieuwe aarde
(Jesaja 65:17) 17 Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden, ze zullen niet meer opkomen in het hart.
(Jesaja 66:22) 22 Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik ga maken, voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt de HEERE, zo zullen ook uw nageslacht en uw naam blijven staan.
(2Petrus 3:13) 13 Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.
(Openbaring 21:5) 5 En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar,…

In 2 Petrus 3:13 is het gebruikte Griekse woord voor ‘nieuwe’ afgeleid van KAINOS.
Volgens W.E. Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words betekent kainos: “new,” of that which  is unaccustomed or unused, not “new” in time, recent, but “new” as to form or quality, of different nature from what is contrasted as old.
Kainos wordt dus gebruikt om een vorm of kwaliteit aan te geven en betekent vers, ongebruikt, gloednieuw.
Zoals ook toegepast op nieuwe wijn in Mattheüs 9:

(Mattheüs 9:17) 17 Ook doet men geen nieuwe wijn in oude leren zakken; anders barsten de zakken, en de wijn stroomt eruit, en de zakken gaan verloren; maar men doet nieuwe wijn in nieuwe zakken, en beide blijven behouden.

De ‘nieuwe’ aarde zal geen gereinigde of opgeknapte aarde zijn, maar een ongebruikte, gloednieuwe aarde.
William Vine neemt vervolgens zowel Jesaja 65:17 als 66:22 (bovenstaande Schriftplaatsen) als 1 tafereel letterlijk, als handelend over 1 onderwerp.

(Psalm 102:26-28) 26 U hebt voorheen de aarde gegrondvest, de hemel is het werk van Uw handen. 27 Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden; zij alle zullen verslijten als een kleed. U zult ze verwisselen als een gewaad en zij zullen verdwijnen. 28 Maar U blijft Dezelfde, aan Uw jaren zal geen einde komen.

De Psalmist spreekt erover dat de aardoppervlakte ‘verwisseld’ zal worden als een mantel of gewaad. De kosmische planeet aarde zelf zal dus blijven functioneren als drager van die ‘nieuwe’ mantel of gewaad.
Het enige wat verwisseld wordt is dus het kleed, de buitenlaag of toplaag.
Met een nieuwe aarde zal de vloek van de ‘oude’ aardbodem opgeheven zijn (Gen. 3:17). Ook Jesaja bevestigd in het hierna volgende gedeelte, dat de hemel zal uiteenvallen en dat de aarde als een kleed zal verslijten:

(Jesaja 51:6) 6 Sla uw ogen op naar de hemel en aanschouw de aarde beneden, want de hemel zal verdwijnen als rook, de aarde zal verslijten als een kleed, evenzo zullen haar bewoners sterven. Maar Mijn heil zal voor eeuwig bestaan, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden. 
(Mattheüs 24:35) 35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan.

De kosmische planeet aarde zelf zal dus blijven functioneren als drager van een ‘nieuwe’ mantel of gewaad:

(Hebreeën 1:10-12) 10 En: In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen. 11 Die zullen vergaan, maar U blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad, 12 en als een mantel zult U ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar U bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden.
(Psalm 102:26-27) 26 U hebt voorheen de aarde gegrondvest, de hemel is het werk van Uw handen. 27 Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden; zij alle zullen verslijten als een kleed. U zult ze verwisselen als een gewaad en zij zullen verdwijnen. (zie ook Openbaring 6:12-14)

Hoe dat veranderen of verwisselen in zijn werk gaat staat geschreven in 2 Petrus, waar staat dat de hemelen en aarde voor het vuur zijn opgespaard tot de dag van het oordeel:

(2 Petrus 3:7,10) 7 Maar de hemelen die er nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde Woord als een schat weggelegd en worden voor het vuur bewaard tot de dag van het oordeel en van het verderf van de goddeloze mensen. Als een dief in de nacht….10 Maar de dag van de Heere zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden.

Voorafgaand aan deze intens hete ontbinding van de elementen zullen zich heftige taferelen afspelen:

(Openbaring 6:12-17) 12 En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, 13 en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. 14 En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt. 15 En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. 16 En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. 17 Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?
(Jesaja 24:19-20) 19 Scheuren, openscheuren zal de aarde, splijten, opensplijten zal de aarde, vervaarlijk wankelen zal de aarde, 20 hevig waggelen zal de aarde, als een dronkaard. Zij zal heen en weer slingeren als een nachthutje, haar overtreding zal zwaar op haar drukken, zij zal neervallen en niet meer opstaan.

Wanneer de Zoon des mensen zich zal openbaren (en de Christenen van de grote schare in de hemel zijn opgenomen en in veiligheid gebracht), dan zal het vuur losbranden op de aarde.
Dit zal geen symbolisch vuur zijn, maar echt vuur en zwavel zoals beschreven in Lukas:

(Lukas 17:28-30) 28 Op dezelfde manier ook, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. 29 Op de dag echter waarop Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel uit de hemel en bracht hen allen om. 30 Evenzo zal het zijn op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.

Alle door mensen gebouwde werken zullen verbranden. Zelfs de dampkring, zeeën en oceanen zullen verdampen met een gedruis:

(2 Petrus 3:10) 10 Maar de dag van de Heere zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden.

De opstanding met een natuurlijk lichaam

De positief geoordeelden zullen een herkansing ontvangen, naar het voorbeeld van het visioen van Ezechiël , met een natuurlijke lichamelijke opstanding:

(Ezechiël 37:1-6,24-25) 1 De hand van de HEERE was op mij, en de HEERE bracht mij in de geest naar buiten en zette mij neer, midden in een vallei. Die lag vol beenderen. 2 Hij deed mij er aan alle kanten omheen gaan. En zie, er lagen er zeer veel op de grond van de vallei, en zie, ze waren zeer dor. 3 Hij zei tegen mij: Mensenkind, zullen deze beenderen tot leven komen? En ik zei: Heere HEERE, Ú weet het! 4 Toen zei Hij tegen mij: Profeteer tegen deze beenderen en zeg tegen hen: Dorre beenderen, hoor het woord van de HEERE. 5 Zo zegt de Heere HEERE tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen. 6 Ik zal pezen op u leggen, vlees op u doen komen, een huid over u heen trekken, en geest in u geven, zodat u tot leven komt. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben….24 En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn. Voor hen allen zal er één Herder zijn. Zij zullen in Mijn bepalingen wandelen en Mijn verordeningen in acht nemen en die houden. 25 Zij zullen wonen in het land dat Ik aan Mijn knecht, aan Jakob, gegeven heb, waarin uw vaderen gewoond hebben. Zij zullen daarin wonen, zij met hun kinderen en hun kleinkinderen, tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal tot in eeuwigheid hun Vorst zijn.

Voor de getrouwe bewoners van de nieuwe aarde geldt een eeuwige beloning. Voor al de Christenen die neergedaald zij uit de hemel met een geestelijk gematerialiseerd lichaam is hun lichaam onverderfelijk. Zij bestaan uit Christus discipelen, uit Judeeërs en geestelijke Judeeërs (Gal. 3:29). Na 1000 jaar zal de natuurlijke lichamelijke opstanding van de overige doden (Op. 20:5) een grandioze en vreugdevolle manifestatie zijn:

Er zal eeuwig leven zijn voor al de opstandelingen met een natuurlijk lichaam die getrouw hun Schepper zullen zoeken. Ze zullen eeuwig jong blijven door de bron van leven, die ook de boom des levens met zijn genezende bladeren van water voorziet:

(Joël 3:18) 18 Op die dag zal het gebeuren dat de bergen van jonge wijn zullen druipen, de heuvels van melk zullen stromen, en alle waterstromen van Juda zullen overlopen van water. Een bron zal uit het huis van de HEERE ontspringen,
(Zacharia 13:1) 1 Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid.
(Zacharia 14:8-9) 8 Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: ’s zomers en ’s winters zal het plaatsvinden. 9 De HEERE zal Koning worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige.
(Openbaring 7:17) 17 Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.
(Johannes 4:14) 14 maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.

Alleen degenen die geschreven staan in de boekrol des levens van het Lam, reine personen, mogen in het Nieuwe Jeruzalem komen en alleen zij mogen van de bladeren tot genezing nemen. Zij mogen het Nieuwe Jeruzalem dus slechts onder voorwaarden betreden.
Daar, op de nieuwe aarde, met hun tweede kans, is er voor verstokte onberouwvolle goddeloze mensen verder geen redding meer mogelijk. Hun einde zal dan komen door ouderdom, ziekte of vernietiging:

(Openbaring 21:27) 27 Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.
(Openbaring 22:14) 14 Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan.

Jesaja is helder, wie in de herkansing nog een zondaar is, zal op de nieuwe aarde vervloekt zijn:

(Jesaja 65:19-20) 19 En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem en vrolijk zijn over Mijn volk. Geen stem van geween zal erin meer gehoord worden, of een stem van geschreeuw. 20 Daar zal niet meer zijn een zuigeling die maar enkele dagen leeft of een oude man die zijn dagen niet zal volmaken, want een jonge man zal sterven als een honderdjarige, maar een zondaar, al is hij honderd jaar, zal vervloekt worden.

Voor alle getrouwe bewoners van de nieuwe aarde geldt een eeuwige beloning:

(Mattheüs 5:5) 5 Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.

Als laatste zal de dood als gevolg van onvolmaaktheid van de mensen uitgewist worden, er zal niemand meer sterven van ouderdom of ziekte:

(Openbaring 20:14) 14 En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood.

De laatste strijd op de nieuwe aarde

Wanneer Satan na iets meer dan 1000 jaar uit Tartarus wordt vrijgelaten zal hij weer velen beïnvloeden en zal hen weten te mobiliseren in een verstikkende aanval, waarbij de aanvallers Jeruzalem en de legerplaats zullen omsingelen:

(Openbaring 20:9) 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad….

Gedurende die oorlog tegen Gods volk zal blijken dat vele personen weer zijn ontaard in goddeloos gedrag:

(Ezechiël 38:2,11) 2 Mensenkind, richt uw blik op Gog, het land van Magog, de oppervorst van Mesech en Tubal, en profeteer tegen hem….11 U zult zeggen: Ik zal optrekken tegen een niet ommuurd land, komen bij mensen die rustig en onbezorgd wonen, die allen zonder muur en grendel wonen en geen poorten hebben….
(Ezechiël 39:1-4) 1 En u, mensenkind, profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal! 2 Ik zal u omkeren, u meeslepen, u doen optrekken uit het uiterste noorden en u op de bergen van Israël brengen, 3 maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen. 4 Op de bergen van Israël zult u vallen, u en al uw troepen, en de volken die met u zijn. Ik heb u aan allerlei soorten roofvogels en aan de dieren van het veld tot voedsel gegeven.

Gog en Magog zijn aanduidingen voor tegenstanders van Gods volk op de nieuwe aarde. Satan zal de vorst Gog en het volk van Magog als een talrijk leger verzamelen (Eze. 38:11-12) voor de oorlog tegen Gods volk, waarna God hen definitief vernietigd in de tweede onherroepelijke dood:

(Openbaring 20:7-10) 7 En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. 8 En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. 10 En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.

Wanneer deze strijd van ‘de opstandelingen zonder berouw’ ontbrandt tegen Jeruzalem met de Koninkrijksregering, de grote schare en alle personen met een herkansing, dan zal God voor een buitengewone uitweg zorgen:

(Micha 1:3-4) 3 Want zie, de HEERE komt uit Zijn woonplaats, Hij daalt af en treedt op de hoogten van de aarde. 4 De bergen smelten onder Hem weg, de dalen splijten als was voor het vuur, als water dat langs een helling vloeit.

Satan gaat dus vol los om de getrouwe kinderen van God nog een keer met een leger aan te vallen. Als de kinderen van God in Jeruzalem geen kant meer uit kunnen, dan zal God de Olijfberg splitsen net zoals God destijds de Golf van Aqaba scheidde (in de Schrift ook wel de Schelfzee genoemd):

(Zacharia 14:4-5) 4 Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, ten oosten ervan. Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen. Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de ene helft van de berg naar het noorden zal wijken en de andere helft ervan naar het zuiden. 5 Dan zult u vluchten door het dal van Mijn bergen, want het dal tussen de bergen zal reiken tot Azal. Ja, u zult vluchten, zoals u gevlucht bent voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. Dan zal de HEERE, mijn God, komen: al de heiligen met U!.

Er zal een doorgang door de Olijfberg komen van Oost naar West op de nieuwe aarde. We kunnen zeker weten dat de profeet Zacharia spreekt over de aanval op de nieuwe aarde, omdat in Zacharia 14:8-9 gesproken wordt over ‘levend water’ dat vanuit Jeruzalem zal stromen en God YHWH weer Koning zal zijn.
De Olijfberg wordt gescheiden van de stad Jeruzalem door de smalle bedding van de Kidron vallei, waar door hevige regenval in de winter een beek liep (Joh. 18:1). Een deel van de Kidron vallei, het bredere gedeelte, wordt het dal van Josafat genoemd (het dal van de rechtspraak):

(Joël 3:1-2) 1 Want zie, in die dagen en in die tijd, als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem, 2 zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat. Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren, vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël, dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben. Mijn land hebben zij verdeeld.

Gedurende deze aanval zal God rechtspraak doen voor de onomkeerbare 2e dood, de eeuwige dood. Dit uitwissen – teniet te doen Hebr. 2:14 –  is ook wat de Duivel na deze strijd te wachten staat. Satan en zijn demonen zullen dan verpletterd worden:

(Hebreeën 2:14,15) 14 Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen, 15 en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.
(Mattheüs 25:41) 41 Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is.
(Romeinen 16:20) 20 En de God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren.
(Openbaring 20:10) 10 En de duivel, die hen misleidde,  werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook  het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht  gepijnigd worden in alle eeuwigheid.

Na deze oorlog en de vernietiging van Satan zal de Christus Zichzelf onderwerpen aan de Vader, opdat God YHWH de rechtmatige Koning in allen zal zijn:

(1 Korinthe 15:28) 28 En wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf Zich onderwerpen aan Hem Die alle dingen aan Hem onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn.

Slot

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *