Boek: De Openbaring deel 3

Openbaring deel 3.pdf

Het boek Openbaring, vers voor vers uitgewerkt                                                    versie 1.2

Inleiding:
Het boek ‘De Openbaring’ betreft het onthullen van Gods voornemen voor de nabije toekomst en voor het eeuwige leven en geeft inlichtingen en raad voor Zijn volk.
In ongeveer 96 n.Chr. zendt de uit de dood opgewekte en verheerlijkte Jezus een engel naar Johannes, die in gevangenschap was op het Griekse eiland Patmos.
De apostel Johannes was de enige nog levende apostel in die dagen.
Deze gezonden engel onthult in een visioen, welke plagen de mensheid allemaal zullen gaan treffen. Het visioen heeft vooral betrekking op de laatste dagen, op de wederkomst en opname van Christenen maar ook op het eeuwige leven.
Veel zorg is besteed om de symboliek zo nauwkeurig mogelijk te interpreteren.

Inhoudsopgave deel 3:

Hoofdstuk  8:  De zeven bazuinen
Hoofdstuk  9:  De eerste en de tweede wee
Hoofdstuk 10: Het boekje dat Johannes moest eten
Hoofdstuk 11: Het meten van de tempel en de 2 getuigen profetie

.                         (Alle aanhalingen uit de Herziene Statenvertaling)


Hoofdstuk 8: De zeven bazuinen

  • (Op. 8:1) 1 En toen het Lam het zevende zegel geopend had, kwam er een stilte in de hemel van ongeveer een halfuur.

Met de opening van het zevende en laatste zegel komt er een aankondiging van een heel nieuw niveau van plagen, want nadat het Lam het zevende zegel geopend heeft valt er een stilte in de hemel van een half uur.
Het is een verschrikkelijke stilte, alsof de adem van spanning wordt ingehouden.
Dit half uur is de overgang van ‘begin van de weeën’ naar de grote verdrukking:
(Mattheüs 24:7-8) 7 Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten en aardbevingen in verscheidene plaatsen. 8 Maar al die dingen zijn nog maar een begin van de weeën.
(Mattheüs 24:9-10) 9 Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en u doden, en u zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijn Naam. 10 En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten.

  • Willibr. (Op. 8:2) 2 Toen zag ik de zeven engelen die voor Gods aangezicht staan, en hun werden zeven trompetten gegeven.

En ik zag de zeven engelen die voor Gods aangezicht ‘staan’ en niet zoals in veel vertalingen staat ‘stonden’. Deze engelen zijn voortdurend aanwezig voor Gods troon, vrijwel zeker de 7 serafs, de zeven geesten of vurige fakkels die voor Gods troon  zijn. Zie hiervoor de beschrijving bij (Op. 1:4). Serafs zijn ‘levende schepselen’ met een hoge positie, zoals blijkt uit Op. 15:7, waar een seraf de zeven gouden schalen van gramschap uitreikt aan de zeven engelen. Aan ieder werd een bazuin gegeven, waar in volgorde op geblazen zal worden. Omdat de 7 serafs voortdurend voor Gods troon zijn, is het een tafereel alsof God zelf op de bazuinen blaast.

  • (Op. 8:3) 3 En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan. Aan hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij dat samen met de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar vóór de troon zou leggen.

Het hemelse Jeruzalem heeft een symbolische replica van de tempel in Jeruzalem.
Het reukoffer altaar in de hemel stond in het Heilige gedeelte voor het scheidings-gordijn. Dit scheidingsgordijn is met de dood van Jezus in tweeën gescheurd:
(Markus 15:37-38) 37 En roepend met luide stem gaf Jezus de geest. 38 En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden.
De ‘andere engel’ (Op. 8:3) is eveneens een seraf, want serafs hebben toegang tot het reukoffer altaar:
(Jesaja 6:6-7) 6 Maar een van de serafs vloog naar mij toe, en hij had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met een tang van het altaar had genomen. 7 Daarmee raakte hij mijn mond aan en zei: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt. Zo is uw misdaad van u geweken en uw zonde verzoend.
Het gouden reukofferaltaar staat dus sinds Jezus dood rechtstreeks, zonder voorhangsel, voor Gods troon. De ark van het verbond was de tegenbeeldige troon van God. Aan deze seraf werd veel reukwerk gegeven, om dat met de gebeden van de heiligen op het gouden reukoffer altaar zou leggen.
Het reukwerk zelf staat symbolisch voor de gebeden van de heiligen (Op. 5:8). Het tafereel is duidelijk. Wanneer de seraf het reukwerk zou branden zouden de gebeden van de heiligen eveneens op hetzelfde moment opstijgen.
Wanneer de grote verdrukking begint, zie het half uur stilte in Op. 8:1,  dan zullen de gebeden van de heiligen sterk toenemen.

  • (Op. 8:4) 4 En de rook van het reukwerk steeg, met de gebeden van de heiligen, uit de hand van de engel op tot vóór God.

Toen de seraf met zijn handen het reukwerk op de gloeiende kolen verspreidde,
kwam de geur vrij en steeg op tot God troon.
(Psalm 141:2) 2 Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan, laat mijn
opgeheven handen als het avondoffer zijn.

  • (Op. 8:5) 5 En de engel nam het wierookvat en vulde dat met het vuur van het altaar en wierp het op de aarde, en er kwamen stemmen, donderslagen, bliksemstralen en een aardbeving.

De seraf neemt de wierookschaal en vult dat met gloeiende kolen van het reukoffer altaar. Hij werpt dat vuur vervolgens op de aarde.
Een soortgelijk tafereel komt ook voor in Ezechiël 10, waar de man gekleed in linnen de opdracht krijgt om onder de wielen van de cherub (= een engel met vleugels, in dit geval een seraf) door te gaan en zijn handen te vullen met vurige kolen uit de ruimte tussen de cherubs, en deze over de stad te verstrooien als symbool van haar vernietiging. Hier worden de kolen direct van het reukofferaltaar gehaald. Op deze kolen werd geen wierook gelegd, maar ze werden meteen over de stad uitgestrooid:
(Ezechiël 10:1-2,6-7) 1 Daarna zag ik, en zie, boven het gewelf dat boven het hoofd van de cherubs was, was iets als een saffiersteen, met het uiterlijk van wat leek op een troon, en Hij verscheen boven hen. 2 Toen zei Hij tegen de Man Die in linnen gekleed was: Ga onder de cherub de ruimte tussen de wielen binnen, vul Uw beide handen met vurige kolen uit de ruimte tussen de cherubs, en strooi ze uit over de stad. Toen ging Hij voor mijn ogen naar binnen…..6 En het gebeurde toen Hij de Man Die in linnen gekleed was, geboden had: Neem vuur uit de ruimte tussen de wielen, uit de ruimte tussen de cherubs, dat Hij naast een wiel ging staan. 7 Daarop strekte de cherub vanuit de ruimte tussen de cherubs zijn hand uit naar het vuur dat in de ruimte tussen de cherubs was. Hij pakte het op en gaf het in de handen van Hem Die in linnen gekleed was. Die nam het aan en ging weg.
(Ezechiël 11:6) 6 U hebt in deze stad uw gesneuvelden talrijk gemaakt en haar straten met gesneuvelden gevuld.
In Op. 8:5 worden de vurige kolen, zoals eerder geschreven, direct op de aarde geworpen. De stemmen die Johannes hoort zijn de instemmende stemmen van de 24 profeten, en de donderslagen, bliksemstralen en een aardbeving die volgen zijn een manifestatie van Gods aanwezigheid, van Gods autoriteit (Zie ook Op. 4:5).
De vurige kolen zullen op aarde rampen veroorzaken.

  • (Op. 8:6) 6 En de zeven engelen die de zeven bazuinen hadden, gingen zich gereedmaken om op de bazuin te blazen.

En de zeven serafs die de zeven bazuinen hadden maakten zich gereed om opeenvolgend op de bazuinen te blazen. Alle hemelbewoners zijn in spanning om te weten wat er onthuld gaat worden. Ook de heiligen op aarde hebben onder grote druk hun gebeden geïntensiveerd en de wierookschaal met gloeiende kolen van het reukoffer altaar is al op de aarde geworpen. Er staat veel te gebeuren.

  • (Op. 8:7. En de eerste engel blies op de bazuin, en er kwam hagel en vuur, vermengd met bloed, en dat werd op de aarde geworpen. En het derde deel van de bomen verbrandde, en al het groene gras verbrandde.

Nadat de eerste engel blies volgde er hagel en vuur op aarde, vermengd met bloed.
Deze hagel en vuur heeft veel gemeenschappelijk met de 7e plaag in Egypte:
(Exodus 9:23-24) 23 Toen strekte Mozes zijn staf naar de hemel, en de HEERE gaf donder en hagel. Vuur schoot naar de aarde, en de HEERE liet hagel neerkomen op het land Egypte. 24 Er viel hagel en er flitste vuur te midden van de hagel, een zeer zware bui. Iets dergelijks was er in heel het land Egypte nooit gebeurd, sinds het een volk was geworden.
Het derde deel van de bomen op aarde verbrandt samen met het groene gras.
Deze plaag strekt zich dus uit over een groot deel van de aardoppervlakte.
‘Vermengd met bloed’, een aantal dieren en mensen zullen hierbij sterven.

  • (Op. 8:8) 8 En de tweede engel blies op de bazuin, en er werd iets als een grote berg, die van vuur brandde, in de zee geworpen. En het derde deel van de zee werd bloed.

Gedurende de 2e bazuin valt hoogstwaarschijnlijk een berg puin van een planetengroep brandend in de zee als een rood ijzeren stofwolk. Een kenmerkende signatuur van een bruine dwergster is een groot puinveld.
De bruine dwergster, planeet x of planeet 9 genoemd, is soms bij zonsondergang met het blote oog waar te nemen als een tweede zon in de buurt van de zon, vooral goed te zien bij zonsondergang.

Afbeelding uit Zuid-Australië.

Of de boven beschreven mini-constellatie door God gebruikt zal gaan worden, wij hebben niet genoeg kennis van astronomie. Het kan ook een soortgelijke constellatie zijn die God zal gebruiken.

In 1988 verklaarde Dr. John D. Andersson, senior research Scientist NASA, over planeet x:    Met 90-99% zekerheid worden Neptunus en Uranus verstoord door planeet x of planeet 9 genoemd.

Solar System – Wikimedia

Het tafereel uit Op.8:8 heeft ook een zekere gelijkenis met de 1e plaag in Egypte:
(Exodus 7:20) 20 Mozes en Aäron deden precies zoals de HEERE geboden had. Hij hief de staf op en sloeg voor de ogen van de farao en zijn dienaren het water dat in de Nijl was. En al het water dat in de Nijl was, werd in bloed veranderd.
(Psalm 105:26,29) 26 Hij zond Mozes, Zijn dienaar, en Aäron, die Hij verkozen had….29 Hij veranderde hun water in bloed en doodde hun vissen.
‘En het derde deel van de zee werd bloed’ (Op.8:8), een groot deel van de zee werd door de rood ijzeren stofwolk zo rood als bloed.
Of zoals Petrus het verwoordde (Hand. 2:19), wat ook Joël al geschreven had:
(Joël 2:30) 30 Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen.

  • (Op. 8:9) 9 En het derde deel van de schepselen in de zee, die leven hadden, stierf. En het derde deel van de schepen verging.

Het derde deel van de zeedieren sterft, en het derde deel van de schepen vergaat.
De inslag zal voor veel zeedieren dodelijk blijken te zijn en zal enorme golven als een tsunami produceren, waardoor veel schepen kapseizen en afzinken:
(Lukas 21:25) 25 En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven.
Samenvallen van de aantrekkingskracht van maan en zon geeft springvloed. Samenvallen met de planeten-groep heeft een nog veel sterker effect op de zee.
Over een groot deel van de aarde zullen de golven van de zee extreem worden als de berg van vuur erin valt.

  • (Op. 8:10-11) 10 En toen de derde engel op de bazuin blies, viel er een grote ster uit de hemel, die brandde als een fakkel. Hij viel op het derde deel van de rivieren en op de waterbronnen. 11 En de naam van de ster was Alsem. En het derde deel van de wateren veranderde in alsem. En veel mensen stierven van dat water, omdat het bitter was geworden.

Toen de derde seraf op de bazuin blies, viel er een grote brandende ster of komeet op een derde van de rivieren en waterbronnen. De brandende komeet zal exploderen en verpulveren tot stof bij het binnenkomen van de dampkring. De naam van de ster is Alsem en wordt zo genoemd omdat deze de eigenschappen daar van heeft.
Alsem is een bekend bitter kruid:
(Klaagliederen 3:15) 15 Hij heeft mij met bitterheden verzadigd, Hij heeft mij met alsem doordrenkt.
De verpulverde stof is als alsem, als dat bittere kruid. Een groot gedeelte van de rivieren en waterbronnen zullen ondrinkbaar worden door het bittere water en er zullen tekorten zijn aan drinkwater zodat mensen zullen sterven van dorst.

  • (Op. 8:12) 12 De vierde engel blies op de bazuin, en het derde deel van de zon werd getroffen, en het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren, zodat het derde deel daarvan verduisterd werd, en zodat de dag voor een derde deel niet licht werd, en de nacht evenmin.

Het blijft niet bij een berg puin van een planetengroep (Op. 8:8) en bij een komeet als alsem (Op. 8:10-11). Er komt na het blazen van de vierde bazuin zoveel stof van de planetengroep in de atmosfeer, dat de zon, maan en sterren voor een derde deel verduisterd worden. Dag en nacht wordt de aarde deels als een ramp verduisterd:
(Handelingen 2:20) 20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt. (Joël 2:31)

  • (Op. 8:13) 13 En ik zag en hoorde één engel, die hoog aan de hemel vloog en met een luide stem riep: Wee, wee, wee hun die op de aarde wonen, vanwege de overige bazuinstoten van de drie engelen die nog op de bazuin zullen blazen.

Eén engel, hoog aan de hemel, riep met een luide stem om een aankondiging te maken. Het is waarschijnlijk een cherub met vleugels die hoog aan de hemel vliegt:
(1 Koningen 6:24) 24 Nu was de ene vleugel van de cherub vijf el en de andere vleugel van de cherub was ook vijf el. De afstand van het einde van zijn ene vleugel tot aan het einde van zijn andere vleugel was tien el.
De engel roept, net als in Op. 7:2 en Op. 8:13, met een luide stem om ons het enorme belang van de bekendmakingen te laten beseffen:
(Openbaring 9:6) 6 En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken maar die niet vinden. En zij zullen ernaar verlangen te sterven, maar de dood zal van hen wegvluchten.
De engel roept driemaal ‘wee’; Wee, wee, wee. De herhaling van het woord heeft een bedoeling, want het blazen van de drie overgebleven bazuinen duidt op drie grote en ingrijpende plagen die onthuld gaan worden.

Patronen: De diepere betekenis van de geopende boekrol verklaard
In deel 2; De vier beschrijvingen van het directe einde
Nu in deel 3; Het patroon van de drie weeën:

(Johannes 16:21-22) 21 Wanneer een vrouw baart, heeft zij droefheid, omdat haar tijd gekomen is, maar wanneer zij het kind gebaard heeft, denkt zij niet meer aan de benauwdheid, vanwege de blijdschap dat een mens ter wereld gekomen is. 22 Ook u hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u weerzien, en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.
Jezus vergeleek de weeën van een zwangere vrouw met de verdrukkingen en de geboorte van een kind, met de voltallige Koninkrijksregering. Een hele toepasselijke vergelijking, want eerst zullen er verdrukkingen komen:
(Markus 13:8) 8 Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen en er zullen hongersnoden zijn en onlusten. Deze dingen zijn het begin van de weeën.
Er wordt in de Schrift nog een belangrijk teken beschreven voor de laatste dag:
(1 Thessalonicenzen 5;3) 3 Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten.
Het is de aankondiging van de geboorte waar Jezus over sprak, die kort na de barensweeën of verdrukkingen zal volgen.

De grote verdrukking:
De 5e bazuin – (Op. 9:1)     – 1e wee
Op.  9:1-12   Tartarus (de afgrond) wordt geopend, de zon verduisterd, als rook uit een oven komen sprinkhanen (een paardenleger met staarten als schorpioenen en mogen de mensen die Gods zegel niet hebben 5 maanden lang pijnigen.
De 6e bazuin – (Op. 9:13)   – 2e wee
Op.  9:13-21  Vier engelen (-leiders) laten een zeer grote groep ruiters los. Door vuur, rook en zwavel (uit hun mond) wordt 1/3 deel van de mensen gedood.
Op. 10:1-11   Het boekje dat Johannes moest opeten, in de mond zoet maar in de buik bitter
Op. 11:1-14   De twee getuigen profetie; daarna volgt een grote aardbeving
De 7e bazuin – (Op. 11:15) – 3e wee
Op. 11:15-19  De Koninkrijksregering is compleet, aanvang van Gods koninkrijk. Gods toorn is gekomen. De tijd is gekomen om beloningen uit te delen.
Op. 15:1-8)     Uitgieten van de 7 schalen van toorn; zie hiervoor Op. hfdstk 16.

Hoofdstuk  9: De eerste en de tweede wee

  • (Op. 9:1) 1 En de vijfde engel blies op de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen. En hem werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven.

Na het blazen van de vijfde bazuin komt een ster of engel, een afgezant van Satan, uit de hemel gevallen:
(Job 38:6-7) 6 Waarop zijn haar pijlers neergezonken? Of wie heeft haar hoeksteen gelegd, 7 toen de morgensterren samen vrolijk zongen, en al de kinderen van God juichten?
Deze engel is niet gewoon afgedaald maar is er uitgegooid met een reden. Hij heeft afgedwongen om de afgrond te openen van de opgesloten engelen. Deze engel kan Satan niet zijn, die uiteindelijk ook uit de hemel zal worden geworpen.
Satan wordt namelijk pas ‘na’ de oorlog in de hemel tegen Michael en zijn engelen naar de aarde geworpen (Openbaring 12:7-9).
De engel heeft de sleutel of macht om de put te openen van Jezus ontvangen:
(Mattheüs 28:18) 18 En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Deze uit de hemel geworpen engel kan niet meer naar de hemel terugkeren. Dat zou ook niet logisch zijn na zijn overtreding.

  • (Op. 9:2-3) 2 En hij opende de put van de afgrond, en er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven. En de zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put. 3 En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde, en hun werd macht gegeven, zoals de schorpioenen van de aarde macht hebben.

Het eerste resultaat van de opening van de put is de verspreiding van zo’n dichte rook dat de zon en de lucht verduisterd worden. Net als bij een sterk rokende vulkaan wordt het licht verzwakt of belemmerd om nog door te komen. Uit de dichte rook kan uiteindelijk de menigte sprinkhanen worden onderscheiden, een afbeelding  van spirituele geesten. Deze geesten, zondige engelen, verblijven in Tartarus:
(Genesis 6:1,4) 1 En het gebeurde, toen de mensen zich op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen en er dochters bij hen geboren werden, 2 dat Gods zonen de dochters van de mensen zagen dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die zij uitgekozen hadden…….4 In die dagen, en ook daarna, waren er reuzen op de aarde, toen Gods zonen bij de dochters van de mensen waren gekomen en die kinderen voor hen baarden;…
De zonen van God (de gematerialiseerde engelen), die gemeenschap hadden gehad met de dochters van de mensen, werden tijdens de zondvloed opgesloten in Tartarus (ongeveer 2350 v.Chr.). In Tartarus moeten ze hun oordeel afwachten:
NBV (2 Petrus 2:4) 4 Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus (afgrond)  geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten.
In de afgrond of Tartarus, waar de geesten van de zondige engelen verblijven, is echter wel degelijk activiteit. Want Jezus heeft gepredikt tot deze engelen in Tartarus:
(1 Petrus 3:18-20) 18….Hij (Christus) is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest, 19 door Wie Hij ook, toen Hij heenging, aan de geesten in de gevangenis gepredikt heeft, 20 namelijk aan hen die voorheen ongehoorzaam waren, toen God in Zijn geduld nog eenmaal wachtte in de dagen van Noach….
Jezus heeft harde afspraken gemaakt met de engelen in Tartarus. Het doel van Jezus prediking is om ze nog een kans te geven. Maar dan is wel onvoorwaardelijke gehoorzaamheid van hen vereist.
De opgesloten engelen (Op. 9:2-3) stijgen massaal op uit Tartarus, stijgen op uit de gevangenis. Het is opmerkelijk dat deze vrijgelaten engelen geassocieerd worden met sprinkhanen, die echte  veelvraten zijn en als plaag gevreesd worden voor de vernietiging van de oogst:
(Joel 1:4) 4 Wat de jonge sprinkhaan overliet, at de veldsprinkhaan op; wat de veldsprinkhaan overliet, at de treksprinkhaan op; en wat de treksprinkhaan overliet, at de zwermsprinkhaan op.
Deze engelen vertegenwoordigen de natuur van een sprinkhaan in aantal en zijn zeer grondig in hun schadelijkheid. Ook in het boek Joël wordt de aarde verduisterd door een sprinkhanenleger:
(Joël 2:5-10) 5 Als het geluid van wagens springen zij over de toppen van de bergen, als het geluid van een vuurvlam die stoppels verteert, als een machtig volk opgesteld voor de strijd. 6 Bij die aanblik krimpen de volken ineen, alle gezichten verschieten van kleur. 7 Als helden rennen zij, als strijdbare mannen klimmen zij tegen de muren op; ieder gaat op zijn eigen weg en zij wijken niet van hun paden af. 8 Zij verdringen elkaar niet, ieder gaat zijn eigen weg. Al stuiten zij op weerstand, zij zijn niet tegen te houden. 9 Zij stormen op de stad af, zij rennen op de muren, zij klimmen tegen de huizen op. Als een dief komen zij door de vensters binnen. 10 Bij die aanblik siddert de aarde, beeft de hemel. Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren trekken hun licht in. 
De sprinkhanen uit het visioen van Johannes zijn gewapend met de kracht van schorpioenen, om mensen angst aan te jagen voor een nare ervaring. Het zal er door hun aantal overweldigend en niet zachtzinnig aan toe gaan.

  • (Op. 9:4-5) 4 En tegen hen werd gezegd dat ze geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, of welke groene plant of welke boom dan ook, maar alleen aan de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden 5 En hun werd macht gegeven, niet om hen te doden, maar om hen te pijnigen, vijf maanden lang. Hun pijniging was als de pijniging door een schorpioen, wanneer hij een mens steekt.

De sprinkhanen, of engelen uit Tartarus, mogen de vegetatie niet beschadigen. Het is hen alleen toegestaan om de mensen – die Gods zegel niet op het voorhoofd hebben – te pijnigen of te kwellen. Ze mogen onder geen voorwaarde iemand doden.
Mensen pijnigen of kwellen is onderwerpen aan lichamelijke of geestelijke pijnen die goed vergeleken kunnen worden met de pijnlijke steek van een schorpioen. Zoals in het geval van de godvruchtige Job, toen Satan werd toegestaan om hem te kwellen. Maar ook Satan mocht zijn leven niet wegnemen:
(Job 2:6-7) 6 En de HEERE zei tegen de satan: Zie, hij is in uw hand, maar spaar zijn leven. 7 Toen ging de satan weg van het aangezicht van de HEERE en hij trof Job met vreselijke zweren, van zijn voetzool af tot aan zijn schedel.
Ook Satan kende de consequenties van het ongehoorzaam zijn, van Tartarus. Wat het zegel van God betreft; toen het afvallige Jeruzalem werd geïnspecteerd nog voor de ballingschap, kregen getrouwe Joden ook een Goddelijk merkteken zodat ze ontzien werden:
(Ezechiël 9:4) 4 En de HEERE zei tegen Hem (de Man die in linnen gekleed was): Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en kermen over al de gruweldaden die in het midden ervan gedaan worden.
De 144.000 heiligen hebben het zegel van God op hun voorhoofd:
(Openbaring 14:1) 1 En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem
honderdvierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn
Vader geschreven.
De grote schare, als Gods kinderen, heeft ook een soort zegel van God. Ze hebben een andere zegel of bescherming dan de heiligen dat ze God toebehoren.
Alle discipelen van Jezus zijn door de bewuste doop verzegeld, mits ze getrouwe discipelen zijn en blijven:
(2 Timotheüs 2:19) 19 Toch blijft het vaste fundament van God staan, met dit zegel:
De Heere kent wie van Hem zijn, en: Ieder die de Naam van Christus noemt, moet
zich ver houden van de ongerechtigheid.
Ze genieten als Gods kinderen bescherming en een uitweg tijdens beproevingen:
(1 Korinthe 10:13) 13 Meer dan een menselijke verzoeking is u niet overkomen. En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan.

  • (Op. 9:6) 6 En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken maar die niet vinden. En zij zullen ernaar verlangen te sterven, maar de dood zal van hen wegvluchten.

In die dagen zal voor de gepijnigde mensen de dood worden beschouwd als een verlossing van alle kwellingen. Ze zullen vurig en wanhopig verlangen naar de dood als het einde van hun ellende. Voor hen hoeft het allang niet meer en ze beschouwen hun leven als voorbij. Maar de dood zal helaas van hen wegvluchten.
De onberouwvolle mensen kunnen deze kwelling niet ontlopen. Want de bedoeling van het kwellen is juist om berouw te tonen en weer hun Schepper te gaan zoeken. In Joël wordt een talrijk volk door God gebruikt, om afvalligen weer terug te brengen:
(Joël 2:11-13,25) 11 En de HEERE laat Zijn stem klinken voor Zijn leger uit, want Zijn leger is zeer groot, ja, machtig is Hij, Die Zijn woord ten uitvoer brengt. Groot is immers de dag van de HEERE en zeer ontzagwekkend. Wie zal hem kunnen verdragen? 12 Ook nu echter, spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij met heel uw hart, namelijk met vasten, met geween en met rouwklacht.! 13 En scheur uw hart en niet uw kleren. Bekeer u tot de HEERE, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid, en Hij heeft berouw over het kwaad….25 Ik zal u de jaren vergoeden die de veldsprinkhaan, de jonge sprinkhaan, de zwermsprinkhaan en de treksprinkhaan hebben opgegeten, Mijn grote leger, dat Ik op u had afgestuurd
Het is aannemelijk, dat er vele afvalligen spijt zullen krijgen en berouw zullen tonen en zullen terugkeren naar hun God die ze verlaten hebben.

  • (Op. 9:7-8) 7 En de sprinkhanen zagen eruit als paarden die voor de oorlog gereedgemaakt zijn. En op hun koppen droegen zij kransen als van goud, en hun gezichten leken op gezichten van mensen. 8 En zij hadden haar als haar van vrouwen, en hun tanden waren als tanden van leeuwen.

Hun gezichten leken op het gezicht van mensen;  Strong’s Concordance:
Anthrōpōn – ἀνθρώπων ;  van mensen,  iemand van het menselijke ras
Ze droegen kransen of een soort kronen die goudkleurig waren.
De prediking die Jezus in Tartarus in de nabijheid van de zondige engelen hield, bevatte een aantal voorwaarden:
– Deze engelen mogen zich nog 1 maal materialiseren.
– Ze mogen alleen de mensen zonder het zegel van God pijnigen, zodat deze berouw tonen.
– Ze mogen niemand doden.

Echter, mensen met het zegel van God, net zoals destijds ook de 70 uitgezonden discipelen door Jezus (Lukas 10:1-20), kunnen geen schade toegebracht worden.
Waarin deze engelen zich mogen materialiseren, is het beste te omschrijven als in een onmannelijk uiterlijk, met lang haar als dat van vrouwen. Dat wil zeggen dat ze er verleidelijk willen uitzien. Hun gezichten lijken op die van mensen, het zijn echter geen vrouwen- en geen mannengezichten.
Op hun hoofden is iets wat hun hoofd omcirkelt wat op goud lijkt, een goudkleurige  tiara of diadeem, zoals we dat ook zien bij opzichtig opgesmukte travestieten of drag-queens. Deze verschijning kan alleen de bedoeling hebben dat ze mensen,  die het zegel van God niet op het voorhoofd hebben, willen beproeven op hun seksuele verdorvenheid:
(1 Korinthe 11:14-15) 14 Of leert ook de natuur zelf u niet dat als een man lang haar draagt, het een oneer voor hem is? 15 Maar als een vrouw lang haar draagt, is het voor haar een eer, omdat het lange haar als een bedekking aan haar gegeven is.
Het uiterlijk van deze sprinkhanen is als paarden, klaar voor de strijd of oorlog.
De gelijkenis van het hoofd van de sprinkhaan met een paardenhoofd komt kernachtig tot uitdrukking in de Duitse naam voor sprinkhaan; heupferd = hooipaard.
Het lijkt dus op een strijd, om mensen met nog enigszins morele beginselen wakker te schudden. Als deze mensen echter blijven vasthouden aan de verdorven LGBTQ-wereld van Satan, waar die tegennatuurlijke verdorvenheden maar ‘moeten kunnen’, zullen ze helaas niet meer te helpen zijn:
(Romeinen 1:25-27,32) 25 Zij hebben de waarheid van God vervangen door de leugen, en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, Die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen. 26 Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten, want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. 27 En evenzo hebben ook de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkaar ontbrand: mannen doen schandelijke dingen met mannen en ontvangen het gepaste loon voor hun dwaling in zichzelf ….32 Zij kennen het recht van God, namelijk dat zij die zulke dingen doen de dood verdienen, en toch doen zij niet alleen zelf deze dingen, maar stemmen ook van harte in met hen die ze doen.
Dan zullen deze mensen, die niet meer te helpen zijn, kennis maken met de angstaanjagende tanden als leeuwen (Op. 9:8) en venijnige staarten als schorpioenen (Op. 9:10), wat een pijniging zal zijn. Want ook Joël spreekt over een sprinkhanenplaag die als een vreemd volk werkelijk zal huishouden:
(Joël 1:5-6) 5 Ontwaak, dronkaards, en ween. Weeklaag, alle wijndrinkers, over de jonge wijn, want die is van uw mond weggenomen. 6 Want een volk is tegen Mijn land opgetrokken, machtig en niet te tellen; zijn tanden zijn leeuwentanden, het heeft de hoektanden van een leeuwin.

  • NBG51 (Op. 9:9) 9 en zij hadden borstschilden als ijzeren harnassen en het gedruis van hun vleugels was als het gedruis van wagens, wanneer vele paarden ten strijde draven.

Het leger sprinkhanen heeft als het ware borstharnassen. Ze zijn beschermd voor de strijd. Hun borstplaten worden beschouwd als een bescherming van hun thorax of borstholte, die in het visioen sterk lijken als ijzer. De natuurlijke sprinkhaan heeft een stevige en harde voorkant van de borst, die dient als schild wanneer hij zich voortbeweegt in ruwe of doornige vegetatie.
Het geluid van de vleugels wordt vergeleken met het heftige geluid van een zeer groot aantal strijdwagens en paarden die  voorbij razen naar de strijd:
(Joël 2:5) 5 Als het geluid van wagens springen zij over de toppen van de bergen, als het geluid van een vuurvlam die stoppels verteert, als een machtig volk opgesteld voor de strijd.

  • (Op. 9:10) 10 En zij hadden staarten die leken op schorpioenen, en er zaten angels aan hun staarten. En zij hadden de macht om de mensen schade toe te brengen, vijf maanden lang.

Het woord voor ‘schade toebrengen’ = ‘adikēsai’ (ἀδικῆσαι)
Het betekent kwaad doen, kwetsen, schaden.
Ze zullen dus leed veroorzaken voor degenen in moreel verval, door hen kwaad te doen en kwetsend met hen om te gaan. Er wordt niet over gesproken of het lichamelijke kwellingen of dat het geestelijk leed en angst betreft. Met de staarten van de paarden – die ‘leken’ op schorpioenstaarten – hebben ze macht om de mensen te pijnigen, maar ze mogen de mensen onder geen voorwaarde doden. Mensen zijn bang voor een schorpioen steek. Zoals destijds ook de opvolger van Salomo dreigde om met schorpioensteken zijn onderdanen te laten gehoorzamen:
(1 Koningen 12:14) 14 Hij (Rehabeam) sprak tot hen overeenkomstig de raad van de jonge mannen: Mijn vader (Salomo) heeft uw juk zwaar gemaakt, maar ík zal aan uw juk nog meer toevoegen. Mijn vader heeft u met gesels gehoorzaamheid bijgebracht, maar ík zal u met schorpioenen gehoorzaamheid bijbrengen.
Toen echter Rehabeam, de zoon van Salomo, koning werd viel het rijk uiteen in Juda en Israël. Schorpioenen gebruiken als wapen is een hardvochtige methode. Echter, ook de engelen uit de afgrond zullen onberouwvolle mensen met een soortgelijke harde hand laten kennismaken.

  • (Op. 9:11) 11 En zij hadden een koning over zich, de engel van de afgrond. Zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon, en in het Grieks heeft hij de naam Apollyon.

Natuurlijke sprinkhanen hebben geen koning. Echter dit sprinkhanenleger, deze engelen uit Tartarus, heeft wel een koning:
(Spreuken 30:27) 27 de sprinkhaan heeft geen koning, maar hij trekt gezamenlijk ordelijk op,….
De engelen in Tartarus hebben een heerser over hen, die hun leger kan sturen. Een koning of legeraanvoerder, die absolute controle over hen heeft, en naar wiens bevelen geluisterd wordt. Volgens de diverse dictionary’s betekent de Hebreeuwse naam Abaddon of de Griekse naam Apollyon ‘vernietigen’ of ‘vernietiger’:
Webster ‘s Online Dictionary Definition: Apollyon – de vernietiger
Strong’s Concordance: Apolluón: Apollyon, een vernietiger, de engel van de afgrond

Dat deze koning  ‘een vernietiger’ wordt genoemd voorspeld niet veel goeds.
In de Schrift wordt er met geen woord over gesproken dat de engel, die uit de hemel komt vallen, de engel of koning van de afgrond is. Deze koning komt dus vrijwel zeker uit de afgrond zelf. Er wordt in de Schrift vaker over een vernietiger gesproken.
Deze hebben echter allen een Goddelijke taak uitgevoerd, zoals tijdens de laatste plaag in Egypte, de dood van de eerstgeborenen:
(Hebreeën 11:28) 28 Door het geloof heeft hij het Pascha ingesteld en het besprenkelen met het bloed, opdat de verderver van de eerstgeborenen hen niet zou treffen.
Dat deze engelen uit de afgrond eveneens een Goddelijke taak uitvoeren is zeer wel mogelijk, vooral omdat Jezus met hen keiharde afspraken heeft gemaakt (1 Petrus 3:18-20). Na 5 maanden zit het werk van deze engelen er op en worden ze op de laatste dag geoordeeld door God (Judas 1:6). Satan met zijn demonen zullen in de laatste dagen ook opgesloten worden in dezelfde afgrond, in Tartarus (Op. 20:1-3).

  • (Op. 9:12) 12 Het ene wee is voorbijgegaan. Zie, nog twee weeën komen hierna.

De 6e bazuin wordt in gereedheid gebracht, het 2e wee zal voltrokken worden.

  •  (Op. 9:13) 13 En de zesde engel blies op de bazuin, en ik hoorde uit de vier hoorns van het gouden altaar dat vóór God stond, één stem komen.

Wanneer de zesde engel op de bazuin blaast komt er één stem uit de vier hoorns van het gouden reukoffer altaar. Het brandoffer altaar was van koper (Ex. 27:1-2).
Voor het scheidingsgordijn, in het Heilige gedeelte, stond het reukoffer altaar.
In het Heilige der Heiligen stond de ark van het verbond (met de twee cherubs er bovenop). Meteen na Jezus dood is het scheidingsgordijn in tweeën gescheurd (Markus 15:37-38). Sindsdien staat het reukoffer altaar direct voor God.
Reukoffer altaar

Johannes beschrijft in (Op. 9:13) het gouden altaar in de hemelse tempel, die een gelijkenis heeft met de aardse tempel:
(Openbaring 11:19) 19 En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van Zijn verbond werd zichtbaar in Zijn tempel….
De stem komt uit de 4 horens van het altaar, waar reukwerk offers aan God worden gebracht. Op dit gouden reukoffer altaar worden de gebeden van de heiligen samen met het reukwerk geofferd:  (zie de beschrijvingen bij Op. 5:8 en Op. 8:3)
De stem uit de 4 hoorns is de stem van de Middelaar tussen God en de mensen, Jezus Christus:
(1 Timotheüs 2:5) 5 Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus.
(Hebreeën 5:10) 10 Door God is Hij Hogepriester genoemd naar de ordening van Melchizedek.

  •  (Op. 9:14) Die zei tegen de zesde engel die de bazuin had: Maak de vier engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier, de Eufraat.

Jezus, als Hogepriester, geeft de opdracht van God als een bevel door aan de 6e engel met de bazuin, om de 4 engelen die gebonden zijn bij de Eufraat los te maken om hun opdracht uit te voeren. De Eufraat markeerde de grens van het beloofde land:
(Genesis 15:18) 18 Op die dag sloot de HEERE een verbond met Abraham, en zei: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat.
Ook op de nieuwe aarde is het de grens van Gods beloofde land:
(Zacharia 9:10) 10 ….Hij (Jezus) zal vrede verkondigen aan de heidenvolken. Zijn heerschappij zal zijn van zee tot zee, van de rivier de Eufraat tot aan de einden der aarde.
De vermelding van de Eufraat is om die reden het vertrekpunt, van waaruit de vier engelen hun legers zullen aanvoeren om de plaag wereldwijd uit te voeren waartoe besloten is. Dat de 4 engelen gebonden zijn betekent dat ze voorbestemd zijn voor een taak. In de buurt van de Eufraat zullen grote legers gestationeerd zijn die vanaf dat moment op de mensenwereld moeten worden losgelaten onder leiding van de vier engelen-leiders.
Deze 4 engelen-leiders zijn niet de 4 engelen-leiders, die aan de 4 hoeken van de aarde de winden tegenhouden (Op. 7:1). Deze laatste engelen-leiders zijn speciaal voorbeschikt of gebonden om hun specifieke taak uit te voeren.

  • (Op. 9:15) 15 En de vier engelen werden losgemaakt. Zij waren in gereedheid gehouden tegen het uur en de dag en de maand en het jaar dat zij het derde deel van de mensen zouden doden.

Het losmaken van de engelen is in feite ook het losmaken van het leger, zodat zij de taak kunnen volbrengen die hun is opgedragen. Ze worden in gereedheid gehouden, voorbereid voor de strijd, voor het exacte tijdstip wat door God is bepaald en via Jezus (vanuit de 4 hoorns) als bevel  aan de 6e engel is gegeven. Deze immense legermacht zal een engelenmacht zijn, zoals uit het volgende ‘vers 16’ blijkt.
Dat engelenleger dat aan de Eufraat wordt vastgehouden, moet als opdracht een verwoesting veroorzaken door een derde deel, een groot deel, van de mensenwereld te doden.

  • (Openbaring 9:16) 16 En het aantal bereden troepen bedroeg tweemaal tienduizend maal tienduizend, en ik hoorde hun aantal.

Hoe kan deze ruiterij uit een aantal van twee maal tienduizend maal tienduizend is in totaal 200 miljoen ruiters bestaan?
Geen enkel land heeft bij benadering zo’n groot leger. Jezus geeft in Mattheüs over de hoeveelheid engelen ruiters dieper inzicht:
(Mattheüs 26:53) 53 Of denkt u dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking stellen?
Deze zeer grote groep ruiters aan de Eufraat  is dan ook een engelenleger, zoals ook in Openbaring over ‘legers’ in de hemel wordt geschreven:
(Openbaring 19:14) 14 En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos.
Dat het engelenleger groot is, blijkt ook uit Joël 2:10-11, Dan. 7:10 en Op.5:11:
(Joël 2:10-11) 10 Bij die aanblik siddert de aarde, beeft de hemel. Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren trekken hun licht in. 11 En de HEERE laat Zijn stem klinken voor Zijn leger uit, want Zijn leger is zeer groot, ja, machtig is Hij, Die Zijn woord ten uitvoer brengt. Groot is immers de dag van de HEERE en zeer ontzagwekkend. Wie zal hem kunnen verdragen?
(Daniël 7:10) 10 Een rivier van vuur stroomde en ging voor Zijn aangezicht uit. Duizendmaal duizenden dienden Hem en tienduizend maal tienduizenden stonden voor Zijn aangezicht. Het gerechtshof hield zitting en de boeken werden geopend.
(Openbaring 5:11) 11 En ik zag, en hoorde een geluid van vele engelen rondom de troon, van de dieren en van de ouderlingen. En hun aantal bedroeg tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen. 

  • (Op. 9:17) 17 En in dit visioen zag ik de paarden en hen die erop zaten aldus: ze hadden vuurrode en blauwe (hyacintkleurig) en zwavelkleurige borstharnassen. En de hoofden van de paarden waren als leeuwenkoppen, en uit hun mond kwam vuur, rook en zwavel.

De borstharnassen bedekken de hele borst van de ruiters. Het borstharnas heeft de kleuren van vuur, rook en zwavel, precies als wat uit de monden van de paarden komt. Het borstharnas is echter een figuurlijke toepassing, in de Schrift wordt vaker over een borstharnas gesproken met een ‘figuurlijke’ toepassing:
(Efeze 6:14) 14 Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,….
(1 Thessalonicenzen 5:8) 8 Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en liefde, en met de hoop op de zaligheid als helm.
De personen op de paarden zijn spirituele geesten, een engelenleger zoals we in het vorige vers zagen. In dit geval geeft het borstharnas eveneens aan wat de plaag zal gaan worden. De hoofden van de paarden leken op een kop van een leeuw, een leeuw die ernstig kan verwonden en kan doden. Uit hun mond kwam vuur, rook en zwavel. Vuur, rook en zwavel zijn de ingrediënten voor een doodstraf (Op. 14:10, 19:20). De straf herinnert ons ook aan de vernietiging van de verdorven inwoners van de steden Sodom en Gomorra:
(Genesis 19:5, 24) 5 Zij riepen naar Lot en zeiden tegen hem: Waar zijn die mannen die vannacht bij u gekomen zijn? Breng hen naar buiten, naar ons toe, zodat wij gemeenschap met hen kunnen hebben….24 Toen liet de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen. Het kwam van de HEERE uit de hemel.

  • (Op. 9:18-19) 18 Door deze drie werd het derde deel van de mensen gedood: door het vuur, de rook en de zwavel die uit hun mond kwam. 19 Want hun macht ligt in hun mond en in hun staart, want hun staarten zijn als slangen, met koppen eraan, en daarmee brengen zij schade toe.

Door deze drie ingrediënten – het vuur, de rook en de zwavel – werd het derde deel van de mensen gedood. Dit visioen in het 2e wee is nog heviger dan het vorige. Deze ruiters mogen, in tegenstelling tot de sprinkhanen van het eerste wee, dus wel doden. En wel het derde deel, een groot deel van de mensen.
Het betreft slechte mensen, die door hun afgoderij of hun perversie niet meer te redden zijn. De vernietiging van deze mensen moet een afschrikwekkende grote waarschuwing zijn. Zoals voor de vrijmetselaars, net als vele beroemdheden uit de filmindustrie en muziekindustrie die demonen aanbidders zijn. En voor de Kabbalistische Satanaanbidders met hun (centrale-) banken:
(1 Timotheüs 6:10) 10 Want geldzucht is een wortel van alle kwaad….
De staarten van de paarden waren als slangen en met de slangenkoppen kunnen ze venijnig  pijn doen. Slangenbeten zijn meestal heftig. Maar ze doden volgens Johannes uitsluitend met vuur, rook en zwavel, de ingrediënten van de toorn van God, wat tevens de ingrediënten zijn van één of meerdere exploderende meteorieten, waarvan de gloeiende deeltjes als een regen van vuur en zwavel neerkomen. Dit is waarschijnlijk ook gebeurd tijdens de vernietiging van Sodom en Gomorra.

  • (Op 9:20,21) 20 En de overige mensen, die niet door deze plagen werden gedood, bekeerden zich niet van de werken van hun handen; zij bleven de demonen aanbidden en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, horen of lopen. 21 Ook bekeerden zij zich niet van hun moorden, hun tovenarij, hun ontucht en het plegen van diefstal.

De overigen van de goddeloze mensen bekeerden zich echter niet. Ze toonden niet wat als oprecht berouw of spijt wordt beschouwd. Het berouw tonen, door zich af te keren van zonde en weer op zoek gaan naar hun God YHWH.  Velen zullen hun afgoden (zoals de maangod Allah van de Islam, Saturnus van de New-Age  of de occulte Kabbala van de orthodoxe Joden) blijven aanbidden voor redding. Of de wetenschap aanbidden, zoals velen die heilig hebben verklaard in plaats van hun Schepper. Weer anderen aanbidden de politiek correcte ideeën van communistische leiders zoals  de Chinese Mao Zedong of Xi Jinping. Dan heb je nog mensen, die beelden aanbidden van goud, zilver, koper, steen en hout, wat dode materialen zijn. Maar misschien wel de grootste groep is te vinden onder de aanbidders van geld (mammon), geldzucht. Deze ramp is dus specifiek bedoeld voor de aanbidders van afgoden, bedoeld als plaag voor de afgoderij.
Sommige zullen berouw hebben en terugkeren naar hun God YHWH of een begin maken om hun Schepper te gaan zoeken en daardoor gespaard blijven, maar ze komen helaas lang niet allemaal tot inkeer (Op. 9:20-21).

Hoofdstuk 10: Het boekje dat Johannes moest eten 

  •  (Op. 10:1) 1 En ik zag een andere sterke Engel uit de hemel afdalen. Hij was bekleed met een wolk en boven Zijn hoofd was een regenboog. Zijn gezicht was als de zon, en Zijn voeten waren als zuilen van vuur.

Johannes ziet in het visioen nu een andere sterke Engel uit de hemel afdalen.
Deze Engel met het gezicht als de zon is duidelijk een afbeelding van de verheerlijkte Jezus:
(Openbaring 1:13,15-16,18) 13 En te midden van de zeven kandelaren zag ik Iemand Die op de Zoon des mensen leek……15 en Zijn voeten waren als blinkend koper, gloeiend gemaakt in een oven, en Zijn stem klonk als het geluid van vele wateren. 16….en Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht….18….en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen. (voor Jezus met een gezicht als de zon, zie ook Mattheüs 17:2)
De voeten leken op zuilen van vuur, of als blinkend koper (zie Op. 1:15).
De regenboog boven Zijn hoofd geeft de troon aan waar Jezus aan de rechterhand van Zijn Vader zit (Hebr. 12:2), omdat de regenboog het symbool is van de belofte aan Noach:
(Openbaring 4:3) 3 En Hij Die daar zat, zag eruit als de stenen jaspis en sardius. En er was een regenboog rondom de troon, die eruitzag als een smaragd. (zie ook Ezechiël 1:28)
(Genesis 9:14-15) 14 Het zal gebeuren, als Ik wolken boven de aarde breng en de boog in de wolken gezien wordt, 15 dat Ik aan Mijn verbond zal denken, dat er is tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees. Het water zal niet meer tot een vloed worden om alle vlees te gronde te richten.
Dat de verheerlijkte Jezus was bekleed met een wolk duidt op Jezus wederkomst:
(Lukas 21:27) 27 En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid.
(Markus 14:62) 62 En Jezus zei: Ik ben het. En u zult de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God en zien komen met de wolken van de hemel. (zie voor komen met de wolken ook Openbaring 1:7)

  • (Op. 10:2) 2 En Hij had in Zijn hand een boekje, dat geopend was. En Hij zette Zijn rechtervoet op de zee en Zijn linker op de aarde.

De verheerlijkte Jezus zette Zijn rechtervoet op de zee en Zijn linkervoet op de aarde wat Hem afbeeldt als een veroveraar, als de Koning op het witte paard (Op. 6:2).
Het toont Jezus macht over Satan, de demonen en de Antichrist (aarde – Op. 13:11 – beest met 2 hoorns uit de aarde, Antichrist, die sprak als de draak, als Satan) en Jezus macht over alle mensen  (water – Op. 17:15 – de wateren zijn volken, menigten, naties en talen):
(Mattheüs 22:44) 44 De Heere heeft gezegd tegen Mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten?
Het boekje is geopend, de informatie hoeft niet verborgen te blijven. Er staan geen geheimen in. Johannes moet volledig begrijpen wat er in staat om verder te kunnen profeteren, want het visioen moet volledig onthuld worden.

  • (Op. 10:3) 3 En Hij riep met een luide stem, zoals een leeuw brult. En toen Hij geroepen had, lieten de zeven donderslagen hun stemmen horen.

Jezus is ontegenzeglijk de brullende leeuw van Juda:
(Openbaring 5:5) 5 En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken.
Dat Jezus de leeuw van Juda is, staat ook uitgelegd in de beschrijving bij Op. 5:5.
Jezus roept met een luide stem, om ons het enorme belang van de bekendmakingen te laten beseffen. De 7 donderslagen vertegenwoordigen de stem van God:
(Johannes 12: 27-29) 27 Nu is Mijn ziel in beroering en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit dit uur. Maar hierom ben Ik in dit uur gekomen. 28 Vader, verheerlijk Uw Naam! Er kwam dan een stem uit de hemel: En Ik heb hem verheerlijkt en Ik zal hem opnieuw verheerlijken. 29 De menigte dan die daar stond en dit hoorde, zei dat er een donderslag geweest was….
(Openbaring 19:6) 6 En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is Koning geworden. (zie voor donderslagen ook Openbaring 4:5, 11:19, 16:17-18)

  • (Op. 10:4) 4 En toen de zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, stond ik op het punt ze op te schrijven. Maar ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Verzegel wat de zeven donderslagen gesproken hebben en schrijf dat niet op.

Waarom mag de boodschap van de zeven donderslagen niet opgeschreven worden en waarom moet dat gedeelte door Johannes verzegeld worden en geheim blijven?
Deze geheimhouding heeft een overeenkomst met het geheim in het boek Daniël:
(Daniël 12:3-4) 3 De verstandigen zullen blinken als de glans van het hemelgewelf, en zij die er velen rechtvaardigen, als de sterren, voor eeuwig en altijd. 4 Maar u, Daniël, houd deze woorden geheim en verzegel dit boek tot de tijd van het einde. Velen zullen het onderzoeken en de kennis zal toenemen.
Wat de zeven donderslagen gesproken hebben zal op Gods eigen tijd onthuld worden. De stem van God, de 7 donderslagen, heeft een dramatische betekenis voor al degenen, die geen berouw hebben van hun goddeloosheid.

  • (Op. 10:5-6) 5 En de Engel Die ik op de zee en op de aarde zag staan, hief Zijn hand op naar de hemel, 6 en Hij zwoer bij Hem Die leeft in alle eeuwigheid, Die de hemel heeft geschapen met wat daarin is, de aarde met wat daarop is en de zee met wat daarin is, dat er geen tijd meer zou zijn.

Jezus gaat in gebed tot Zijn hemelse Vader voor Zijn gedode discipelen:
(Openbaring 6:9-11) 9 En toen het Lam het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden. 10 En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen? 11 En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad gegeven. En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die evenals zij gedood zouden worden, volledig zou zijn geworden.
In deze fase van het visioen is er geen tijd meer beschikbaar, het heilige geheim zal nu ondubbelzinnig onthuld worden.

  • (Op. 10:7) 7 Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer die op de bazuin zal blazen, zal ook het geheimenis van God volbracht worden, zoals Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft.

De zevende engel zal op de bazuin blazen na de 2 getuigen profetie in (Op. 11:15.
Dit heilige geheim betreft het voornemen van God, om aan het einde der dagen het hemelse Nieuwe Jeruzalem gereed te hebben voor ‘144.000 koningen’ (Op. 22:5) uit de Joden en uit de heidenen (niet-Joden):
NBG51 (Efeziërs 3:4-6) 4 waaraan u, als u dit leest, mijn inzicht kunt bemerken in het geheimenis van Christus, 5 dat in andere tijden niet bekendgemaakt is aan de mensenkind eren, zoals het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest, 6 namelijk dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in Christus, door het Evangelie,….
Wanneer de 2 getuigen worden opgenomen in de hemel (Op. 11:12), dan zullen ook alle heiligen worden opgenomen in de hemel en is de Koninkrijksregering compleet. Vervolgens zal Gods beloofde koninkrijk een aanvang nemen (Op. 11:15).

  • (Op. 10:8) 8 En de stem die ik uit de hemel gehoord had, sprak opnieuw met mij en zei: Ga, neem het boekje dat geopend ligt in de hand van de Engel Die op de zee en op de aarde staat.

Het is de stem van de cherub met vleugels die hoog aan de hemel vliegt, die tegen Johannes zegt om het boekje aan te nemen van Jezus:
(Openbaring 8:13) 13 En ik zag en hoorde één engel, die hoog aan de hemel vloog en met een luide stem riep: Wee, wee, wee hun die op de aarde wonen, vanwege de overige bazuinstoten van de drie engelen die nog op de bazuin zullen blazen.
Johannes gaat naar de verheerlijkte Jezus toe om het boekje aan te nemen.

  • (Op. 10:9) 9 En ik ging naar de Engel toe en zei tegen Hem: Geef mij dat boekje. En Hij zei tegen mij: Neem het en eet het op, en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing.

Het boekje is geen letterlijk boekje maar is ‘een beschrijving’ voor wat er staat te gebeuren. Het bevat een boodschap (zoet) die voor getrouwen hoop en redding betekent, maar voor onberouwvolle goddelozen wee of kwelling betekent (bitter).
Het is een oordeel uitspreken over een onberouwvol volk. Het verwijst naar het predikingswerk van de twee getuigen (Op. 11:3-13) die een boodschap van ‘berouw tonen’ zal bevatten.

  • (Op. 10:10) 10 En ik nam het boekje uit de hand van de Engel en at het op, en het was in mijn mond zoet als honing, maar toen ik het opgegeten had, werd mijn buik bitter.

Het boekje eten heeft hetzelfde effect als wat in het boek Ezechiël staat geschreven:
(Ezechiël 2:6,9-10) 6 Maar u, mensenkind, wees niet bevreesd voor hen, wees niet bevreesd voor hun woorden, hoewel er prikkels en dorens bij u zijn en u bij schorpioenen verblijft. Wees niet bevreesd voor hun woorden en wees niet ontsteld voor hun blik, want zij zijn een opstandig huis!.…9 Toen zag ik, en zie, er was een hand naar mij uitgestoken. En zie, daarin was een boekrol. 10 En Hij spreidde die voor mijn gezicht uit: hij was vanvoren en vanachteren beschreven. Er waren klaagliederen, zuchten en weeklachten op geschreven.
(Ezechiël 3:1-3, 14) 1 Daarna zei Hij tegen mij: Mensenkind, eet wat u aantreft. Eet deze rol op, ga, spreek tot het huis van Israël. 2 Toen deed ik mijn mond open en Hij gaf mij die rol te eten. 3 Hij zei tegen mij: Mensenkind, geef uw buik te eten, vul uw binnenste met deze rol, die Ik u geef. Toen at ik en hij werd in mijn mond als honing zo zoet….14 Toen hief de Geest mij op en voerde mij weg en ik ging weg, bitter bedroefd en hevig ontdaan, en de hand van de HEERE was zwaar op mij.
Het predikingswerk van de twee getuigen, waar dit boekje wat Johannes moet eten naar verwijst, zal op zijn minst een tweeledige maar eerder een drieledige boodschap van berouw bevatten. Als belangrijkste boodschap, om berouw te tonen tegenover de Schepper en Zijn Zoon, maar ook een boodschap tegen de liefde voor geld:
(Markus 10:23,25) 23 En terwijl Hij rondkeek, zei Jezus tegen Zijn discipelen: Hoe moeilijk kunnen zij die rijkdommen bezitten, het Koninkrijk van God binnengaan!….25 Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.
Maar als derde ook tegen de afgoderij, om onder geen voorwaarde Satan te aanbidden door het merkteken te aanvaarden. De truc is om mensen een schuldgevoel aan te praten en bevreesd te maken voor represailles. Het is allemaal angst zaaien door de kinderen van Satan.

  • (Op. 10:11) 11 En Hij zei tegen mij: U moet opnieuw profeterenover vele volken, naties, talen en koningen.

Met het geopende boekje volledig ingenomen kan Johannes verder profeteren, want,
zoals de Hebreeërs hardleers en stijfkoppen waren, zo zijn ook veel Christenen:
(Ezechiël 3:7-9,11,14) 7 Maar het huis van Israël wil naar u niet luisteren, omdat zij naar Mij niet willen luisteren, want heel het huis van Israël heeft een hard voorhoofd en zij zijn hardleers. 
Het was destijds voor Ezechiël bitter om te weten, welke rampspoed Gods volk zou overkomen. Datzelfde geldt voor Johannes na de kennisgeving in dit visioen.

Hoofdstuk 11: Het meten van de tempel en de 2 getuigen profetie

  • (Op. 11:1) 1 En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden.

Johannes werd een meetlat gegeven om de tempel te gaan meten die sinds 70 n.Chr. in Jeruzalem niet meer aanwezig was.

   

In het binnenste voorhof van de tempel in Jeruzalem stond het tempelgebouw zelf en daarvoor het koperen offeraltaar. Het werd omgeven door een groot buitenste voorhof. Het binnenste voorhof was het voorhof waar de priesters dienst deden. In het buitenste voorhof (court of gentiles) van de tempel kwamen de Joden vaak samen en daar mochten ook de niet-Joden, de heidenen, komen. Het binnenste en buitenste voorhof zijn er ook in het tempel-visioen van Ezechiël (hfdstk 40-44) voor de nieuwe aarde.
De ware afmetingen van de letterlijke tempel waren bekend, maar de tempel was er, zoals eerder gezegd, niet meer gedurende Johannes visioen. Die hoefde dus ook niet gemeten te worden. Dit meten is symbolisch bedoeld en betekent dat Johannes degenen moest inventariseren, die God YHWH aanbidden in de geestelijke tempel (Op. 11:1). Johannes moest dus getrouwe Christenen inventariseren. Want Christenen zelf vormen – sinds 70 n.Chr. – de tempel van God:
(1 Korinthe 3:16) 16 Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?
(2 Korinthe 6:16) 16 Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God….
In Zacharia 2:1-8 staat waarom dit meten zo belangrijk is en waarom dit moet gebeuren, want in het verslag van Zacharia moet ook iemand gaan meten:
(Zacharia 2:1-2,5,8) 1 Opnieuw sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, er was een Man met een meetsnoer in Zijn hand. 2 Toen zei ik: Waar gaat U heen? Hij zei tegen mij: Ik ga Jeruzalem opmeten om te zien hoe groot zijn breedte en hoe groot zijn lengte zal zijn….5 En Ík zal voor haar zijn, spreekt de HEERE, een muur van vuur rondom, en Ik zal in haar midden tot heerlijkheid zijn….8….want wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan.
Het opmeten symboliseert in Zacharia de goddelijke bescherming van Gods volk in Jeruzalem. In het geval van Johannes betekent het opmeten van de tempel de ‘bescherming van het binnenste voorhof’ met daarin het tempelgebouw en het offeraltaar. Dat betekent de bescherming van de heiligen en van de grote schare Christenen. Ook van de grote menigte wordt gezegd dat zij na de opname in de hemelse na’os dienst doen en wel als dienaren (voor na’os; zie uitleg verder in het artikel):
(Openbaring 7:9,14-15) 9 Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam….14….Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam. 15 Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden.


Na’os (of naō) is Grieks voor de heilige ruimtes van het tempelgebouw zelf, terwijl het Griekse woord Hi´e·ron het hele tempelcomplex inclusief de beide voorhoven en het heiligdom weergeeft. De grote schare doet dus in de hemel dienst in de Na’os, in de heilige ruimtes. Maar dat doet de grote schare – als Gods tempel – nu op aarde ook.
Na Jezus ‘eenmalige’ offer is het offeraltaar (in het binnenste voorhof) symbolisch  het altaar geworden van het ‘nieuwe’ steeds terugkerende Christelijke offer.
Dat ‘offer’ is het spreken over Jezus woorden geworden en de verdere geestelijke offers die getrouwe Christenen brengen:
(Hebreeën 13:15) 15 Laten wij dan altijd door Hem een lofoffer brengen aan God, namelijk de vrucht van lippen die Zijn Naam belijden.
(1 Petrus 2:5) 5 dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus.

  • (Op. 11:2) 2 Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang.

Volgens Op. 11:2  zullen de heidenen ‘de heilige stad vertrappen’, tweeënveertig maanden lang. Jeruzalem werd de ‘heilige stad’ genoemd, omdat God daar Zijn woonplaats had in de tempel. Maar de fysieke tempel is er niet meer, het betreft dus het hemelse Jeruzalem vertrappen. Volgens ons onderzoek ‘de heilige afgezanten van God’ vertrappen, Gods volk, als eerste de heiligen maar in zekere mate ook de grote schare als heilig volk (Rom.11:16).  Het vertrappen betekent hun laatste predikingswerk onmogelijk maken door vervolging. 

De verklaring van tijd en tijden
Ditzelfde thema van vertrappen komt terug in Jezus profetie over het vertrappen van Jeruzalem door de heidenen:
(Lukas 21:23-24) 23 Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen, want er zal grote nood zijn in het land en toorn over dit volk. 24 En zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en in gevangenschap weggevoerd worden onder alle heidenen. En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn.
De genoemde ‘tijden van de heidenen’ duiden op de periode van 42 maanden van de twee getuigen profetie (Op. 11:2) tot de opname van de heiligen in de hemel (na de 2 getuigen profetie (Op. 11:12). In Daniël wordt er eveneens gesproken over ‘tijden’:
(Daniel 12:6-7) 6 De één zei tegen de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond: Hoelang duurt het nog voordat er een einde komt aan deze wonderlijke dingen 7 Toen hoorde ik de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond, en Hij hief Zijn rechter- en Zijn linkerhand op naar de hemel en zwoer bij Hem Die eeuwig leeft: Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft, wanneer Hij er een einde aan gemaakt zal hebben om de macht van het heilige volk stuk te slaan, zal er aan al deze dingen een einde komen.
Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft verwijst naar de duur van van de 2 getuigen profetie van 42 maanden (van 30 dagen) in Op. 11:2.
De tijden samen; tijd + tijden + halve tijd = 3,5 tijd (profetische jaren van 360 dagen).
3,5 tijd is dan 1260 dagen (Op. 11:3) of 42 maanden van 30 dagen (Op. 11:2).
Profetische jaren bedragen dus 360 dagen, een zonnejaar is echter 365 dagen.
Uit Openbaring 12:6,14 blijkt eveneens dat: tijd + tijden + halve tijd = 1260 dagen:
(Openbaring 12:6,14) 6 En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden  twaalfhonderdzestig dagen……. 14 En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt,  een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang.

Verdere informatie over ‘het vertrappen’ wordt gegeven in Openbaring 13:5.
In Openbaring wordt geschreven over 7 wereldmachten met een gekroonde koning, oftewel de politieke of militaire wereldmachten. De 7en laatste wereldmacht, de VS, zal gedurende 42 maanden Gods naam lasteren en Zijn tent lasteren:
(Openbaring 13:1,5-7) 1 En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam ….5 En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit  tweeënveertig maanden lang te doen. 6 En het opende zijn mond om God te lasteren, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tent en hen die in de hemel wonen. 7 En het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam, taal en volk.
(Daniël 7:25) 25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij (de Antichrist) spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd.
Het vertrappen, maar niet doden, zal dus plaatsvinden gedurende de twee getuigen profetie door de Antichrist en de 7e en laatste wereldmacht, de VS, gedurende tweeënveertig maanden van elk 30 dagen (Op. 13:5).  Dat is dezelfde tijdsperiode als de 1260 dagen of 42 maanden van de twee getuigen profetie (Op. 11:3).
Op de verschillende beesten in Openbaring komen we nog uitgebreid terug.

  • Willibr.(Op. 11:3) 3 En Ik zal mijn twee getuigen bevelen om te profeteren, in zakken gekleed, twaalfhonderdzestig dagen lang.

Dan wordt er aangekondigd, dat er tijdens de grote verdrukking twee getuigen van de Heer Jezus op aarde zullen profeteren.
De twee getuigen zijn de ‘boden’ voor de komst van de Koning Jezus als redder van Zijn discipelen. Ze zullen gaan profeteren met een dringende boodschap dat het voor de mensheid de laatste kans is om nog gered te worden. Dit is de kern volgens het geopende boekje van Johannes dat zoet in de mond is, maar bitter in de buik.
De twee getuigen zijn in zakken gekleed, met een boodschap waar berouw bij hoort.
Dat betekent dat hun getuigeniswerk een waarschuwing is tegen de heersende afgoderij en goddeloosheid zodat de mensen zich zullen vernederen en weer hun Schepper gaan aanbidden. Ze zullen 1260 dagen profeteren en getuigen.

  • (Op. 11:4) 4 Zij zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaars, die voor de God van de aarde staan.

Waarom worden deze twee getuigen beschreven als twee olijfbomen en twee kandelaars? Deze beeldspraak komen we ook tegen in Zacharia 4:11-14, waar deze olijfbomen de twee gezalfden aanduiden:
(Zacharia 4:1,11-12,14) 1 De Engel Die met mij sprak, kwam terug en wekte mij, zoals iemand die uit zijn slaap gewekt wordt….11 Daarna antwoordde ik en zei tegen Hem: Wat betekenen die twee olijfbomen aan de rechterkant van de kandelaar en aan de linkerkant ervan? 12 ….Wat betekenen die twee olijftakken die door twee gouden buisjes gouden olie uit zich weg laten lopen?….14 Daarop zei Hij: Dat zijn de twee gezalfden, die bij de Heere van heel de aarde staan.
De kandelaar wordt continu met olie aangevuld (Zacharia 4:12), het licht zal nooit doven. De kandelaar in Gods tempel wordt de Menora, de lamp van God  genoemd (1 Samuel 3:2-4).
Gedurende de inspectie van de 7 gemeenten komt dit duidelijk naar voren (Op. 1:12).
De menora of 7-armige kandelaar is een symboliek om dag en nacht Gods kinderen Goddelijk licht te geven en te sterken. Iedere Christelijke gemeenschap wordt met het Goddelijke licht beschenen als deze gemeenschap getrouw is, alsof er in iedere getrouwe gemeenschap Gods kandelaar staat (Op. 1:20, Op. 2:5).
Wie zijn dan deze twee olijfbomen (Zach. 4:11), deze twee gezalfden?
Het meest voor de hand liggend zijn dat Mozes en Elia.
Mozes en Elia zijn de twee profeten die verschijnen in de transfiguratie van Jezus:

(Lukas 9:29-30) 29 En het gebeurde terwijl Hij bad, dat de aanblik van Zijn gezicht veranderd werd en Zijn kleding blinkend wit werd. 30 En zie, twee mannen spraken met Hem; het waren Mozes en Elia.
Jezus sprak met beide profeten en het was duidelijk tijdens deze ontmoeting dat er nog iets groots en bijzonders stond te gebeuren, waar beide profeten bij betrokken zouden zijn.
Zowel Mozes als Elia mochten destijds – net als Jezus – krachtige tekenen doen.
Mozes kreeg de autoriteit om grote wonderen te doen (Exodus 9-14), zoals de 10 plagen in Egypte en de doorgang door de golf van Aqaba (Ex. 14:21-22).
Elia kreeg o.a. de autoriteit om de pot met meel en olie van de weduwe te blijven aanvullen (1 Kon. 17:14) en haar zoon weer tot leven op te wekken (1 Kon.17:21-22).
Jezus had echter de autoriteit om grotere wonderen te doen dan Mozes en Elia.
Er is ook een opmerkelijke overeenkomst van 40 dagen vasten van zowel Jezus, Elia en Mozes, waarbij God aan Elia en aan Mozes verscheen op de berg Sinaï (Horeb):
(Exodus 34:28) 28 Hij (Mozes) was daar (berg Sinaï) namelijk veertig dagen en veertig nachten bij de HEERE. Hij at geen brood en dronk geen water.
(1 Koningen 19:8) 8 Toen stond hij (Elia) op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de Horeb.
(Lukas 4:1-2) 1 Jezus, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en werd door de Geest naar de woestijn geleid, 2 waar Hij veertig dagen verzocht werd door de duivel….
Mozes was in zekere zin een voorafbeelding van Jezus. Mozes vertegenwoordigde het wetsverbond, de wet van Mozes. Hij was de middelaar van het wetsverbond tussen God en de natie Israël. Jezus was de middelaar van het Nieuwe Verbond tussen God en alle Christenen (Hebr. 9:15, 12:22-24).
Elia was in zekere zin ook een voorafbeelding van Jezus. Elia was een groot profeet van God, die nog opnieuw zou verschijnen. Niet alleen de komst van Johannes de Doper werd toegeschreven als de komst van Elia (Matt. 17:10-11), maar ook vóór Gods grote dag zal Elia komen en zal alles herstellen:
(Maleachi 4:5-6) 5 Zie, Ik zend tot u de profeet Elia, voordat de dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende dag. 6 Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan.
Jezus is echter de grootste profeet die op aarde is geweest, het Woord van God:
(Johannes 1:14-16) 14 En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.
Het zijn vrijwel zeker Elia en Mozes, die door de twee getuigen afgebeeld worden.
Zullen ze zelf terugkomen? Het is mogelijk maar is niet met zekerheid te verwachten.
Net zoals dat het geval was bij Johannes de Doper, waar Elia niet zelf aanwezig was.
Vlak voor de grote dag van God zal er dus hoogstwaarschijnlijk een nieuwe Elia verschijnen, een profeet in de geest en in de kracht van Elia (Lukas 1:17), samen met een nieuwe Mozes, een profeet in de geest en in de kracht van Mozes.

  • (Op. 11:5) 5 En als iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en dat verslindt hun vijanden. En als iemand hun schade wil toebrengen, moet hij op dezelfde manier gedood worden.

De twee profeten zullen gedurende de 1260 dagen beschermd worden door een onweerlegbaar getuigenis zodat hun vijanden hier niets tegen in kunnen brengen en dat hen de mond zal snoeren. Hun tegenwerpingen zal hen veroordelen:
(Jeremia 5:14) 14 Daarom, zo zegt de HEERE, de God van de legermachten: Omdat u dit woord spreekt, zie, Ik ga Mijn woorden in uw mond tot vuur maken en dit volk tot hout, zodat het hen zal verteren.
In de dagen van Ezechiël was het Joodse volk afvallig en goddeloos geworden, net als de mensheid nu.  Ezechiël kreeg destijds nog verdere informatie als wachter over het volk:
(Ezechiël 3:17-19) 17 Mensenkind, Ik heb u aangesteld tot wachter over het huis van Israël. Wanneer u uit Mijn mond een woord hoort, moet u hen namens Mij waarschuwen. 18 Als Ik tegen de goddeloze zeg: U zult zeker sterven, en u hebt hem niet gewaarschuwd en u hebt niet gesproken om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen om hem in het leven te behouden: die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar Ik zal zijn bloed van uw hand eisen. 19 Maar u, als u de goddeloze waarschuwt en hij zich niet van zijn goddeloosheid en van zijn goddeloze weg bekeert, zal hij in zijn ongerechtigheid sterven, maar u hebt uw leven gered.
Als Christenen hebben we ook de plicht afvalligen en goddelozen te waarschuwen.
Wees dus grondig voorbereid, want Gods woord zal nog bij velen resultaat hebben:
(Jesaja 55:11) 11 zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat: het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.
Zachtmoedige christenen uit alle delen van de wereld zullen de stem van de twee getuigen herkennen als van Goddelijk geïnspireerde oorsprong en hen ondersteunen:
(Johannes 10:27) 27 Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij.

  • (Op. 11:6) 6 Zij hebben macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen zal vallen in de dagen dat zij profeteren. En zij hebben macht over de wateren  om die in bloed te veranderen, en de aarde te treffen met allerlei plagen, zo vaak zij dat willen.

Hun getuigenis zal niet onopgemerkt blijven, er zullen krachtige tekenen worden gedaan. Niemand kan naderhand zeggen, ik was niet gewaarschuwd:
(Romeinen 10:13-15,18) 13 Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. 14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Wie zij niet geloven? En hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder iemand die predikt? 15 En hoe zullen zij prediken, als zij niet gezonden worden? Zoals geschreven staat: Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die vrede verkondigen, van hen die het goede verkondigen!….18 Maar ik zeg: Hebben zij het dan echt niet gehoord? Zeker wel: Hun geluid is over heel de aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden van de wereld.
Als profeet had Elia de autoriteit ontvangen om het niet te laten regenen:
(1 Koningen 17:1) 1 En Elia, de Tisbiet, uit de inwoners van Gilead, zei tegen Achab: Zo waar de HEERE, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen komen, behalve op mijn woord!
(1 Koningen 18:1,17-18) 1 En het gebeurde na vele dagen dat het woord van de HEERE tot Elia kwamin het derde jaar: Ga, vertoon u aan Achab, want Ik zal regen geven op de aardbodem….17 En het gebeurde, toen Achab Elia zag, dat Achab tegen hem zei: Bent u degene die Israël in het ongeluk stort? 18 Toen zei hij: Ík heb Israël niet in het ongeluk gestort, maar ú en het huis van uw vader, doordat u de geboden van de HEERE verliet en achter de Baäls aan gegaan bent.
Gedurende 3,5 profetisch jaar (of 42 maanden van 30 dagen) regende het niet:
(Lukas 4:25) 25 Maar Ik zeg u naar waarheid: Er waren veel weduwen in Israël in de dagen van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood kwam over heel het land,
Deze tijdsperiode komt overeen met de periode van 42 maanden of 1260 dagen die de twee getuigen zullen profeteren (Openbaring 11:2-3).
Als profeet had Mozes de autoriteit ontvangen om water te veranderen in bloed:
(Exodus 7:19-20) 19 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zeg tegen Aäron: Neem je staf en strek je hand uit over de wateren van Egypte. Strek hem uit over hun stromen, over hun rivieren, over hun waterpoelen en over hun hele watervoorraad, zodat zij bloed worden. Er zal bloed zijn in heel het land Egypte, zelfs in de houten en stenen vaten.20 Mozes en Aäron deden precies zoals de HEERE geboden had. Hij hief de staf op en sloeg voor de ogen van de farao en zijn dienaren het water dat in de Nijl was. En al het water dat in de Nijl was, werd in bloed veranderd. (zie Hebr. 11:27-29)
Om gedurende hun getuigenis gered te kunnen worden is geloof in Jezus noodzaak:
(Johannes 3:17-18) 17 Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

  • (Op. 11:7) 7 En wanneer zij hun getuigenis volbracht hebben, zal het beest dat  uit de afgrond opkomt, oorlog met hen voeren en het zal hen overwinnen en hen doden.

Uit het artikel ‘wereldmachten 9. De vrouw en het scharlaken gekleurd wilde beest’ blijkt, dat dit scharlakenrode beest uit de afgrond een overkoepelend financieel systeem betekent, de 8e wereldmacht, de 10 ongekroonde koningen van de centrale banken (we komen op ‘de beesten’ tevens nog uitgebreid terug):
(Openbaring 17:8,11-12) 8 Het beest dat u gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit de afgrond en naar het verderf gaan….11 En het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste. En hij is uit de zeven, en gaat naar het verderf. 12 En  de tien horens die u gezien hebt, zijn tien koningen, die het koningschap nog niet hebben ontvangen, maar die samen met het beest één uur koninklijke macht zullen ontvangen.
Het doden van de twee getuigen zal gebeuren door toedoen van de 8e wereldmacht:
(Op. 11:7) 7 En wanneer zij hun getuigenis volbracht hebben, zal het beest dat uit de afgrond opkomt, oorlog met hen voeren en het zal hen overwinnen en hen doden.
De 8e wereldmacht zal dit doen in samenwerking met de Antichrist:
(Daniël 7:25) 25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij (de Antichrist) spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd.

  • (Op. 11:8) 8 En hun dode lichamen zullen liggen op de straat  van de grote stad, die in geestelijke zin genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook onze Heere werd gekruisigd.

Deze grote stad is een afbeelding van Jeruzalem uit Jezus dagen, die beweerde God te aanbidden maar die evenals Sodom zondig was geworden aan overtreding en verdorvenheid. Jeruzalem was geworden als Egypte dat door hun goden deel was geworden van afgoderij. De dood van de twee profeten wordt daarom vergeleken met Jezus kruisiging. Het is een afbeelding van goddeloze mensen, die de Zoon van God loochenen en daarmee ook de Vader:
(1 Johannes 2:22-23) 22  Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.  23 Ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet.
De ‘grote stad’ beeldt tevens ‘het grote Babylon’ af, daar komen we nog op terug.

  • (Op. 11:9) 9 En de mensen uit de volken, stammen, talen en naties zullen hun dode lichamen drieënhalve dag zien, en zullen niet toelaten dat hun dode lichamen in het graf gelegd worden.

Het is een schande en vernedering om gestorven onschuldige mensen niet te begraven. Alleen verachte misdadigers werden in Israël niet begraven, maar werden op de vuilnisbelt van Gehenna (dal van Hinnom) met fosfor verbrand. Er gaat een diepe minachting van deze ongelovigen uit, om hun begrafenis – uit wraak voor hun plagen – niet toe te laten. De drieënhalve dag zonder levensteken heeft een parallel met Jezus, die na drieënhalve dag weer gezien werd (Matt. 12:40, 27:63).

  • (Op. 11:10) 10 En zij die op de aarde wonen, zullen zich over hen verblijden, en zullen feest gaan vieren en elkaar geschenken sturen, omdat deze twee profeten hen die op de aarde wonen, zo gekweld hadden.

De kinderen van Satan, de kinderen van de ongehoorzaamheid, houden het liefst zoveel mogelijk goddeloze mensen in een traumatische angstpsychose en in stress.  Deze mensen worden vervolgens onredelijk en hardvochtig vooral naar degenen, die weigeren zich net zo bang te laten maken. Wanneer de plagen van de twee profeten voltrokken worden zoals droogte (daarmee hongersnood) en water dat in bloed veranderd (daarmee waterproblemen)  voelen ze zich verschrikkelijk gekweld. Daarom sturen de goddeloze mensen elkaar geschenken als de prediking van de 2 getuigen is gestopt en de heilige profeten ter dood zijn gebracht, de kwelling is voor hen eindelijk voorbij. Dat denken ze tenminste.

  • (Op. 11:11) 11 En na die drieënhalve dag kwam er een levensgeest uit God in hen en zij gingen op hun voeten staan. En grote vrees overviel hen die hen zagen.

Het zal een gewonnen positie lijken, het zal lijken dat de twee profeten roemloos verslagen en vernederd zijn. Net zoals Jezus na Zijn dood verslagen en vernederd leek. Maar na 3,5 dag krijgen de twee getuigen een opstanding uit de dood en de goddeloze mensen worden zeer bevreesd omdat ze een groot teken van God zien.

  • (Op. 11:12) 12 En zij hoorden een luide stem uit de hemel tegen hen zeggen: Kom hier omhoog. En zij gingen omhoog naar de hemel, in de wolk, en hun vijanden keken hen na.

Net zoals Jezus worden ze in de hemel opgenomen terwijl een wolk hen onttrekt aan het oog van hun toeschouwers:
(Handelingen 1:9) 9 En nadat Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
Met een (gematerialiseerd) geestelijk lichaam stijgen ze dus op naar de hemel (1Kor.15:44). Direct hierna worden de dode en nog levende heiligen opgenomen.

  • (Op. 11:13) 13 En op datzelfde uur vond er een grote aardbeving plaats, en het tiende deel van de stad stortte in. En bij die aardbeving werden zevenduizend met name bekende personen  gedood. En de overigen werden zeer bevreesd, en gaven eer aan de God van de hemel.

De grote verdorven stad beeldt het oude Babylon ‘in het groot’ af (Op. 11:8).
In Openbaring hfdstk 17 wordt gesproken over een vrouw, een hoer met op haar voorhoofd geschreven; Geheimenis, het grote Babylon, de moeder van de hoeren.
De hoer en de grote stad hebben een nauwe relatie, en de eigenschappen voor beiden worden door elkaar heen gebruikt.
De hoer’ vertegenwoordigt de geldzucht van Babylon, nu het financiële systeem.
De grote stad’  zelf vertegenwoordigt de verheffing boven God van Babylon.
De letterlijke grote stad, die vol is van afgodische verheffing boven onze Schepper door de volgende generatie gentherapie, genomica, stamcelonderzoek, nanobiologie en bio-engineering. Dat is de grote stad NEOM. NEOM is een nieuwe stad in Saoedi-Arabië die nu gebouwd wordt. In NEOM is ook Gods berg Sinaï (in de Horeb bergketen) gesitueerd. Het tiende deel van deze letterlijke stad NEOM zal instorten na een grote aardbeving als de twee getuigen zijn opgenomen in de hemel.
Er worden ook 7000 bekende mensen door deze grote aardbeving gedood, omdat hen blijkbaar Gods toorn toekomt. Zoals altijd laten allerlei beroemdheden, acteurs, actrices, artiesten, atleten en mensen die graag in de belangstelling staan zich gebruiken om afgoderij te ondersteunen. De overige bewoners van NEOM zien in grote angst de vernietiging van deze 7000 bekende personen, en realiseren zich dat het een actie van God is (Op. 14:8). Op NEOM komen we nog uitgebreid terug.

  • (Op. 11:14) 14 Het tweede wee is voorbijgegaan. Zie, het derde wee komt spoedig.

Het tweede wee is voorbij, de 7e engel gaat zich nu gereed maken om te blazen op zijn bazuin.

Wordt vervolgd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *