3. De geheimen uit het boek Daniël ontrafeld, met verhelderend inzicht.

Daniël deel 3.pdf

(Daniël 12:4) 4 Maar u, Daniël, houd deze woorden geheim en verzegel dit boek tot de tijd van het einde. Velen zullen het onderzoeken en de kennis zal toenemen.
.                      (Alle aanhalingen uit de Herziene Statenvertaling)
————————————————————————————————————

Christenen hebben hun leven vrijgemaakt met de waarheid van Gods woord en de doop.
Het verlangen van Christenen op dit moment naar Gods koninkrijk is groot, zoals ook bij Joden het verlangen groot was om vanuit hun ballingschap naar Juda terug te keren.

Samenvatting deel 2:
De aanbidding van het gouden beeld van Nebukadnezar en de redding van de getrouwe Joodse jongemannen uit de vuuroven.
De tegenbeeldige aanbidding van het beeld en de redding van getrouwe Christenen voor het vuur.
Gods volk zou vanaf de roeping van Abraham in 7 periodes van wereldmachten bestuurd gaan worden door koningen die hun verstand verloren hadden.
De verstandeloze 7 wereldmachten lopen nu teneinde. Wat zich wereldwijd afspeelt, is dat de demonen uit gaan naar de bestuurders om hen te verzamelen voor de grote climax (Op.16:14).
Babylon was een verdorven stad van afgoderij en zou overwonnen worden.
Het grote Babylon zal een verdorven stad van afgoderij zijn en zal vernietigd worden.

Thema: Trouw blijven door een sterk geloof, door geen deel van deze wereld te worden

Daniël hoofdstuk 6
De jaloezie en minachting van de elite voor getrouwe aanbidders in Babylon.
Getrouwe Christenen zijn geen deel van deze wereld met zijn onredelijke en hardvochtige elite.

Na de verovering van Babylon door Kores (Cyrus de Grote) werd Darius de Meder de nieuwe koning van het Chaldeeuwse of Babylonische rijk.
Hij stelde 120 stadhouders aan die verantwoording moesten afleggen aan drie rijksbestuurders, waarvan Daniël er ook een was. Daniël overtrof hen allemaal wegens zijn uitzonderlijke geest.
Koning Darius wilde Daniël, een Jood, als belangrijkste bestuurder over heel zijn rijk aanstellen.
De anderen bestuurders wilden hun elitair en corrupt wereldje niet delen. Ze werden jaloers en zochten een reden om Daniël aan te klagen, maar konden niets tegen hem vinden.
Ze wisten dat Daniël een diepgelovig man was (Daniël 6:1-6). Daar lag hun kans om Daniël te lozen:

(Daniël 6:7-9) 7 Zo kwamen deze rijksbestuurders en stadhouders eensgezind bij de koning en zeiden het volgende tegen hem: Koning Darius, leef in eeuwigheid! 8 Al de rijksbestuurders van het koninkrijk, de machthebbers, de stadhouders, de raadslieden en de landvoogden, zijn na onderling beraad van mening dat er een koninklijk besluit moet worden opgesteld en een verbod moet worden bekrachtigd, dat al wie binnen dertig dagen een verzoek zal richten aan welke god of mens ook, behalve aan u, o koning, in de leeuwenkuil zal worden geworpen. 9 Nu dan, koning, stel het verbod op en onderteken het bevelschrift, dat niet veranderd mag worden, volgens de wet van Meden en Perzen, die niet mag worden herroepen.

Het was duidelijk een complot gericht tegen Daniël. Volgens de wet van Meden en Perzen waren hun uitgevaardigde wetten onherroepbaar (zie wat dat betreft ook Esther 1:19):

(Daniël 6:10-11) 10 Daarop ondertekende koning Darius het bevelschrift en verbod. 11 Toen Daniël te weten kwam dat dit bevelschrift ondertekend was, ging hij zijn huis binnen. Nu had hij in zijn bovenvertrek open vensters in de richting van Jeruzalem. Op drie tijdstippen per dag ging hij op zijn knieën, bad hij en dankte hij voor het aangezicht van zijn God, precies zoals hij voordien had gedaan.

Daniël hoorde van het bevelschrift en wist meteen dat dit gevolgen had om in gebed te gaan tot God.
Het was het gebruik voor Daniël, om drie maal daags in gebed te gaan voor zijn God (Daniël 6:11):

(Psalm 55:18) 18 ‘s Avonds, en ‘s morgens, en ‘s middags zal ik klagen en kermen, en Hij zal mijn stem horen.

De jaloerse mede regeerders kwamen op afspraak samen bij Daniëls huis om hem te betrappen en te verraden. Ze vertelden de koning dat Daniël, die denigrerend een van de ballingen uit Juda werd genoemd, drie keer per dag zijn God aanbad (Dan. 6:14). De koning kon geen kant op, de wet mocht niet worden herroepen. Tot zonsondergang spande hij zich in om Daniël te redden (Dan. 6:12-15).
Na zonsondergang kwamen de mede regeerders bij de koning terug om hem onder druk te zetten en te wijzen op de onherroepelijke wet (Dan. 6:16). Koning Darius was radeloos en moest Daniël in de leeuwenkuil laten werpen, maar gebruikte wel heel opmerkelijke woorden: ‘Uw God, Die u voortdurend vereert – Híj zal u verlossen’ (Dan. 6:17).
Waarschijnlijk was Darius op de hoogte van de wonderbaarlijke redding van de drie Joodse jongemannen uit de vuuroven door de God van Daniël.
Die nacht bracht de koning vastend door, hij kon niet slapen. Toen het licht werd ging hij meteen naar de leeuwenkuil en vroeg Daniël of zijn God hem van de leeuwen had kunnen verlossen:

(Daniël 6:22-25) 22 Toen sprak Daniël tot de koning: O koning, leef in eeuwigheid! 23 Mijn God heeft Zijn engel gezonden en Hij heeft de muil van de leeuwen toegesloten. Ze hebben mij geen letsel toegebracht, omdat ik voor Hem onschuldig ben bevonden. Ook tegen u, o koning, heb ik geen misdaad begaan. 24 Toen werd de koning zeer verheugd daarover, en hij beval Daniël uit de kuil te trekken. Toen Daniël uit de kuil was getrokken, werd er geen enkel letsel bij hem aangetroffen, omdat hij op zijn God had vertrouwd. 25 Vervolgens beval de koning en men haalde die mannen die Daniël openlijk hadden beschuldigd, en men wierp hen, hun kinderen en hun vrouwen, in de leeuwenkuil. Zij hadden de bodem van de kuil nog niet bereikt, of de leeuwen maakten zich van hen meester en verbrijzelden al hun beenderen.

De jaloerse mede regeerders werden voor hun verraad met hun vrouwen en kinderen in de leeuwenkuil geworpen en door de leeuwen gedood. Het was blijkbaar in die dagen gebruikelijk om het hele gezin van verraders, die een ernstig misdrijf hadden gepleegd, op die manier te straffen.
Toen schreef Koning Darius een bevel gericht aan alle volken op de aarde:

(Daniël 6:27-28) 27 Er wordt door mij bevel gegeven dat men in heel het machtsgebied van mijn koninkrijk zal beven en sidderen voor het aangezicht van de God van Daniël, want Hij is de levende God, en houdt voor eeuwig stand. Zijn Koninkrijk gaat niet te gronde, en Zijn heerschappij duurt tot het einde. 28 Hij verlost en redt, Hij doet tekenen en wonderen in de hemel en op de aarde, Hij, Die Daniël heeft verlost uit de klauwen van de leeuwen.

Daniël had de aanbidding van God kunnen nalaten uit vrees voor de gevolgen. Hij bleef echter trouw zijn hemelse Vader aanbidden. Het verraad van de bestuurders is te vergelijken met dat van huidige politici, die hun gegeven macht over het volk misbruiken en waarbij ieder schaamtegevoel ontbreekt.
Christenen kunnen net als Daniël bescherming nodig hebben voor verraad, voor wilde dieren of voor een andere bedreiging en kunnen bij hun God (YHWH) smeken om bescherming en die ontvangen.
Laat uw gebed door tegenstanders nooit afnemen, blijf trouw, net zoals Daniël trouw bleef:

(Openbaring 6:8) 8 En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde.

Daniël hoofdstuk 7
De 4 wereldmachten die zullen komen vanaf de laatste koning Zedekia van Juda in de lijn van David.
De 7 wereldmachten die zullen komen vanaf de roeping van Abraham uit Ur, VS als 7

In het eerste regeringsjaar van Belsazar ontving Daniël een visioen met vier grote dieren (Dan. 7:1).  Het visioen beeldde vier koningen af, die uit de aarde zouden opstaan:

(Daniël 7:17) 17 Die grote dieren, die vier in getal zijn, zijn vier koningen, die uit de aarde zullen opstaan.

In Daniël worden de 4 wereldmachten beschreven waar Gods toenmalige volk, de Joden,  vanaf de laatste koning van Juda in de lijn van David, Zedekia, door werden onderworpen.
De leeuw (de Babyloniërs), de beer (de Medo-Perziërs), het luipaard (de Grieken) en het vierde beest (de Romeinen).  Toch wordt er ook in Daniël een 5e wereldmacht genoemd, de VS, waar in deze dagen de Christenen door worden onderworpen.
In Daniël 7:3-7 wordt een beschrijving gemaakt van deze wilde beesten met hun eigenschappen. Ieder beest geeft een wereldmacht weer, en de horens in die wereldmacht duiden de koningen aan.
De beschrijving van het beeld in hoofdstuk 2 heeft veel gemeenschappelijk met Dan. 7:3-7 :

(Daniël 7:3-7)  3 en vier grote dieren stegen op uit de zee, die van elkaar verschilden. 4 Het eerste was als een leeuw, met vleugels van een arend. Ik keek toe totdat zijn vleugels uitgerukt werden. Het werd van de aarde opgeheven, het werd als een mens op zijn voeten gezet en het werd een mensenhart gegeven. 5 En zie, een ander dier, het tweede, leek op een beer. Het richtte zich op naar één kant. Het had drie ribben in zijn muil, tussen zijn tanden. Men zei het volgende tegen het dier: Sta op, eet veel vlees. 6 Daarna keek ik, en zie, er was nog een ander dier, als een luipaard. Het had vier vogelvleugels op zijn rug en het dier had vier koppen. En het werd heerschappij gegeven.7 Daarna keek ik toe in de nachtvisioenen, en zie, het vierde dier was schrikwekkend, gruwelijk, en uitzonderlijk sterk. Het had grote ijzeren tanden. Het at en verbrijzelde, en de rest vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van al de dieren die ervóór geweest waren. En het had tien horens.

Het beeld  Daniël 2:31-34  Wereldmacht       Daniël 7:3-7                                      .
.                                          Egypte
.                                          Assyrië
Hoofd van goud                 Babylon                Leeuw, met vleugels van een arend
Borst en armen van zilver Medo-Perzië         Beer, met drie ribben in zijn muil
Buik en dijen van brons    Griekenland           Luipaard, met vier vleugels, 4 koppen
Benen van ijzer                 Romeinse rijk        Schrikwekkend, zeer sterk dier, 10 horens
Voeten van ijzer en leem  Verenigde Staten   Andere koning zal opstaan, vers 24

Na deze 10 horens of koningen wordt er gesproken in (Dan. 7:24) over een andere koning. Dat is de koning van het voetenrijk van ijzer en leem, de voormalige kolonie, de Verenigde Staten van Amerika.
(Het getal 10 is in de Schrift een aanduiding voor ‘compleetheid’: zoals de 10 plagen van Egypte, de 10 slaven met 10 minen om zaken mee te doen, enz.)

(Daniël 7:24) 24 En de tien hoorns duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan,  en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren….

Na deze andere koning, het voetenrijk, zal Gods koninkrijk al deze koninkrijken verbrijzelen:

(Daniël 2:44) 44 In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet op een ander volk zal overgaan. Het zal al die andere koninkrijken verbrijzelen en tenietdoen, maar zelf zal het voor eeuwig standhouden
(Daniël 7:17-18) 17 Die grote dieren, die vier in getal zijn, zijn vier koningen, die uit de aarde zullen opstaan. 18 De heiligen van de Allerhoogste zullen echter het koningschap ontvangen. Zij zullen het koningschap in bezit nemen tot in eeuwigheid, ja, tot in der eeuwen eeuwigheid.

Al deze wereldmachten zouden er dus komen vanaf de laatste koning van Juda, Zedekia.
Als eerste Babylon, de leeuw met arendsvleugels (Jeremia 4:7)(Habakuk 1:6-8).
De luipaard, het Griekse rijk, werd vierkoppig na de dood van Alexander de Grote in 323 v.Chr.
Vier Macedonische bevelhebbers werden – in onderlinge strijd – zijn opvolgers; Seleucus heerste over Mesopotamië en Klein-Azië. Ptolemaeus heerste over Egypte, Cyprus, Cilicië, Judea en Samaria. Lysimachus heerste over Thracië, en Cassander heerste over  Macedonië en Griekenland.

Of zoals het vierkoppige Grieks-Macedonisch rijk in Daniël 8 staat beschreven:

(Daniël 8:20-22) 20 De ram met de twee hoorns die u gezien hebt, dat zijn de koningen van Medië en Perzië. 21 En de harige geitenbok is de koning van Griekenland, en de grote hoorn die tussen zijn ogen zat, dat is de eerste koning. 22 En dat die afbrak en er vier voor in de plaats kwamen: vier koninkrijken zullen uit dat volk ontstaan, maar zonder de kracht ervan.

  • De horen (koning) die ogen had en een mond vol grootspraak, de Antichrist

Dan geeft Daniël plotseling informatie over de verre toekomst, over een andere, kleine horen:

(Daniël 7:8) 8 Terwijl ik op de (10) horens bleef letten, zie, een andere, kleine, horen rees daartussen op. Drie van de eerdere horens werden voor hem uitgerukt. En zie, in die horen waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak.

Hoe kunnen we weten dat ‘die andere kleine horen’ de Antichrist is van het laatste uur?

(Daniël 7:10-11) 10 Een rivier van vuur stroomde en ging voor Zijn aangezicht uit. Duizendmaal duizenden dienden Hem en tienduizendmaal tienduizenden stonden voor Zijn aangezicht. Het gerechtshof hield zitting en de boeken werden geopend. 11 T oen keek ik, vanwege het geluid van de grote woorden die de hoorn (Antichrist) sprak. Ik keek toe totdat het dier gedood werd en zijn lichaam vernietigd werd, en aan het laaiend vuur werd prijsgegeven.
(Openbaring 19:20) 20 En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet (Antichrist),…. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt.

Voor een volledig antwoord in welke tijdsperiode deze kleine horen of koning actief is, nemen we het boek Openbaring erbij. De uitleg in Openbaring steekt iets anders in elkaar als in het boek Daniël:

(Daniël 7:25) 25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd.
(Daniël 12:7) 7….Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft, wanneer Hij er een einde aan gemaakt zal hebben om de macht van het heilige volk stuk te slaan, zal er aan al deze dingen een einde komen.

Tijd, tijden en een halve tijd heeft zoals eerder uitgelegd een relatie met ‘profetische’ jaren. Tijd, tijden en een halve tijd = 3,5 tijd (of profetisch jaar) van ieder 12 maanden = 3,5 x 12 = 42 maanden. Zowel in Daniël als in Openbaring stemt dit overeen met een periode van godslastering en vervolging van de heiligen:

(Openbaring 13:5-7) 5 En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit tweeënveertig maanden lang te doen. 6 En het opende zijn mond om God te lasteren, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tent en hen die in de hemel wonen. 7 En het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen….

Het is dezelfde periode als beschreven voor de twee getuigen profetie, 42 maanden van 30 dagen:

(Openbaring 11:2-3) 2 Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang. 3 En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen, in rouwkleding gekleed, twaalfhonderdzestig dagen lang profeteren. (zie ook Nieuws-brieven 3. De twee getuigen)

Zowel in Daniël 7:25, Daniël 12:7 als in Openbaring 11:3 (de twee getuigen profetie) wordt gesproken over precies dezelfde tijdsperiode van 42 maanden.

Volgens onze studie staat het scharlakengekleurde beest (Op. 17:3) – met zijn 10 ongekroonde koningen – voor de financiële wereldmacht, de macht van de centrale banken.
Toen de voormalige kolonie, de VS, als verlengstuk van het ‘Westen’ steeds productiever begon te worden, zagen de oprichters van private centrale banken hun kans in de VS.

(Daniël 7:8) 8 Drie van de eerdere horens werden voor hem uitgerukt….
(Daniël 7:24) 24….En de tien hoorns duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan,  en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren. Drie koningen zal hij vernederen.

(Op de interpretatie van Daniël 7:24 komen we in een volgend artikel nog terug)
Drie koningen/presidenten die tegenstand boden tegen een ‘private’ centrale bank werden volgens onderstaande video vermoord omdat ze tegen de woekerwinsten waren van de private bankiers:
U.S. Presidents Who Advocated A Publicly-Owned Central Bank

16e president Abraham Lincoln –         Greenbacks    1865      vermoord
20e president James Garfield –    Banking Statement    1881      vermoord
35e president JF Kennedy –     execution order 1110    1963      vermoord

Volgens Openbaring 17:12, zullen de 10 koningen van de centrale banken 1 Bijbels uur koninklijke macht ontvangen, in het allerlaatste gedeelte van de eindtijd. De Japanse centrale bank was eind 1990 al volop financieel aan het ‘regeren’ door de rente zeer laag te maken.

Daniël hoofdstuk 8
Sommigen van de heilige engelen veroorzaken een verwoestende afval, zij worden demonen, helpers van Satan.
Sommigen van Gods volk veroorzaken een verwoestende afval, worden kinderen van Satan.

Het Babylonische rijk evenals het Romeinse rijk worden niet genoemd in het visioen van de ram – Medië en Perzië – en de geitenbok  – Griekenland – (Dan. 8:1-8). Na de opsplitsing van het Griekse rijk, kwam uit 1 van de horens van de 4 Macedonische bestuurders een kleine horen tevoorschijn:

(Daniel 8:9) 9 Uit één ervan kwam een kleine hoorn tevoorschijn, die uitzonderlijk groot werd, naar het zuiden toe, naar het oosten toe en naar het Sieraadland toe.

Het sieraadland was het land van melk en honing, het beloofde land (Ezechiël 20:6, 15).
De kleine hoorn kwam voort uit één van de vier genoemde koninkrijken, waarin Alexanders rijk na zijn dood was verdeeld. De Macedonische bevelhebber Seleucus heerste over Syrië, Mesopotamië en Klein-Azië. Juda viel in 198 v.Chr. in handen van het Seleucidische Rijk.
Antiochus IV Epifanus werd in 175 v.Chr. koning van het Seleucidische rijk en zette het toen gevoerde hellenisme voort. Hij werd een zondige spruit genoemd in het ‘apocriefe’ boek 1Makkabeeën:

Stat.vert. (1 Makkabeeën 1:11, 23-25,48-50,60-61) 11 En uit hen is voortgekomen een zondige spruit namelijk Antiochus Epifanes, de zoon van de koning Antiochus, die binnen Rome gijzelaar geweest was; en hij regeerde als koning in het honderdenzevenendertigste jaar van het rijk der Grieken….23 En hij ging met grote hovaardigheid in het heiligdom, en nam het gouden altaar, en de kandelaar des lichts, en alle gereedschap, en de tafel der toonbroden, en de sprengbekers, en de fiolen, en de gouden wierookschalen, en het voorhangsel, en de kronen, en het gouden sieraad, dat in de tempel gezien werd, en hij trok het alles af. 24 Hij nam het zilver en het goud, en de kostelijke vaten; en hij nam ook de verborgen schatten, die hij vond, en dit alles genomen hebbende trok hij naar zijn land. 25 En hij liet vele mensen vermoorden, en sprak met grote hoogmoedigheid…. 48 Dat zij de brandoffers, de offerande en het drankoffer uit het heiligdom weren zouden. 49 Dat zij de sabbatten en de feestdagen zouden ontheiligen; 50 Dat zij het heiligdom en de heilige plaatsen ontreinigen zouden…. 60 En verbrandden de boeken der wet, die zij vonden, nadat zij ze verscheurd hadden. 61 En waar bij iemand gevonden werd het boek des verbonds, en zo iemand de wet toestond, die doodden zij naar het bevel des konings, door hun geweld.

Nu is 1 Makkabeeën niet geïnspireerd geschreven, maar is geschiedkundig wel helder.
Orthodoxe Joden hadden veel bezwaren tegen beoefening van de hellenistische cultuur, die immers talloze goden kende. De Seleucidische koning Antiochus IV Epifanes gaf het bevel om een heidens altaar op te richten in de Joodse tempel te Jeruzalem, gewijd aan de heidense god Zeus (de oppergod van de goden). Hij wilde de heidense aanbidding van Zeus in zijn hele rijk verplichten en verbood het Joodse volk, toen Gods volk, de aanbidding van hun God YHWH.  Antiochus IV Epifanes ontheiligde de tempel door de dagelijkse terugkerende  offers te verbieden. Hij roofde ook alle kostbaarheden.


Antiochus IV Epifanes rooft de tempel van Jeruzalem leeg

(Daniël 8:10-14) 10 Hij werd groot, tot aan het leger van de hemel (de engelen). Van dat leger, namelijk van de sterren, liet hij er sommige ter aarde vallen en vertrapte ze. 11 Hij maakte zich groot tot aan de Vorst van dat leger. Het steeds terugkerende offer werd aan Deze ontnomen en Zijn heilige woning neergeworpen. 12 En het leger werd overgegeven vanwege de afvalligheid tegen het steeds terugkerende offer, en hij wierp de waarheid ter aarde. Hij deed het en het gelukte.13 Toen hoorde ik een heilige spreken, en een heilige zei tegen de Ongenoemde Die sprak: Hoelang zal het visioen van het steeds terugkerende offer en de verwoestende afvalligheid gelden, en hoelang zal zowel het heiligdom als het leger overgegeven worden om vertrapt te worden? 14 Hij zei tegen mij: Tot tweeduizend driehonderd avonden en morgens. Dan zal het heiligdom in rechten hersteld worden.

In dit visioen wordt duidelijk gesproken over een twistvraag in de hemel, over het vernietigen van de tempel met het dagelijks terugkerende offer, en twistvragen over het ultieme offer van de Christus.

  • Het visioen van de avond en de morgen

(Daniël 8:17,26) 17 …. Toen zei hij tegen mij: Begrijp, mensenkind, dat het visioen betrekking heeft op de tijd van het einde….26 Wat betreft het visioen van de avond en de morgen, wat gezegd is, dat is de waarheid.

Het visioen van de avond en de morgen heeft betrekking op de tijd van het einde.
En het visioen begon – volgens ons, doJC – met de verwoesting van de tempel en het éénmalige offer van Jezus, en zal eindigen met de herbouwde tempel door de Spruit op de beloofde nieuwe aarde.
Er kwam eerst in 66 n.Chr. een aanval op Jeruzalem door de Romeinse generaal Cestius Gallius, maar die trok zich terug. Daarna kwam de aanval door de Romeinse generaal Titus waarbij Jeruzalem met zijn tempel in 70 n.Chr. totaal vernietigd werd:

(Lukas 21:6,20) 6 Wat betreft deze dingen waarnaar u kijkt: Er zullen dagen komen waarin niet één steen op de andere steen gelaten zal worden die niet afgebroken zal worden…..20 Wanneer u zult zien dat Jeruzalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is.

De tempel van Jeruzalem met zijn offeraltaar voor de steeds terugkerende offers, was voor de Joden de plaats van aanbidding van YHWH.

  • Antiochus IV Epifanes, een afbeelding van de Antichrist van het laatste uur

Nu we een helder beeld hebben over de Seleucidische koning Antiochus IV Epifanes, lezen we in Daniël 8:10 dat hij de Vorst van het hemelse leger, YHWH, zijn dagelijkse offers ontnam en Zijn heilige woning neerwierp. In Dan. 8:10 en 8:12 lezen we, dat het hemelse leger werd overgegeven, vanwege de afvalligheid m.b.t. het dagelijks terugkerende offer. Afvalligheid onder de engelenzonen. Met de verwoesting van de aanbidding in de tempel verwierp Satan met zijn demonenleger de aanbidding van God en het was gelukt volgens Dan. 8:13 (’Want hoelang zal het visioen gelden?’).

Tot 2300 avonden en morgens, dan zal de nieuwe tempel (vers 14) rechtmatig hersteld worden.
Zoals bij de scheppingsdagen wordt er gesproken over avonden en morgens, als tijdseenheden.
Wanneer we als hypothese voor iedere dag een jaar nemen, zoals ook toegepast bij Ezechiël 4:6 ‘Voor elk jaar leg Ik u een dag op’ en bij Numeri 14:34 ‘veertig dagen, voor elke dag een jaar’, dan zal de nieuwe tempel hersteld worden na 2300 jaar.

Hypothese nieuwe tempel: 70 n.Chr. (vernietiging tempel) +  2300 jaar = +/- 2370 n.Chr.
Dan zal de Spruit (Jezus) in het Nieuwe Jeruzalem de tempel (Ezechiëls tempel) op de nieuwe aarde hebben herbouwd. (zie Nieuws-brieven 4. Nieuwe Jeruzalem; deel 1)
De Spruit (Jezus) zal volgens Zacharia zowel Koning zijn als Priester zijn, zoals Melchizedek dat ook was (zie hiervoor Hebr. 5:4-6):

(Zacharia 6:12-13) 12 en zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Zie, een Man – Zijn Naam is SPRUIT – zal uit Zijn plaats opkomen, en Hij zal de tempel van de HEERE bouwen. 13 Ja, Híj zal de tempel van de HEERE bouwen, Híj zal met majesteit bekleed zijn, Hij zal zitten en heersen op Zijn troon. Hij zal Priester zijn op Zijn troon; tussen die Beiden zal vredesberaad plaatsvinden.

De tempel volgens het visioen van Ezechiël hoofdstuk 40-43:

 (Daniël 8:15-16,19) 15 Het gebeurde, toen ik het visioen zag – ik, Daniël – dat ik het probeerde te begrijpen. En zie, er stond iemand voor mij met het uiterlijk als van een man. 16 En ik hoorde een stem van een Mens tussen de oevers van de Ulai. Hij riep en zei: Gabriël, laat hem daar het visioen begrijpen!….19 En hij zei: Zie, ik laat u weten wat er zal gebeuren aan het einde van deze periode van gramschap, want op de vastgestelde tijd zal het einde er zijn.

De beschrijving van ‘een Man met de stem van een Mens’ duidt waarschijnlijk op de Mensenzoon, die spreekt over het einde van de periode van gramschap zoals ook beschreven in Openbaring 16:17.
In Daniël 8:20-22 worden de wereldmachten Medo-Perzië en Griekenland onthuld.
Vanaf vers 23 wordt er ineens een verband gelegd met de laatste dagen (wanneer de Christelijke afval compleet is) en wordt er gesproken over een meedogenloze koning (de Antichrist) die zich openbaart (2 Thess. 2:3). Die zich zal verheffen (vers 25) en die tegen de Koning der Koningen (YHWH) zal opstaan (2 Thess. 2:4) en Christenen zal vervolgen:

(Daniël 8:23-26) 23 Aan het einde van hun koningschap, wanneer de afvalligen de maat hebben volgemaakt, zal er een meedogenloze koning opstaan, bedreven in slinkse streken. 24 Zijn kracht zal groot worden, maar niet door eigen kracht. Op wonderlijke wijze zal hij verderf aanrichten, het zal hem gelukken, hij zal het doen. Machtigen zal hij te gronde richten, ook het heilige volk. 25 Door zijn sluwheid zal hij het bedrog onder zijn hand doen slagen. Hij zal zich in zijn hart verheffen. In hun zorgeloze rust zal hij velen te gronde richten. Ja, tegen de Vorst der vorsten zal hij opstaan, maar zonder mensenhand zal hij gebroken worden. 26 Wat betreft het visioen van de avond en de morgen, wat gezegd is, dat is de waarheid. En u, houd het visioen geheim, want er komen nog vele dagen vóór het gebeuren zal.

In vers 25 wordt er over gesproken ‘dat hij zonder mensenhand gebroken zal worden’, oftewel in het laatste uur zal dit plaatsvinden.
De andere, kleine, horen uit Daniël 7:8-12 is dezelfde als de hier genoemde meedogenloze koning. In hoofdstuk 7 wordt zijn vernietiging exact beschreven. In Daniël 8:23-25 worden zijn  goddeloze werken beschreven. Hier komen in een volgend artikel nog op terug.

Tot slot:

Onberouwvolle mensen, die vasthouden aan onrecht, hebben hun doodvonnis getekend.
Maar er zijn altijd mogelijkheden en er is altijd hoop voor berouwvolle mensen:

Willibr. (Romeinen 10:13) 13 Want alwie de naam van de Heer aanroept zal gered worden.

Samenvatting deel 3:
De jaloezie en minachting van de elite voor getrouwe aanbidders in Babylon.
Getrouwe Christenen zijn geen deel van deze wereld met zijn onredelijke en hardvochtige elite.
De 4 wereldmachten die zullen komen vanaf de laatste koning Zedekia van Juda in de lijn van David.
De 7 wereldmachten die zullen komen vanaf de roeping van Abraham uit Ur, VS als 7e
Sommigen van de heilige engelen veroorzaken een verwoestende afval, zij worden demonen, helpers van Satan.
Sommigen van Gods volk veroorzaken een verwoestende afval, worden kinderen van Satan.

In het volgende artikel gaan we de zeer opmerkelijke eindtijd profetiën van hoofdstukken 9 en 10 bespreken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *