eindtijd 10. De afval

De afval, een belangrijk markeringspunt:

De laatste dagen zullen in een stroomversnelling komen als christenen massaal afvallig worden, als zij de christelijke leefwijze niet meer centraal stellen in hun leven.
Waarschijnlijk dat er in enkele delen van de wereld zoals in Afrika of Azië nog een beperkte Christelijke groei is, maar dit belangrijke markeringspunt van de christelijke afval is volgens ons reeds gepasseerd. Eerst in Europa en vervolgens in de rest van de wereld:

HerzSt (2 Thessalonicenzen 2:3-9) 3 Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is,4 de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet.5 Herinnert u zich niet dat ik u deze dingen zei, toen ik nog bij u was? 6 En u weet wat hem nu weerhoudt, opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt..7 Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is. 8 En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst; 9 hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen,

Paulus spreekt in vers 4 over een valse profeet, de tegenstander, iemand die zich verheft boven al wat God genoemd wordt of als God vereerd wordt. In vers 6 zegt Paulus, dat zij – de Christenen in zijn tijd – nu weten wat hem weerhoudt. Eerst moet de afval gekomen zijn volgens vers 3. Het rotsvaste geloof van de christelijke gemeenten is vanaf de eerste discipelen van Jezus tot aan de bestemde tijd de reden wat deze valse profeet weerhoudt. Wie hem nu weerhoudt in vers 7, totdat ‘hij’ uit het midden verdwenen is, daar wordt niet over geschreven. Het is wel duidelijk dat de christelijke gemeenten door de eeuwen heen goddelijke bescherming genoten hebben:

HerzSt (Mattheüs 28:18-20) 18 En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. 19 Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. 20 En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.
HerzSt (1 Korinthe 10:13) 13 Meer dan een menselijke verzoeking is u niet overkomen. En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan.

God zal niet toestaan dat zijn volk wordt verzocht boven wat ze kunnen dragen. Ook Jezus waakt over de christelijke gemeenten. Omdat de periode van ‘hem weerhouden’ al zo’n 2000 jaar beslaat, is het aannemelijk dat christenen worden beschermd (voor deze valse profeet) door een engel, totdat de tijd is gekomen van de massale afval. Dan zal deze engel ontheven worden van zijn taak.

“eindtijd 10. De afval” verder lezen

eindtijd 3. Openbaring; de 7 zegels

Openbaring 1
De apostel Johannes ontvangt van Jezus (via een engel) een visioen van dingen die binnenkort gebeuren moeten:

HerzSt (Openbaring 1:1) 1 Openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te laten zien wat spoedig moet geschieden, en die Hij door Zijn engel gezonden en aan Zijn dienstknecht Johannes te kennen heeft gegeven.

Openbaring 2,3
Inspectie door Jezus van de 7 gemeenten: Éfeze, Smyrna, Pérgamum, Thyatíra, Sardes, Filadélfia en Laodicéa.

Openbaring 4
Na de inspectie van de 7 gemeenten wordt Johannes gevraagd op te stijgen naar de hemel zodat het verdere hemelse visioen aan hem getoond kan worden:

HerzSt (Openbaring 4:1-2) 1 Hierna zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel. En de eerste stem die ik als van een bazuin met mij had horen spreken, zei: Kom hier, omhoog, en Ik zal u laten zien wat hierna moet geschieden. 2 En meteen raakte ik in geestvervoering. En zie, er stond een troon in de hemel, en op de troon zat Iemand

Johannes ziet God op zijn troon zitten en rondom de troon 24 oudere personen:

NBG51 (Openbaring 4:4) 4 En rondom de troon waren vierentwintig tronen, en op die tronen waren vierentwintig oudsten gezeten, in witte klederen gekleed en met gouden kronen op hun hoofden.

De profeten zitten al als 24 koningen rondom de troon. Zij zijn ook gezalfden en behoren ook tot de eerstelingen en zullen nog voor de 144.000 heiligen een hemelse opstanding ontvangen.

Openbaring 5
Degene, die op de troon zit, de hemelse Vader, heeft in zijn rechterhand een verzegelde boekrol, die alleen het Lam kan openen:

NBG51 (Openbaring 5:1,9) 1 En ik zag in de rechterhand van Hem, die op de troon zat, een boekrol, beschreven van binnen en van buiten, welverzegeld met zeven zegels. 9 En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie;

Johannes krijgt te zien wat er staat geschreven in de boekrol met de 7 zegels, over een vervulling van een profetie van ‘koningen en priesters’:

HerzSt (Daniël 7:27) 27 Maar het koningschap en de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Zijn koninkrijk zal een eeuwig koninkrijk zijn, en alles wat heerschappij heeft, zal Hem eren en gehoorzamen.

De boekrol betreft dus een visioen binnen een visioen en geeft een beschrijving van de loutering en verzegeling van de 144.000, met als toeschouwers; God, het Lam, de 24 profeten, de 4 levende schepselen, de engelen en de grote schare.

Het Lam opent de boekrol met de 7 zegels;
Openbaring 6:1-17
Wanneer het Lam het eerst zegel van de boekrol opent, wordt de persoon op het witte paard een kroon gegeven, waarna hij erop uittrekt om zijn overwinning te voltooien. Deze persoon op het witte paard is logischerwijs een afbeelding van Jezus, die als Koning lang heeft moeten wachten, tot Hem de kroon wordt gegeven als teken van ontvangen Koninkrijksmacht:

NBG51 (Hebreeën 10:12-13) 12 deze echter is, na één offer voor de zonden te hebben gebracht, voor altijd gezeten aan de rechterhand van God,13 voorts afwachtende, totdat zijn vijanden gemaakt worden tot een voetbank voor zijn voeten.

Bij het openen van het tweede zegel wordt de vrede van de aarde weggenomen, met als gevolg oorlogen. (Op.6:3,4)
Het openen van het derde zegel betekent hongersnoden. (Op.6:5,6)
Het vierde zegel betekent de dood van het 4e deel van de aardbewoners, door oorlogen, voedseltekorten, ziekten en door wilde beesten. (Op.6:7,8)
Bij het vijfde zegel is er een vervolging van christenen en moet het getal van de 144.000 heiligen nog vol worden gemaakt. (Op.6:9-11)
Als het zesde zegel wordt geopend belanden we in het einde van de grote verdrukking, de grote dag van toorn of gramschap. Het begint met een grote aardbeving , de zon wordt verduisterd, de maan wordt als bloed en de sterren vallen van de hemel en elke berg en [elk] eiland wordt van zijn plaats verwijderd (Op.6:12-17). En de mensen zullen radeloos van angst zijn:

HerzSt (Lukas 21:25-26) 25 En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven. 26 En het hart van de mensen zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden.

Openbaring 7
In Openbaring 7 wordt beschreven dat het getal van 144.000 heiligen is volgemaakt uit de twaalf stammen van Israël en dat er zich tevens een grote schare rondom de troon bevindt.

Openbaring 8:1-13
Nadat het Lam het zevende zegel geopend had viel er een stilte in de hemel:

HerzSt (Openbaring 8:1) 1 En toen het Lam het zevende zegel geopend had, kwam er een stilte in de hemel van ongeveer een half uur.

Alle zegels van de boekrol met 7 zegels zijn nu door het Lam geopend.
Na deze stilte slingert een engel wat van het altaarvuur naar de aarde en er komen vanuit de troon bliksemstralen, donderslagen en een aardbeving. (Op.8:5)

Lees verder in: eindtijd 4. Openbaring; de 7 trompetten

eindtijd 4. Openbaring; de 7 trompetten

Zeven engelen gaan om beurten op hun trompet blazen met als gevolg plagen over de mensen, die zich niet tot God gekeerd hebben:
Wanneer de eerste begint te blazen, verbrandt een derde deel van de aarde door hagel en vuur uit de hemel. (Op. 8:7).
Wanneer de tweede blaast, wordt een grote berg van vuur in de zee geslingerd. Een derde van de zee wordt bloed, een derde van de zeedieren sterft en een derde van de boten vergaat. (Op. 8:8,9)
Bij het blazen van de derde trompet valt een grote ster uit de hemel op de rivieren en waterbronnen. Een derde van de wateren wordt bitter en vele mensen sterven hiervan. (Op.8:10,11)
Na de vierde trompet wordt de aarde gedurende een derde deel zowel overdag als nachts niet meer verlicht.(Op. 8:12)

Openbaring 9:1-21 De drie weeën
De 5e trompet klinkt, het eerste wee:
Er valt een ster uit de hemel naar de aarde die de sleutel van de afgrond wordt gegeven. (Op.9:1)
De sleutel van de afgrond betreft geen echte sleutel, maar een bevoegdheid om te openen, net zoals Petrus de (symbolische) sleutels van het koninkrijk der hemelen werd gegeven.
Sterren beelden soms engelen af, net zoals Jezus zich een morgenster noemt:

HerzSt (Openbaring 22:16) 16 ….Ik ben de Wortel en het Nageslacht van David, de blinkende Morgenster.

Omdat Satan uiteindelijk wordt opgesloten in de afgrond (Op. 20:1-3) is dit tevens de ondersteuning, dat in Op.9:1 met ‘afgrond’ de plaats (de gevangenis) van de ongehoorzame engelen wordt bedoeld:

HerzSt (Openbaring 20:1-3) 1 En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. 2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar,3 en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden .

Uit de hemel ‘gevallen’ betekent logisch geredeneerd uit de hemel ‘geworpen’ worden. Dit is totaal iets anders als ‘afdalen’ uit de hemel zoals beschreven in Openbaring 10:1:

HerzSt (Openbaring 10:1) 1 En ik zag een andere sterke Engel uit de hemel afdalen……

Alhoewel Jezus Satan reeds uit de hemel geworpen zag worden (Luk.10:18), is het niet aannemelijk dat met deze ster, die uit de hemel komt gevallen, Satan wordt bedoeld:

HerzSt (Lukas 10:18) 18 Hij zei tegen hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.

Satan wordt namelijk pas ‘na’ de oorlog in de hemel tegen Michael en zijn engelen naar de aarde neer geslingerd, de eerder beschreven engel is blijkbaar al eerder uit de hemel geworpen:

HerzSt (Openbaring 12:7-9) 7 Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog. 8 Maar zij waren niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. 9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.

Engelen die naar de aarde zijn geslingerd hebben nog steeds de vrijheid op aarde, maar Tartarus is een gevangenis voor engelen, een afgrond, waar ze in duisternis moeten leven.
Volgens de Schrift zijn zij in de dagen van Noach opgesloten:

NBV (2 Petrus 2:4-5) 4 Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten. 5 Evenmin heeft hij de wereld uit de voortijd gespaard; alleen Noach, de heraut van de rechtvaardigheid, liet hij met zeven anderen in leven toen hij de watervloed over die wereld vol zondaars liet komen.

Deze engelen, die sinds de vloed in Tartarus zijn geworpen, verblijven daar in afwachting van hun vonnis. Voor de vloed (de vloed was ongeveer 2350 voor Christus) waren deze engelen ongehoorzaam aan God en ontrouw aan het hemelse Jeruzalem. Het is opmerkelijk dat Jezus na zijn opstanding gepredikt heeft aan deze geesten in Tartarus:

NBG51 (1 Petrus 3:18-20) 18 Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, 19 in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis, 20 die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden.

Jezus prediking in hun gevangenis heeft hoogstwaarschijnlijk ten doel gehad, om afspraken te maken met deze engelen, dat hun vonnis zwaarder zal worden als zij – bij het openen van de gevangenis gedurende de grote verdrukking – de mensen met het zegel van God op hun voorhoofd iets aandoen. Het is alleen toegestaan om alle mensen die Gods zegel niet hebben te pijnigen. Ze mogen niemand doden:

HerzSt (Openbaring 9:1-6) 1 En de vijfde engel blies op de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen. En hem werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven. 2 En hij opende de put van de afgrond, en er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven. En de zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put. 3 En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde, en hun werd macht gegeven, zoals de schorpioenen van de aarde macht hebben. 4 En tegen hen werd gezegd dat ze geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, of welke groene plant of welke boom dan ook, maar alleen aan de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden. 5 En hun werd macht gegeven, niet om hen te doden, maar om hen te pijnigen, vijf maanden lang. Hun pijniging was als de pijniging door een schorpioen, wanneer hij een mens steekt. 6 En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken maar die niet vinden. En zij zullen ernaar verlangen te sterven, maar de dood zal van hen wegvluchten.

Mensen zonder het zegel zullen dood willen, maar ze krijgen daar niet de gelegenheid voor of het wordt hen niet toegestaan. (Openbaring 9.6)
Deze engelen mogen 5 maanden hun gang gaan, dan verliezen ze weer hun macht.
Wat Satan en zijn engelen betreft, zij worden pas later opgesloten. (Openbaring 20:1-2)
Het is daarom ook niet vanzelfsprekend dat de reeds opgesloten engelen tot Satan behoren, zoals dat wel het geval is met de engelen die samen met Satan worden neer geslingerd naar de aarde. Er wordt ook niet in de Schrift vermeldt, dat deze engelen na het pijnigen van de mensen (5 maanden) weer worden opgesloten in Tartarus.
Satan met zijn demonen zullen later wel opgesloten worden in Tartarus en uiteindelijk vernietigd worden:

HerzSt (Openbaring 20:1-3) 1 En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. 2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, 3 en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.

HerzSt (Openbaring 20:10) 10 En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.

HerzSt (Mattheüs 25:41) 41 Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is.

Ook hebben de engelen in Tartarus volgens Op.9:11 een eigen koning van de afgrond. Dit zal Satan vrijwel zeker niet zijn, wederom, omdat deze engelen zijn opgesloten zijn in diepe duisternis, afgescheiden van Satan en zijn demonen. Eveneens wordt er in de Schrift met geen woord over gesproken, dat de engel, die uit de hemel komt gevallen, de engel of koning van de afgrond is.
Deze koning komt dus hoogstwaarschijnlijk uit de afgrond zelf:

HerzSt (Openbaring 9:11) 11 En zij hadden een koning over zich, de engel van de afgrond. Zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon, en in het Grieks heeft hij de naam Apollyon.

Volgens de diverse dictionary’s betekent de Hebreeuwse naam Abaddon of de Griekse naam Apollyon vernietigen of vernietiger. (Op.9:7-11)

Webster ‘s Online Dictionary Definition: Apollyon

  1. The Destroyer; — a name used (Rev. 9:11) for the angel of the bottomless pit, answering to the Hebrew Abaddon.

Easton’s 1897 Bible Dictionary.
Apollyon destroyer, the name given to the king of the hosts represented by the locusts (Rev. 9:11). It is the Greek translation of the Hebrew Abaddon (q.v.).

Deze engelen uit de afgrond worden ‘symbolisch’ afgebeeld als sprinkhanen, met de macht van schorpioenen.

Openbaring 9:7
Het uiterlijk van deze sprinkhanen is als paarden, klaar voor de strijd.
Op hun hoofden is iets wat lijkt op kronen van goud. De kronen zijn niet letterlijk gouden kronen, maar wekken de indruk van goud..
Hun gezichten zijn als de gezichten van mensen.

Openbaring 9:8
Ze hebben lang haar als vrouwenhaar.
Ze hebben tanden als van leeuwen.

Openbaring 9:9
Ze hebben borstplaten van ijzer. Ze staan klaar als paarden toegerust voor de strijd.
Het geluid van hun vleugels is als het geluid van een enorm aantal wagens.

Openbaring 9:10
Ze hebben staarten als schorpioenen.
In hun staarten is hun macht om de mensen te pijnigen, maar ze mogen de mensen niet doden.

Openbaring 9:11
Zij hebben een koning over zich, Abaddon of de Griekse naam Apollyon
Hun uitmonstering met – wat lijkt – gouden kronen, mensengezichten en vrouwelijk haar verteld iets over hun gedrag.
Ze doen zich met hun kronen voor als van belangrijke komaf, koningszonen, met hun mensengezichten doen zij zich voor als begripsvolle mensen en met hun vrouwelijk haar doen zij zich zo lieflijk voor als vrouwen.
In werkelijkheid bezitten ze angstaanjagende tanden als leeuwen en venijnige staarten als schorpioenen.
Er worden in de Schrift vaker over vernietigers gesproken. Deze hebben echter allen een Goddelijke taak uitgevoerd, zoals de dood van de eerstgeborenen in Egypte:

HerzSt (Hebreeën 11:28) 28 Door het geloof heeft hij het Pascha ingesteld en het besprenkelen met het bloed, opdat de verderver van de eerstgeborenen hen niet zou treffen.

De ster, die uit de hemel valt (Openbaring 9:1) heeft geen Goddelijke opdracht, hij is immers uit de hemel geworpen.
Hij is net als Satan een opstandige engel, die waarschijnlijk de permissie heeft afgedwongen om de afgrond te openen.
Dat deze demon gebruik maakt van de engelen in de afgrond om ‘zijn eigen’ menselijke aanbidders te laten pijnigen deert hem blijkbaar niet. Hij heeft er belang bij dat Gods reddingsplan niet werkt:

HerzSt (Openbaring 9:20) 20 En de overige mensen, die niet door deze plagen werden gedood, bekeerden zich niet van de werken van hun handen; zij bleven de demonen aanbidden en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, horen of lopen.

De 6e trompet klinkt, het tweede wee:
Vier engelen worden losgemaakt en maken het mogelijk dat een zeer grote groep ruiters het 3e deel van de mensen kan doden.(Op. 9:15)
Het overige deel van de mensen had geen berouw van hun werken (Op 9:20,21) en weigert de naam van de hemelse Vader aan te roepen, hun enige redding:

NBG51 (Handelingen 2:20-21) 20 De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt. 21 En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden zal worden.

Openbaring 10:1-11
Een andere engel daalt uit de hemel. Volgens de context is het dus niet dezelfde engel als de voorgaande engelen, deze engel heeft een gelaat als de zon (zoals bij Jezus in Op. 1:16) en met een kleine geopende boekrol in zijn hand. Het ligt voor de hand dat deze engel Jezus afbeeldt, ook al omdat deze engel brult als een leeuw. Jezus is de leeuw van Juda:

HerzSt (Openbaring 5:5) 5 En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken.

Wanneer deze engel spreekt, klinken er stemmen van 7 donderslagen waarvan de boodschap niet opgeschreven mag worden. Deze engel spreekt uit, dat er geen uitstel meer zal zijn. (Openbaring 10:1-7)
Wanneer de zevende engel op het punt staat om op zijn trompet te blazen, wordt het heilige geheim van God overeenkomstig het goede nieuws dat hij aan de profeten heeft bekendgemaakt, tot een einde gebracht.
Dit heilige geheim betreft het voornemen van God, om aan het directe einde een regering te hebben, waar ook mensen uit de natiën deel van zullen uitmaken:

NBG51 (Efeziërs 1:8-10) 8 welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, 9 door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, 10 om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten,

NBG51 (Efeziërs 3:4-6) 4 waaraan u, als u dit leest, mijn inzicht kunt bemerken in het geheimenis van Christus, 5 dat in andere tijden niet bekendgemaakt is aan de mensenkinderen, zoals het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest, 6 namelijk dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in Christus, door het Evangelie,

Wat met het geheim wordt bedoeld, is het nieuwe Jeruzalem, het hemelse Koninkrijk.
De apostelen vormen de fundamentstenen en Jezus de hoofdhoekfundamentsteen van het Nieuwe Jeruzalem. De 144.000 heiligen fungeren in het Nieuwe Jeruzalem als pilaren:

HerzSt (Openbaring 21:14) 14 En de muur van de stad had twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam.
HerzSt (Efeziërs 2:19-20) 19 Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar
medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, 20 gebouwd op het fundament van de
apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is,

HerzSt (Openbaring 3:12) 12 Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam.

Het Nieuwe Jeruzalem heeft geen tempel, want God de Almachtige is in haar en is haar tempel samen met het Lam:

HerzSt (Openbaring 21:22) 22 Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.

Alleen zij die geschreven staan in de boekrol des levens van het Lam mogen in de stad komen. De 144.000 zullen samen met Jezus regeren:

HerzSt (Openbaring 21:27) 27 Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.
HerzSt (Openbaring 22:5) ….. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid.

Dat het heilige geheim tot een einde wordt gebracht betekent, dat het optuigen van het Nieuwe Jeruzalem gereed is; Jezus, de apostelen, de 144.000, de grote schare en het verblijf in het Nieuwe Jeruzalem van de hemelse Vader.
Johannes krijgt de opdracht om de tempel te gaan meten, het altaar en hen die daarin aanbidden.(Op. 11:1) Het is niet toegestaan om het voorhof te meten. Dit meten van de tempel kan niet het meten van de letterlijke tempel zijn, die werd in 70 door de Romeinen verwoest.
Dit meten is dus symbolisch bedoeld en betekent een inventarisatie van hen die deelnemen aan de zuivere aanbidding, wat wordt vergeleken met het symbolische reukaltaar. Dit reukaltaar stond in het heilige gedeelte van de tempel voor de ingang van het allerheiligste. Het gouden reukaltaar wordt in Op.8:3,4 in verband gebracht met de gebeden van de heiligen:

HerzSt (Openbaring 8:3-4) 3 En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan. Aan hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij dat samen met de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar vóór de troon zou leggen. 4 En de rook van het reukwerk steeg, met de gebeden van de heiligen, uit de hand van de engel op tot vóór God.

Het brandofferaltaar stond in het voorhof van de tempel, maar dit voorhof mocht Johannes niet meten.(Op. 11:2) Dit (symbolische) brandofferaltaar heeft als doel om ieder mens de kans te geven het volmaakte offer van Gods eniggeboren Zoon te aanvaarden. Het is dan ook logisch dat Johannes in de (symbolische) tempel de goedgekeurde heiligen, profeten en christenen moet inventariseren. De natiën (de niet christenen) zullen het (symbolische) voorhof met het (symbolische) brandofferaltaar 42 maanden vertreden of vertrappen:

HerzSt (Openbaring 11:2) 2 Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang.
HerzSt (Hebreeën 10:10) 10 Op grond van die wil zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, voor eens en altijd gebracht.

Dat de natiën dit altaar 42 maanden vertrappen kan niets anders betekenen als dat er 42
maanden lang geen mensen tot het christendom kunnen toetreden op basis van het offer van Jezus. De grote schare christenen is – evenals de heiligen – in de tempel (heiligdom – naos) zelf om voor God dienst te verrichten:

HerzSt (Openbaring 7:15) 15 Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden.

Bij de tempel van Herodes was er voorzien in een binnenste voorhof (alleen voor Joden) en buitenste voorhof. Johannes spreekt echter alleen over ‘voorhof’, geen onderscheid makend, dus doelend op de – onder Goddelijke inspiratie gebouwde – tempel van Salomo.
Dan wordt er aangekondigd, dat er tijdens de grote verdrukking twee getuigen van de Heer op aarde zullen zijn gedurende 1260 dagen (Op.11:3) of de in Op. 11:2 eerder genoemde 42 maanden (van ieder 30 dagen):

De twee getuigen:
De twee getuigen zullen gedurende 1260 dagen werkzaam zijn en zijn in zakken gehuld. Dit betekent dat hun berichtgeving een boodschap inhoudt, waar berouw bij past. Het getuigeniswerk van deze 2 profeten zal een getuigenis zijn voor alle natiën, de laatste kans om berouw te tonen en geloof te tonen in de hemelse Vader en Zijn Zoon:

HerzSt (Mattheüs 24:14) 14 En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in heel de wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen.

De twee getuigen worden met twee lampenstandaarden vergeleken en met twee olijfbomen. (Op.11:4) Deze beeldspraak komen we ook tegen in Zacharia 4:11-14, waar deze lampenstandaarden de twee gezalfden aanduiden:

HerzSt (Zacharia 4:11-14) 11 Daarna antwoordde ik en zei tegen Hem: Wat betekenen die twee olijfbomen aan de rechterkant van de kandelaar en aan de linkerkant ervan? 12 En voor de tweede keer antwoordde ik en zei tegen Hem: Wat betekenen die twee olijftakken die door twee gouden buisjes gouden olie uit zich weg laten lopen? 13 Toen sprak Hij tot mij: Weet u niet wat deze dingen betekenen? Ik zei: Nee, mijn Heere. 14 Daarop zei Hij: Dat zijn de twee gezalfden, die bij de Heere van heel de aarde staan.

Mozes en Elia behoren tot de gezalfde profeten:

HerzSt (Numeri 11:25) 25 Toen daalde de HEERE neer in de wolk en sprak tot hem, en Hij zonderde een deel af van de Geest Die op hem was (Mozes), en droeg dat over op de zeventig mannen, die oudsten. En het gebeurde, toen de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.
HerzSt (1 Koningen 19:16) 16 En u moet Jehu, de zoon van Nimsi, zalven tot koning over Israël. En Elisa, de zoon van Safat, uit Abel-Mehola, moet u tot profeet zalven in uw plaats.

Zij zijn ook de twee profeten in de transfiguratie van Jezus:

HerzSt (Lukas 9:30) 30 En zie, twee mannen spraken met Hem; het waren Mozes en Elia.

Jezus wordt in Handelingen afgebeeld als de grotere Mozes en Johannes de doper is de tegenbeeldige Elia:

HerzSt (Handelingen 3:22) 22 Want Mozes heeft tegen de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken.
HerzSt (Mattheüs 11:12-14) 12 En van de dagen van Johannes de Doper af tot nu toe wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en geweldenaars grijpen het. 13 Want al de profeten en de Wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd. 14 En als u het wilt aannemen: hij is Elia, die komen zou.

De twee getuigen hebben de autoriteit om de hemel te sluiten opdat er geen regen valt, om water in bloed te veranderen en om de aarde met allerlei plagen te slaan.(Op.11:6)
Als profeet had Elia de autoriteit ontvangen om het niet te laten regenen:

HerzSt (1 Koningen 17:1) 1 En Elia, de Tisbiet, uit de inwoners van Gilead, zei tegen Achab: Zo waar de HEERE, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen komen, behalve op mijn woord!

Als profeet had Mozes de autoriteit ontvangen om water te veranderen in bloed en om de plagen in Egypte uit te voeren:

HerzSt (Exodus 7:20) 20 Mozes en Aäron deden precies zoals de HEERE geboden had. Hij hief de staf op en sloeg voor de ogen van de farao en zijn dienaren het water dat in de Nijl was. En al het water dat in de Nijl was, werd in bloed veranderd.

Hoogstwaarschijnlijk worden dus met deze twee getuigen Mozes en Elia bedoeld.
Zullen Elia en Mozes persoonlijk verschijnen in de eindtijd?
Dat is niet te verwachten, omdat bij het eerdere verschijnen van Elia niet werd gezegd dat Johannes de doper letterlijk Elia zou ‘zijn’, maar dat hij ‘de geest en de kracht’ van Elia zou hebben:

HerzSt (Lukas 1:17) 17 En hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Heere een toegerust volk gereed te maken.

Wanneer de twee getuigen hun getuigenis hebben geëindigd, zal het wilde beest dat uit de afgrond opstijgt oorlog tegen hen voeren en hen overwinnen en hen doden. (Op. 11:7)
Uit het artikel ‘ wereldmachten 9. De vrouw en het scharlaken gekleurd wilde beest’ blijkt, dat dit ‘scharlakenrood’ beest uit de afgrond (Openbaring 17:8) een financieel systeem betekent, het 8e koninkrijk, die een stevige grip heeft op de Nieuwe Wereld Orde, de politieke macht. Dit beest uit de afgrond, dit financieel systeem, zal op commando van de 10 koningen de 2 getuigen doden:

HerzSt (Openbaring 17:8) 8 Het beest dat u gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit de afgrond en naar het verderf gaan. En zij die op de aarde wonen, van wie niet vanaf de grondlegging van de wereld de naam geschreven staat in het boek des levens, zullen zich verwonderen als zij het beest zien, dat was en niet is, hoewel het er toch is. (een financiële macht)
HerzSt (Openbaring 11:7) 7 En wanneer zij hun getuigenis volbracht hebben, zal het beest dat uit de afgrond opkomt, oorlog met hen voeren en het zal hen overwinnen en hen doden.

Hun lijken zullen liggen op de brede straat van de grote stad die in geestelijke zin Sodom en Egypte wordt genoemd, waar ook hun Heer aan een paal werd gehangen. (Op.11:8)
Deze grote stad is een afbeelding van de situatie van „Jeruzalem” uit Jezus dagen, dat beweert God te aanbidden maar dat evenals Sodom zondig is geworden aan hoererij en evenals Egypte deel is geworden aan afgoderij. Het is een afbeelding van onberouwvolle mensen, die geen geloof stellen in de Messias, de Zoon des mensen:

HerzSt (Jesaja 1:8-10) 8 De dochter van Sion is overgebleven als een hutje in een wijngaard, als een nachthutje op een komkommerveld, als een belegerde stad. 9 Als de HEERE van de legermachten ons niet een gering aantal ontkomenen had overgelaten, als Sodom zouden wij geworden zijn; wij zouden Gomorra gelijk geworden zijn. 10 Hoor het woord van de HEERE, leiders van Sodom! Neem de wet van onze God ter ore, volk van Gomorra!
HerzSt (Zacharia 13:1-2) 1 Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid. 2 Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE van de legermachten, dat Ik uit het land de namen van de afgoden zal uitroeien, zodat aan hen niet meer gedacht zal worden. Ja, ook de profeten en de onreine geest zal Ik uit het land wegdoen.

De mensen op aarde zijn vrolijk over hun dood, maar na 3,5 dag krijgen ze een opstanding en stijgen op tot in de hemel. Openbaring 11:9-12
Een grote aardbeving volgt, waarbij zevenduizend mensen worden gedood. Openbaring 11:13

De 7e trompet klinkt, dit betekent het derde en tevens laatste wee:

Nadat God zelf weer het koningschap op zich heeft genomen, samen met zijn messias, geven de 24 ouderen een opsomming aan Johannes van de gebeurtenissen die vervolgens zullen plaatsvinden:

NBV (Openbaring 11:15-18) 15 Toen blies de zevende engel op zijn bazuin. In de hemel klonken luide stemmen, die zeiden: ‘Nu begint de heerschappij van onze Heer over de wereld, en die van zijn messias. Hij zal heersen tot in eeuwigheid.’ 16 De vierentwintig oudsten op hun tronen bij God wierpen zich neer en aanbaden God 17 met de woorden: ‘Wij danken u, Heer, onze God, Almachtige, die is en die was, want in uw grote macht neemt u nu het koningschap op u. 18 De volken raasden in woede, maar nu laat u uw woede razen. De tijd is gekomen om een oordeel te vellen over de doden; en om uw dienaren, de profeten, te belonen, evenals de heiligen en degenen die, jong en oud, ontzag hebben voor uw naam; en ook om hen die de aarde vernietigen nu zelf te vernietigen.’

De 24 oudsten vertellen in het visioen aan Johannes, dat er een oordeel geveld zal worden over de doden, over het geven van beloningen en ook over de beloning van zichzelf als Gods dienaren, de profeten.
De reeds opgewekte profeten, heiligen en de grote schare ontvangen als beloning – zoals we later in dit artikel zullen zien – hun installatie in het Nieuwe Jeruzalem met ieder zijn eigen taak.
Vervolgens wordt het heiligdom in de hemel geopend en de ark van het verbond wordt gezien, dus de toegang tot het allerheiligste is open Op. 11:19. Tijdens het openen van het tempelheiligdom volgen een aardbeving en een grote hagel.
Toen Jezus stierf, scheurde het afscheidingsgordijn tussen het heilige en het allerheiligste doormidden als teken dat Jezus offer de toegang tot het allerheiligste had geopend:

HerzSt (Mattheüs 27:50-51) 50 Jezus riep nogmaals met luide stem en gaf de geest. 51 En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden; de aarde beefde en de rotsen scheurden;

Lees verder in: wereldmachten 5. De grote vurig gekleurde draak