wereldmachten 11. Kenmerken van de laatste dagen

Door Jezus voorzegde aardbevingen, hongersnoden en epidemieën in het laatst der dagen:

NBV     (Lukas 21:10,11) 10 Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere, 11 er zullen zware aardbevingen komen en hongersnoden en epidemieën alom, en er zullen aan de hemel grote en verschrikkelijke tekenen verschijnen.

Aardbevingen wereldwijd met een magnitude van 5 en hoger nemen de laatste decennia toe. http://earthquake.usgs.gov/earthquakes/eqarchives/year/eqstats.php

Volgens de Food and Agriculture Organisation zijn er voedseltekorten in minstens 40 landen.

De veranderingen in het klimaat veroorzaken op de zuidelijk helft van onze globe grote voedseltekorten en dat resulteert in milieuvluchtelingen: mensen die op zoek gaan naar een beter leefgebied. Wetenschappers hebben nu berekend dat hun aantal binnen tien jaar tijd rap toe zal nemen: naar verwachting komen in 2020 zo’n vijftig miljoen zuiderlingen naar het noorden zetten. (bron: scientias.nl       22 feb 2011)

God zal twee getuigen zenden die 1260 dagen zullen profeteren voor ze gedood worden door het wilde beest of de draak, Satan de duivel.

NBV     (Openbaring 11:3,7) 3 Ik zal mijn twee getuigen opdracht geven om te profeteren. Gedurende twaalfhonderdzestig dagen zullen ze dat doen, gehuld in een boetekleed……  7 Wanneer zij hun getuigenis hebben afgelegd, zal het beest dat uit de onderaardse diepte opstijgt de strijd met hen aanbinden, hen overwinnen en hen doden.

Het grote Babylon zal vernietigd worden:

 HerzSt  (Openbaring 18:15,16) 5 De kooplieden van deze waren, die door haar rijk zijn geworden, zullen huilend en treurend op grote afstand blijven staan uit vrees voor haar pijniging, 16 en zeggen: Wee, wee de grote stad, die bekleed was met fijn linnen, purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels. Want in één uur is die grote rijkdom verwoest.

zie:   Afgoderij      4. Aanbidding van het ‘beeld’    https://www.dojc.nl/?p=5199

Satan wordt met zijn engelen uit de hemel geworpen en naar de aarde verbannen:

NBV     (Openbaring 12:3,9) 3 Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak, met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon….. 9 De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid.

De afgrond wordt geopend, de onberouwvolle mensen zullen worden gepijnigd:

Neergeslingerd worden naar de aarde is iets totaal anders als in Tartarus geworpen te worden. Engelen die naar de aarde zijn geslingerd hebben nog steeds de vrijheid op aarde. Maar wat is Tartarus? Tartarus is een gevangenis voor engelen, een afgrond, waar ze in duisternis moeten leven. (2Petr.2:4)

NBV     (2 Petrus 2:4) 4 Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten.

Dit wordt ook ondersteund in Luk.8:31, waar de demonen Jezus dringend verzoeken dat ze niet in de afgrond hoeven te gaan.

HerzSt  (Lukas 8:30-33) 30 Jezus vroeg hem: Wat is uw naam? Hij zei: Legio; want er waren veel demonen in hem gegaan. 31 En zij smeekten Hem dat Hij hun niet zou bevelen in de afgrond te gaan. 32 En er was daar een grote kudde varkens aan het weiden op de berg. Zij smeekten Hem dat Hij hun zou toestaan daarin te gaan. En Hij stond het hun toe. 33 En de demonen gingen uit de man weg en gingen in de varkens; en de kudde stortte van de steilte af het meer in, en verdronk.

Als verdere ondersteuning, dat de afgrond een gevangenis is, staat in Openb.20 geschreven dat Satan voor duizend jaar in de afgrond wordt opgesloten.

HerzSt  (Openbaring 20:1-3) 1 En ik zag een engel neerdalen uit de hemel  met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand.2   En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar,3 en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem,  opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.

In Joël 2 wordt een talrijk en machtig volk gebruikt door God om afvalligen van zijn eigen volk weer terug te brengen.  In Openbaring 9:1-11 worden alle mensen gepijnigd die het zegel van God niet op hun voorhoofd hebben. Het meest aannemelijk is, dat er net zoals destijds (zie Joël 2) afvalligen zullen terugkeren naar hun God.

HerzSt  (Openbaring 9:1-6) 1 En de vijfde engel blies op de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen. En hem werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven.2 En hij opende de put van de afgrond, en er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven. En de zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put.3 En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde, en hun werd macht gegeven, zoals de schorpioenen van de aarde macht hebben. 4 En tegen hen werd gezegd dat ze geen  schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, of welke groene plant of welke boom dan ook, maar alleen aan de mensen die  het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden. 5 En hun werd macht gegeven, niet om hen te doden, maar om hen te pijnigen, vijf maanden lang. Hun pijniging was als de pijniging door een schorpioen, wanneer hij een mens steekt. 6   En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken maar die niet vinden. En zij zullen ernaar verlangen te sterven, maar de dood zal van hen wegvluchten.

In de afgrond bevinden zich de ongehoorzame engelen (2Petr.2:4).

Engelen kunnen wel beperkingen worden opgelegd om alleen een groep mensen – die het zegel van God niet op hun voorhoofd hebben –  te pijnigen. Ook bij Job was er een beperking om niet te doden:

NBV     (Job 2:6,7) 6 Toen zei de HEER tegen Satan: ‘Goed, doe met hem wat je wilt, maar spaar zijn leven. 7 Hierop vertrok Satan en overdekte Job van voetzool tot kruin met kwaadaardige zweren.

De zeven schalen in het laatst der dagen:

NBV     (Openbaring 15:1) 1 Ik zag in de hemel opnieuw een indrukwekkend, wonderbaarlijk teken: het waren zeven engelen met de zeven laatste plagen, waarmee aan Gods woede een einde komt.

Deze zeven schalen worden als plagen over de mensheid uitgegoten.

De afsluiting volgt met de finale-oorlog te Har–Mágedon.

 Lees verder in: 12. De grote oorlog te Har–Mágedon

wereldmachten 9. De vrouw en het scharlaken gekleurd wilde beest

HerzSt  (Openbaring 17:3-5) 3 …..En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood  beest, dat vol van godslasterlijke namen was, met zeven koppen en tien horens.4 En de vrouw was  bekleed met purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels, en zij had een gouden drinkbeker in haar hand, vol van gruwelen en van onreinheid van haar hoererij. 5 En op haar voorhoofd stond een naam geschreven:  Geheimenis, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde.

Wie is deze vrouw?  Er wordt in (Op. 18:9) geschreven dat na de vernietiging van deze hoer „de koningen der aarde” over haar heengaan rouwen. Het is vanwege deze hoererij met de koningen niet logisch dat zij zelf een politieke macht is.

NBV     (Op. 18:9) 9 De koningen op aarde, die ontucht met haar hebben gepleegd en in weelde hebben geleefd, zullen om haar jammeren en treuren als ze de rook boven haar zien opstijgen.

Aangezien de kooplieden der wereld rijk van haar zijn geworden, is het ook niet logisch dat zij de zakenwereld afbeeld.

HerzSt  (Op. 18:15) 15 De kooplieden van deze waren, die door haar rijk zijn geworden, zullen huilend en treurend op grote afstand blijven staan uit vrees voor haar pijniging,

Wel kunnen we lezen dat zij er magie en tovenarij op na houdt.

HerzSt  (Op. 18:23)  23 Door uw tovenarij immers werden alle naties misleid.

Ook lezen we dat deze vrouw bloedschuld heeft aan de heiligen en getuigen van Jezus.

HerzSt  (Op. 17:6) 6 En ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen, en van het bloed van de getuigen van Jezus….

De vrouw heeft een naam op haar voorhoofd ; het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde. Babylon was destijds een stad van zonde met diverse tempels gewijd aan vele vormen van afgoderij. Deze gruwelijke afgoderij heeft zich daarna verspreid over de hele aarde na de spraakverwarring.

NBG51 (Jeremia 50:2) 2 Boodschapt onder de volken en laat het horen, verheelt het niet, zegt: Babel is genomen, Bel staat beschaamd, Merodak terneergeslagen, beschaamd staan zijn beelden, terneergeslagen zijn drekgoden.

NBG51 (Daniël 3:12) 12 Er zijn Judeese mannen, aan wie gij het bestuur van het gewest Babel hebt opgedragen: Sadrak, Mesak en Abednego; deze mannen hebben zich aan u, o koning, niet gestoord: uw goden vereren zij niet, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, aanbidden zij niet.

Hierdoor wordt het duidelijk dat de vrouw staat voor de moeder van de hoeren, een afbeelding van de wereldomvattende hoererij door de overspelige relatie met betrekking tot de Schepper.  Oftewel de (financiële) afgoderij in al zijn vormen. Zie als ondersteuning hiervoor ook de onderstaande Schriftplaatsen:

NBV (Ezechiël 6:9) 9 Degenen die ontkomen, zullen aan mij denken wanneer ze wonen bij de volken waar ze in gevangenschap naartoe worden gevoerd. Ze zullen zich herinneren hoe diep ze mij krenkten toen hun overspelig hart mij verliet en hun ogen naar hun afgoden lonkten. . . .

HerzSt (Jeremia 51:12,13) 12 Hef een banier omhoog tegen de muren van Babel, versterk de bewaking, stel wachters op, leg hinderlagen! Wat de HEERE Zich immers voorgenomen heeft, zal Hij ook doen: wat Hij gesproken heeft over de inwoners van Babel. 13 U die woont aan grote wateren, die rijk bent aan schatten, uw einde is gekomen, de maat van uw winstbejag.

Deze afgoderij in al zijn vormen heeft als belangrijkste basis Satan met zijn demonen, of zoals in Ef.6 staat geschreven, ‘de goddeloze geestenkrachten in de hemel’.

HerzSt  (Efeziërs 6:11-12) 11   Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden,  tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.

Ook zal deze afgoderij  zijn intrede doen in de christelijke gemeenten:

HerzSt  (Openbaring 2:20) 20 Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw  Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten.

Het scharlaken gekleurd wilde beest waar de vrouw op zit:

Er verschijnt een nieuw beest op het toneel, tevens het laatste.                                            ‘Het wilde beest was, maar is niet’ – zoals staat geschreven in (Op. 17:7,8) – betekent dat het ergens voor staat, maar niet hetzelfde is als wat er geweest is.

NBV     (Openbaring 17:7,8) 7 ……Ik zal je de betekenis onthullen van die vrouw en het beest waarop ze zit, met zijn zeven koppen en tien horens. 8 Het beest dat je zag, was, en is niet; het stijgt binnenkort op uit de onderaardse diepte en zal vernietigd worden……..

HerzSt  (Openbaring 17:11,12) 11 En het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste. En hij is uit de zeven, en gaat naar het verderf. 12 En  de tien horens die u gezien hebt, zijn tien koningen, die het koningschap nog niet hebben ontvangen, maar die samen met het beest één uur koninklijke macht zullen ontvangen.

Omdat we het hier, zoals bij de voorgaande wilde beesten, weer hebben over een beest met 7 koppen en 10 horens, hebben we het ook hier weer over machten. Het is echter geen macht van een koninkrijk zoals voorheen (was, maar is niet), echter het lijkt op zo’n koninkrijk.

Het valt op dat er niet wordt gesproken over diademen als openbare identificatie van de koningen zoals bij het vorige wilde beest. Het wordt ook niet aangeduid als een religieuze machtsvorm, immers de vrouw als symbool van afgoderij wordt op de rug gedragen. Dan blijft over een financiële macht. Dit scharlakengekleurde wilde beest is de financiële macht. Dit scharlaken gekleurd wilde beest draagt de vrouw, de afgoderij in al zijn vormen, op zijn rug wat zoveel betekent dat deze vrouw door het financiële systeem  hierin wordt ondersteund.

Lees verder in: 10. Het 8e koninkrijk, de 10 koningen

wereldmachten 1. Afbeeldingen

Wereldmachten-Totaal.pdf

In de Schrift worden een aantal wereldmachten beschreven en voorgesteld als beesten en er wordt gesproken over een nieuwe 8e wereldmacht, die er in het laatst der dagen zal komen. Dit artikel geeft stap voor stap een ontknoping  naar de 8e wereldmacht waardoor we deze 8e wereldmacht kunnen herkennen.  In de Schrift wordt we voor deze 8e wereldmacht gewaarschuwd, omdat er gedurende deze periode een grote verdrukking zal plaatsvinden. 

In dit artikel zullen de Schriftplaatsen worden beschouwd die dit beschrijven en tevens de Schriftplaatsen worden behandeld die dit ondersteunen of hiermee harmoniëren. Veel Schriftplaatsen in het boek Openbaring zijn echter symbolisch, waardoor een zekere mate van aannames niet is uit te sluiten.

Het reusachtig grote beeld volgens het boek Daniël:

In dit eerste gedeelte legt Daniël de droom uit van Nebukadnezar, de koning van Babylon. De droom gaat over een reusachtig groot beeld en Daniël legt de droom uit en beschrijft vervolgens een aantal opeenvolgende koninkrijken.

HerzSt  (Daniël 2:31,35-44) 31 U, o koning, keek toe, en zie: een groot beeld. Dit beeld was hoog, de glans ervan uitzonderlijk. Het stond voor u. De aanblik ervan was schrikwekkend…….35 Toen werden het ijzer, het leem, het brons, het zilver en het goud tegelijk verbrijzeld. Ze werden als kaf op een zomerdorsvloer. De wind voerde ze weg, zodat er geen spoor van teruggevonden werd. Maar de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg en vulde de hele aarde.36 Dit is de droom. Nu zullen wij de uitleg ervan in de tegenwoordigheid van de koning vertellen:37 U, o koning, bent een koning der koningen, want de God van de hemel heeft u het koningschap, macht, sterkte en eer gegeven.38 Overal waar de mensenkinderen wonen, heeft Hij de dieren van het veld en de vogels in de lucht in uw hand gegeven. Hij heeft u aangesteld tot heerser over dit alles. U bent dat gouden hoofd. 39 Na u zal een ander koninkrijk opkomen, lager in waarde dan het uwe. Daarna nog een ander, het derde koninkrijk, van brons, dat heersen zal over de hele aarde.40 En het vierde koninkrijk zal sterk zijn als ijzer, want het ijzer verbrijzelt en vergruist alles. Juist zoals het ijzer alles verplettert, zo verbrijzelt en verplettert dit koninkrijk alles.41 Dat u verder de voeten en de tenen, gedeeltelijk van leem van een pottenbakker en gedeeltelijk van ijzer, gezien hebt – dat zal een verdeeld koninkrijk zijn. Het zal iets hebben van de hardheid van ijzer – juist daarom zag u ijzer vermengd met modderig leem.42 En de tenen van de voeten, gedeeltelijk van ijzer en gedeeltelijk van leem – dat koninkrijk zal gedeeltelijk sterk zijn en gedeeltelijk broos.43 Dat u gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem – ze zullen zich door menselijk zaad vermengen, maar ze zullen zich niet aan elkaar hechten, zoals ijzer zich niet vermengt met leem.44 In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen  dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet op een ander volk zal overgaan. Het zal al die andere koninkrijken verbrijzelen en tenietdoen, maar zelf zal het voor eeuwig standhouden.

De wilde beesten (machten) volgens het boek Daniël:

Nebukadnezar vertegenwoordigd het Babylonische rijk (hoofd van goud). Het wordt opgevolgd door het Medo-Perzische rijk, gevolgd door het Griekse rijk. Het Griekse rijk wordt opgevolgd door het Romeinse rijk, een rijk dat in twee gedeelten (Oost en West) is samengesteld. In Daniël 2:35 wordt gesproken over een steen die het beeld  – een samenstelling van al deze koninkrijken – zal verbrijzelen en deze steen zal tot een grote berg worden, die de hele aarde zal vullen. Uit Daniël 2:44 blijkt dat dit een machtig koninkrijk zal zijn, dat nooit te gronde zal worden gericht, Gods koninkrijk.

HerzSt  (Daniël 8:19-24) ….. 19 En hij zei: Zie, ik laat u weten wat er zal gebeuren aan het einde van deze periode van gramschap, want op de vastgestelde tijd zal het einde er zijn.20 De ram met de twee horens die u gezien hebt, dat zijn de koningen van Medië en Perzië. 21 En de harige geitenbok is de koning van Griekenland, en de grote hoorn die tussen zijn ogen zat, dat is de eerste koning.22 En dat die afbrak en er vier voor in de plaats kwamen: vier koninkrijken zullen uit dat volk ontstaan, maar zonder de kracht ervan.23 Aan het einde van hun koningschap, wanneer de afvalligen de maat hebben volgemaakt ,zal er een meedogenloze koning opstaan, bedreven in slinkse streken.24 Zijn kracht zal groot worden, maar niet door eigen kracht. Op wonderlijke wijze zal hij verderf aanrichten, het zal hem gelukken, hij zal het doen. Machtigen zal hij te gronde richten, ook het heilige volk.

HerzSt  (Daniël 7:3-7)  3 en vier grote dieren stegen op uit de zee, die van elkaar verschilden. 4 Het eerste was als een leeuw, met vleugels van een arend. Ik keek toe totdat zijn vleugels uitgerukt werden. Het werd van de aarde opgeheven, het werd als een mens op zijn voeten gezet en het werd een mensenhart gegeven.5 En zie, een ander dier, het tweede, leek op een beer. Het richtte zich op naar één kant. Het had drie ribben in zijn muil, tussen zijn tanden. Men zei het volgende tegen het dier: Sta op, eet veel vlees.6 Daarna keek ik, en zie, er was nog een ander dier, als een luipaard. Het had vier vogelvleugels op zijn rug en het dier had vier koppen. En het werd heerschappij gegeven.7 Daarna keek ik toe in de nachtvisioenen, en zie, het vierde dier was schrikwekkend, gruwelijk, en uitzonderlijk sterk. Het had grote ijzeren tanden. Het at en verbrijzelde, en de rest vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van al de dieren die ervóór geweest waren. En het had tien horens.

In Daniël worden de 4 wereldmachten beschreven waar Gods volk in het beloofde land door werd onderdrukt.  De leeuw (de Babyloniers), de beer (de Medo-Perziërs), de luipaard (de Grieken) en het vierde beest (de Romeinen).  Daniël 7:3-7 maakt een vergelijking van wilde beesten met hun eigenschappen voor deze koninkrijken, terwijl Daniël 8 de samenstelling en de machtsverhouding van de koninkrijken beschrijft.

De wilde beesten (machten) volgens het boek Openbaring:

NBG51 (Openbaring 13:1-2) 1 En ik zag uit de zee een beest opkomen met tien horens en zeven koppen; en op zijn horens tien kronen en op zijn koppen namen van godslastering. 2 En het beest, dat ik zag, was een luipaard gelijk, en zijn poten als van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht.

Het wilde beest met 7 koppen en 10 horens heeft de gezamenlijke basiskenmerken van de beesten die in Daniel 7:3-7 beschreven zijn, de luipaard, de beer en de leeuw. Op. 13:1,2 beeldt met het wilde beest dus – eveneens als in Daniël 7 – de wereldmachten af.

Het verschil tussen de beschrijving van wereldmachten in Daniël en in Openbaring:

In Openbaring wordt een andere telling van de koninkrijken aangehouden als in Daniël. In Daniël worden de wereldmachten beschreven waar Gods volk, destijds het Joodse volk, door werd onderdrukt, te beginnen in de tijd van Daniël. De heiligen, waarover wordt gesproken, bestonden in eerste instantie alleen uit Joden, die zich aangesloten hadden bij de beloofde Messias, Jezus Christus. De heiliging nam een aanvang in Pinksteren (in het jaar 33), 10 dagen nadat Jezus naar de hemel was opgestegen.

NBV (Daniël 7:17-18) 17 17 “Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. 18 Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden – voor eeuwig en altijd.”

Er zijn in de geschiedenis meer dan 7 wereldmachten geweest, maar de zeven koppen van het wilde beest symboliseren zeven grote wereldmachten, die Gods volk onderdrukt hebben. Er zijn zes wereldmachten die in de totale Bijbelse geschiedenis tot aan Johannes tijd een rol hebben gespeeld; nl. Egypte, Assyrië, Babylon, Medo-Perzië, Griekenland en Rome. In de profetie staat: “Vijf van hen zijn omgekomen, één is er nu” (Op.17:10)  en dat was in Johannes tijd het Romeinse rijk.

NBV     (Openbaring 17:9-11) 9 Hier komt het aan op wijsheid en inzicht.‘De zeven koppen zijn zeven heuvels waarop de vrouw zit, en het zijn zeven koningen. 10 Vijf van hen zijn omgekomen, één is er nu, en de laatste moet nog komen en zal dan maar kort blijven. 11 Het beest dat was, en niet is, is zelf de achtste koning, al is het een van de zeven, en het zal vernietigd worden.

De 4e koning in Daniël – het Romeinse rijk – is dus de 6e koning in Openbaring. In het verdere gedeelte zullen we de volgorde van de wereldmachten aanhouden zoals beschreven in Openbaring.

Lees verder in: 2. De 6e koning, de Romeinse Republiek